De voorkeuren van André Kuipers

De hoogtepunten van André Kuipers – op aarde dan

Beeld Els Zweerink

Astronaut André Kuipers gidst ons langs zijn sterren, van sciencefictionheld Perry Rhodan tot manta’s die opdoemen uit de duisternis.

De carrière van moderne astronauten kent een letterlijk hoogtepunt. Vastgebonden op tonnen licht ontvlambare raketvloeistof knallen ze de ruimte in en maandenlang dobberen ze gewichtloos door het internationale ruimtestation ISS. Daar genieten ze van een uitzicht dat slechts een paar honderd mensen ooit met eigen ogen hebben gezien. Tussendoor voeren ze wetenschappelijke experimenten uit. Wie geluk heeft, mag nog een tweede of derde keer.

Maar uiteindelijk komt altijd het moment dat ze de lonkende diepte van de kosmos definitief verruilen voor het alledaagse aardse. Net als een Nobelprijswinnaar of Olympisch kampioen zijn ze daarna geen gewoon mens meer, maar een vleesgeworden prestatie. Ze zijn de verpersoonlijking van een unieke ervaring waar de rest van ons alleen over kan dromen.

Beeld Els Zweerink

‘Ik realiseer me heel goed dat het niet om mij persoonlijk gaat’, vertelt André Kuipers, die twee missies naar het ISS vloog voor de Europese ruimtevaartorganisatie ESA en als ruimtevaarder inmiddels met pensioen is. ‘Het is mythevorming. Ik ben een man van 61 en kleine kinderen hebben mijn ruimtevluchten niet meegemaakt, maar toch vinden ze het geweldig om mijn verhalen te horen. Eigenlijk bizar, maar ik herken die magie wel. Wanneer een astronaut in de buurt was, zette ik vroeger ook alles opzij om hem of haar te horen spreken.’

Waar sommigen hun kosmische faam omzetten in een ministerschap, een prominente rol in het bedrijfsleven of een leven als wetenschapper, wilde Kuipers vooral verhalen vertellen. Over het belang van wetenschap en technologische ontwikkeling, bijvoorbeeld. Of over de kwetsbaarheid van de aarde, de planeet die hij vanuit de ruimte in één oogopslag kon zien. ‘Ik wil de wereld een beetje beter maken’, zegt hij. ‘Ik wil laten zien wat ik heb gezien. Daarom ben ik met mijn verhaal de theaters ingetrokken. En daarom schrijf ik kinderboeken.’

In een grote zaal bij dierentuin Artis in Amsterdam vertelt Kuipers al de hele dag over zijn nieuwe prentenboek André het astronautje op zoek naar Laika, het vervolg op een serie boeken die oorspronkelijk in de ruimte begon. ‘Elke zondag had ik vanuit het ISS twintig minuten videocontact met thuis. In het begin vonden de kinderen dat leuk. Ik liet dingen zweven voor de camera, kon salto’s maken. Maar op een gegeven moment hadden ze het wel gezien. Dan zeiden ze even gedag en gingen ze daarna weer spelen.’

Beeld Els Zweerink

Kuipers zocht naar een manier om hun aandacht vast te houden en verzon een verhaaltje. ‘Ik baseerde het op mijn zoontje Stijn: blond koppie, knuffel in zijn hand: een muis met een oranje neus.’ Zijn vrouw Helen suggereerde dat het misschien ook aardig was om er een boekje van te maken. Inmiddels is hij toe aan boek vijf.

‘Ik wil ermee laten zien dat wetenschap en techniek leuk zijn. Het is gaaf om dingen te bouwen, samen te werken. Het draait om inspiratie en motivatie. En het is voor iedereen: de eerste keer speelde een jongetje de hoofdrol, daarna kwam er ook een meisje bij. Ik weet als geen ander hoe fictie je dromen kan vormen.’

Boeken: Perry Rhodan, deel 10, 11 en 12

Deel 10 van de sciencefictionreeks ‘Perry Rhodan’.

‘Mijn carrière als astronaut begon dankzij mijn oma. Toen ik jong was, gaf ze me deel 10, 11 en 12 van sciencefictionreeks Perry Rhodan. Ze kocht ze voor een gulden bij de plaatselijke sigarenboer – ze rookte helaas veel, is ook maar zeventig geworden.

Door die boekjes begon mijn droom. Het was dezelfde periode dat er autootjes op de maan reden, dat Thunderbirds op televisie was. In die boekjes zat het eerste wat me aansprak in de ruimtevaart. Het avontuur: ruimtepakken, aliens, raketten... wow! Ruimtevaart bleek later ook heel mooi. Ik zag foto's en films uit de ruimte, gemaakt vanuit de spaceshuttle. En tot slot het nut. Ruimtevaart is iets voor de hele mensheid.

Ik studeerde geneeskunde. Daarin kwamen dezelfde drie zaken terug. Avontuur op de eerste hulp, zwaailichten op een regenachtige avond. De schoonheid van hoe het menselijk lichaam in elkaar zit. En natuurlijk het nut. Opnieuw was Perry Rhodan van invloed. In die verhalen ging het soms over planeten waar wetenschappers wezens maakten met behulp van biochemie. Toen raakte ik geïnteresseerd: hoe werkt een spier? Hoe weet een oogcel dat hij een oogcel moet worden?

Tegenwoordig hou ik de reeks niet meer bij. Afgelopen februari verscheen deel 3000. Maar de oude herlees ik regelmatig. Ik neem ze mee op vakantie, uit jeugdsentiment. Dan luister ik er muziek bij uit de jaren zeventig. Papa Was a Rolling Stone, Me and Mrs. Jones, Year of the Cat, dat werk. Muziek met violen, saxofoons, echogeluiden. De teksten kloppen er niet bij, maar de sfeer is helemaal goed. Ik deed dat zelfs in de ruimte. Deel 10 ging mee naar het ISS.’

Droom: T. Rex en de Russen

Het Naturalis Biodiversity Center in Leiden. Beeld Dean Mouhtaropoulos / Getty

‘Op school schreef ik veel opstellen, gebaseerd op de sciencefictionboeken die ik las. Ik legde dan een papiertje naast m’n bed om mijn dromen op te schrijven. Één droom weet ik nog heel goed. Ik was aan het ijshockeyen op een veldje voor onze flat. Plotseling kwam een Ty­ran­no­sau­rus rex aangelopen, en elke stap ging gepaard met een gigantische explosie. Op een gegeven moment zweefde ik omhoog en plakte ik aan zijn oog vast. Het oog draaide naar binnen en ik kwam terecht op zijn spieren. Daar was een balustrade, waarop ik ging lopen. Ineens gingen de deuren bij de balustrade open en kwamen er allemaal Russen naar buiten. Het was typisch zo’n droom waarbij allerlei dingen op ongrijpbare wijze bij elkaar komen. Dat schreef ik dan op en leverde het in. Ik kreeg daar altijd hoge cijfers voor.’

Componist: Vangelis

De Griekse componist en multi-instrumentalist Vangelis. Beeld Getty / Rob Verhorst / Redferns

‘Als astronaut mocht je vanuit de ruimte een gesprek voeren met iemand die je bewondert. Sommigen kozen een popartiest, anderen een ijshockeyspeler. Ik koos Vangelis. Ik vind zijn muziek geweldig. Albums als Antarctica, de soundtrack van sciencefictionfilm Blade Runner. De ijle klanken van zijn muziek maken het voor mij de perfecte ruimtesoundtrack. Het is muziek die dingen mooier maakt. Dieper, kleurrijker. In het ISS had ik het vaak opstaan terwijl ik naar de aarde keek. Niet alleen Vangelis, ook andere muziek. Carmina Burana, bijvoorbeeld. Met muziek is het net alsof je in je eigen sciencefictionfilm speelt.

Tijdens ons gesprek zat Vangelis in Londen. Hij werkte aan een nieuw album en speelde piano voor me. Het klikte, en ik ben hem later gaan opzoeken. We werden vrienden. Hij is echt een zo’n maestro. In zijn werkkamer heeft hij een soort ruimteschip om zich heen gebouwd met allemaal keyboards. Daarop zitten symbolen en tekentjes. Hij leest geen noten. Doet alles uit zijn hoofd. Uiteindelijk is hij door onze vriendschap ook voor ESA gaan werken. Hij maakte bijvoorbeeld een soundtrack voor de Rosetta-missie, die naar komeet 67P/Churyumov–Gerasimenko vloog.’

Land: IJsland

Toeristen nemen een selfie op Jökulsárlón, het grootste gletsjermeer in IJsland. Beeld Tim Graham / Getty

‘Op IJsland heb je het gevoel dat je op een andere planeet bent. Het ene moment lijkt het alsof je op Jupitermaan Io staat. Alles is geel-oranje, er komt zwavel uit de grond. Het andere moment loop je in een krater die inktzwart is en waan je je even op de maan. Even verderop, aan de kust, ligt het vol grote ijsblokken van de gletsjer. Dan denk je: ik ben op Jupitermaan Europa. Weer wat verder zie je een enorm kiezelstrand met basaltblokken en van die grote, zwarte kiezels. Het is allemaal heel surrealistisch.

Ik wilde er al heen sinds een leraar van de zesde klas van de lagere school erover vertelde. Die was groot IJslandfan. Hij nodigde ons uit bij hem thuis, een huis propvol boeken en gidsen. Daar liet hij ons plaatjes van IJsland zien. Van die ouderwetse dia’s. Vorig jaar ging ik eindelijk, met mijn gezin. Ik was eerder in de ruimte dan op IJsland, haha.’

Anti-oorlogsfilms: All Quiet on the Western Front (1930), Cross of Iron (1977) en Johnny Got His Gun (1971)

Filmbeeld van ‘All Quiet on the Western Front’.

‘Tijdens mijn studententijd hadden ze filmavonden in de Melkweg in Amsterdam. Daar zag ik Im Westen nichts Neues (All Quiet on the Western Front, red.). De film gaat over Duitse jongens die tijdens de Eerste Wereldoorlog op school geïndoctrineerd worden om te vechten voor het vaderland. Ze dachten: leuk, avontuur, we gaan even winnen. De film toont wat er echt gebeurt. De schokkende ellende. En het was niet de enige film die dat deed. In Cross of Iron rijden tanks over platgereden soldaten heen. Dat beeld raak ik nooit meer kwijt. En in Johnny Got His Gun verliest het hoofdpersonage zijn armen, benen en zijn gezicht, maar blijft wel leven. Het maakte op mij een onuitwisbare indruk. Als je dit soort films ziet, dan kun je toch niet opnieuw een oorlog beginnen?

Toch maak ik me zorgen dat we die kant weer opgaan. Tot ongeveer een paar jaar geleden dacht ik dat we leefden in een gouden tijd. Maar ik zie nu veel parallellen met de jaren dertig. Een financiële crisis, democratieën die onder druk komen te staan. Ontevreden mensen. Het is de ideale voedingsbodem voor extreme partijen. Voor populistische stromingen. Binnen het communisme en fascisme kwamen feiten onder druk. Dat soort propaganda is nu weer terug. Onze instituties, zoals de EU en NAVO, ooit bedacht om oorlogen te voorkomen, hebben het zwaar te verduren.

Daarom zouden mensen vaker naar dit soort films moeten kijken, boeken over geschiedenis moeten lezen. De horror van de holocaust, misschien weet de huidige generatie het niet meer, is het te lang geleden. Voor je het weet verliezen we ons opnieuw in intolerantie, superioriteitsdenken, nationalisme. Steeds weer trappen we in dezelfde val. We maken dingen zwart-wit. Scheren mensen over één kam. Waar is de nuance? Kijk naar Polen. Daar wilde de heersende partij van rechters af, terwijl dat land lang onder het juk heeft geleefd van de nazi’s en later de communisten. Toch maken ze dezelfde fouten. Dat stemt me droevig.’

Landkaart: de vloer van het Paleis op de dam

‘Ik ben dol op landkaarten. Mijn favoriete kaart is een landkaart op de vloer van het Paleis op de Dam. Daar zou iedereen eens heen moeten gaan. Je kunt er goed zien hoe ver mensen toen waren. Stukken van Australië ontbreken nog. Dat zijn witte gebieden, terra incognita. Het roept meteen de sfeer op van de oude ontdekkingsreizigers. Van James Cook, van Abel Tasman. Daar lees ik ook veel verhalen over. Die neem ik mee op vakantie, als ik naar de gebieden ga waar ze over schrijven. Dan kom je direct in de sfeer.’

Muziek: John Cage – Etudes Australes

De cover van ‘Etudes Australes’.

‘De regelmaat van muziek, de wetmatigheden die daarin zitten, raken aan onze beschrijving van de natuur. Daarom gaat een van mijn theatervoorstellingen over het heelal én muziek. Meesterpianist Ralph van Raat speelt daarin een stuk van componist John Cage, Etudes Australes. Cage legde notenpapier over een sterrenkaart van het zuidelijk halfrond en nam de stipjes over. Met de I Tjing, het Tibetaanse gebedenboek, vulde hij de leemtes totdat het hele klavier bezet was.

Het resultaat is een bizar stuk, compleet atonaal. Het gaat van pling-plong-plop-ploeeeet. Ik vond het eerst niet om aan te horen. Ik hou van muziek met melodie. Moderne jazz heeft voor mij al te veel botsende klanken. Maar terwijl Ralph het speelt, tonen we de sterrenkaarten erbij. En dan snap je ineens waarom je al die gekke tonen hoort. De ene ster is groot, de ander klein. De ene blauw, de ander rood. Het effect is hypnotiserend. Je kunt er helemaal in verdwijnen.’

Activiteit: duiken

Een duiker spot een grote blauwe octopus (Octopus cyanea). Beeld Mark Conlin/VW PICS/UIG via Getty Image

‘Mensen die nooit onder water kijken, missen de halve planeet. Ik duik zelf sinds 1986, raakte gefascineerd door de films van Jacques Cousteau. Die onderwaterwereld, dat blauwe niets, ik vond het waanzinnig indrukwekkend.

Ik deed eens een nachtduik met manta’s. Onder water maak je met een schijnwerper een kolom van licht. Je zit zelf op een diepte van een meter of tien. Op dat licht komt plankton af, en dan komen de manta’s, voor een gratis buffet. Het zijn net buitenaardse wezens, met die grote muilen van ze. Heel onwerkelijk.

Ik wilde mijn kinderen hetzelfde laten zien, dus met mijn twee jongsten hebben mijn vrouw Helen en ik vorig jaar opnieuw gekeken of we manta’s konden zien. Ditmaal snorkelend. Ook dat is groots. In het water zie je die beesten onder je opdoemen uit de duisternis. Ze zweven naar je toe, maken loopings. Het is een ervaring die je nooit zult vergeten.

De geweldige biodiversiteit die je onder water ziet, staat wel ernstig onder druk. Dat is doodzonde. Ook daarom zou iedereen die verborgen wereld eens moeten bekijken. Je weet pas wat je op het spel zet wanneer je het met eigen ogen hebt gezien.’

CV André Kuipers

Geboren 5 oktober 1958 te Amsterdam

1987 afgestudeerd als arts. Daarna keuringsarts bij Koninklijke Luchtmacht, onderzoek naar desoriëntatie van straaljagerpiloten

Vanaf 1991 betrokken bij voorbereiding en coördinatie fysiologische experimenten bij de Europese ruimtevaartorganisatie ESA

1998 geselecteerd als astronaut

2004 eerste missie naar internationaal ruimtestation ISS. Blijft 11 dagen in de ruimte.

2011 tweede missie naar het ISS. Blijft 193 dagen in de ruimte.

André Kuipers is getrouwd en heeft vier kinderen. Hij werkt veel als ambassadeur voor de ruimtevaart, met onder meer het project SpaceBuzz. Kinderen wanen zichzelf even astronaut en ervaren hoe klein en kwetsbaar onze planeet oogt vanuit de ruimte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden