De hobby van Bowles Snapshots uit het leven van een Amerikaan in de Derde Wereld

Voor Paul Bowles, schrijver, dichter, componist, waren het gewoon kiekjes van zijn vrienden in Marokko en zijn leven daar. Tot een bewonderaar ze in zijn huis in Tanger ontdekte, en er een boek van maakte....

WE KENNEN HEM als romanschrijver, van The Sheltering Sky en nog drie ongenadig mooie romans, en als dichter van een klein maar intens oeuvre. We kennen hem ook als vertaler, of eigenlijk notulist/bewerker van de verhalen die zijn Marokkaanse vrienden hem vertellen. We weten dat hij als componist aanzien geniet, al wordt zijn werk niet heel vaak uitgevoerd. Als etnomusicoloog legde hij de inheemse muziek van Marokko en Algerije vast voor de Library of Congress.

Maar Paul Bowles als fotograaf?

Museum Boijmans Van Beuningen richtte een zaal in met foto's van zijn hand. Bowles de fotograaf van het echte Afrika wordt hier ingezet als tegenhanger van Impressions d'Afrique, de expositie met werk van de surrealist Raymond Roussel, die een even grotesk als denkbeeldig Afrika tot leven bracht.

Een bezoek aan Bowles in Tanger is voor de ondernemende journalist zoiets als een beklimming van de Mont Ventoux voor de wielrenner: een niet te versmaden kerf op de palmares, en daarenboven geen onoverkomelijke opgave. De schrijver/componist is inmiddels 85 jaar. Hij verlaat zijn appartement zelden, en schijnt doorgaans bezoekers die duizenden kilometers hebben gereisd om hem te spreken, bereidwillig te ontvangen.

De Zwitser Simon Bischoff moet zo'n bezoeker zijn geweest. Maar Bischoff had een ander doel. Het ging hem niet alleen om de herinneringen van Bowles, maar meer nog om diens negatieven. In de studeerkamer van de schrijver had Bischoff een macht aan opnamen ontdekt. Op de bodem van een kist, onder het mondwater, de reuzenzak M & M's en het pak Quaker Oats die een gast voor hem had meegenomen, lagen stapels foto's van vroeger. Ze lagen ook in kasten, tussen brieven, krantenknipsels en kaarten. Er waren bekraste negatieven en 35 mm-rolletjes in aardige conditie.

De schrijver zelf had er nooit eeuwigheidswaarde aan toegekend. Een enkele keer waren door hem gemaakte foto's gebruikt voor omslagen van boeken, dat was alles. Gewoon kiekjes, niks bijzonders.

Jongen, laat toch zitten, het is de moeite niet, zal Bowles geroepen hebben. Maar Bischoff is een bewonderaar. Die hebben zo hun eigen criteria.

In zijn ogen waren de foto's prachtig, alleen al omdat het de vinger van Bowles was die de sluiter had ingedrukt. Omdat het Bowles was die daar stond met Burroughs, Ginsberg en de andere beatniks, omdat het Bowles was die in de moordende hitte de berg had beklommen om Tafraoute vanuit de hoogte te fotograferen.

Bischoff sorteerde de opnamen, zorgde voor mooie afdrukken van de negatieven, maakte soms foto's van foto's en probeerde met de schrijver het wie, wat, waar en wanneer van de opnamen te achterhalen. Vervolgens liet hij Bowles de afdrukken signeren, maakte daar zelf weer een foto van, tikte de banden met gesprekken uit en schreef een uitgebreide inleiding, waarin hij de hulp van Roland Barthes inroept, die immers in zijn boek La chambre claire betoogt dat het in de fotografie juist de amateur is die de betekenis van de foto het best weet te benaderen, omdat er bij hem geen bijbedoelingen in het spel zijn.

Paul Bowles Photographs, een deftig Schrijvers Prentenboek, had daarmee zijn rechtvaardiging. Dezelfde foto's vormen nu een expositie in Boymans Van Beuningen. Het zijn snapshots uit het leven van een Amerikaan in de Derde Wereld. Want hoe zijn hart ook uitging naar het raadsel van Marokko, hoe hij zich misschien herkende in de hardheid en directheid van het leven daar, hij heeft er nooit volledig deel van uitgemaakt. Zoals Tanger nooit echt bij Marokko zal horen, aangeraakt als het is door Europa, zo zal Bowles een Amerikaan in Afrika blijven, al wordt hij honderd.

Zijn boeken getuigen ervan dat hij weet dat een volledig opgaan in Marokko onmogelijk is. Wie te dicht bij komt, zou dat moeten bekopen, desnoods met zijn leven. Aan dat ongenaakbare inzicht ontlenen zijn boeken hun schoonheid. Het leven dat Bowles ontvouwt is grimmig, compromisloos. Het gehoorzaamt aan wetten die weliswaar afwijken van wat ons vertrouwd is, maar ons daarom niet minder rechtvaardig voorkomen.

In dat Marokko heeft Bowles geleefd en gewerkt. Omdat de jonge mannen er mooi zijn, en liefde er nooit onbaatzuchtig is. Omdat het leven er voor een jonge schrijver goedkoper was dan in de grote steden van het Westen. En misschien toch ook vanwege de kif; een paar fikse trekken aan het houten mondstuk, een ademstoot om de stenen kop schoon te blazen voor volgend gebruik en daar trekt een aangenaam lichte draaierigheid door je hoofd. Genoeg om de komende paar uur van je leven met opgeruimd gemoed te doorstaan, te weinig om er hinderlijke fysieke of psychische ongemakken aan over te houden. We zien Bowles op een foto schuldig kijken met een pijp in z'n hand, bang als hij is dat een agent hem betrapt. Een Amerikaanse vriend tekende met een stok z'n geestestoestand in het zand: stoned.

Ook de andere jonge vrienden van Bowles zijn vereeuwigd. Die in de aftandse djelabba is Driss ben Hamed Charhadi, van wie Bowles een roman (Life Full of Holes) in het Engels vertaalde. Ahmed Yacoubi, die later een bekend schilder zou worden, staat met ontbloot bovenlijf op het dakterras van hotel Palais Jamaï in Fez. De man in uniform die poseert bij de Jaguar Convertible, gekocht in 1951 nadat The Sheltering Sky een bestseller werd, is Mohammed Temsamany. De breedgeschouderde Mohammed Mrabet is de laatste in de rij hartsvrienden. Bowles vertaalde een lange reeks verhalen die Mrabet hem vertelde.

Zijn vrouw Jane Bowles kwam maar zelden voor zijn lens. Ze waren maatjes, geen geliefden. Als verwante geesten hadden ze zich eind jaren veertig in Tanger gevestigd, twee schrijvers die hoopten dat in deze turbulente stad hun talent tot wasdom zou komen. Al snel kozen ze voor gescheiden levens. In 1957, ze is dan veertig, wordt Jane getroffen door een beroerte. Er is een foto waarop we haar aan de arm van een zwaar gesluierde dame, haar Marokkaanse hartsvriendin Cherifa, door de straten van Tanger zien schuifelen.

Dan zijn er de foto's die het Marokko vastlegden dat nu bijna verdwenen is. De man met de capuchon bij de oase El Aougherout, een geheimzinnig ritueel in Timimoun van mannen met een donkere huid die met hun antieke geweren zwaaien - je zult ver moeten reizen om ze nu nog te vinden.

Bowles klaagt dat Marokko in snel tempo verwestert. Toch denkt hij ook met weemoed terug aan de zegeningen van de Franse overheersing, de tijd waaruit de meeste foto's stammen. Toen was er nog een fatsoenlijke pianowinkel in Tanger, zodat hij zich bij het componeren niet hoefde te behelpen met een elektronisch geval van Philips. Toen waren er nog goede fotowinkels, die zijn negatieven ontwikkelden.

Bowles heeft in zijn leven maar drie camera's gehad. Een goedkope Voigtländer nam hij in 1947 mee uit New York naar Marokko. Daarna kocht hij een Zeiss Ikon, nog later een Leica. Beide camera's werden in het begin van de jaren zeventig gestolen.

Dat was meteen het einde van zijn hobby.

Paul Bowles in Marokko. Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam. Van 18 januari tot en met 16 maart.

Paul Bowles: Photographs. How could I send a picture into the desert? Samenstelling Simon Bischoff. Scalo, import Nilsson & Lamm, * 98,55.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden