Top-10 Lachen in de letteren

De grappigste fragmenten uit de Nederlandse literatuur: Een koffer met poep van Kees van Kooten

Wat zijn de leukste fragmenten uit de Nederlandse literatuur? De boekenredactie van de Volkskrant stelde een ranglijst samen. Op nummer 2: Een koffer met poep van Kees van Kooten.

Kees van Kooten. Beeld anp

Een koffer met poep. UitKoot graaft zich autobio, De Bezige Bij, 1979.

Omdat niemand de hond en de kinderen wou hebben met onze vakantie, hebben B. en ik voor twee weken zo’n moderne Kampeerbus gehuurd waar alles dan in godsnaam maar in mee moest, plus de stapel leesboeken die het hele jaar was blijven liggen, voor ’s avonds voor lekker te lezen aan de praktiese vouwtafel wanneer de kinderen, moegetekend, heerlijk zouden slapen in de ‘grappige bult’ boven de cabine. 

En nu maar zaalig Gaan en Staan waar u Wilt! geilde de folder. De van huis uit wat schichtige Gipsy in mij had het in het begin knap moeilijk met deze nieuwe Vrijheid; de eerste avond tot onder Luik geraakt en in het aardedonker zomaar ergens geparkeerd (huilende kinderen waar het strand nou bleef, de hond aan de dunne, B. wagenziek en mijzelf één en al brandend maagzuur) moesten we de volgende morgen tegen vijven halsoverkop vertrekken om niet verpletterd te worden door een aandenderend goederentreintje vol kokende ijzererts – wat ik ’s nachts had aangezien voor een verlaten parkeerterrein langs de Maas, bleek ’s ochtends een bedrijvig emplacement van de Cockerill-fabrieken, maar ik moet zeggen – dat heeft wel iets, zo volgas in je pyjama. 

Hoera ik ben een Vogelvrije Zwerfauto! staat er dan ook manshoog op alle zijkanten van ons in felrood en wit geschilderd vakantiehuisje gespoten en verder alleen de naam, adres en telefoonnummers van het Verhuurbedrijf, Free Publicity tot elke prijs natuurlijk, die gasten in dit stadium, want wij hebben hier te maken met een eksplosieve groeimarkt – bij de moderne Kampeerauto wordt het rijgemak van de grote personenwagen, zonder die eeuwige opengewerkte tennisbal om de trekhaak, immers gekoppeld aan het Comfort van de Caravan! Ik schat nog een jaartje en dan mag je er natuurlijk in geen enkele europese berm meer mee bivakkeren, maar nu kan het nog. Leemte in de verkeerswetgeving. 

We hadden de kinderen beloofd dat we in de Ardennen in een Grot zouden gaan, dus gehoorzaamde ik het eerstebeste handgeschilderde bordje ‘Grotte’ en liet mij rechtsaf slaan, een bergpad op. Als je voor een Grot eerst honderden meters om-hoog moet, is het eigenlijk geen echte Grot, meer een holle berg; maar vakantie maakt een ander mens van je, dat veel vlugger tevreden is, met alles. 

Boven bleken wij de enige bezoekers. Naast de ingang van de Grot stond een wielloze, tot bureautje vertimmerde autobus, waarin twee kort uitgevallen Belgen zaten te vrijen op een Miko-ijskist. Toen ik om kaartjes kuchte viel er eentje vanaf; onze gids, bleek later. De ander, een veertiger van rond de dertig met een officieuze pet, gritste geschrokken een opengeslagen familieblad op schoot en begon te blokken op een al ingevuld kruiswoordraadsel. Dat ik over een kwartier retoer moest komen, zei zijn overeind krabbelende vriend en zette net zo’n pet op, want dat de kaartverkoop een half uur voor aanvang der rondleidingen startte en het Loket was nu namelijk wel open, maar feitelijk nog dicht, omdat er geen luik voor kon, begreep ik. 

Jurycommentaar Aleid Truijens: ‘De helft van het legendarische Simplistisch Verbond in zijn beste tijd, zijn beste boek. En de helft van de Nederlanders herkent deze ellende.’

Jurycommentaar Madelijn Strick: ‘Dit fragment scoort hoog op herkenbaarheid, leedvermaak en beschrijving van hilarische situaties. De meeste Nederlanders zijn vertrouwd met het gehannes van kamperen in Frankrijk; het is fijn om te zien dat het bij andere gezinnen nog erger misgaat dan bij jezelf. De behulpzame hoteleigenaar die een koffer met poep omkiepert hoef je alleen maar te beschrijven, dat is genoeg.’

Goed, wij sjokken wat heen en weer over het verlaten parkeerplateau, ik gooi een paar steentjes naar beneden, de kinderen vallen zich wat schaafwonden, B. schilt een drietal peertjes en al die tijd voel ik vier verwijtende ogen priemen, dus die drie kwartier vlógen om. Toen we de Grot betraden waren wij met ons viertjes nog altijd de enige belangstellenden. De Gids behandelde ons koeltjes en als waren wij een volwassen Groep. Hij vertelde al op de tweede trede van de trap berginwaarts naar beneden in Vlaams, Frans, Duits en Engels dat De Grot Eel Oud was en dat de hangende pegels de Stalactieten waren en de staande punten de Stalagmieten, waarmee hij zijn edukatieve taak voldoende vervuld vond en een anderhalf uur vergende kruip-, glibber- en sluiptocht begon die ons gezin via klamme gangen en natte trappen met aalgladde stangen langs zesendertig feeëriek uitgelichte druipsteensituaties zou voeren. Voortdurend werd ons bevolen zus en zo te gaan staan en strak in deze of gene richting te kijken, want dan deed de Gids het werklicht uit, knipte een spot aan en riep, de eerste maal bijvoorbeeld: ‘Awel daarboven ziet ge hoe Eddy Merckx het Peloton gedag fietst’ en dan wees hij op een kluit paars uitgelichte stalagmieten en op een pegel die, iets langer dan de rest, al miljoenen jaren dertig centimeter verderop stond. Ook met mijn hoofd helemaal scheef kon ik Merckx er niet uithalen maar misschien dat u het wel ziet, u kijkt er tenslotte nog fris tegenaan: 

Eerst dacht ik nog dat dit een vaste Openingsgrap van onze Gids was, om het Gezelschap wat los te maken (het houdt altijd iets engs, een grot, anders zou men er ook niet ingaan) maar de volgende stop gold een hardrood beschenen stilleven getiteld ‘Brigitte Bardot te Paard’ (‘Brigitte Bardot on the Horse’) en toen we na weer wat soppend geschuifel de opdracht kregen om in een druipende waaier van Pegels ‘meneer Pastoor’ te herkennen ‘die er zo te zien wel goesting in heeft’ begrepen B. en ik dat het bij Zoekplaatjes zou blijven; een Toonzaal voor Spotlights, de Natuur als Vlooientheater. Mijn dochtertje vond nummer veertien, ‘Sinterklaas onder de Douche’, trouwens het allermooiste van de hele vakantie:

Nu moet ik wel zeggen, dat mij na het levend verlaten van De Grot pas opviel hoe heel België op een hollende Bouvier lijkt, als u de kaart er even bijneemt. En die ene Franse douanier was sprekend mijn schoonvader. De hele wereld, als u de bol er even bijpakt, is trouwens net het hoofd van een man die heel hard iets roept. 

In Frankrijk wilden de kinderen ’s nachts in een Bos staan (B. wou meteen die tweede avond al in een hotelletje om de ruimte en onbeperkt stromend water te hebben teneinde zich nog even goed te epileren om haar nieuwe badpak heen voor straks op het strand, maar B. kan het dak op want die heeft een gat in haar hand) dus dat werd een van schillen, condooms en dozen vergeven Forêt Municipale waar ik geen oog heb dichtgedaan omdat het maar ‘Gaston Dominici, Gaston Dominici’ bleef bonken, dwars door de tot boven mijn gezinshoofd dichtgeritste slaapzak heen. (In een Kampeerauto gaat men avond aan avond met zijn kinderen op stok, omdat er alleen maar een gordijntje tussenzit zodat lezen teveel licht maakt en een goed gesprek teveel lawaai.) 

Op de ochtend van de derde dag was onze Chemiese Weecee vol. In de moderne Autocamper zult u na enig zoeken namelijk een tweepitsbutagasstel, een aanrechtje tevens wasgelegenheid en een ‘Toiletette’ zal ik maar zeggen aantreffen. In dit met een heus deurtje afsluitbare hokje pronkt, voor de duur van de reis, uw Chemiese Weeceetje. Rijdend Poepen in uw eigen Toiletette! Bestaat er iets feestelijkers voor een kind? Dus die moesten wel twintig, dertig maal per dag per stuk! Tel daar B. nog eens bij op en u begrijpt dat... enfin ik zal daar hier niet te diep op ingaan maar het komt er op neer dat u het moet doen op een vergeeld plastic poppenhuisweeceetje en dan moet u een ventiel opendraaien en hard aan een handvat trekken en dan valt het in een reservoir waarin u eerst dodelijk geparfumeerde toiletchemicaliën hebt gegoten en dan gebeuren er daar onderin dus onbeschrijfelijke dingen mee en daarna moet je uit weer een ander vaatje spoelwater tappen tot het ergste weg is en daar hoort u, in een file zittend, de reisgenoten achter uw rug mee bezig, allemaal, de hele dag dus, want in de onafgebroken stromende regen ga je er niet uit om het in een bos te doen en omdat je al je eten en je drinken in je Kampeerbus hebt leg je ook niet even aan bij een cafee want dat zou maar zonde van het geld zijn; zodat uw chemiese wee-ceetje in een poep en een zucht boordevol zit. 

De jury bestaat uit Arjan Peters en Wilma de Rek, met medewerking van Julien Althuisius, Erik van den Berg, Bo van Houwelingen, Bart Koetsenruijter, Haro Kraak, Jeroen van Merwijk, Katinka Polderman, Jet Steinz, Madelijn Strick en Aleid Truijens.

Dan moet u het Legen, op een Bestaand Toilet, beveelt de folder. 

Hiertoe draait u eerst het Ventiel vast, u perst de Afsluitschuif zo Dicht mogelijk, u maakt een Drietal Klemmen terzijde los en u tilt het Bovenste, het Brillende gedeelte, van het reservoir. 

Het Reservoir, schrijft de folder, kan nu als Een Koffer worden gedragen. Terwijl uw gezin het in de Kampeerauto ophoudt tot ze weer kunnen, betreedt u aldus een Cafee met een Bestaand Toilet; in uw korte broek, een Koffer met Poep torsend. U kunt hier natuurlijk moeilijk meteen mee naar achteren doorlopen, dus u zet de Koffer vol gezinsbehoeften eerst even naast uw tafeltje en u bestelt een heerlijk kopje koffie. Geïnteresseerd bekijken dorpelingen au zinc de zachtjes klotsende plastieken koffer. Ook uw gezin verdringt zich buiten voor de raampjes van de Dormobiel om te zien of vader de stront al kwijt is. Om kort te gaan: De Hel. 

Dit moet afgelopen zijn, dacht ik gistermorgen dan ook, toen ons Chemiese Weeceetje na tweemaal vierentwintig uur alweer boordevol bleek – op deze manier heb ik absoluut geen vakantie en kan ik straks onmogelijk uitgerust aan ons prachtige Verbondswerk beginnen! Daarom heb ik voor de laatste zeven dagen een Hotelletje genomen, waar ik dit nu zit te tikken, met de kampeerauto beneden voor de deur. B. en de kinderen zijn het stadje in, de Prisunic, de Monoprix en misschien de Kathedraal bekijken, als het bleef regenen. Ik denk niet dat ik zelf nog van deze kamer afkom, voor ons vertrek. Want toen gisteren alle koffers en tassen en rubberboten in de Hal stonden, vroeg de Eigenaar van het Hotel of hij misschien iets kon helpen dragen en voor ik Non-Non kon zeggen had hij de Koffer met Poep al te pakken, maar die moet je op een hele speciale manier dragen, wat die man onmogelijk kon weten, zodat de oogst van drie dagen Kampeerauto halverwege losbrak en langs de trap de receptie in kolkte. Maar ik kom natuurlijk wel lekker tot lezen zo.   

De grappigste fragmenten

Aftellen van 5, 4 naar 3: Drs. P, Annie M.G. Schmidt en Gerard Reve.

Lees hier de nummers 6, 7 en 8: Bob den Uyl (Een zwervend bestaan), Willem Frederik Hermans (De donkere kamer van Damokles) en Willem Elsschot (Villa des Roses)

Nummer 9: Maartje Wortel met het korte verhaal ‘Kranten’ uit haar debuutbundel Dit is jouw huis

Nummer 10: het verhaal ‘Tot zoens’ van Remco Campert

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.