INTERVIEWZanny Minton Beddoes

De hoofdredacteur van The Economist begeeft zich tussen wereldleiders. ‘Maar ik ben met niemand close’

Zanny Minton BeddoesBeeld Thomas Koehler / Photothek.net

Weekblad The Economist geldt al sinds 1843 als een orakel voor liberalen, en nog steeds floreert het tijdschrift. Wat is het geheim volgens hoofdredacteur Zanny Minton Beddoes? 

Op de Londense redactie van weekblad The Economist hangen ingelijste reclameposters van de afgelopen jaren. ‘‘Ik lees The Economist nooit.’ Managementtrainee. 42 jaar oud’, staat op de een. Een andere slogan luidt: ‘Het is eenzaam aan de top, maar er is tenminste wel wat te lezen.’

De boodschap is duidelijk: wie meetelt – of mee wil tellen – leest The Economist.

Wereldleiders houden het blad graag te vriend. In 2001 bracht Hugo Chávez, destijds de socialistische president van Venezuela, een bezoek aan het hoofdkantoor in Londen. Barack Obama was in 2016 de eerste zittende Amerikaanse president die een essay in het weekblad publiceerde. In datzelfde jaar onthulde de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman aan The Economist zijn plannen om staatsoliebedrijf Aramco gedeeltelijk naar de beurs te brengen. In november 2019 gaf de Franse president Emmanuel Macron een geruchtmakend interview aan het blad, waarin hij de Navo hersendood noemde.

Nadat Ronald Reagan in 1980 Jimmy Carter had verslagen bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen, nodigde hij de toenmalig hoofdredacteur, Andrew Knight, uit voor een etentje. ‘Reagan wilde me bedanken’, schreef Knight naderhand. ‘Hij dacht dat de steun van deze respectabele Engelse publicatie (...) een grote rol had gespeeld bij zijn verkiezing.’

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie 

Mister Roete

Ook de huidige hoofdredacteur, Zanny Minton Beddoes (53), beweegt zich tussen regeringsleiders. Of ze de Nederlandse premier weleens heeft gesproken? ‘Vaak’, zegt ze tijdens een gesprek op haar bescheiden kantoor, met bureau, bank en boekenkast vol biografieën van staatsmannen en geschiedenisboeken. ‘Mister Roete, een bedachtzame man. Ik zie hem geregeld op het World Economic Forum in Davos. Ik bespreek met hem dezelfde onderwerpen als met ceo’s en denktanks: de toekomst van Europa, bijvoorbeeld.’

Tijdens ons gesprek, dat half februari plaatsvindt, als de coronacrisis West-Europa nog niet heeft bereikt, is het redelijk rustig op de redactie. Het is vrijdagmiddag, een nieuw nummer is een dag daarvoor naar de drukker gegaan. 

Inmiddels is de redactie al weken uitgestorven. De laatste drie nummers zijn geheel vanuit huis gemaakt, voor het eerst in de 176-jarige geschiedenis van het blad.

Aanleiding voor het interview is de publicatie van Liberalism at Large: The World According to The Economist. In dat boek onderzoekt historicus Alexander Zevin het liberale gedachtengoed van The Economist vanaf 1843, het oprichtingsjaar.

Zevin beschrijft een florerend blad. In zijn inleiding citeert hij een Amerikaans radiostation dat zich in 2006 afvroeg hoe ‘een tijdschrift met een slaapwekkende titel’ en ‘soms esoterische inhoud’ de lezersaantallen in een jaar met 13 procent kan laten stijgen – ‘iets waar alleen roddelbladen in slagen’. Destijds bedroeg de totale oplage 1,2 miljoen, in 2019 was dat ruim 1,6 miljoen. Lezersaantallen stijgen door het coronavirus, zegt een woordvoerder van het blad, maar cijfers zijn nog niet te geven.

Wat is het geheim van The Economist

Zanny Minton Beddoes is de zeventiende hoofdredacteur, en de eerste vrouwelijke. Haar studie was die van de klassieke Economist-hoofdredacteur: Politics, Philosophy & Economics aan de Universiteit van Oxford. Ze behaalde haar master aan Harvard, waarna ze als econoom ging werken bij het Internationaal Monetair Fonds.

Toen ze twee jaar later voor de journalistiek koos, wilden The Financial Times en The Economist haar hebben. Ze ging in op het aanbod van die laatste, vanwege de invloedrijke hoofdredactionele commentaren. In 1994 begon Minton Beddoes als correspondent groeimarkten, twee jaar later promoveerde ze naar de redactie in Washington, waar ze economieredacteur werd.

Als hoofdredacteur is Minton Beddoes, welbespraakt en gekleed in kleurrijke jurken, een graag geziene gast op tv, onder meer bij CNN en de BBC.

Meerdere keren bezocht ze de met geheimzinnigheid omgeven Bilderbergconferentie. Op het World Economic Forum (WEF) in Davos komt ze nu tien jaar. Dat ‘elitefeestje’ ligt onder vuur, omdat de bezoekers de problemen die ze zeggen op te willen lossen, zelf zouden hebben veroorzaakt. ‘Je kunt veel zeggen over het WEF’, zegt Minton Beddoes, ‘maar het is goed dat invloedrijke mensen van allerlei signatuur op zo’n kleine plek samenkomen. Je kunt je tijd efficiënt besteden.’

Vorig jaar leidde ze in Davos een discussie tussen Paul Kagame (president van Rwanda) en Jack Ma (medeoprichter van Alibaba), dit jaar tussen schrijver Yuval Noah Harari (Sapiens) en Ren Zhengfei (oprichter en ceo van Huawei). In de marge sprak ze politici als Rutte. ‘Ik praat met de spelers en probeer erachter te komen wat ze van plan zijn. Daarna houd ik afstand. Ik ben met niemand close.’

Logica aanbrengen

Sinds Minton Beddoes in 2015 is aangetreden, wil ze met het blad ‘mind-stretching’ journalistiek bedrijven. ‘Daarmee bedoel ik: de lezer informatie bieden die kennis toevoegt of bestaande kennis op de proef stelt. Ik wil geen elegante samenvatting van de afgelopen week. We doen ook niet aan breaking news. We zetten een paar stappen achteruit en proberen logica aan te brengen. Een hoogleraar bellen we niet om hem of haar te citeren, maar een beeld te laten schetsen en er daarna zelf een inschatting over te maken.’

De afgelopen jaren heeft The Economist ‘special reports’ – bijlagen van ongeveer zestien pagina’s – geschreven over de Nieuwe Zijderoute van China, de huizenmarkt, quantummechanica, Australië, migratie, privéonderwijs, water, de jeugd, Canada, afval, kunstmatige intelligentie en gedachte-experimenten. Een slogan van enkele jaren geleden luidde: ‘71 percent of the world is covered by water, the rest is covered by The Economist’.

De cover van 23 juni 2018.Beeld The Economist

The Economist is dol op cijfers, grafieken en tabellen. Bij een artikel over de staat van een land zijn de woorden begrotingstekort, staatsschuld en bnp nooit ver weg. Maar taaie materie hoeft niet te leiden tot saaie zinnen. Uit het nummer van 5 augustus 2017: ‘Het is vreemd dat Noord-Korea zo veel problemen veroorzaakt. Het is niet bepaald een supermacht. (...) Amerikanen geven twee keer het Noord-Koreaanse bnp uit aan hun huisdieren.’

De belezenheid van de redacteuren, vaak geschoold in Cambridge of Oxford, blijkt uit andere originele vergelijkingen. Neem die tussen een Romeinse keizer en de inmiddels overleden Robert Mugabe. ‘Caligula wilde zijn paard consul maken, Mugabe wilde dat zijn vrouw, Grace, hem opvolgde als volgende president van Zimbabwe’, schreef The Economist eind 2017. ‘De vergelijking gaat ietwat mank. Caligula’s paard ging niet op exorbitante winkeluitjes terwijl Romeinen op straat stierven, noch is hij beschuldigd van mishandeling met een elektrische kabel in een hotelkamer.’

Ook de covers zijn vaak geestig en slim. Vaak moet je twee keer kijken. Bijvoorbeeld naar die van 29 september 2018, met de kop ‘Sex and power’. In eerste instantie zie je een hand die een vrouwenlichaam betast. Kijk je nogmaals, dan is het vrouwenlichaam een das en vormen haar armen de kraag van een hemd. Of die van 23 juni 2018, met de kop ‘The Saudi revolution begins’, waarin de wielen van een auto de ogen van een nikabdrager voorstellen. 

De cover van 29 september 2018.Beeld The Economist

Complimenten kreeg The Economist voor de cover van The climate issue, waarop de temperatuurveranderingen sinds 1850 met blauwe en rode balken zijn weergegeven. De cover van het laatste nummer is gewijd aan de afweging tussen de volksgezondheid en de economie. Te zien is een begraafplaats waarop grafkruizen als turfstreepjes worden gebruikt.

De cover van 21 september 2019.Beeld The Economist

‘Onze coverontwerper, Graeme James, is simpelweg een genie’, zegt Minton Beddoes. ‘Op vrijdag zit hij bij de vergadering waarbij we in kleine kring opperen wat we op de cover kunnen zetten. Dan begint zijn brein te tollen. Maandagochtend zit hij bij de redactievergadering en hoort hij het debat aan. Maandagmiddag komt hij naar me toe met vijf ideeën. Maar het kan gebeuren dat hij woensdag opnieuw moet beginnen, vanwege groot nieuws.’

De cover van 4 april 2020.Beeld The Economist

‘Een van de verrassingen van mijn baan’, zegt Minton Beddoes, ‘is hoeveel tijd ik kwijt ben aan covers. Ze zijn belangrijk, ze vallen op. Jij begint er nu ook over.’

Tegenover haar kantoor hangen de covers van de laatste maanden. ‘Ik kijk daarnaar om overzicht te krijgen. Het is belangrijk een goede mix te hebben van grappige en serieuze covers, van covers over nieuws en covers over grote ideeën.’

Vaak laat James verschillende covers ontwerpen voor verschillende werelddelen. Op 28 februari kregen Amerikaanse lezers een cartoon van Bernie Sanders en Donald Trump. Anderen kregen de aarde te zien met virussen die daar als elektronen omheen cirkelen.

De cover voor Noord-Amerika van 28 februari 2020.Beeld The Economist

De verschillende covers zijn er niet voor niets. Lezers van het papieren blad bevinden zich over de hele wereld: 58 procent woont in Noord-Amerika, 18 procent in het Verenigd Koninkrijk, 15 procent in de rest van Europa, 1 procent respectievelijk in Latijns-Amerika en Midden-Oosten/Afrika en 8 procent in (de rest van) Azië.

Ook de journalisten van The Economist zijn wijd verspreid. In het Verenigd Koninkrijk verblijven er 72, in de rest van Europa 7, in de Verenigde Staten 15, in Latijns-Amerika 3, in Midden-Oosten/Afrika 3, in China 5 en in de rest van Azië 10. In totaal heeft het blad 115 schrijvende journalisten in dienst. Dat is niet veel. Ter vergelijking: The New York Times heeft er 1.700, de Volkskrant in Nederland 153. Zestien Volkskrant-correspondenten, van wie de meesten op freelancebasis werken, hebben hun standplaats in het buitenland.

Economist-journalisten noemen hun werkgever geen tijdschrift, maar een krant. Deels omdat het blad er lange tijd zo uitzag, maar ook vanwege de inhoud. ‘Als je gestrand bent op een onbewoond eiland’, schrijft het blad op zijn site, ‘en je kunt één periodiek kiezen dat voor je wordt gedropt om het wereldnieuws bij te houden, hopen we dat je The Economist kiest.’

De andere cover van 28 februari 2020.Beeld The Economist

Helder, beknopt en geestig

Stukken in The Economist zijn op kenmerkende wijze geschreven. ‘We hebben een strenge stijlgids’, zegt Minton Beddoes. ‘Stukken moeten helder, beknopt, geestig en zonder jargon zijn geschreven.’ Voordat een artikel verschijnt, zijn er veel rode pennen doorheen gegaan. ‘Neem een stuk dat in de Europa-sectie verschijnt. Eerst leest de chef Europa dat. Dan de chef Buitenland. Dan mijn adjunct of ik. En daarna de nachtredacteuren, die het proza polijsten.’

De artikelen zijn sterk opiniërend van toon en voorzien wereldleiders en hele landen van ongevraagd advies. Merkel doet er goed aan snel haar aftreden aan te kondigen, aldus een artikel op 15 februari. Ook voor het falende Braziliaanse pensioenstelselpolarisering in Bangladesh en politieke vraagstukken in Liberia heeft de krant panklare oplossingen.

‘Hoe schrijf je voor The Economist?’, vroeg een jonge redacteur ooit. ‘Simpel’, reageerde een veteraan. ‘Doe alsof je God bent.’

Het betweterige toontje komt het blad op verwijten van arrogantie te staan. Daar heeft Minton Beddoes geen boodschap aan. ‘We zijn altijd opiniërend geweest en daar ben ik trots op. Ik hoop dat het lezen van ons is als een gesprek met een geïnformeerde en uitgesproken vriend.’

De standpunten bepaalt The Economist tijdens een redactievergadering op maandag, waarbij tientallen journalisten aanwezig zijn. Minton Beddoes: ‘Daar vragen we ons vaak af: wat vinden we van deze kwestie? We zijn in 1843 opgericht om ons in te zetten voor een open en liberale samenleving. Hoe vertaalt zich dat naar een specifiek vraagstuk? We verschillen flink van mening. Maar uiteindelijk heb ik het laatste woord.’

De toon van de stukken is uniform, het lijkt alsof alles door één auteur is geschreven. Wat daaraan bijdraagt, is dat namen van journalisten in het blad ontbreken – tegenwoordig vrijwel uniek bij kranten en tijdschriften. ‘Dit klinkt pretentieus’, zegt Minton Beddoes, ‘maar ik heb het gevoel dat we slechts tijdelijk op de winkel passen. Er is een Economist voor ons, en hopelijk ook na ons. En omdat we zijn opgericht om een stem van het liberalisme te zijn, gaat het meer om de visie van de krant als geheel dan om die van individuele redacteuren.’

Dubieuze standpunten

De visie door de jaren heen is door Alexander Zevin haarfijn opgetekend in Liberalism at Large. Wat daarin opvalt, is hoe vaak het blad dubieuze posities heeft ingenomen. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) steunde het de zuidelijke, slavenhoudende staten, omdat die goed zouden zijn voor de handel.

Luigi Einaudi, correspondent van The Economist (en later president van Italië), schreef in 1922 dat Benito Mussolini ‘de volledige macht’ moest krijgen om ‘communisme en barbarij uit Moskou’ te voorkomen. Tot 1937 bleef Einaudi positief schrijven over Mussolini, die zei een trouwe Economist-lezer te zijn. Walter Thomas Layton, hoofdredacteur van 1922 tot 1938, ontmoette Mussolini en Hitler beiden persoonlijk, en bleef ook lang mild over die laatste.

Begin jaren zeventig schreef de correspondent in Zuid-Amerika vernietigende stukken over Chili, dat op dat moment werd geregeerd door de socialistische president Salvador Allende. Daarmee maakte hij de geesten rijp voor een coup van de militaire junta, onder leiding van Augusto Pinochet. Als blijk van waardering kochten de generaals bijna tienduizend exemplaren van The Economist. Toen de correspondent hoorde dat Allende was overleden, danste hij door de gangen. ‘Mijn vijand is dood’, zong hij.

‘Het tijdschrift komt naar voren als een kracht waarvan werkelijk kan worden gezegd dat die de moderne wereld heeft vormgegeven’, schreef de Indiase schrijver Pankaj Mishra in The New Yorker in een artikel over Liberalism at Large, ‘maar niet op de manier waarop veel liberalen zich dat zullen voorstellen.’

Was Minton Beddoes verrast door de vroegere koers van het tijdschrift? ‘Sommige standpunten zou ik nu, met mijn 2020-perspectief, niet meer innemen’, zegt ze. ‘Over veel kwesties – ras, geslacht – schreven we artikelen waarvan je nu denkt: hoe kan dat? Maar die meningen waren breed gedragen, The Economist was niet de enige.’

The Economist geldt als een orakel voor liberalen. Vreest ze dat dit boek die status aantast? ‘Ik denk dat je The Economist moet beoordelen op de huidige journalistiek, niet op die van 1860. En ik denk dat je onderscheid moet maken tussen de verslaggeving, de analyse en de opinie. Als de verslaggeving en analyse verkeerd zijn, hebben we een probleem. Als je het met de opinie oneens bent, is dat prima. We zijn niet de handlanger van je vooroordelen.’

Links en rechts

Conservatieve lezers zullen moeite hebben met de progressieve waarden van The Economist. Vóór legalisering van harddrugs, voor strengere wapenwetten. Voor legalisering van het homohuwelijk pleitte het blad in 1996, vijf jaar voordat Nederland daarmee de primeur had. De argumenten in dat stuk, ‘Let them wed’, waren overigens vooral van economische aard. Zoals: ‘Vrijgezellen (...) doen vaker een beroep op de verzorgingsstaat.’

Veel linkse lezers delen het heilige geloof van The Economist in de vrije markt niet, zegt Minton Beddoes. Terwijl The New York Times zijn steun uitsprak voor de toenmalige Democratische presidentskandidaat Elizabeth Warren, schreef The Economist in oktober vorig jaar dat ze ongeschikt was.

Minton Beddoes veert op. ‘Dat stuk is een perfect voorbeeld’, zegt ze. ‘Nog steeds is het een van de meest gedetailleerde stukken over ‘Warrenomics’. In drieduizend woorden leggen we uit welke impact haar beleid zou hebben. We concluderen dat haar economische voorstellen niet goed zouden uitpakken voor de VS, omdat ze te weinig vertrouwt op markten en te veel op overheden. Dit is niet slechts opinie, maar opinie gebaseerd op een rigoureus gefactcheckte analyse. Zoiets is nuttig, welke achtergrond je ook hebt.’

Naar de laatste verkiezingen in het thuisland, in december vorig jaar, keek The Economist met afgrijzen. Zowel premier Boris Johnson van de Conservatieven (‘een demagoog, geen staatsman’) als Jeremy Corbyn van Labour kon het blad weinig bekoren. Het Verenigd Koninkrijk had ‘zowel de slechtste premier als de slechtste oppositieleider sinds mensenheugenis’, schreef het in september 2019. Net als in 2017 steunde het blad, dat zich altijd fel tegen de Brexit heeft uitgesproken, de Liberal Democrats. Dat hielp die partij weinig: ze won 11 zetels, van de 650.

Hoe is de band met Downing Street, nu Boris Johnson een grote meerderheid heeft behaald? ‘Luister’, zegt Minton Beddoes, ‘honderd jaar geleden was de hoofdredacteur van The Economist een parlementariër. Die tijden zijn voorbij. Ik ken Boris Johnson vanaf mijn 22ste, van mijn studie, maar we bellen absoluut niet met elkaar. Ik heb oprecht geen idee wat zijn kabinet van ons vindt. Ik hoop gewoon dat we nuttige ideeën kunnen aanleveren voor de regering en voor de oppositie.’


Alexander Zevin, Liberalism at Large: The World According to the Economist.
Verso; 544 pag., € 25. 

Rijke lezers

De Economist-lezer is rijk. Wereldwijd is eenderde miljonair, schrijft Zevin in zijn boek. The Economist weet dat en houdt de prijs van een abonnement hoog: een jaar (51 nummers) in Nederland kost 275 euro. Een digitaal en een papieren abonnement zijn even duur. Of alle abonnees het blad ook lezen, is overigens de vraag. In bepaalde politieke en zakelijke kringen geldt een Economist op tafel als statussymbool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden