Review

De heilige Rita is een grootse roman die knettert van ambitie

Boek (fictie) - Tommy Wieringa

In een grootse, zintuiglijke roman keert Tommy Wieringa terug naar het landschap van zijn jeugd. Minuscule, gehavende levens krijgen een universele dimensie in een boek dat knettert van ambitie.

De kale knikker van de dandyeske Tommy Wieringa (1967) kun je onmogelijk nog wegdenken uit de Nederlandse literatuur. En maar goed ook. Avontuurlijke boeken met een brede vleugelslag geeft de schrijvende rugbyspeler ons, waarin stilistisch altijd iets op het spel staat.

Wars van boodschapperigheid roert Wieringa op allegorische wijze vaak prangende thema's aan. In zijn laatste romans is migratie telkens een leidmotief. In Dit zijn de namen (2012) goot hij het vluchtelingenthema in een wijdvertakt, haast apocalyptisch epos. Bij De dood van Murat Idrissi (2017) wierp hij een nietsontziende blik op de praktijken van mensenhandelaren.

Migranten in allerlei maten en formaten zijn er opnieuw in De heilige Rita, de roman waarmee Wieringa - na een eenmalig uitstapje naar Hollands Diep - zijn terugkeer naar De Bezige Bij inluidt. Deze roman vol autobiografische humus knettert van ambitie. Dat voel je, ook omdat de welgemikte formuleringen je van meet af aan om de oren vliegen. Tegelijk neemt Wieringa royaal de tijd om zijn hoofdpersonages vlees op de botten te geven.

Het decor is een slaperig, tegen de Duitse grens aangekleefd Nederlands dorp waar geleidelijk de halve wereld aanspoelt, van Russen tot Roemenen en van Chinezen tot Bulgaren en Polen, wat de hiërarchie tussen de stugge dorpelingen overhoopgooit. Een troosteloze streek. 'Dat was de stand van zaken in dit deel van het land: wel een wolf maar geen pinautomaat. Die hadden ze uit het dorp weggehaald. Te weinig transacties.' Het landschap drukt zwaar op de hoofdpersonages. De auteur geeft dit in wezen provincialistische verhaal met sprekend gemak een universele en, opnieuw, een catastrofale dimensie.

Fictie
Tommy Wieringa
De heilige Rita
****
De Bezige Bij; 284 pagina's; euro 19,99.

Wieringa leidt ons binnen in het leven van Paul Krüzen, een slome vrijgezel die in de veengrond is blijven steken en nooit geleerd heeft om voluit te dromen, al is hij 'een man die een gelukkige van een ongelukkige dag wist te onderscheiden'.

Zijn nering in militaire artefacten en soldatenkostuums levert hem een goeie duit op. Maar met de vrouwen lukte het nooit. Bovendien ging zijn moeder ervandoor met een avontuurlijke Rus, die bijna de dood vond in de nabije akkers en vervolgens schoorvoetend in huis werd opgenomen. 'Zijn naam was Arthur Rubin en hij was uit het Rijk van het Kwaad ontsnapt in een sproeivliegtuigje.'

Paul blijft vanaf zijn 8ste alleen met zijn vader achter. Ze zijn op elkaar aangewezen en Paul zal de zieke man later plichtsbewust verzorgen. De avonden slijten Paul en zijn kompaan, de kruidenier Hedwiges Geerdink, in een Chinees eethuis annex biljartcafé of net over de grens, in Club Pascha, het bordeel van de lepe ex-klasgenoot Laurens Steggink. Daar valt Paul geregeld in de armen van de goedige prostituee Rita. 'Wie meende dat liefde waar je voor betaalde niet kon bestaan, kende hun vurige harten niet.'

Niet zomaar is de Heilige Rita van Cascia de patroonheilige van Mariënveen. Zij ontfermt zich over alle hopeloze kneusjes. Toch maakt de roman pas echt vaart wanneer Hedwiges Geerdink overvallen wordt en dommig zijn bijeengeschraapte fortuin verspeelt. Dan nemen vijandschap en doodsangst de overhand.

Wieringa verkneukelt zich in De heilige Rita in raak getroffen taferelen in uitbundig coloriet, gebracht met achteloos vertelplezier en grimmig komische toetsen. Wat wordt hier niet allemaal losgewoeld? Verwrongen vader-zoonverhoudingen én de geschiedenis van een dorp waar niemand de moderne tijd buiten kan houden. Het verdriet om een verdwenen moeder. Het seksuele ontluiken aan de hand van Emmanuelle en vervolgens levenslange frustraties. Sluimerend geweld en geestdodende eenzaamheid. En opnieuw dat stuiteren tussen culturen, het schuifelende onbegrip en een vliegtuig als symbool voor de ontsnapping naar een beter leven.

Wieringa duikt diep in de geschiedenis van zijn geboortestreek en etaleert daarbij zowel een facettenoog voor het grote als het kleine. Tragiek en teleurstelling liggen voortdurend op de loer, uitmondend in 'de lamentatie van een achterblijver'. Of in paranoia. De verhouding tussen vader Aloïs en zoon Paul zet hij pakkend neer, net als die tussen Paul en de geïsoleerde Hedwiges, die na het verlies van zijn fortuin waanideeën cultiveert.

Dat Wieringa pas laat in het boek de plotlijnen laat ontbranden, zij hem vergeven. 'Van sommige dingen is de afloop van meet af aan duidelijk, maar toch blijf je kijken, alleen omdat je wilt weten hoe die zich zal voltrekken', lezen we ergens. Dat kan tellen als richtingaanwijzer. Duidelijk is dat 'de knuppels' in Mariënveen zich nooit boven hun geboortegrond zullen verheffen. Aan deze minuscule, gehavende levens onttrekt Tommy Wieringa een zintuiglijk boek, geschreven met jaloersmakende stilistische precisie en in hallucinerende taal.