De hoge hoogheid van een roeping

Als het langst verlichte venster van Nijmegen gold jarenlang het raam van de studeerkamer van prof. dr. Christine Mohrmann aan de Sint Annastraat....

Wie hoge eisen stelt aan zichzelf, kan soms niet helemaal billijk zijn tegenover anderen. Mohrmann kwam soms als hooghartig over. Misschien was ze dat wel in de naam van de wetenschap of het geloof. Ik heb haar eenmaal thuis bezocht, in het gezelschap van haar collega prof. dr. F. van der Meer. De woonkamer bleek de burgerlijke knussigheid zelf, zij schonk thee en dat ging allemaal op zijn gezellig Piggelmees. Zij had zojuist een recente publicatie van Van der Meer ontvangen: de vertaling van het leven van de heilige Macrina door Gregorius van Nyssa, met de Griekse tekst erbij gedrukt.

Zij bedankte haast terloops, maar merkte meteen daarna op dat op pagina 71, geloof ik, een iota subscriptum ontbrak (dat is een heel miniem, maar wel essentieel lettertekentje). Het gesprek bestond verder uit hoger gekeuvel. Ik meen dat ik haar nog heb bedankt voor haar schitterend ingeleide vertaling van preken van Augustinus.

Na haar bemoeienissen met de keuze van haar opvolger - zeer ongebruikelijk - raakte Van der Meer met haar gebrouilleerd, en dat was pijnlijk, want ze waren zeer nauwe geestgenoten en hadden samen de monumentale Atlas van de oud-christelijke wereld gemaakt. (Waarom krijgen grote wetenschappers zo vaak persoonlijke grote conflicten?) Zij was een groot geleerde en haar werk heeft nog altijd internationaal een zeer grote autoriteit. In talloze studies over de oudchristelijke wereld staan een of meer werken of artikelen van haar in de bibliografie .

In het jaar dat de Nijmeegse Universiteit 75 jaar bestaat, zijn twee publicaties over haar verschenen. Een geschreven portret in een van de officiële jubileumboeken, Nijmeegse gezichten. Daarin worden karakteristieken gegeven van 25 hoogleraren die de universiteit als haar 'coryfeeën' beschouwt. Over Mohrmann schrijft haar oud-leerling Louk Engels. Ongeveer gelijktijdig met Nijmeegse gezichten verscheen Wetenschap als Roeping - Prof. dr. Christine Mohrmann (1903-1988), classica van Marjet Derks en Saskia Verheesen-Stegeman (uitgeverij Vantilt, Nijmegen).

De auteurs noemen het boekje een 'biografische schets'. Het stuk van Engels is een consciëntieuze beschrijving van leven en werk, in de stijl waarin de 'Levensberichten' van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde zijn geschreven. De persoon van de auteur, die Mohrmann heel goed heeft kekend, blijft op de achtergrond. De monografie wil de verschillende aspecten van Mohrmann in samenhang beschrijven. Dat komt neer op het leven van een katholieke vrouw in de wetenschap en in het universitaire milieu. Dat klinkt ongewoon, maar Mohrmanns carrière is ook een gedwongen veroverende geweest; zij heeft als vrouw - zij was de eerste vrouwelijke hoogleraar in Nijmegen - veel hindernisen, niet alleen door de bisschoppen, maar ook door Nijmeegse professoren met huichelachtige heilige vlijt opgeworpen, moeten overwinnen.

Christine Mohrmann ging na haar eindexamen gymnasium in 1922 klassieken studeren in Utrecht. Het jaar daarop werd de Katholieke Universiteit van Nijmgen geopend. Zij schreef zich daar in. Haar leermeester werd de priester Jos Schrijnen, die ook de eerste rector magnificus van de nieuwe universiteit was. De ontdekking van deze begaafde studente was voor Schrijnen zijn ontdekking van Amerika. Het was niet bepaald het ei van Columbus. Schrijnen is haar absolute leermeester geweest. Zij zal altijd naar hem blijven verwijzen. Hun samenwerking was zeer nauw. En zo ontstond in het roomse circuit de bekende ranzige roddel, die er onder meer de oorzaak van is dat Mohrmann bij de dood van Schrijnen in 1938 niet zijn opvolger werd.

De passages over intriges, achterbaksheid en benepenheid in het universitaire milieu zijn niet de verheffendste uit de monografie. Misschien is het meest bewonderenswaardig aan Mohrmann dat zij in alle situaties gewoon heeft doorgewerkt, lesgegeven, gestudeerd, gepubliceerd. Totdat zij zo groot was dat ze niet meer gepasseerd kon worden voor een hoogleraarschap.

Het is overigens merkwaardig te moeten lezen dat niet lang na haar benoeming haar wetenschappelijke activiteit begon terug te lopen. Ze werd veel meer de begeleider dan de ontdekker. Later zullen ook haar colleges 'aan spankracht inboeten'. De passages over haar geleidelijke universitaire 'afdaling' - ze wenste ook niet mee te doen aan bepaalde onderwijsvernieuwingen, ze leefde en werkte steeds meer tegen de geest van de tijd, in de wetenschap en in de kerk - sluiten de auteurs zo af:

'In deze ontwikkeling schuilt een zekere tragiek, die het rechtstreekse gevolg lijkt te zijn geweest van haar late benoeming. Toen Mohrmann in 1953 eindelijk in Nijmegen werd benoemd, was zij inmiddels al vijftig jaar. Al twintig jaar was zij zeer actief geweest in wetenschap en onderwijs; het waren haar meest productieve jaren geweest. Waar vele anderen werden benoemd op krediet en zich vervolgens ontwikkelden, werd Mohrmann benoemd als beloning. In meer dan één opzicht was haar benoeming te laat gekomen.'

Ik denk dat hier te veel tragedie wordt gemaakt. Bij de ene benoeming - Mohrmann - oogst de universiteit van een al grote wetenschappelijke carrière, bij de andere hoopt ze op een oogst. Dat Mohrmann in twintig jaar 22 promovendi heeft gehad, kan op een enorme werkkracht, maar ook op een verschuiving in werk wijzen. De benoeming van Mohrmann kwam niet te laat, de vele veranderingen kwamen in haar leven te vroeg. Veel van haar energie moet in haar strijdbaarheid tegen de aantasting van de onveranderlijkheid zijn gaan zitten. Halsstarrigheid is haar niet te ontzeggen. En: zij had haar roeping gevolgd en zag anderen die verlaten.

Het zijn niet de kleinsten over wie legendes in omloop zijn. Mohrmann heeft zich kort na de oorlog heftig verzet tegen een nieuwe kerkelijke Latijnse vertaling van de psalmen. Paus Pius XII had tot die vertaling de opdracht gegeven. Zij zou zich tegenover hem zo heftig over de vertaling hebben uitgelaten, dat de paus geen ander ontwijkend antwoord had dan: 'Maar, mevrouw, ik ben al katholiek.'

Het is te humoristisch voor die paus, maar ook voor Christine Mohrmann, die in deze monografie een heel eerlijke portrettering krijgt. Mohrmann zou overigens woedend zijn geworden dat de jaartallen van haar grote Schrijnen er tot twee keer toe verkeerd in staan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden