De gewone dood van genie Alan Turing

Soms kan het imago van een hedendaagse auteur zijn oudere ik in de weg zitten. Neem David Lagercrantz, een Zweedse misdaadjournalist en schrijver die vorig jaar in één klap bekend werd met het vierde (sic) postume deel van Stieg Larssons culttrilogie Millennium. Lang geleden, in 2009, schreef hij Syndafall i Wilmslow, een naar eigen zeggen als roman bedoeld verhaal over het politie-onderzoek naar de dood van wiskundige Alan Turing in 1954. Op 7 juli van dat jaar wordt de geleerde dood op zijn bed gevonden. Een halve appel op zijn nachtkastje blijkt vol cyanide te zitten. Zelfmoord concludeert de politie.

null Beeld AFP
Beeld AFP

Enigmacodes

In combinatie met de naam Lagercrantz klinkt het als de opmaat voor een eendimensionale thriller, een who-dunnit waarin gaandeweg aan het licht komt dat niet Turing zichzelf heeft vergiftigd, maar dat hij is vermoord. Vermoedelijk, waarom niet, omdat hij alles wist van het Britse codebrekerswerk in de oorlog, op afluistercentrum Bletchley Park bij Cambridge. Logicus Turing leidde daar de bouw van de primitieve computers waarmee de Duitse enigmacodes werden ontcijferd. Maar in 1954 heerst de Koude Oorlog en azen vreemde mogendheden op dat soort expertise. En Alan Turing is chantabel, want een veroordeelde homoseksueel die een gedwongen hormoonbehandeling heeft ondergaan en vermoedelijk best weg zou willen. De geheime diensten grijpen in.

Millennium-4 Wat ons niet zal doden maakte Lagercrantz beroemd en nadat vorig jaar de veelgeprezen Turing-film The Imitation Game was uitgekomen, kon een nieuwe editie van zijn oude Syndafall natuurlijk niet uitblijven. Eerder al in het Engels en nu ook in het Nederlands en goddank blijkt er van een vergezochte who-dunnit geen sprake.

Grondige research

Lagercrantz heeft meer dan grondige research gedaan naar de dood van Turing en naar diens werk op het gebied van logica en kunstmatige intelligentie. Weliswaar laat hij zijn jonge politie-inspecteur Leonard Corell de zaak niet vertrouwen en uiteindelijk, dankzij misschien wat erg opmerkelijke wetenschappelijke talenten, het geheime werk in de oorlog van de wiskundige doorgronden. Corell is fictief, net als een reeks andere personages in het verhaal, van vaag homoseksuele collega-logici tot nuffige geheim agenten. Maar ze zijn naar bestaande personages gemodelleerd. Lagercrantz plaatst ze steeds in de historische omstandigheden en feiten van Turings leven en heel behendig laat hij de geestelijke nood van Turing uiteindelijk overvloeien naar die van de politieman Corell.

Het resultaat is een intrigerend amalgaam van feiten en fictie, inclusief een roerende maar verzonnen afscheidsbrief en de geur van amandelen rond het doodsbed. Maar een verhaal dat de barre tijden waarin Turing uiteindelijk besloot zich van het leven te beroven mogelijk beter schetst dan een historicus zou kunnen of durven. Dat vergt dan misschien toch een misdaadjournalist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden