Interview Schrijver Tommy Orange

'De grond van onze voorouders gaat vandaag de dag verborgen onder glas en beton’

Beeld Valentina Vos

Hét Amerikaanse debuut van 2018 was de roman There There van Tommy Orange. Hij laat stemmen aan het woord die amper worden gehoord: die van Amerikaanse indianen die niet in reservaten maar in de grote steden leven.

Tommy Orange’s loopbaan als indiaan begon op school, toen hij een jaar of 6, 7 was.

‘Ik groeide op in een gemengde wijk in Oakland, Californië: blank, zwart, Joods, latino, Hawaïaans en wat al niet. Als jongen met een Cheyenne-vader en een blanke moeder voelde ik me niet echt anders dan de rest. Totdat, de week voor Thanksgiving, mijn vader op school werd uitgenodigd te komen vertellen over wat het is om Native American te zijn. Het is voor een kind denk ik altijd een beetje gênant als je ouders in de klas verschijnen en in mijn geval kwam daar nog bij dat mijn vader er in alle opzichten uitziet als een native en Cheyenne als eerste taal heeft. Vanaf dat moment wist iedereen: Tommy is een indiaan.’

In zijn verhaal voor de klas beperkte Orange’s vader zich tot uitleg over Cheyenne-tradities, zonder veel in te gaan op het valse beeld dat de Amerikaanse schoolboeken tot de dag van vandaag schetsen over Thanksgiving: een feestmaal dat de vriendschap tussen de kolonisten en de Wampanoagstam zou hebben bezegeld. Orange zelf is daar minder terughoudend over: ‘Die maaltijd was niet meer dan landtransactiefeest. Twee jaar later werd opnieuw zo’n maaltijd georganiseerd als symbool van eeuwigdurende vriendschap. Tweehonderd indianen stierven die avond aan een onbekend vergif.’

Het afgelopen jaar was Tommy Orange (Oakland, 1982) een van de spraakmakende auteurs in de Verenigde Staten. In zijn debuutroman Er is geen daar daar (There There) laat hij stemmen aan het woord die normaliter nauwelijks worden gehoord: die van Amerikaanse indianen, en dan met name zij die niet in reservaten leven, maar in de grote steden, wat tegenwoordig voor 70 procent van hen geldt.

In Er is geen daar daar volgen we de lotgevallen van twaalf van hen: een jongen die aan foetaal alcoholsyndroom lijdt, een werkloze, obese man met constipatie, een voormalige alcoholiste die werkzaam is als verslavingsconsulente, iemand die probeert zijn bestaan zin te geven door terug te grijpen op de Cheyennetradities van zijn voorouders, een randfiguur met plannen voor een beroving. Kortom: niet bepaald een geprivilegieerd gezelschap en daarmee representatief voor veel afstammelingen van de Amerika’s oorspronkelijke bewoners.

Hoe noemen we die oorspronkelijke bewoners trouwens? In Er is geen daar daar komen we diverse varianten tegen. Orange: ‘De gebruikte termen zijn generatie-afhankelijk. Mijn vader spreekt over ‘indianen’. De generatie van de Burgerrechtenbeweging heeft het over ‘Amerikaanse indianen’, in het huidige politieke klimaat wordt meestal over ‘Native Americans’ of kortweg ‘natives’ gesproken, maar je hoort ook het meer formele ‘First Nations’. In mijn boek gebruiken veel personages het woord ‘indiaan’ als een geuzennaam. Ikzelf ook vaak.’

In de proloog schetst Orange een beknopt maar schrijnend beeld van het huiveringwekkende lot van de Amerikaanse indianen als gevolg van de blanke kolonisatie en schrijft hij bitter over de oude en nieuwe mythes die rondom deze gebeurtenissen zijn ontstaan: ‘Kevin Costner die ons redt, John Wayne die ons met zijn revolver neermaait en Iron Eyes Cody, een Italiaanse acteur die onze rollen vervult in films’.

Veel hoop dat er op korte termijn verandering komt in het beeld dat Amerikanen van hun verleden koesteren, heeft Orange niet. ‘Donald Trump zei nog heel recentelijk: ‘We hebben dit land getemd en we gaan daarvoor niet onze excuses aanbieden.’ Native Americans vormen maar 2 procent van de bevolking. We leggen niet veel gewicht in de schaal.’

Orange groeide op in een verscheurd gezin. Waar zijn vader midden in de Cheyennetraditie stond, was zijn moeder een hippie die na een spirituele zoektocht uiteindelijk lid werd van de Evangelische Gemeente.

‘Zij sprak voortdurend over het einde der tijden, over hel en verdoemenis, en dat maakte mij doodsbang. Maar mijn vader was op zijn manier ook een fanaticus, dus er was altijd ruzie. Dat was op zijn zachtst gezegd verwarrend. Voor allebei mijn ouders gold dat je relatie met God het belangrijkste in het leven was. Hoe het met mij op school ging, deed niet zo ter zake. Ook niet voor mijzelf trouwens, want ik was ervan overtuigd dat het einde der tijden zou zijn aangebroken voordat ik volwassen was.’

Een cruciale gebeurtenis in Orange’s leven was het moment dat er bij zijn vader lymfeklierkanker stadium IV werd geconstateerd. ‘Dat is het stadium waarin de kanker is uitgezaaid naar andere organen. In de Native American Church, waartoe mijn vader behoort en mijn immer zoekende moeder tegenwoordig trouwens ook, worden er bij ernstige ziekten vier ceremonies doorlopen. Die behelzen onder meer gebed en zang bij een houtvuur in een tipi, alsook het gebruik van peyote, een middel dat aan bepaalde cactussen wordt ontleend. En: hij genas! Na de ceremonies zou hij chemotherapie krijgen, maar dat bleek tot verbijstering van zijn artsen niet meer nodig. Voor mij was dit een cruciale gebeurtenis, waardoor ik heel anders tegen het leven en tegen mijn eigen achtergrond ging aankijken.’

Rond dezelfde tijd kreeg Orange een baan in een tweedehands boekwinkel en werd, naast de Cheyennecultuur, de literatuur zijn tweede grote fascinatie. Hij belandde bij een non-profitorganisatie die zich richtte op Native Americans en nam onder meer deel aan een storytelling-project waarbij hij levensverhalen vastlegde. Zo raakte hij steeds meer vertrouwd met de leefomstandigheden van de ‘stadsindianen’ die hij in zijn boek zo treffend omschrijft:

‘Het geluid van de snelweg is ons bekender dan dat van een rivier, het gehuil van een trein in de verte bekender dan wolvengehuil, de geur van benzine en natgeregend asfalt, de geur van rubber is ons bekender dan die van cederhout of salie.’

Beeld Valentina Vos

Gaandeweg rijpte het plan om een boek te schrijven waarin hij die ‘stedelijke indiaanse ervaring’ tot uiting zou brengen. Orange volgde een cursus creative writing aan het Institute of Native American Arts en begon te werken aan een project waarin een veelheid aan stemmen moest doorklinken, maar dat tegelijk een eenheid moest zijn.

‘Een tijdlang werkte ik met allerlei experimentele technieken, maar eigenlijk was dat meer spelen dan serieus schrijven. Toen mijn vrouw me op een dag vertelde dat ze zwanger was, besefte ik: nu moet je toch echt serieus aan de slag, man. Er komt een kind! Niet lang daarna las ik Let the Great World Spin van Colum McCann, en vond mijn vorm.’

Let the Great World Spin opent met een waargebeurd tafereel uit 1974, waarin een Franse evenwichtskunstenaar achtmaal over een kabel heen en weer loopt, die hij op honderden meters hoogte tussen de Twin Towers heeft gespannen. McCann gebruikt deze scène als samenbindend principe om de verhalen te vertellen van een uiteenlopend gezelschap New Yorkers die getuige waren van de gebeurtenis.

‘Uit de veelheid van verhalen die ik in de loop der jaren had gehoord, schiep ik twaalf Native Americans uit Oakland, Californië, die allemaal het plan hebben om de grote powwow bij te wonen: de jaarlijkse feestelijke indiaanse ceremonie in het plaatselijke Coliseum-stadion. Sommigen hopen er een bevestiging van hun identiteit te vinden, voor anderen biedt het simpelweg werkgelegenheid, weer anderen komen er om op te treden, of het optreden van familieleden te aanschouwen, en nog weer anderen zien hier een perfecte gelegenheid een roofoverval te plegen.’

De enigszins raadselachtige titel There There ontleende Orange aan de eveneens uit Oakland afkomstige Gertrude Stein (1874-1946), die in Everybody’s Autobiography (1937) constateert hoe haar geboortehuis, en daarmee haar jeugd, zijn verdwenen en dat eigenzinnig Steiniaans verwoordt: ‘There is no there there’. In de Nederlandse titel is de volledige zin bewaard gebleven.

‘Het citaat is zeer van toepassing op de indianenbevolking van de VS. Dit laat ik een van mijn personages ergens zeggen, maar het is ook mijn mening: de grond van onze voorouders gaat vandaag de dag verborgen onder glas en beton en draad en staal, de herinneringen zijn onherroepelijk bedekt. Toen ik There There ging googelen bleek dat er ook een Radiohead-song is met die titel, die qua tekst en sfeer perfect bij mijn idee aansloot.’

Hoewel de roman een bij vlagen ontluisterend beeld geeft van het leven van indiaanse Amerikanen, was de ontvangst van Er is geen daar daar in deze kringen uitgesproken positief.

‘Vooral de niet-indiaanse lezers hebben oog voor de duistere, tragische aspecten die in het boek worden beschreven. Dat merk ik wanneer ik lezingen of publieksinterviews geef. Ook tonen mensen zich vaak verrast, omdat zoveel van wat ik over de geschiedenis en het hedendaagse bestaan van Native Americans vertel onbekend is.

Beeld Valentina Vos

‘De natives zelf zijn vrijwel unaniem positief. Zij vinden dat ik hen op een eerlijke wijze voor het voetlicht heb gebracht. Ze herkennen zich in de verhalen. Misschien is het opmerkelijk, maar de mensen over wie mijn boek gaat, zien hun levens niet als tragisch, hoezeer ze ook doortrokken zijn met droevige feiten en gebeurtenissen.’

Zelf is Orange van mening dat tragiek weliswaar een aspect van het boek is, maar niet het enige. ‘Het is ook grappig en niet zonder hoop. Ik geloof niet dat ik in mijn boek de vuile was heb buiten gehangen van de gemeenschap waarvan ik deel uitmaak, maar zie het als een oprecht onderzoek naar mijn eigen omgeving. Exploratie, geen exploitatie.’

Ondanks het ongunstige gesternte van het Trump-tijdperk hoopt Orange met zijn roman een bijdrage te leveren aan de emancipatie van zijn volk. ‘Ik hoop dat mijn boek een beetje werkt als een Paard van Troje: ideeën die worden binnengehaald omdat ze zijn vormgegeven als kunst. Ik wil geen priester of leraar zijn, maar kunst waarbij niets op het spel staat vind ik niet interessant.’

Vanaf het eerste hoofdstuk is duidelijk dat enkele personages van plan zijn de powwow te misbruiken voor hun eigen doeleinden en gedurende de roman is dat een voortdurende bron van spanning. Er zijn natives met snode plannen en uit de 3D-printer afkomstige pistolen. Zonder in detail te treden: de spanningen bereiken hun climax gedurende de laatste hoofdstukken van het boek, waarbij alle krachten – positief en negatief – indiaans zijn. Met andere woorden: er is geen sprake van een ingrijpende blanke hand van buitenaf.

‘Dat was een bewuste keuze’, aldus Orange. ‘Het zou iets geringschattends hebben wanneer ik blanke slechteriken zou hebben opgevoerd, met de bedoeling het indianenfeestje te verpesten. Dat zou Native Americans opnieuw in een underdogpositie hebben gemanoeuvreerd, passief hebben gemaakt. Het slot van mijn roman zegt: wij natives zijn heel goed in staat zelf onze tradities te vieren. En dus zijn we ook heel goed in staat daar zelf een bende van te maken.’

Tommy Orange: Er is geen daar daar. Uit het Engels vertaald door Jetty Huisman. Meulenhoff; 320 pagina’s; € 19,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.