De goochelaar, de geit en ik

Ouderwets jongensboek van een auteur die lak heeft aan grenzen

Camiel Roossen wil goochelaar worden, net als zijn vader. Maar die zit in de grote stad in de gevangenis. Nu kan hij niet naar de hbs en moet hij samen met zijn broertje bij zijn opa wonen.

Die is schoenmaker en kan wel een leerling gebruiken. Camiel besluit om veel geld te gaan verdienen voor een advocaat.

Maar dat gaat niet lukken met klusjes doen voor de dokter en geitenmelk verkopen. De goochelaar, de geit en ik van Dirk Weber (1965) is misschien wel het eerste kinderboek over de crisis. Of is het toch gewoon het leven van onze overgrootouders, waarvan hij de sfeer heeft willen oproepen?

Hij laat ons kennismaken met een dorp in 1927, in de buurt van de Belgische grens, in de tijd dat mensen nog in centen betaalden, shag en pakjes boter smokkelden en een auto die 45 kilometer per uur reed geweldig snel vonden.

Bij Weber weet je nooit wat je te wachten staat. Hij is vormgever en tekstschrijver van beroep, maakt literatuur in zijn vrije tijd en probeert elke keer wat anders. Zijn debuut Kies mij! en de opvolger Duivendrop waren speels en literair van toon; zijn vorige boek Hij of ik werd een ijzingwekkende tienerthriller.

De goochelaar, de geit en ik laat zich ondanks de moderne psychologie lezen als een ouderwets jongensboek , waarin een teleurgestelde zoon met de beste bedoelingen in een fuik van ellende zwemt en voor lastige morele uitdagingen komt te staan. Weber brengt de tragiek van armoede knap onderhuids in beeld.

Toch is het boek nergens moeilijk of gaat het boven de pet van de lezers, en natuurlijk komt het uiteindelijk goed. Weber heeft op een aangename manier lak aan grenzen en dat maakt zijn nu nog kleine oeuvre op een spannende manier onvoorspelbaar.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.