De halve aarde is bevlogen pleidooi voor biodiversiteit

Bevlogen pleit bioloog Wilson voor behoud van biodiversiteit. Wilsons oplossing de helft van de aarde te reserveren voor natuur is niet helemaal overtuigend.

Edward Wilson bekijkt insecten die hij heeft gevangen in Mozambique. Beeld Hollandse Hoogte

De Amerikaanse bioloog Edward O. Wilson heeft in zijn lange carrière een onuitwisbare stempel gedrukt op de twintigste-eeuwse biologie. Zijn pionierende onderzoek in de jaren zestig van de vorige eeuw naar het aantal soorten dat op eilanden van verschillende grootte kan overleven, geldt als een gouden standaard van de ecologie. Wilsons inzichten helpen natuurbeschermers van nu bepalen hoe groot natuurreservaten moeten zijn voor de effectieve bescherming van hun levende have.

Het grote publiek leerde Wilson kennen als de auteur van Sociobiology - The New Synthesis, in welk boek uit 1975 hij uit de doeken deed hoe veel menselijk gedrag biologisch valt te verklaren. Die boodschap gold destijds als behoorlijk politiek incorrect - na een lezing van Wilson aan de universiteit van Harvard, waar hij lang aan verbonden zou blijven, moesten politiemannen hem door een boze menigte demonstranten loodsen. Wonderbaarlijk dat maar veertig jaar geleden een professor die vertelde dat de mens ook maar een dier is, werd uitgejoeld.

86 is Wilson inmiddels en ruimschoots met emeritaat. Hij kan terugkijken op een geweldig productieve loopbaan, als onderzoeker van zijn geliefde mieren en andere 'sociale' insecten, maar ook als ambassadeur voor de bescherming van de 'biodiversiteit', de soortenrijkdom van de aarde. Een boekenkast vol populairwetenschappelijke boeken schreef Wilson, waarvan er twee werden bekroond met de Pulitzerprijs. Hij woont met zijn vrouw in een soort aanleunwoning en had een milde hersenbloeding. Maar nog steeds schrijft hij het ene boek na het andere. Zijn laatste, Half Earth (pas in vertaling verschenen als De halve aarde) vormt het slot van een drieluik waarin Wilson, zo blijkt, een eigen kruistocht voert. In het kort komt die hier op neer: zogeheten 'eusociale' soorten die leven in kolonies met taakverdeling, zijn van ongekend belang in de geschiedenis van het leven op aarde. Mieren vormen zulke eusociale samenlevingen, maar ook bijen en termieten. Het heeft die insecten buitengewoon veel succes opgeleverd. Ook mensen zijn eusociaal, stelt Wilson. In The Social Conquest of Earth (2012) legde hij omstandig uit hoe de mens, door een gelukkige samenloop van omstandigheden, evolueerde tot de eusociale soort die hij nu is - volgens Wilson dan. En succesvol zijn ze, die mensen.

Non-fictie
Edward O. Olson
De halve aarde.
Uit het Engels vertaald door André Haacke en Ruud van der Helm.
AUP; 236 pagina's; €19,95.

Beeld Jetske Looije000

Eigenbelang voorop

Centraal in Wilsons beeld van de evolutie van eusocialiteit staat een evolutionair mechanisme waarin eerst - geheel volgens de moderne evolutiebiologie - eigenbelang voorop staat. Dan volgt een fase waarin het individu het belang van de groep voor laat gaan. Deze 'groepsselectie' van Wilson is tegen het zere been van de meeste evolutiebiologen, volgens welke bij eusociale dieren alleen verwante individuen elkaar helpen, en vanwege die verwantschap alsnog het eigenbelang dienen.

Tegelijk is sprake van een wonderlijke omkering. Want laat het nou in zijn boek uit 1975 zijn dat uitgerekend Wilson zélf die 'verwantenselectie' uitlegde, waarbij alleen verwanten worden geholpen. Het gaat hier te ver om in te gaan op de details van het conflict tussen Wilson en het evolutionaire establishment, dat onder meer draait om ingewikkelde wiskundige berekeningen van de precieze evolutionaire opbrengst van het helpen van een verwant. Maar het geeft te denken dat in 2011 een internationaal gezelschap evolutiebiologen in een ingezonden brief in wetenschapsvakblad Nature liet weten dat Wilson zijn evolutie niet kent.

In The Meaning of Human Existence (2014; vertaald als Het raadsel van het menselijk bestaan) beargumenteerde Wilson verder hoezeer de menselijke natuur is beïnvloed door de voortdurende strijd tussen handelen uit eigenbelang en zich opofferen voor de groep. Het is die schizofrene combinatie van goede en kwade eigenschappen die hoop biedt voor de toekomst van de biodiversiteit, in een tijdperk waarin de mens de natuur op zo'n grote schaal de vernieling in helpt, is de boodschap die Wilson wil overbrengen in Half Earth. Zoals de titel al verraadt, is Wilsons oplossing: de helft van de aarde moeten we reserveren voor de natuur. Een opoffering, zeker. Maar het is in het belang van de groep die we tenslotte als mensen vormen. Want de mensheid is en blijft voor zijn voortbestaan afhankelijk van de biodiversiteit van de aarde.

Verschil tussen eusociale dieren en mensen

Op zijn zachtst gezegd vreemd is het dat Wilson in zijn drieluik over een cruciaal verschil tussen eusociale dieren en mensen stapt. Het staat in alle biologieleerboeken. Eusociale dierengemeenschappen kennen óók een taakverdeling in de voortplanting - in mieren- en bijenvolken legt alleen de koningin eieren - en meestal zijn ook door een eigenaardigheid van de genetica de verwantschapsrelaties anders dan in de rest van het dierenrijk. Zulke zaken zijn bij mensen niet aan de orde.

Dan: de halve aarde een natuurreservaat. Nergens legt Wilson uit hoe zoiets reëel zou kunnen worden uitgewerkt. Nauwelijks geeft hij uitleg over waarom de helft van de aarde nodig is, en niet éénzesde of driekwart. Over hoe een toekomstige grotere wereldbevolking nog ruimte kan maken voor zoveel natuur, is Wilson behoorlijk vaag en nogal optimistisch. Technologische ontwikkelingen zullen een verhoogde voedselproductie op een kleiner oppervlak mogelijk maken en welvarender mensen zullen minder kinderen krijgen waardoor binnenkort het aantal menselijke aardbewoners over zijn hoogtepunt heen is, om maar wat te noemen. Toegegeven, het begin van zulke ontwikkelingen is hier en daar te zien. Wie weet krijgt Wilson alsnog gelijk met zijn alternatief voor verwantenselectie - het zal niet de eerste keer zijn dat een eerst vijandelijk ontvangen idee van hem toch de geaccepteerde visie werd.

Jammer is het dat Wilson iets te vaak herhaalt hoe andere evolutiebiologen het mis hebben. Half Earth kun je zien als een bevlogen pleidooi voor het beschermen van al die prachtige natuur, met zijn soms zulke fascinerende samenlevingsvormen. Beeldend schrijft Wilson over sommige buitenissige levensvormen, bedreigingen voor de biodiversiteit, en de gelukkig nog enkele ongerepte wildernissen op aarde. Maar door de hiaten in het in zijn drieluik uitgesponnen betoog over groepsselectie, vraag je je af of Wilson maar de halve waarheid vertelt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden