De huizen in mijn leven: Gounodstraat

'Mijn oog viel op Brussel, stad die ik nauwelijks kende. Ik werd er een middag rondgeleid door uitgeefster Alice Manteau. Prachtige huizen, maar iets zei me dat het me, anders dan Parijs, te veel tijd zou kosten aan de stad te wennen. Dus werd het Antwerpen.'

Remco Campert

Na door een ambtenaar ten stadhuize onaangenaam bejegend te zijn, besloot ik met vrouw en kinderen Amsterdam te verlaten. En dan maar meteen Nederland, want de wereld was groter. Op de achtergrond schemerde mijn verlangen naar Parijs terug te keren, maar dat drukte ik de kop in. Ik moest in de buurt van de Nederlandse taal blijven, van mijn opdrachtgevers, van mijn uitgever. En vriend Kousbroek, die nu in de Rue de la Tombe-Issoire in Parijs woonde, had zelf kinderen gekregen. Voor nog een familie erbij was zijn woning te krap.

Mijn oog viel op Brussel, stad die ik nauwelijks kende. Ik werd er een middag rondgeleid door uitgeefster Alice Manteau. Prachtige huizen, maar iets zei me dat het me, anders dan Parijs, te veel tijd zou kosten aan de stad te wennen. Dus werd het Antwerpen. Mijn uitgever Geert Lubberhuizen had aan het verzet een Belgische vriend overgehouden, die makelaar was. Die regelde in een mum een herenhuis in de Gounodstraat voor me. De huurprijs was uiterst laag. Dat was onder andere te danken aan het feit dat het huis op de nominatie stond te worden afgebroken. Men verzekerde mij dat dit nog jaren kon duren.

Havencafés
Mijn werkkamer was een zaal. Ook de kinderen hadden de ruimte in hun slaapkamer. Voor het slapen gaan vertelde ik hun een verhaaltje over een beer die avonturen beleefde die altijd goed afliepen. Ik bouwde vlijtig voort aan poëzie en proza en schreef een column voor het Antwerpse dagblad Het Laatste Nieuws. Als de kinderen sliepen, trok ik met mijn vrienden Hugo Raes en Hugues Pernath de stad in om er de havencafés aan een diepgaand onderzoek te onderwerpen.

Zo belandden Hugues en ik een keer in het café van de volkszanger Johnny Jordaan. Hij zong er zijn liederen voor busladingen bewonderaars, uit Nederland overgekomen. Na zijn optreden nam hij Hugues en mij mee naar zijn kamer boven het café. Verteerd van verlangen naar de Jordaan zat hij daar, de kamer volgepropt met koperen snuisterijen en borden met spreuken.

We kwamen ook vaak in de Locarno op de Keizerslei, een café dat openbleef zolang er klanten waren en door veel acteurs na afloop van de voorstelling werd bezocht, onder wie Shireen Strooker, die toen ook in Antwerpen woonde en aan het Zuidelijk Toneel verbonden was. Zij en Hugues, die behalve dichter ook een ongelofelijke charmeur was, vatten kortstondig vlam voor elkaar.

Voor ik het vergeet: in de Gounodstraat kondigde, als de schemering viel, belgerinkel de komst van de soepboer aan, die geurige soep verkocht.

Mijn huwelijk ontspoorde. Ik keerde halsoverkop terug naar Amsterdam. Ik ging er nog één keer heen.

In het huis / de zoete stank van oude kranten / en in alle kamers sporen van bedorven liefde.
Hij loopt de krakende trappen op / deuren staan open/ een oud overhemd / hangt nog over een stoffige stoel/ kinderpantoffels met gaten in de zool / boeken die te lang hebben gelegen / om nog mee te nemen / schimmel op borden / en de manke poes voorgoed verdwenen.
(...)
Hij voelt de bitse wind van vroeger/ als hij zijn kinderen naar school bracht.
Ze lachten toen veel /en waren tevreden met kleine dingen.
Deuren staan open en gaan nooit meer dicht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden