De grootsheid van nuchtere kleilanden

Hier en daar is een boom weggekapt of een huisje opnieuw gestut. Maar wat vooral opvalt is hoe weinig het Groningse platteland de afgelopen decennia is veranderd....

En ondanks de oprukkende stad Groningen heeft zijn 42 jaar oude portret van het gehucht Essen aan actualiteit nog niets ingeboet. Hetzelfde geldt ook voor Avond in Garnwerd, Obergum en Kolklandschap Oosternieland van Johan Dijkstra.

Dat de tijd althans in delen van Groningen heeft stilgestaan is te zien in de catalogus 'Voor het Voetlicht: de Ploeg en de Provincie Groningen'.

Niet alleen toont het boek de volledige Ploeg-collectie van de provincie Groningen, tien van die werken zijn met foto's van de huidige situatie ter plekke in een historisch-geografische context geplaatst.

Jammer dat het stilstaan van de tijd niet is opgegaan voor Blauwbörgje in mei van Altink, het oudste (1927) en tevens fraaiste en meest waardevolle werk van de tentoonstelling in het provinciehuis. Het doek toont twee boerderijtjes van de koemelkers die er toen woonden. Het is geschilderd in een periode dat Altink het expressionisme achter zich begon te laten. Het palet werd lichter en zachtmoediger, de verftoets gevarieerder en speelser. Bovendien gebruikte Altink een voor die tijd gewaagd contrast van complementaire kleuren: paars-violet-blauw naast het voor het Groning se landschap authentiekere groen en geel.

Het lommerrijke Blauwbörgje had een bijzondere betekenis voor de leden van de Groningse kunstenaarsvereniging.

De boerderij van de familie Schuitema was voor hen een pied-à-terre waar ze hun bohémien-gevoelens konden delen, hun anders-zijn konden koesteren en bovenal gezamenlijk konden schilderen en tekenen. Dit openlucht-atelier in een ongerept, on-Gronings stukje natuur, zoals Dijkstra het noemde, was de kraamkamer van de jonge Groninger schilderkunst. Maar de beide boerderijtjes hebben al lang plaatsgemaakt voor een universiteitscomplex en een woonwijk.

Catalogus en tentoonstelling tonen weer eens aan hoe belangrijk het noordelijke landschap met zijn soms verrassende kleur- en lichtsensaties was als inspiratiebron voor de meeste leden van de Ploeg.

Kunsthistorica Ineke Kool van Langenberhe citeert in de catalogus Dijkstra, die over de ziel van de Ploeg verklaarde dat die zich 'na enkele lichte stormen van expressionisme en constructivisme, die tot hier hun laatste golven cirkelden', hervond in de natuur.

Waar de leden van de Haagse School - waartoe Groningers als Jozef Israëls, de broers Taco en H. W. Mesdag en de familie Van Houten behoorden - zich richtten op het idyllische en afwisselende Drenthe, oriënteerde de Ploeg zich op de open, tot eindeloze vergezichten over zware kleigrond uitnodigende vlaktes ten noorden van de stad Groningen. Het is misschien wel het meest opmerkelijke aan hun werk: dat ze een landschap zonder enige vorm van beslotenheid en barmhartigheid, 'een terra incognita voor de schilderkunst' (Dijkstra), zo fraai en toch waarachtig kunstzinnig gestalte hebben gegeven.

Ploeg-lid Hendrik de Vries schreef dat er 'roekeloze drift nodig was om de zogenaamd nuchtere kleilanden aan te durven in hun werkelijke grootsheid, om hun ''proza'' te vertolken in een openluchtkunst waar de zeewind geweldig doorwaait.'

En Dijkstra vond dat 'de oude kerken op de wierden, waar de bomen het teken dragen van de wind, eindelijk riepen om geschilderd te worden'.

Dankzij vooral het maecenaat van oud-griffier, J. Hangelbroek, beschikt de provincie Groningen over een kunstschat van een zestigtal Ploeg-werken. Gelukkig zijn ze eindelijk uit de krochten en ambtenarenkamertjes van het provinciehuis weggehaald om aan het grote publiek te tonen. Ze leidden een verborgen bestaan, waren voor het grote publiek verborgen en maakten zelden of nooit deel uit van exposities over De Ploeg. Voor het eerst is die 'verborgen collectie' nu te zien.

En Hangelbroek blijkt het, misschien met meer geluk dan wijsheid, goed te hebben gezien. De toenemende belangstelling voor de Ploeg, in de jaren negentig aangewakkerd door fraaie overzichtstentoonstellingen in het Groninger Museum, betekent dat de provincie Groningen op een goudmijntje zit. Minder risicovol dan aandelen, deze kunst, en je kunt er nog mee pronken ook.

Voor het voetlicht: De Ploeg en de provincie Groningen. Nieuwe Vleugel van het Provinciehuis in Groningen, tot en met 17 december. Catalogus: uitgeverij Philip Elchers, ¿ 55,-.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden