boeken

De grootste Nederlandse ridderroman is weer voor iedereen te lezen. De held van het verhaal? Een scherpzinnige vrouw

Nederlands grootste ridderroman heeft een vrouw als hoofdpersoon. Geen hulpeloze figuur, maar iemand met autoriteit. Dankzij vertaler Ingrid Biesheuvel is de Limborch nu voor iedereen in moderne taal te lezen. Hoe kwam ze op het idee? En wat maakt het boek zo goed?

Casper Luckerhof
null Beeld Olivier Heiligers
Beeld Olivier Heiligers

Het heeft even geduurd, maar dan heb je ook wat. Ruim zevenhonderd jaar na verschijning is Nederlands beste ridderroman dankzij mediëvist Ingrid Biesheuvel (1951) nu in een sprankelende vertaling beschikbaar. De roman van Heinric en Margriete van Limborch – kortweg de Limborch – is een ingenieus, overrompelend epos over liefde en strijd, met meerdere verhaallijnen die de lezer over het gehele Europese continent meevoeren, van het hertogdom Limburg tot Frankrijk, Spanje, Italië, Griekenland en Constantinopel. En, uitzonderlijk voor de Middeleeuwen: het hoofdpersonage met wie het verhaal opent, is een vrouw.

Biesheuvel, een van de weinigen die nog in staat zijn kundig Middelnederlands te vertalen, zocht een paar jaar geleden naar iets om zich in vast te bijten. De pensioenleeftijd naderde, maar achter de geraniums zitten was geen optie. Ze trok haar lijvige editie van de Limborch uit de kast, aangespoord door Leidse studenten die er zo enthousiast over waren. ‘Ik dacht: dit ga ik doen’, zegt ze. Ze vroeg vertaalsubsidies aan en kreeg die tot haar vreugde. Ze kon beginnen.

Tijdens een bezoek aan de Leidse universiteitsbibliotheek toont Biesheuvel het 14de-eeuwse Middelnederlandse manuscript waarop ze haar vertaling baseerde. Het boek wordt door een bibliothecaris uit een kluis gehaald. Nee, het kluismoment mag absoluut niet gefotografeerd worden, zegt hij. ‘Zo luidt het protocol.’ Even later rijdt hij het boek op een karretje de leeszaal in. Met blote handen haalt hij het uit een doos. Zijn er geen handschoenen nodig? ‘Welnee’, zegt de bibliothecaris. ‘Dat is allemaal show uit de tijd dat Boudewijn Büch op televisie over zijn collectie oreerde. Handschoenen beschadigen boeken juist. Bovendien gaat de Limborch al zeven eeuwen mee. Hij kan wel tegen een stootje.’

Maar ’s lands grootste epos heeft het in de loop der tijd toch niet makkelijk gehad, zo blijkt. De eerste pagina’s zijn bijna volledig zwartgekleurd, alsof iemand er nachtenlang een kaars onder heeft gehouden. ‘Ja, dat is een foutje geweest van onze 19de-eeuwse collega’s’, zegt Biesheuvel met een zucht. ‘In 1846 is het manuscript nauwkeurig gelezen om er een gedrukte editie van te maken. Daarbij werd reagens gebruikt, een chemische stof waarmee de tekst tijdelijk oplichtte. Maar in de loop der decennia bleken de pagina’s er donker van te worden.’

Vertaler Ingrid Biesheuvel:  ‘Je moet denk ik echt voor je zien dat men in het kasteel op koude winteravonden bij elkaar kwam om te luisteren. De verteller richt zich ook steeds tot de toehoorder. ‘Luister goed’, zegt hij dan.’ Beeld Pauline Niks
Vertaler Ingrid Biesheuvel: ‘Je moet denk ik echt voor je zien dat men in het kasteel op koude winteravonden bij elkaar kwam om te luisteren. De verteller richt zich ook steeds tot de toehoorder. ‘Luister goed’, zegt hij dan.’Beeld Pauline Niks

Heldin van het verhaal

De Limborch gaat over een broer en een zus, Heinric en Margriete, die opgroeien in een kasteel in Limburg (niet de huidige Nederlandse provincie, maar een hertogdom ten noorden van Luxemburg). Hij is 16 jaar en hongerig naar eer en roem. Zij is een knappe, intelligente jonkvrouw. Tijdens een jachtpartij verdwaalt Margriete, waarna ze wordt ontvoerd en uiteindelijk via Griekenland aan het hof van Constantinopel belandt. Heinric beseft dat hij iets moet doen (‘Ik moest eigenlijk vervloekt zijn, op allerlei manieren, dat ik daarmee nog zolang heb gewacht!’). Hij gaat haar zoeken, dwars door Europa, en maakt onderweg allerlei avonturen mee: hij hakt hoofden van andere ridders af, strijdt mee in oorlogen waar hij eigenlijk niets te zoeken heeft en verwekt een buitenechtelijk kind.

Wie denkt dat Margriete een hulpeloos vrouwelijk personage is dat in de kerkers moet afwachten tot de mannelijke redder haar tegemoet komt snellen, heeft het mis. Margriete is juist een van de helden van het verhaal. Op slimme wijze weet ze steeds allerlei huwelijksaanzoeken van verliefde mannen af te wijzen. ‘Jonkheer, ik ben niet goed genoeg voor u, ik ben het niet waard uw vrouw te worden’, zegt ze dan, waarna de man in kwestie gedesillusioneerd het veld ruimt. Ze is ook een vrouw met autoriteit, die de keizer van Constantinopel midden in een gesprek rustig afkapt: ‘Heer, we zijn hier klaar.’

De Limborch ontpopt zich gaandeweg tot echte coming-of-ageliteratuur. De personages ontwikkelen zich van naïeve jongelingen tot verantwoordelijke vorsten. Hun houding ten opzichte van de liefde is daarbij belangrijk. Tussen alle gevechten door wordt er namelijk heel wat gezwijmeld. ‘De liefde is het échte thema van het boek’, zegt Biesheuvel. Alle personages worden vroeg of laat verliefd. Zelfs de verteller van het verhaal staat in vuur en vlam. Het schrijven van het boek maakt hem neerslachtig, zo jammert hij, maar hij gaat stug door, ‘omwille van degene die me vroeg het verhaal op te schrijven, de vrouw die mijn gedachten beheerst’.

null Beeld foto Pauline Niks - illustratie Olivier Heiligers
Beeld foto Pauline Niks - illustratie Olivier Heiligers

Geduld oefenen

De liefde wordt in het epos de grootst denkbare kracht toegedicht. Ze is iets geweldigs, maar ook iets gevaarlijks, want wie verliefd is, kan buiten zinnen raken. Zelfbeheersing is belangrijk. ‘In de Limborch is liefde geduld oefenen’, zegt Biesheuvel. ‘Niet direct opgeven als iemand nee zegt, maar met eervolle daden laten zien dat je het waard bent.’

Geduld oefenen lukt niet iedereen in het epos, en daar komen oneervolle daden van. Zo komt Heinric op zijn reis in Milaan de jonkvrouw Europa tegen. Zij wordt op slag verliefd op de ridder. ‘Ach help, wat doet de liefde me toch aan!’, roept ze uit. ’s Nachts in het kasteel sluipt ze naar zijn slaapkamer. Ze is zich bewust van de problemen die dit gaat opleveren, maar zet toch door. ‘Kom naast me liggen, ik ben heel blij dat u gekomen bent!’, buldert Heinric zodra ze in de deuropening staat. Na de daad veinst Europa dat ze dit toch vooral voor hém deed: ‘Nu hebt u met mij uw wil gedaan. Dat kon ik nu niet weigeren.’

De Limborch bestaat, net als de Aeneis van Vergilius, uit twaalf boeken (hoofdstukken, zouden wij nu zeggen). Het werk werd mondeling voorgedragen. ‘Je moet denk ik echt voor je zien dat men in het kasteel op koude winteravonden bij elkaar kwam om te luisteren’, aldus Biesheuvel. ‘De verteller richt zich ook steeds tot de toehoorder. ‘Luister goed’, zegt hij dan.’

Het heldenverhaal, dat is geschreven door een auteur over wie niets anders bekend is dan dat hij zichzelf ‘Heinric’ noemt, gold in de Nederlandse Middeleeuwen als een van de populairste ridderromans. Het werd aan het eind van de 15de eeuw nog bewerkt in het Duits. In de loop der eeuwen verscheen het verhaal meer dan dertien keer in druk.

Pagina’s uit het exemplaar van de Limborch in de universiteitsbibliotheek van Leiden. Het originele, begin 14de-eeuwse handschrift is niet bewaard gebleven. Beeld Pauline Niks
Pagina’s uit het exemplaar van de Limborch in de universiteitsbibliotheek van Leiden. Het originele, begin 14de-eeuwse handschrift is niet bewaard gebleven.Beeld Pauline Niks

Een tijdje in de vergetelheid

Het is eigenlijk wonderlijk dat de Limborch niet eerder naar het Nederlands is vertaald. ‘Dat heeft waarschijnlijk deels te maken met de omvang van het werk’, zegt Biesheuvel. ‘Maar ook met het feit dat critici het epos in de 19de eeuw neersabelden. Ze vonden het te licht. Daarmee raakte het een tijdje in de vergetelheid, totdat 20ste-eeuwse letterkundigen zoals de dichter en Leidse hoogleraar Albert Verwey het juist weer begonnen te prijzen.’

Verwey bewerkte de roman tot een verkorte versie om tijdens zijn colleges aan studenten voor te dragen. In de inleiding van het boek, dat kort na zijn dood in 1937 is gepubliceerd, bewierookt hij de Limborch vanwege de ‘levende personages’ en de verhaallijnen die ingenieus in elkaar grijpen. En, zo schrijft hij: ‘Het zesde boek behoort zonder twijfel tot de beste novellen, die men, waar ook, gelezen heeft.’

Biesheuvel vertaalde eerder onder andere werk van de 13de-eeuwse Jacob van Maerlant, talloze Arthurromans en Floris ende Blancefloer. De Limborch was een moeilijkere klus, zegt ze. ‘Ten eerste vanwege de lengte van zo’n 23 duizend versregels. Maar ook omdat het originele, begin 14de-eeuwse handschrift van de dichter niet bewaard is gebleven. Er zijn twee volledig overgeleverde afschriften van zijn verhaal, maar die zijn van iets later, bevatten de bekende kopiistenfouten en verschillen soms inhoudelijk. Naast dit handschrift in Leiden ligt er nog een Limborch in de Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel. Dat is geschreven in het Middelduitse Ripuarisch en is zo’n 1.200 verzen langer.’

Momenteel werkt Biesheuvel aan een vertaling van Der naturen bloeme van Van Maerlant, een middeleeuwse encyclopedie over alles wat er in de natuur te vinden is. ‘Een prachtig werk’, zegt ze. ‘Binnen een halve eeuw zullen deze teksten misschien helemaal niet meer in hun oorspronkelijke vorm gelezen worden. Dat zou eeuwig zonde zijn.’

Roman van Heinric en Margriete van Limborch. Uit het Middelnederlands vertaald door Ingrid Biesheuvel. Athenaeum; 488 pagina’s; € 35.

null Beeld Athenaeum
Beeld Athenaeum
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden