De Hollandse boerenwortels van 'boss' en 'dollar'

Maar liefst 246 woorden van Nederlandse oorsprong ontdekte taalkundige Nicoline van der Sijs in het Amerikaanse Engels. In Yankees, cookies en dollars vertelt zij over een korte maar krachtige invloed....

Overweldigend, vonden de Nederlandse kolonisten het imposante Amerikaanse landschap in de zeventiende eeuw. Gewend aan het vlakke vaderland, vergaapten ze zich aan ravijnen en bergpassen. Naar goed Nederlands gebruik noemden ze zo’n plek een kloof. Daarom gebruikt het Amerikaans-Engels nog altijd ‘clove’ voor ravijnen.

De Nederlanders stonden bij de exploitatie van Noord-Amerika met hun neus voorop. Dat de handelsbetrekkingen nu vierhonderd jaar oud zijn, kan niemand ontgaan zijn. De kolonie Nieuw-Nederland omvatte de huidige staten Connecticut, New York, New Jersey en Delaware. Geen wonder dat het Nederlands zijn sporen heeft nagelaten in de woordenschat van het Amerikaans-Engels, en zelfs in die van een paar indianentalen. Taalkundige Nicoline van der Sijs telt in het Amerikaans 246 woorden met een Nederlandse oorsprong, en in diverse indianentalen 69. Dat is veel, vindt ze: uiteindelijk hadden de Nederlanders het maar kort voor het zeggen in Amerika. Nieuw-Nederland ging al in 1667 definitief over in Engelse handen.

Bij de overdracht van het gebied aan de Engelsen woonden er hooguit negen- tot tienduizend Nederlanders. Zij spraken onder andere een dialect dat ‘Leeg Duits’ werd genoemd: Laag Duits, door de sprekers zelf aangeduid als ‘de tawl’. De overlevering wil dat het nogal boers klonk. Zo werd de klinker a uitgesproken als o, aw of au. Daardoor klinkt het woord baas in het Amerikaans-Engels als ‘boss’, en eten de Amerikanen ‘cole-slaw’. ‘Crawl’, een bassin om zeedieren levend te houden, komt van kraal of koraal. Eind achttiende eeuw was het aantal Nederlandssprekenden in de Noord-Amerika op zijn top: de staten New York en New Jersey telden in 1790 zo’n 100.000 Nederlandstaligen.

Nederlandse leenwoorden zijn tot de dag van vandaag terug te vinden op allerlei gebied. ‘Dollar’ is hetzelfde woord als daalder. Veel plaatsnamen gaan terug op het Nederlands. Yonkers en Barkaboom in de staat New York komen van jonker of jonkheer en berkenboom. Veel alledaagse zaken zoals eten en drinken worden aangeduid met Nederlandse woorden: waffle, cookie, balkenbry, smear-case, banket.

Met de indianen deden de Nederlanders wat ze overal ter wereld doen: handel drijven. Woorden voor bijvoorbeeld dieren, etenswaren, dranken en gebruiksvoorwerpen kwamen zo terecht in meerdere indianentalen. Zo kent het Mahican de woorden snuif en vlas.

Chauvinisten rekenen zich aan de Nederlandse wortels in Noord-Amerika graag rijk: als we New York maar niet hadden overgedragen aan de Engelsen, dan was nu het Nederlands de Amerikaanse voertaal geweest. Van der Sijs verwijst die gedachte naar het rijk der fabelen. Daarvoor waren de Nederlanders te kort aan de macht, waren ze met te weinig en verbreidden ze hun taal ook niet snel of verstrekkend genoeg.

Van der Sijs heeft voor Yankees, cookies en dollars alle teksten gebruikt die ze kon vinden over vroege Nederlanders in Amerika. Historische documenten, persoonlijke geschriften, geschiedenis- en woordenboeken. Daarin zit hem zowel de kracht als de zwakte van dit boek: het is overladen met feitjes en weetjes. De opgetekende kennis wordt daarmee weliswaar stevig onderbouwd, maar het boek wordt er niet leesbaarder door.

De opsomming van gevonden woorden heeft Van der Sijs samengebracht in stukjes woordenboek. Jammer is dat sommige lemma’s extreem lang zijn. Zo ook de theorie over de herkomst van het woord ‘Yankee’. Na vijf pagina’s weten we nog altijd niet zeker of dat woord nou wel of niet stamt van de roepnamen Jan en Kees. Desalniettemin: Van der Sijs heeft met Yankees, cookies en dollars het definitieve boek afgeleverd over het Nederlands in Amerika. Als Cookies, coleslaw, and stoops verschijnt het tegelijkertijd in het Engels, in New York.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden