Kunst Hokusai

De golf van Japanse kunstenaar Hokusai. Ook wie hem niet kent, kent hem

Ook wie ‘De grote golf’ van de Japanse kunstenaar Hokusai niet kent, kent ’m. Als meme, als trui of als emoji. Wat maakt deze houtsnede uit 1831 zo onweerstaanbaar?

The Great Wave off Kanagawa door Katsushika Hokusai, 1831. Foto RV - Van Gogh Museum

Zeg het ze, Vincent. 'Deze golven zijn klauwen, de boot is gevangen in ze, en je voelt het. Hokusai laat je schreeuwen […], alleen doet hij het met lijnen.' Aldus schreef Vincent van Gogh op zaterdag 8 september 1888 in een brief aan broer Theo over een prent die hij niet bezat, maar die hij zeer bewonderde. De houtsnede in kwestie, u wist het al, was De grote golf van Kanagawa.

Hij dateert van rond 1831. Hij heeft een liggend formaat en meet 25 bij 37 centimeter. Hij toont een deinende zee met drie bootjes en een reusachtige golf met op de achtergrond Mount Fuji in de ochtendzon. De voorstelling is een maritieme yin en yang, opgebouwd uit cirkels en rechthoeken, zwierig van lijn en met een spaarzaam palet: blauw voor het water, geel voor de boten, grijs en oranje voor de lucht. Hij is big in en buiten Japan. Ook wie hem niet kent, kent hem.

Hierin is De grote golf uitzonderlijk. Andere ukiyo-e van wereldfaam zijn er namelijk amper. Klassiekers in deze kunstvorm zijn altijd klassiekers bij benadering; ze zijn populair in kringen van kunsthistorici, japanologen, prent-verzamelaars en zo, maar niet bij het grote publiek. Ik bedoel: wie kent huzarenstukjes als Hiroshiges Onverwachte avond bui op de Grote brug bij Atake, met die sjouwende mannetjes in de regen, of Hokusais Droom van de vissersvrouw, waarop een naakte vrouw wordt getrakteerd op een potje cunnilingus van een reuzeninktvis, nou?

Bert Cooper. Uit Mad Men. Maar hij is een van de weinigen.

De grote golf daarentegen, kent iedereen.

Zijn lot is dat van beroemde kunstwerken,  want siert posters en truien en trainingspakken en teennagels en gymschoenen en dekbedden en bentoboxen en dat zijn enkel de replica’s in ongewijzigde staat; nog niet eens de hommages, parodieën en memes op internet waarin hij ook veelvuldig figureert. Met De golf is het leuk pielen. Zijn herkenbaarheid leent zich bij uitstek voor digitale huisvlijt. Zet er twee pingpongballen op en je hebt het Koekiemonster. Maak hem groen en je hebt Godzilla. Was het u al opgevallen hoezeer hij lijkt op David Lynch’ woelige kapsel, hoe leuk hij zich laat combineren met Pokémondraakjes, met Vincent van Goghs Sterrennacht, een surfend konijn? Ongein, maar reputatie vergrotende ongein.

Hokusai Koekiemonster Foto RV

Een van de mooiste exemplaren van De golf is vanaf morgen te zien in de tentoonstelling Van Gogh & Japan in het Van Gogh Museum. Het werk is eigendom van een verzamelaar uit Japan en werd uitgeleend door bemiddeling van de Leidse Japanse-prentenhandelaar Chris Uhlenbeck. Hij vervangt in de tentoonstelling een ander, kwalitatief mindere afdruk uit de collectie van het Rijksmuseum. Dat is standaardprocedure: (Japanse) prenten zijn lichtgevoelig, dus kwetsbaar en worden daarom doorgaans niet langer dan zes weken achtereen op zaal getoond. De prent betreft een zeldzame vroege druk, wat is te herkennen aan de lijnen, de gaafheid ervan, en de intensiteit van de kleuren: het diepe grijs rond Mount Fuji, de zweem van oranje in de ochtendhemel. Het exemplaar is kostbaar en zou nu ongeveer 1 miljoen euro opbrengen.

Hokusais tijdgenoten zouden daar vreemd van op hebben gekeken. Houtsneden golden in zijn dagen als massaproducten. Ze werden verkocht in boekwinkeltjes en door straatventers op toeristische plekken en gingen van de hand voor de prijs van een kom rijst. De grote golf ook. Toen Hokusai het werk ontwierp, was hij 70 en een beroemd en volleerd meester. Zijn spilzieke schoonzoon had zijn pensioen opgesoupeerd en nu benaderde hij noodgedwongen de vermaarde uitgever Nishimuraya Yohachi met het plan Mount Fuji te vereeuwigen in een set prenten, tien in totaal, allen azuur getint. Die prenten kwam er, al maakte Hokusai er 36 in plaats van tien en kreeg het blauw gezelschap van geel, groen en rood: een stel wandelaars – ontdaan van hun hoofddeksels door een windvlaag; vissers aan de kust – lijntjes uitgooiend in babygolfjes. En dus die reuzengolf ter hoogte van hedendaags Yokohama, nummer één in de reeks.

Het woelende water intrigeerde Hokusai al zijn leven lang. Al op houtsneden van dertig jaar eerder probeerde hij het meest vliedende aller onderwerpen te vangen. Probeerde, ja. Echt makkelijk ging het hem namelijk nog niet af, toen. De gevaartes die hij indertijd op argeloze zeilers liet neerstorten, zijn een soort Super-Mariorotsen, meer graniet dan water, enkel het pruikje schuim bovenop maakt ze als golf herkenbaar. Door in Nagasaki te kijken naar de Japanse schilder Shiba Kokan, een kunstenaar die zelf weer geïnspireerd heette te zijn door Hollandse zeeschilders zoals Hendrick Vroom en Willem van der Velde, en door zijn techniek te verfijnen, leerde Hokusai golven te maken die wel vloeibaar oogden.

Hokusai oogschaduw Foto RV

Over het productieproces, vertelt conservator Japanse prenten van het Rijksmuseum Marije Janssen, had Hokusai niet veel te zeggen. Enkel in de kleuren had hij inspraak. De andere keuzen werden gemaakt door uitgever Yohachi. Hij gaf Hokusais ontwerp aan een professionele houtsnijder (horishi), die de tekening overzette op een plank van kersenhout en het overtollig materiaal wegsneed: het sleutelblok; diezelfde houtsnijder sneed ook blokken voor de afzonderlijke kleuren. De blokken gingen naar de drukker, werden ingesmeerd met verf, onder papier gelegd dat werd met een speciaal gereedschap werd aangedrukt – en dat dan een keertje of driehonderd. Was de oplage uitverkocht, dan drukte men een nieuwe. Na een tijdje begonnen de blokken te slijten. Hun oppervlak kromp. De lijnen raakten gebarsten. Er ontstonden prenten met witranden tussen de kleuren, vooral zichtbaar bij de handtekening, en weerbarstige lijnen, te zien op de rug van de golf, maar men bleef bijdrukken tot de markt verzadigd raakte. Voor specialisten zijn zulke onvolkomenheden een belangrijk kenmerk. Ze helpen de volgorde van de afzonderlijke exemplaren deels te bepalen.

De voorstelling is een animatiefilm in één beeld. Er waren eens drie bootjes, gevuld met tien kleine mannetjes, opeengepakt als bobsleeërs tijdens de afdaling. Waren deze mannetjes relaxed? Nee, ze hadden een lading verse vis aan boord die zo snel mogelijk moest worden afgeleverd op de markt van Edo, nu Tokio. Roeien, roeien, haasten, haasten – wordt de weg opeens versperd door een Hele Grote Golf. Yikes!, roepen de mannetjes terwijl de golf dreigend naar voren krult. Cliffhanger, freeze frame. Was dit een tekenfilm dan verscheen nu in beeld: wordt vervolgd.

Hokusai trui Foto RV

Hoe deze golf te omschrijven? Ze is twee keer zo groot als de andere golven en wordt bekroond door een schuimkop die uiteen valt in gelijkvormige deeltjes, fractals heet dat in de meetkunde. Ze heeft strepen in de holle zijde als de baleinen op de buik van een walvis en een schuimkop waar losse vlokken vanaf spatten, die als sneeuw lijken neer te dalen op de verderop gelegen Mount Fuji. Zevenvoudig Nederlands surfkampioen Yannick de Jager vertelde me desgevraagd dat hij ‘zeer surfbaar’ is. Sterker: ‘Het overslaande gedeelte van de golf (de beginnende ‘tube’ zoals surfers dat noemen) is misschien wel de meest spectaculaire ervaring tijdens het surfen.’

De golf is geen tsunami, zoals vaak geopperd is, maar, zo vertelt Jos Veeken, maritiem meteoroloog bij het KNMI, een freak wave ofwel monstergolf. Herkenbaar aan de hoge en spitse vorm. Ze ontstaan doordat de wind met veel kracht en vanuit verschillende richtingen het wateroppervlak beroert, waarna een stapeling van golven ontstaat. Freakwaves ‘leven’ doorgaans een minuut of twee, en kunnen een hoogte bereiken van 20 meter. Dat Hokusai er zelf een zag, is weinig aannemelijk, maar misschien baseerde hij zijn prent op verhalen van een ooggetuige.

Hokusai en Vincent van Goghs Foto RV

Het werk zal op tijdgenoten een trendy en moderne indruk hebben gemaakt. Landschappen waren toen sowieso fonkelnieuw en dan was dit exemplaar ook nog eens deels uitgevoerd in een pigment dat niet lang daarvoor door de Hollanders via Deshima het land was binnengebracht: Pruisisch blauw. Ook opzienbarend: de schaal van de dingen, de dieptewerking. Het is moeilijk voor te stellen, maar die kleine Mount Fuji op de achtergrond gold indertijd als een verfrissende kunstgreep. Volgens expert Uhlenbeck had de prent mogelijk een symbolisch karakter. Hokusai zou de ongewisse positie van zijn thuisland hebben willen verbeelden, waarbij Mount Fuji stond voor het oude Japan en de golf voor potentiële agressors, de Britten. bijvoorbeeld. Zij zaten al in Kanton, Zuid-China en waren druk bezig de Chinezen verslaafd te maken aan opium met een reeks drugsoorlogen als gevolg. Hokusai zou van zulke dreigingen hebben gehoord.

Na de openstelling van de Japanse havens in 1854 groeide de prent in Europa uit tot een felbegeerd verzamelobject. De componist Claude Debussy, die er La Mer op baseerde, bezat een er een exemplaar van. Claude Monet ook. Vincent van Gogh niet. Wel bestudeerde hij hem op een tentoonstelling of bij een Parijse prentenhandelaar. In de 20ste eeuw groeide de status van het werk verder. Het was het beeldmerk van de Olympische Spelen van 1964 in Tokio en er is een emoji van. Het beeld was en is onweerstaanbaar aantrekkelijk. Wat is nu precies zijn kracht?

Hokusai nagellak Foto RV

Stel een Japanner deze vraag en het antwoord komt snel: deze kracht is metaforisch. De golf kan niet los worden gezien van het ’s lands oorlogsverleden. Ze figureerde op propagandaposters in WOII en werd na die oorlog door het Amerikaanse bezettingslegers verboden om pas tijdens voornoemde Spelen van 1964 een comeback te maken. De grote golf staat in die zin voor nationale autonomie en belichaamt burgertrots.

Stel een Europeaan dezelfde vraag en het antwoord komt nog sneller: de kracht is esthetisch. De golf onderscheidt zich van andere Japanse prenten door de eenvoud van de compositie, het gebrek aan priegelige, onkenbare figuurtjes, koortsige detaillering en duistere symboliek. Het is helder, toegankelijk en leesbaar beeld. En leesbaar betekent hier: Europees. Het is een grappige paradox: de meest geliefde Japanse prent aller tijden wordt gewaardeerd om kwaliteiten die in wezen on-Japans zijn. De liefde van Westerlingen ervoor is deels ook verkapte eigenliefde.

Van Gogh & Japan, Van Gogh Museum, Amsterdam, t/m 24 juni.

Wie was Hokusai?

Katsushika Hokusai (1760-1849) was een Japanse schilder en prentenmaker uit de Edo periode. Hij was de zoon van een spiegelmaker (zijn vader maakte spiegels voor de shogun) en werkte al vanaf zijn veertiende als assistent van een houtsnijder. Hij opereerde onder verschillende namen, waaronder Shunrō, Tawaraya Sōri, Gakyo Rōjin Manji. Hij maakte tekeningen en prenten van landschappen, kabuki-acteurs en fantastische erotica, shunga genaamd. Zijn bekendste werk is de reeks houtsneden Zesendertig gezichten op Mount Fuji, een reeks die inspeelde op de opkomende reislust in eigen land.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.