interview Bernard Haitink

De grootse maestro Bernard Haitink (90) stopt. ‘Ik heb geen zin in officiële afscheidsdingen, maar het is een feit dat ik niet meer zal dirigeren’

Bernard Haitink: ‘Natuurlijk heb ik er gevoelens bij, maar die probeer ik verder geïsoleerd te houden. Als ik al een traan laat, doe ik dat privé.’ Beeld Joe Hart

Hij noemde het eerst een sabbatical, maar nu maakt de grootse maestro Bernard Haitink duidelijk dat hij stopt met dirigeren. Zaterdag staat hij voor het laatst in het Concertgebouw in Amsterdam. Met V blikt hij terug op 65 jaar op de bok. 

Het is een chique Londense wijk met witte stadspaleisjes. Hekje, voortuin, een paar treden op naar het bordes. Met een klik springt de voordeur open. In de hal wenkt Patricia Haitink (58). Hier links, daar rechts en in de deuropening van zijn studeerkamer verschijnt haar man, de dirigent Bernard Haitink (90), we noemen hem zonder schroom de wereldvorst van zijn vak. Hij draagt een zomerse combinatie boven comfortabele sandalen. 

Behoedzaam loopt Haitink naar zijn bureau voor het erkerraam, met uitzicht op de tuin. Op het blad ligt een gebonden boek met pluizig ezelsoor. Het is de partituur van Bruckners Zevende symfonie, het stuk dat Haitink zaterdag dirigeert in de NTR ZaterdagMatinee in het Concertgebouw. Dan leidt hij de club waar zijn loopbaan ooit begon, het Radio Filharmonisch Orkest. Patricia Haitink, altviolist en jurist, schuift voor het bezoek een stoel bij. 

‘O mijn God’, zegt Haitink, als hij een kopietje onder ogen krijgt van een interview uit zijn begintijd. De Leeuwarder Courant introduceert hem in 1958 als ‘een vastberaden, doelbewust en zelfverzekerd man’. Bernard Haitink schiet in de lach. ‘Dat ben ik überhaupt níét, nog steeds niet.’ Hij schudt zijn hoofd en mompelt. ‘Het kan gek gaan.’

In januari van dit jaar verscheen het bericht dat Haitink een sabbatical wilde nemen. Het was hem natuurlijk gegund, de  maestro die 65 jaar in het vak zit. Alleen al bij het Concertgebouworkest dirigeerde hij ruim 1.500 concerten. Behalve hilariteit (een sabbatical, op je 90ste?) riep de beslissing vragen op. Hoe gaat Haitink herbronnen? Waarom vindt hij het nodig? En wanneer komt hij terug? 

Wie ernaar vraagt, stuit meteen op ergernis. ‘Ach, die hele sabbatical, dat gedoe. Luister even, ik ben 90. En als ik zeg dat ik een sabbatical neem, dan is dat omdat ik niet wil zeggen: ik houd op. Ik heb geen zin in al die officiële afscheidsdingen, maar het is een feit dat ik niet meer zal dirigeren.’

U stopt?

‘Maar natuurlijk.’

Dan wordt het zaterdag uw laatste optreden in Nederland. Bereidt u zich voor op een emotioneel afscheid?

‘Mensen vergeten gauw, laten we eerlijk zijn.’

Laat u een traan?

‘Natuurlijk heb ik er gevoelens bij, maar die probeer ik verder geïsoleerd te houden. Als ik al een traan laat, doe ik dat privé. Ik praat niet graag over mijn gevoelens, dat is denk ik mijn Hollandse aard. Vraag me dus niet hoe ik eronder ben. Ik wéét het niet.’

Speelt in de beslissing mee dat u vorig jaar bent gevallen, na Mahlers Negende symfonie bij het Concertgebouworkest?

‘Ja, natuurlijk, dat was een gemene klap. Sommige mensen dachten: dit is het dan. Dat dacht ik zelf ook. Ik heb er later met Patricia over gesproken. Als ik alleen was geweest, was ik misschien op een of andere manier nog doorgegaan. Van de andere kant wil ik niet in een situatie belanden waarin mensen zeggen: Bernard is een aardige kerel, maar hij moet niet meer dirigeren. Dat wil ik voorkomen.’

U vertrekt op het hoogtepunt.

‘Dat hoop ik dan maar.’

Partituur op de tafel van Bernard Haitink in zijn huis in Londen. Beeld Joe Hart

Wat gaat u doen met uw vrije tijd?

‘Gewoon, leven. Mijn vrouw is heel inventief in het organiseren van dingen. En ik ben een verwoed lezer, het liefst van alles door elkaar. Ik ben nu bezig aan De Thibaults, een romancyclus van Roger Martin du Gard. Daar ziet u een nieuwe biografie van Beethoven. En Julian Barnes behoort tot de strijkers, eh, schrijvers op wie ik kien ben.’

Informeel heeft Haitink al vaarwel gezegd bij orkesten in München en Chicago, Londen en Berlijn. ‘Ja, het is een hele verzameling. Ik had niets aangekondigd, maar kennelijk heeft iemand ze iets in het oor gefluisterd. Het kwam vanuit de musici. Of we na het laatste concert nog even bij elkaar konden komen.’ Overal kennen ze Haitinks magie. Als mens mag hij vol twijfel zitten, zijn gebaren kennen geen onzekerheid. Hoe vaak zagen musici het niet gebeuren: de klank die hij in zijn hoofd heeft, vloeit via armen, handen en vingers feilloos door naar hen. 

Het valt in 1954 ook Ferdinand Leitner op, docent bij een dirigentencursus in Hilversum. Hij neemt Haitink, een schuchtere vioolstudent uit Amsterdam-Zuid, onder zijn hoede. Voor het presentatieconcert, met operamuziek van Wagner, is de debutant doodnerveus. ‘Ik weet nog dat ik dacht: ogen dicht, geef een opmaat.’  

In 1956 valt Haitink in bij het Concertgebouworkest, vijf jaar later treedt hij aan als chef. In 1988, beroemd en wel, stapt hij over naar het Londense operahuis Covent Garden. In Amsterdam vertrekt hij met gekrakeel, gekrenkt dat het orkest hem na 27 jaar chefschap niet meer lijkt te waarderen. Maar Haitink keert terug en wordt zelfs eredirigent, al houdt hij zijn luimen. Dit seizoen hielp hij het orkest uit de brand: hij nam concerten over van chef Daniele Gatti, die werd weggestuurd na beschuldigingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. 

Hoe kijkt u aan tegen die kwestie?

‘Ik denk dat er overhaaste beslissingen zijn genomen. Daarbij vind ik het zorgelijk dat opeens iedereen uit de leiding verdwijnt. Gatti weg, directeur Raes weg, het is algehele uitverkoop. Ik begrijp dat een deel van de musici nu zelf de zaak in handen wil nemen. Dat juich ik toe, want als het cliché van de cynische orkestmusicus érgens niet geldt, is het in Amsterdam. Maar een orkest is nooit unaniem en dan krijg je misschien weer gedonder. Ik hoop vooral dat de artistieke kwaliteit niet daalt.’

Wat adviseert u?

‘Zoek een capabele directeur die goed coördineert. Ik heb een paar namen gesuggereerd van mensen die ik ken en vertrouw. Het kunnen van de musici is groot, maar ze vormen het topje van een ijsberg. Onder water zit veel werk dat ze niet zelf kunnen verrichten.’

Hebt u tips voor een nieuwe chef?

‘Eigenlijk denk ik dat het beroep van chef-dirigent achterhaald raakt. De beroemde namen uit het verleden, Willem Mengelberg en Eduard van Beinum, brachten veel tijd door in Amsterdam. Tegenwoordig reizen chefs voortdurend van het ene orkest naar het andere.’

Driftbuien, de overgevoelige Haitink heeft ze moeten leren beheersen. ‘Ik kon er enorm mee zitten als ik onaardig deed tegen een orkest. Gelukkig gebeurt het nog zelden. Je moet orkestmusici respecteren, wat begin je zonder ze?’ Evengoed liep het Radio Filharmonisch Orkest de afgelopen weken op eieren. Er dreigde een akkefietje rond een stuk dat, op Haitinks voorstel, voor het concert van zaterdag was gekozen: de Vierde symfonie van Anton Bruckner. Haitink dirigeerde het werk voor het eerst in 1956, te gast bij het Radio Filharmonisch. Een jaar later was hij hun chef. 

Cirkel rond, fraai afscheid.

‘Dat dacht ik ook. Tot ik ontdekte dat ze Bruckner Vier in mei al hadden gepland met Gustavo Gimeno, overigens een uitstekende dirigent. Een vriend van me zei: dan zijn ze in elk geval goed ingespeeld. Maar dat is nou juist wat ik níét wil. Ik wil met een schone lei beginnen, niet met de resten van een voorganger.’

Bernard Haitink in zijn huis in Londen. Beeld Joe Hart

Als alternatief hebt u gekozen voor Bruckner Zeven. Dat is dit seizoen zo’n beetje uw lijfstuk. Op 6 september klinkt het ook op uw allerlaatste concert, met de Wiener Philharmoniker in Luzern.

‘Tussen mij en Bruckner is het een rare affaire. Ik ben absoluut niet religieus, Bruckners muziek juist wel. Het is een van de raadselen van mijn leven.’

Sommigen vinden Bruckner saai: geometrische klankvlakken, geen emotie.

‘Dat kan ik me goed voorstellen, maar ik houd er toevallig wél van. Toegegeven, als componist was Bruckner onhandig. Hij liet zich vaak beïnvloeden door goedmenende vrienden, vandaar dat gedoe rond de oerversies van zijn symfonieën.’

Hij was een twijfelaar, net als u.

‘O zeker, nog altijd.’

Recensenten schrijven: hoe ouder Haitink wordt, hoe jeugdiger hij gaat klinken.

‘Dat is een merkwaardige ontwikkeling. Toevallig las ik er gisteren iets over. Als een artiest, wat ik hopelijk ben, zich ontwikkelt, wat ik hopelijk doe, dan wordt hij steeds kritischer op zijn verleden. Een aantal jaar geleden nam ik in Londen een nieuwe Beethovencyclus op. De oude, met het Concertgebouworkest, beviel me bij terugluisteren helemáál niet. Te langzame tempo’s, middle of the road, gewoon niet goed. Toen besefte ik hoeveel ik in de loop der jaren was veranderd.’

In welke zin?

‘Meer ervaring, meer zelfvertrouwen, beter in staat een orkest te bezielen.’

En meer lef misschien? Vorig jaar in Mahler Negen mochten de violen schuren en de fluiten knersen. Het was muziek van stukken en brokken, niks mooispelerij. Over uw schouder keken we mee in het grote niets.

‘Terwijl ik toen voor mijn gevoel niets bijzonders heb gedaan. Geen excentrieke dynamiek, geen pathetische vertragingen, niets waar Mahler niet om vraagt. Maar het is nu eenmaal een stuk met wrede momenten.’

Mengelberg noemde het Mahlers afscheidsstuk: afscheid van de kunst, van de muziek, van het leven.

‘Of het een afscheid is weet ik niet. In elk geval lost het op in een niets.’

Denkt u zelf weleens aan het laatste afscheid?

‘Ik stel me er niets bij voor.’ 

Stel dat straks een orkest belt: meneer Haitink, we hebben een zieke.

‘Ik heb tegen ze gezegd: ik plan geen datum meer op de lange termijn. Maar mocht, mócht ergens de nood aan de man zijn, misschien kan ik dan inspringen. Maar of ik het doe hangt af van zo veel factoren. Het programma, de repetitietijd, de afstand. Naar Amerika vlieg ik bijvoorbeeld niet meer. Maar eerlijk gezegd: als ik eenmaal ben gestopt, geloof ik niet dat ik het nog kan, dirigeren.’

Patricia Haitink begeleidt het bezoek naar de voordeur. Over de gemoedstoestand van haar echtgenoot zegt ze:  ‘Het is tegenstrijdig. We maken er weleens grappen over. Dat Bernard nog eindigt als dirigent voor feesten en partijen.’

NTR ZaterdagMatinee. Strauss: orkestliederen, Bruckner: Zevende symfonie. Camilla Tilling (sopraan), Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Bernard Haitink. Amsterdam, Concertgebouw, 15/6, 14.15 uur. Rechtstreeks op NPO Radio 4, webcast via radio4.nl.

Beeld AFP

Bernard Haitink, 65 jaar dirigent

1954 cursist bij de Nederlandse Radio Unie

1955 assistent-dirigent Nederlandse Radio Unie

1956 debuut bij het Concertgebouworkest

1957-1961 chef-dirigent Radio Filharmonisch Orkest

1961-1988 chef-dirigent Concertgebouworkest

1967-1979 chef-dirigent London Philharmonic Orchestra

1978-1988 artistiek leider operafestival Glyndebourne

1987-1998 music director Royal Opera House Covent Garden

1999 eredirigent Koninklijk Concertgebouworkest

2002-2004 chef-dirigent Sächsische Staatskapelle Dresden

2006-2010 chef-dirigent Chicago Symphony Orchestrra

2012 beschermheer Radio Filharmonisch Orkest

2019 erelid Wiener Philharmoniker

MEER OVER BERNARD HAITINK

Wat kenmerkt Bernard Haitink als dirigent? We vroegen het aan twee musici die hem goed kennen. Werner Herbers (78) speelde hobo onder Haitink vanaf 1970, toen Herbers (zelf ook dirigent) toetrad tot het Concertgebouworkest. Manoj Kamps (31) is een veelbelovend dirigent en bewonderaar van Haitink, bij wie hij ook een masterclass volgde. Dit zijn zes eigenschappen waarmee Haitink zich onderscheidt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden