Boeken

De heerlijke verhalen van sportschrijver Erik Brouwer gaan nooit alleen maar over voetbal ★★★★☆

Sportschrijver Erik Brouwer trok door Europa en kwam terug met prachtige verhalen, die hij met veel plezier aan de lezer vertelt. Op zijn grand tour is voetbal de leidraad, maar het gaat altijd over meer.

null Beeld Floor Rieder
Beeld Floor Rieder

In het vijftiende hoofdstuk van Voetbal in Europa, een ambitieus en veelomvattend boek waarin Erik Brouwer de geschiedenis van de sport en het continent met vakmanschap mengt, maakt de lezer kennis met een jongere versie van de auteur. Dat gaat zo.

‘Daar zit Erik Brouwer. Hij draagt een oranje trui en is roodbruin door de Servische zon. Het is de zomer van 2004. Hij heeft nog geen grijze haren, de inhammen vallen mee. Hij kijkt geconcentreerd en heeft een pen in zijn hand.’

Brouwer is in Belgrado voor een ontmoeting met Dragisa Binic, ‘de snelste speler met de slechtste techniek bij Rode Ster Belgrado’. De club won in 1991 de Europa Cup voor landskampioenen. Binic speelde in het Joegoslavische elftal en was – hier komt de methode-Brouwer goed aan het licht – ‘een van de beste vrienden van de Servische ultranationalist Arkan, voormalig voetbalclubeigenaar, etnisch zuiveraar, dood.’

Het was een vroege reis van Brouwer (1972). De meeste reizen voor Voetbal in Europa maakte hij de afgelopen jaren. Met het bezoek aan Belgrado voor zijn toenmalige werkgever, voetbaltijdschrift Johan, ging destijds een lang gekoesterde wens in vervulling. ‘Ik werd in 1990 de grootste en enige Rode Ster Belgrado-fan uit het Noord-Hollandse dorpje waar ik opgroeide: De Rijp.’

Historisch besef en een lange adem

Brouwer is een sportschrijver met een groot historisch besef en een lange adem. In bijna al zijn boeken verweeft hij sport met politieke en culturele gebeurtenissen. Dat is in dit métier ongebruikelijk. Simon Kuper is een andere uitzondering. Met Voetbal als oorlog gaf hij het genre in 1994 een grote impuls.

Kuper bezocht eind vorige eeuw 22 landen. ‘Wanneer een sport voor miljarden mensen belangrijk is, houdt zij op louter sport te zijn. Voetbal is nooit alleen maar voetbal: het helpt oorlogen en revoluties te bevorderen en het fascineert maffioso en dictators, omdat die er hun voordeel mee kunnen doen’, was het uitgangspunt van zijn reizen.

Die stelling zal Brouwer volledig onderschrijven. In bijna al zijn boeken gebruikt hij sport om de historie te duiden, en andersom. Hij schreef over zijn eigen familiegeschiedenis in Spartacus (2009) en won er de Nico Scheepmakerprijs mee. Spartacus was de naam van een joodse turnvereniging waarvan een overgrootvader lid was. De hemel is een basketbalveld (2007) is een alternatieve geschiedenis van zwart Amerika. In Schaduwboksen (2012) vertelde hij het verhaal over het boksverleden van Nelson Mandela.

Voetbal in Europa is zijn achtste boek. Niet alleen vanwege de titel doet het sterk denken aan In Europa van Geert Mak, de schrijver die begin deze eeuw Europa doorkruiste en grote gebeurtenissen uit het verleden naar het heden bracht. De vergelijking met Mak wordt – commercieel handigheidje – ook door de uitgever van Voetbal in Europa gemaakt, op de achterflap.

Van zichzelf is het boek sterk genoeg. Voetbal is het instrument waarvan Brouwer zich bedient. Hij reist en kijkt en spreekt tijdens zijn grand tour overal in Europa met ooggetuigen en betrokkenen. Uitputtend bronnenonderzoek doet de rest.

Negentien grote hoofdstukken worden afgewisseld met portretten van voetballers, uitgekozen vanwege hun maatschappelijke relevantie en populariteit, of gewoon omdat er een goed verhaal over ze te vertellen is. Het levert een bonte verzameling op van Stasi-spionnen, goelaggevangenen, vluchtelingen, alcoholisten, wonderkinderen, vrouwenjagers en verkeersslachtoffers.

Voetbal is ontzaglijk veel meer dan alleen maar voetbal, het wordt tijdens het Europees kampioenschap weer eens ondubbelzinnig bewezen. Om één voorbeeld te noemen: de protesten tegen de omstreden antihomowet in Hongarije. Intussen wordt er natuurlijk wel gewoon gevoetbald.

Drankzuchtige volksheld

Misschien wel het beste verhaal in Voetbal in Europa is ‘Streltsov en de vrouwen’. Het gaat over een supertalent uit Rusland, Eduard Anatoljevitsj Streltsov, bijgenaamd Edik, een drankzuchtige volksheld uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw met wie het bijzonder slecht afloopt.

Het naoorlogse Rusland, de gesel van het communisme en de Partij, voetbal als werktuig om het volk te paaien en te manipuleren, wodka in overvloed, strafkampen en de populariteit van voetbal: het zit er allemaal in. Brouwer is de observator met oog voor details en een getalenteerd schrijver bovendien.

‘Ik loop een rondje om het Eduard A. Streltsov-stadion en blijf stilstaan bij een metershoog Streltsov-beeld dat tussen tulpen en eiken staat. Op de grond ligt een slap bosje bloemen, een straatkat zoekt verkoeling onder een boom, jeugdspelers van Torpedo Moskou sjokken langs met ballentassen.’

Ook het graf van Edik wordt bezocht: ‘Voor de poort van begraafplaats Vagankovskoye zit een bedelaar zonder benen. Een oude vrouw verkoopt bidprentjes door een loketraam. Gangsters hebben de grootste graven op de mooiste plekken. Gewone Russen mogen blij zijn als er een naam op hun steen staat.’

In deze entourage speelt het Nederlandse voetbal, terecht, een bescheiden rol. Voor de grote verhalen is een blik op het buitenland noodzakelijk. Johan Cruijff krijgt wel een ereplaats, met een stuk waarin Brouwer rondkijkt in Barcelona en op een originele manier Cruijffs nalatenschap beschrijft – een prestatie, gezien de enorme stroom stukken en boeken die de afgelopen jaren over Cruijff zijn verschenen.

Geen concessies

Brouwer doet geen concessies aan zijn methode. Zijn blik is internationaal, de kracht van het verhaal bepalend. In het hoofdstuk over de ‘Drie van Milaan’, Marco van Basten, Frank Rijkaard en Ruud Gullit, wijdt hij vooral uit over clubeigenaar Silvio Berlusconi en over de tegenstander in de Europa Cup-finale in 1989, Steaua Boekarest.

‘Berlusconi had de spelers vooraf geboden een maand geen seks te hebben. De dokter moest de boodschap overbrengen. Gullit zei: ‘Ik kan niet voetballen met een volle zak.’ Waarna Brouwer soepel overschakelt naar het regime in Roemenië van dictator Nicolae Ceausescu, de Conducator, tevens Grote Moeder van de Natie en Genie van de Karpaten, een man die van voetballers eiste dat ze naar de kapper gingen, want hippies bestonden niet in zijn stalinistische paradijs.

Dat zijn heerlijke verhalen en Brouwer vertelt ze met plezier. Uitgeverij Inside doet het project recht met een goed verzorgde uitgave. Wat ontbreekt, is een namenregister – minpuntje – en ook een inleiding waarin Brouwer de kern van zijn bevindingen als voetbalreiziger in Europa samenvat en zijn beweegredenen toelicht, had niet misstaan.

Maar Voetbal in Europa is een bijzonder boek, dat staat vast. Het komt niet vaak voor dat een Italiaanse schrijver, Andrea Scanzi, wordt geciteerd die overeenkomsten ziet tussen Marco van Basten en Van Gogh, Mondriaan, Theo van Doesburg, Cruijff, J.D. Salinger, Kurt Vonnegut, jazzpianist Keith Jarrett, Bruce Springsteen, tennisser Stefan Edberg en Hamlet.

Scanzi is de schrijver van Canto del cigno (‘Lied van de zwaan’), een Italiaans boek uit 2004 over Van Basten. Een van de theorieën die hij uitdiept: ‘Marco van Basten bestaat niet. Andere theorie: hij was een van de ruiters van de apocalyps.’ Brouwer geniet, de lezer ook.

null Beeld Inside
Beeld Inside

Erik Brouwer: Voetbal in Europa – Een grand tour langs de Europese velden op zoek naar de ziel van volkssport #1. Inside; 576 pagina’s; € 22,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden