Reportage Op de set bij Don Quixote

De hoop van Terry Gilliam dat zijn droomfilm zowaar slaagt

Op de set in Portugal, waar Terry Gilliam durft te hopen dat zijn decennialang onvoltooide droomfilm over Don Quichot zowaar gaat slagen.

Regisseur Terry Gilliam met acteur Jonathan Pryce bij de opnamen in 2017. Beeld Diego Lopez Calvin

Pas maar op met wat je wenst. Dat advies komt van cineast Terry Gilliam en hij kan het weten. Al jaren was het zijn eigen wens om de wereld zijn versie van Don Quichot te schenken, een nieuwe kijk te geven op de avonturen van Cervantes’ even klassieke als vernuftige edelman. We mogen wel zeggen dat de realisatie van die droom nogal wat voeten in de aarde had. Check: Lost in La Mancha, die achter achter-de-schermendocumentaire uit 2002 over het niet maken van de Don Quixote-speelfilm in het jaar 2000.

Het is een van de leerzaamste rampenfilms voor aspirant-regisseurs ooit. Daar zijn er meer van, denk aan Hearts of Darkness (1991). Die verslaat de worsteling van Francis Ford Coppola met zijn epische Vietnam-drama Apocalypse Now. Maar de documentaire over Terry Gilliam raakt aan verregaand absurdisme. Zo mag je die Bijbelse zeven plagen wel noemen die hem troffen op de set.

Reken even mee. Op de eerste draaidag in Spanje bleek de gekozen locatie binnen schootsafstand van een NAVO-vliegbasis. Voortdurend scheurden er F-16’s over de set. Op de tweede dag volgde een wolkbreuk en de aansluitende modderstroom veranderde het landschap in een moeras. Niet veel later ging Don Quichot door zijn rug; acteur Jean Rochefort, die hem speelde, moest worden afgevoerd met een dubbele hernia. En Terry Gilliam – die als regisseur toch al sinds 1975 aan gecompliceerde projecten had gewerkt (zie: filmografie) – stond erbij en keek ernaar. Op zijn gezicht vochten ongeloof en verbijstering om voorrang. Af en toe rolde er een traan.

De productie moest uiteindelijk worden stilgelegd, het gehakketak met de verzekeringsmaatschappij kon beginnen. De schadeclaim van 15 miljoen dollar hing als een slagschaduw boven Gilliams droomproject. Dat beleefde in 2008 een korte doorstart, maar ook die poging begon als een fiasco en eindigde als een ramp.

‘Pas maar op met wat je wenst.’

Regisseur Terry Gilliam en acteur Jean Rochefort bij opnamen in 2000.

Poging

Sinds de poging anno 2000 zijn we precies zeventien jaar verder en Terry Gilliam herhaalt zijn eigen advies nog maar eens. Ditmaal met een glimlach, want op 24 april 2017 staat hij monter op de Portugese set van The Man Who Killed Don Quixote. Hij gaat gekleed in tropenoutfit mét Indiana Jones-hoed en hij heeft er zin in. Sterker: ze verkeren al in draaiweek zeven. ‘Het wordt steeds enger naarmate we vorderen: dit keer zouden we de film weleens kunnen voltooien! En dan: wat? Droom vervuld, obsessie kwijt, er wacht mij een grote leegte. Ik maak mij hier grote zorgen over. Het is heel eng om je droom te laten slagen. Je kunt een droom maar beter een droom laten.’

Goed, dat is een antwoord met een knipoog, voormalige leden van de anarchistische Engelse comedygroep Monty Python zo eigen. Maar voor de hier 76-jarige regisseur zal er wel een kern van waarheid in schuilen. ‘Veel intelligentere mensen om mij heen, onder wie mijn vrouw, zeiden: je bent gestoord! Maar als het dan per se moet… ga je gang. Het gekke is: als je eenmaal met het Quichot-virus geïnfecteerd bent, raak je nooit meer van hem af. Dit is geen film. Dit is een medisch probleem. Míjn medische conditie.’

Zijn klapstoeltje staat in de schaduw. Op zijn bord gebakken vis. Even in de luwte, terwijl de crew ondertussen het volgende shot opzet. Dat doen ze bij de oprijlaan van het kasteel van het toeristische slaapstadje Tomar, de burcht werd in 1160 nog gebouwd door de Tempeliers. Veel stof vandaag, op die zandweg tussen de buxushagen. Curieus genoegen gaan de rondleidingen tijdens het draaien gewoon door. Drentelende Chinese toeristen worden met zachte dwang weer achter de kantelen gedreven, terwijl Don Quichot – ditmaal gespeeld door bekend Shakespeare-acteur Jonathan Pryce, in 1985 al de hoofdrol in Gilliams Brazil – met zijn mobieltje even het thuisfront belt. Of is het zijn Spaanse stunt double? Er lopen twee Don Quixotes in vol kostuum op de set – niet van elkaar te onderscheiden.

Regisseur Terry Gilliam met acteur Jonathan Pryce bij de opnamen in 2017.

Schoenmaker

Of, nou ja: feitelijk gaat The Man Who Killed Don Quixote over de oude Spaanse schoenmaker Javier die dénkt dat hij De Man van La Mancha is.  Dat is allemaal de schuld van de Amerikaanse reclamemaker Toby Grisoni (Adam Driver), die in zijn jeugd ooit een studentenfilmpje maakte naar de roman van Cervantes, met de schoenlapper. Sindsdien is Javier nooit meer losgekomen van zijn rol. Als Toby hem tien jaar later terugvindt in een Spaans gehucht, weet de would-be-Quichot het zeker: Sancho Panza is weergekeerd, nieuwe avonturen liggen in het verschiet!

Toby sputtert nog wat tegen, maar dan gaan ze samen op pad. Weliswaar in het tijdvak van de windturbines, maar het spreekwoordelijke gevecht van de Don tegen de windmolens blijft dezelfde. Dat klopt dan heel aardig met het oorspronkelijke romanpersonage uit 1606, ook al slachtoffer van zijn levendige fantasie. Na lezing van te veel ridderromans waande deze verwarde edelman Alonso Quijano zich plots de koene Quichot, louter om zijn grote liefde Dulcinea te imponeren (die trouwens ook alleen maar in zijn hoofd bestaat).

‘Ik wist het. Ik ben geen John Ford.’ De verwijzing naar de beroemde Amerikaanse westernregisseur betreft een scène met circa vijftig paarden. Een bonte stoet ruiters moet over de kasteellaan paraderen, maar sommige paarden denken daar anders over. ‘We hadden gewoon met een stel halve kokosnoten klikkerdeklak moeten doen, zoals we eerder deden bij Monty Python and the Holy Grail.’

‘Al die verhalen over een vloek op mijn carrière, onzin. Bekt gewoon lekker in de pers’

Het kostte een kwarteeuw vol ziekte en tegenslag, maar het is regisseur Terry Gilliam dan toch gelukt zijn levensproject The Man Who Killed Don Quixote af te krijgen. Een gesprek.

Actie!

Terry Gilliam staat nu in spreidstand met de handen ontevreden in de zij. Kun je als regisseur nog zo hard actie! roepen, als de paarden niet luisteren… En zo-even had hij nog gekscherend gezegd: nu gaan we even uitvinden of iedereen wel zo goed kan paardrijden als tijdens de casting werd beweerd. Het valt hem niet mee.

Kwart over een, take 1. De cue: ‘Open the gate!’ Klaroengeschal. Dravende paarden. ‘Cut!’

Kwart over drie, take 6. ‘Open the gate!’ Klaroengeschal. Dravende paarden. ‘Cut! Dat was al beter.’

Adam Driver en Jonathan Prycer in The Man Who Killed Don Quixote. Beeld Diego Lopez Calvin

Tegen vieren, take 8. ‘Open the gate!’ Klaroengeschal. Dravende paarden. ‘Cut! Nou, we hebben het wel, hoor.’

Dan gaan we nu de close-ups draaien.

Behoorlijk frustrerend, een film maken, vat Terry Gilliam zijn ambacht samen. ‘Neem dat shot van vanmiddag. We rijden mee met mensen op paarden, ze zeggen een paar woorden, en: bam! in de pocket. Toch zijn we uren druk geweest met dat ene shot. Het heeft ook met mijzelf te maken. Ik heb al vier jaar geen film meer gedraaid en dan begin je te geloven dat werken op de set eenvoudig is. Overmoed.’

Leuk

Weet je wat leuk is?, vraagt hij retorisch. Over een film kletsen, dat is leuk. Vergezichten schetsen aan weigerachtige financiers, net zo lang tot je ze om hebt. Lunchen met beoogde hoofdrolspelers en ze dan aansteken met je kinderlijke enthousiasme. Storyboards schetsen en die doornemen met je director of photography (DP), in dit geval de Italiaanse cameraman Nicola Pecorini. Overleggen met production designer Benjamin Fernández die los mag gaan op de monsters en de maskers en je bedelft onder nieuwe ideeën. Dát is leuk. Daar doe je het voor. En acteurs, die kunnen je op de set ook veel geven, maar van die massascènes als vanmiddag…

Op zulke momenten kijkt hij om zich heen en denkt: zeg, hoeveel mensen werken eigenlijk aan deze productie? ‘Ik vraag het maar niet. Te veel waarschijnlijk. Eigenlijk zou ik dan willen zeggen: en wat is jouw baan hier op de set? Wat sta je hier? Maar het zal allemaal wel kloppen hoor. Vijftig paarden. Die hebben verzorgers nodig. En instructeurs. En iemand om ze te voederen. En we hebben het over een historische film. Dan heb je kostuums nodig. En kappers. Make-up. Het dijt uit. Veel ingewikkelder dan een hedendaagse film waar mensen rondrennen en in een auto springen en wroaammm…. Dat zet je er zo op.’

Johnny Depp met Terry Gilliam op de set in 2000.

Ach, peinst hij, voorzichtig om zich heen spiedend, want het team aan strenge producers vindt dat Gilliam altijd te veel met de pers spreekt op de set, in plaats van tempo maken: ‘Misschien ben ik niet zo’n goede regisseur. Wat ik wel goed kan is: casten. Als regisseur zeg ik alleen maar: iets meer naar links, stapje naar rechts, mag er iets meer licht op dat gezicht? Maar de juiste casting doet de truc. Dat, en een goed script uiteraard. Dan heb je al 90 procent van je film. De rest is bijna machinerie. De techniek staat er, we draaien, we houden ons vast aan de routebeschrijving in het scenario, en soms pakt een scène ietsje beter uit dan voorzien. Maar de cast is de crux. Wist Hitchcock ook al.’

Johnny Depp is er niet meer bij, zoals in 2000. Robin Williams, ook vaak genoemd als ‘Sancho Panza’, is overleden. Net als de Don Quichots Jean Rochefort en John Hurt. ‘Nou ja, dat krijg je, als je al sinds 1989 met dit filmplan rondloopt. Het leven staat niet stil. Maar het allergekste is nog wel dat we 17 jaar later de film proberen te maken met de helft van het budget uit 2000: 16 miljoen dollar. Destijds was dat nog voordat Johnny flinke checks kreeg toegeschoven. 16 miljoen dollar? Voor Don Quichot? Dat kan eigenlijk helemaal niet. Maar goed. Je hebt een droom hè?’

Dat dit droomproject toch iets van zijn ziel heeft verloren, stemt een tikje treurig (3 sterren)

Na ruim 25 jaar is daar dan eindelijk de Don Quichot-bewerking van Terry Gilliam. Ondanks de weelderige aankleding en alle spektakel voelt The Man Who Killed Don Quixote vooral als een film die Gilliam moest maken om hem achter zich te kunnen laten. Het is hem gegund.

Dromer

Zoals Don Quichot een dromer was, zegt Gilliam. Iedereen heeft nu over ’s mans labiele geestestoestand, maar met zijn rijke fantasie maakte De Man van La Mancha de wereld een stuk interessanter. ‘Ook al is-ie dan gestoord, hij doet ons met zijn verhalen een plezier. Hijzelf moet er voor lijden. Al die teleurstellingen… het boek loopt dan ook niet goed af. Hij heeft er last van, niet de wereld. Heel anders dan Donald Trump. Die liegt ook de waarheid bij elkaar, maar om de verkeerde redenen. Trump heeft een manipulatieve geest. Quichot niet. Hij heeft de onschuldige geest van een kind. Dat is iets anders.’

Wel is het zo dat de edelman meerdere filmmakers tot wanhoop dreef. De Vloek Van Don Quichot – Orson Welles liep er ook al tegenaan. Tussen 1957 en 1969 werkte hij op en af aan zijn eigen Quichot-versie, maar het werkstuk bleef zijn zoveelste onvoltooide film. Ook voor hem gold: pas maar op met wat je wenst. ‘De geest van Orson Welles waart hier rond op de set. Maar ik wil de film nu écht afmaken. Dat is het verschil tussen Orson Welles en mij. Als hommage hebben we een scène uit zijn werkversie geleend. Nee, ik verklap niet welke. Dat moeten de filmbuffs zelf maar uitzoeken. Maar dat-ie erin zit is zeker.’

Want dat moet The Man Who Killed Don Quixote net zo goed worden. Een film over het maken van films. ‘Veel van wat we nu in Quixote vertellen, overkwam ons tijdens het draaien van Monty Python and the Holy Grail. We walsten met de filmploeg een Schots dorpje binnen en toen we weer vertrokken, waren er vrouwen zwanger, vielen huwelijken uiteen, de chaos was compleet. Precies zo gaat het eraan toe in het Spaanse gehucht waar mijn Don Quichot woont.’ Laatste tip van Terry Gilliam: vraag nooit een filmploeg over de vloer.

Filmografie Terry Gilliam

Als regisseur zette de Amerikaanse Terry Gilliam (Minneapolis, 1940) een bijzonder oeuvre in elkaar waarin popcultuur de boventoon voeren. Het voormalige Monty Python-lid, ooit begonnen als animator van tekenfilms, waagde zijn hand aan:

Monty Python and the Holy Grail (1975, co-regisseur met Terry Jones)

Jabberwocky (1977)

Time Bandits (1981)

Brazil (1985)

The Adventures of Baron Munchausen (1988)

The Fisher King (1991)

12 Monkeys (1995)

Fear and Loathing in Las Vegas (1998)

The Brothers Grimm (2005)

Tideland (2005)

The Imaginarium of Doctor Parnassus (2009)

The Zero Theorem (2013)

Beeld Monty Python and the Holy Grail
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden