De gevaarlijke Fergana-vallei

DE TALIBAN hebben vergeefs geprobeerd van Afghanistan een islamitisch emiraat te maken. Vandaaruit moest het emiraat zich over de gehele umma, de gehele moslimwereld, gaan uitstrekken....

De Taliban zijn niet langer aan de macht, maar hun erfenis leeft voort. Islamistische bewegingen winnen aan invloed in Centraal-Azië en proberen opnieuw een wereldrijk te scheppen, met wederom Osama bin Laden als profeet. En als geldschieter.

De leiders van deze bewegingen zijn net zo ongrijpbaar als Mullah Omar, de Talibanleider. Van Namangani, leider van de invloedrijke Islamitische Beweging van Oezbekistan (IBO), bestaat slechts een wazige foto.

Ahmed Rashid, auteur van een boek over de Taliban dat na de aanslagen van 11 september een bestseller werd, heeft een nieuw boek over het moslimfundamentalisme in Centraal-Azië geschreven: Jihad. Hoewel de Taliban zijn verdreven en Afghanistan niet langer het thuisland van Bin Laden is, dreigt zich iets soortgelijks in Centraal-Azië af te spelen, waar extremistische groeperingen proberen de regeringen omver te werpen. Rashid wist tot deze organisaties door te dringen, maar beschrijft daarnaast de gecompliceerde geschiedenis van het gebied, die tot dit extremisme heeft geleid.

Oezbekistan, Kirgizië, Kazachstan, Turkmenistan en Tadjikistan, ook wel bekend onder de naam de 'Stans', werden na de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1991 zelfstandig. De bevolking begon haar islamitische wortels te ontdekken, nadat het Sovjet-bewind er alles aan had gedaan om de religie te onderdrukken.

Vanaf het begin van de komst van de islam in de achtste eeuw was dit gebied een integraal onderdeel van de islamitische cultuur en meer gericht op het Midden-Oosten dan op China. Samarkand en Bukhara waren centra van wat wel de 'hoge' islamitische cultuur wordt genoemd.

Filosofen, wetsgeleerden en andere wetenschappers in deze steden verrijkten de islamitische beschaving. Tegelijkertijd stond Centraal-Azië aan de wieg van een van de meest invloedrijke 'volkse' islamitische stromingen: het soefisme. Deze mystieke stroming verspreidde zich via zogeheten broederschappen en kenmerkte zich door een tolerante interpretatie van de islam. Een van de interessante thema's in Rashids boek is dan ook de vraag waarom aanhangers van een in principe tolerante islam zich nu aangesproken voelen door een wezensvreemd fundamentalisme en waarom deze tak van islam zich zo razendsnel verspreidt.

Zijn antwoord luidt dat de systematische onderdrukking van de islam, het gebrek aan democratie, corruptie op grote schaal en toenemende armoede met zich meebrengen dat de bevolking elke vorm van islam omarmt, die een beter leven belooft. In dit geval het intolerante islamisme.

Vanaf de elfde tot de dertiende eeuw trokken Turkse stammen door deze contreien vanuit Siberië westwaarts. Dat culmineerde in het Ottomaanse rijk. De volken in Centraal-Azië spraken en spreken voornamelijk Turkse talen, terwijl de elite Perzisch sprak en schreef. Perzisch is nog steeds de taal van Tadjikistan. De banden met het Midden-Oosten bleven sterk, totdat het tsaristische Rusland het gebied in zijn koloniale rijk opnam en langzaam maar zeker de traditionele banden met het Midden-Oosten doorsneed. De Sovjet-heerschappij zorgde vanaf 1920 voor een complete heroriëntatie op Moskou en zeventig jaar lang waren de Centraal-Aziatische landen van de islamitische buurlanden afgesneden.

In het eerste deel van zijn boek gaat Rashid op deze geschiedenis in om de vaak onoverzichtelijke etnische strijd en de rol van de islam te verklaren. Daarnaast komen de eerste tien jaar na de onafhankelijkheid aan de orde. De problemen van de vijf staten lijken veel op die van de voormalige Arabische provincies van het Ottomaanse rijk. Toen zij soeverein werden, moesten ze leven binnen door koloniale heersers getrokken kunstmatige grenzen. Ook de vijf 'Stans' moeten symbolen van nationale identiteit zien te vinden, moeten een eigen regering opzetten die opereert in gebieden waar de Sovjet-Unie de grenzen kunstmatig had getrokken, en hebben een elite die - net als in het Midden-Oosten - zijn opleiding heeft gekregen in een inmiddels ineengestort koloniaal rijk. In dit geval een seculiere elite.

Die koloniale erfenis springt vooral in het oog in het geopolitieke en psychologische centrum van het gebied, de Fergana-vallei, die is opgedeeld tussen Tadjikistan, Oezbekistan en Kirgizië. Rashid haalt Clintons veiligheidsaviseur Anthony Lake aan, die de vallei 'een van de drie ergste gevarenzones' ter wereld heeft genoemd. Er kan elk moment een nieuwe 'Balkan' ontstaan. In deze vallei werd Juma Namangani geboren; hier begon hij zijn gevechten tegen de Oezbekistaanse regering. Hij is een van de hoofdpersonen in het tweede deel van dit boek.

In dat deel onderzoekt Rashid het voor Centraal-Azië nieuwe fenomeen van 'de radicale islam', vertegenwoordigd in de Islamitische Wedergeboorte Partij (IWP), de Hizb ut-Tahrir (HT) en de Islamitische Beweging van Oezbekistan. Deze drie stromingen werden in elkaars armen gedreven, doordat zelfs de meest gematigde vorm van islam van regeringswege wordt onderdrukt. Ze zochten en vonden daarop steun bij de Taliban, Osama bin Laden en diens Al Qa'ida en hebben zich met ongelooflijke snelheid in de regio verbreidt, aldus Rashid.

Namagani is een soort heroïsche Che Guevara-figuur geworden. Hij eiste van de president van Oezbekistan dat de sjaria werd ingevoerd en ontvluchtte de Fergana-vallei om zijn toevlucht in Afghanistan, bij Bin Laden, te zoeken. Nu staat hij aan het hoofd van een gevreesde terreurgroep, die bomaanslagen pleegt en de Oezbekistaanse regering met alle middelen omver wil werpen.

Ook beschrijft hij de Hizb ut-Tahrir (HT), een van oorsprong Arabische stroming in de islam, die nu nog met vreedzame middelen een islamitisch rijk wil stichten, maar elk moment tot geweld kan overgaan. Er is vrijwel geen vat te krijgen op de leiders van de organisatie. Tienduizenden leden, vaak jongeren, zitten in de gevangenis. De organisatie werkt samen met andere extremistische groepen als de Taliban en verkrijgt inkomsten uit drugshandel en mensensmokkel.

Rashid geeft een behoorlijk gedetailleerd beeld van wat deze organisaties doen, hoewel hijzelf wel erg bescheiden spreekt van een soms 'armzalig detectiveverhaal, met sporen die nergens naartoe leiden, een mysterieuze bewijsvoering en twijfelachtige theoriën' - omdat het slot nog geschreven moet worden.

De leiders in Centraal-Azië zijn stuk voor stuk autoritaire heersers die zich aan de bevolking die de islam herontdekt, niets gelegen laten liggen. President Niyazov van Turkmenistan verving weliswaar een beeld van Lenin door dat van hemzelf als pelgrim naar Mekka om zo een beetje aan de onder de bevolking heersende islamitische gevoelens tegemoet te komen, maar net als zijn collega's wijst hij de heropleving van de islam geheel en al af. Elke vermenging van politiek en islam is in de vijf 'Stans' uit den boze.

De post-Sovjet-regimes beschouwen het fundamentalisme als een fenomeen dat alleen door buitenlandse inmenging te verklaren valt. Zij beschuldigen Pakistan, Saudie-Arabië, Iran, andere islamitische landen en de Taliban ervan steun te verlenen aan deze islamistische bewegingen. Rashid erkent dat buitenlandse mogendheden volop pogingen doen om invloed te (her)winnen en daarbij spelen zowel het zielenheil als de gigantische olie- en gasvoorraden in Centraal-Azië een rol. Minutieus beschrijft hij hoe Turkije vanuit een gevoel van broederschap met de Turkstalige Centraal-Aziaten en wegens economische belangen invloed probeert te krijgen.

Ook andere landen doen volop mee aan 'ronde twee' van wat in de negentiende eeuw de Great Game werd genoemd, toen Rusland en Groot-Brittannië in Centraal-Azië om invloed vochten. Nu acht Saudi-Arabië de tijd rijp om deze landen, net als Afghanistan, vol te pompen met geld en korans en met behulp van predikers en door het bouwen van moskeeën zijn fundamentalistische Wahabitische variant van de islam te verspreiden.

Daarbij wordt het gesteund door extremistische ulama, rijke prinsen, de Oezbekistaanse elite die in de Sovjet-tijd is gevlucht naar Saudi-Arabië, en de Pakistaanse geheime dienst.

Ook Iran speelt het spel met verve, maar gedraagt zich vooral zakelijk. Het heeft laten weten de islamitische revolutie niet te zullen exporteren. Teheran hecht meer belang aan de export van olie die vanuit Centraal-Azië via pijpleidingen door Iran zou moeten lopen.

Toch zijn het vooral de regimes zelf die het fundamentalisme in de hand werken. Rashid meent dat de Centraal-Aziatische regeringen op een kritiek keerpunt staan. Ze kunnen de ervaring met Afghanistan negeren en toezien hoe terrorisme, instabiliteit en groeiende hun vernietigende werk doen. Maar omdat ze zich hebben aangesloten bij de westerse alliantie in de strijd tegen Al Qa'ida, moeten ze volgens de auteur hun nieuwe bondgenoten vooral gebruiken om hun landen op te bouwen.

Strobe Talbott, onderminister van Buitenlandse Zaken onder Clinton, waarschuwde: 'Als de economische en politieke hervormingen niet slagen, als interne en grensconflicten blijven broeien en weer oplaaien, dan zou de regio een broedplaats kunnen worden van religieus en politiek extremisme en het slagveld voor een totale oorlog.'

Hij zei dat de VS daar veel moeite mee zouden hebben, zeker in een gebied dat minstens 200 miljard vaten olie bevat. Vandaar dat Amerika naar een oplossing van de conflicten streeft, aldus de minister. Rashid spreekt ironisch van een vooruitziende blik: 'Het enige probleem is dat Washington er niet naar handelt.'

Toch is hij gematigd optimistisch. Volgens hem begint de internationale gemeenschap eindelijk te begrijpen dat de regimes zélf en niet buitenlandse mogendheden of islamistische organisaties de oorzaak van de crisis zijn. Maar dat is nog maar de vraag. De Taliban zijn er weliswaar niet meer om de Centraal-Aziatische islamisten te steunen en te beschermen, maar de repressie en armoede in Centraal-Azië blijven bestaan en daarmee de factoren die tot een islamitische revolutie kunnen leiden. De VS lijken verder hun nieuwe Centraal-Aziatische vrienden niet voor het hoofd te willen stoten. Ze willen permanent militair aanwezig blijven, tot vrees van Rusland en China. Daardoor ontstaat een geheel nieuwe toestand. De nieuwe ronde van de Great Game wordt dan ook spannender dan ooit. Het is Rashids verdienste dat hij duidelijk maakt wat er op het spel staat.

Ahmed rashid: Jihad - De opkomst van het moslimfundamentalisme in Centraal-Azië.
Atlas; 256 pagina's; ¿ 23,50.
ISBN 90 450 0882 3

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden