DocumentaireWeggewist

De gesmoorde carrière van pianist en componist Hans Henkemans (1913-1995)

Hans Henkemans in 1961. Beeld Privéarchief
Hans Henkemans in 1961.Beeld Privéarchief

Hoger dan Hans Henkemans kon een musicus in naoorlogs Nederland amper klimmen. Dieper vallen evenmin. ‘De manier waarop oom Hans in het verdomhoekje is geplaatst, blijft akelig.’

‘In het licht van de jaren zestig kan ik het begrijpen’, zegt dirigent Ed Spanjaard. ‘Maar de manier waarop oom Hans in het verdomhoekje is geplaatst, blijft akelig.’ Oom Hans, dat is de nagenoeg vergeten pianist en componist Hans Henkemans (1913-1995). Hoger dan hij kon een musicus in naoorlogs Nederland amper klimmen. Dieper vallen evenmin.

Spanjaard (72) behoort tot de kenners die opduiken in Weggewist, een nieuwe documentaire rond Henkemans die vrijdag te zien valt op het Nederlands Film Festival in Utrecht. NPO2 Extra toont hem zondag. Het slachtoffer zelf leverde de titel voor de film die is gemaakt door zijn achterneef Harro Henkemans. Want zo voelde Hans Henkemans dat: de rebellen van de jaren zestig hadden zijn muziek verstoten.

Welk drama heeft zich afgespeeld? En hoe kijkt Ed Spanjaard – succesvol dirigent met interesses die lopen van opera en symfonie tot avant-garde en flamenco – naar de gesmoorde carrière van oom Hans?

‘Henkemans was trouwens niet echt mijn oom’, zegt Spanjaard telefonisch. ‘Hans had tegelijk met mijn vader geneeskunde en psychiatrie gestudeerd. Een warme man met veel humor. Thuis in Haarlem hebben we samen heel wat kamermuziek gespeeld.’

Het leven begon mooi voor de kleine Hans. Natuurtalent, gouden vingers. Voor wie een kwartje neertelde rammelde hij er rond z’n tiende het Pianoconcert van Edvard Grieg uit. Maar zijn vader, een architect, had weinig fiducie in de muziek. Hans kon beter een vak leren. Het werd de artsenij, al studeerde Henkemans naast medicijnen ook piano en compositie.

In 1938, hij was 24, speelde het Concertgebouworkest zijn Eerste pianoconcert, met George van Renesse als solist. In 1945 vroeg chef-dirigent Eduard van Beinum: ‘Hans, ben je begin december vrij? Mooi, dan kun je zelf de solopartij komen spelen in jouw Passacaglia en gigue.’ Ed Spanjaard: ‘Een machtig debuut. Er volgden decennia waarin Henkemans tot in Milaan en Salzburg speelde onder sterdirigenten als Otto Klemperer en Carlo Maria Giulini.’

Toen kwam woensdag 9 mei 1962. In een opiniebijdrage aan het Algemeen Handelsblad bekende Henkemans dat hij een probleem had met de experimenten van collega’s als John Cage en Karlheinz Stockhausen. In hun muziek hoorde hij geen organisch verhaal, maar een ‘klankenchaos’. Beleefd stelde Henkemans voor ‘de nieuwe vorm van auditieve kunst de naam ‘soniek’ te geven’.

Het zelfbedachte woord trok vuur. De componerende twintiger Peter Schat schaarde Henkemans prompt onder de ‘Hollandse reactionairen’. Mederevolutionair Reinbert de Leeuw sneerde: meende Henkemans nou werkelijk dat hij de experimentele muziek kon afschrijven als ‘on-muziek, als niet tot de verheven kunstmuziek behorend ‘geluid’’?

Ongetwijfeld sprak het generatieverschil een woordje mee. De documentaire Weggewist toont een vormelijke heer die woorden gebruikt als ‘annonceren’, en ‘vorm’ uitspreekt als ‘vörm’, met een stem die kraakt als een koffergrammofoon. Ed Spanjaard: ‘Na dat artikel schoof er een wolk over zijn leven. In 1969 gaf Henkemans zijn pianocarrière op, al was dat uit fysieke noodzaak. Aan tbc in zijn jonge jaren had hij een slechte long overgehouden.’

Voor de componist Henkemans kwam de genadeklap halverwege de jaren zeventig. De nieuwe artistiek leider van het Concertgebouworkest, Hein van Royen, weigerde hem na een concert de hand te schudden. Reden, hoorde Henkemans later, was zijn verzet tegen de soniek. ‘Het is een hard gelag als je je in je belangrijkste sublimatiepotentieel benauwd gaat voelen’, schreef hij aan Ed Spanjaard.

Subliematiepotentieel: hier spreekt de psychiater die Henkemans nog altijd was. ‘Op die praktijk ging hij zich toeleggen’, zegt Spanjaard. ‘Het gaf hem veel voldoening dat hij iets kon betekenen voor kunstenaars met plankenkoorts of een motivatieprobleem. Toen dat na zijn pensionering wegviel raakte hij depressief, dat was naar om te zien.’

De vraag die in de documentaire niet aan bod komt, is of Ed Spanjaard als dirigent meer voor de componist Henkemans had kunnen betekenen. ‘Bij mijn vaste club destijds, het Nieuw Ensemble, hebben we inderdaad besproken of we hem een compositieopdracht zouden geven. Jammer genoeg is het er niet van gekomen. In de jaren tachtig heb ik zijn Fluitconcert gedirigeerd bij het Limburgs Symfonie Orkest, naast werk van onder anderen Peter Schat. Na het concert hebben de twee elkaar ontmoet. Toen moest Schat bekennen dat hij de muziek toch wel mooi vond.’

Henkemans bijpraten over Spanjaards specialisme, de avant-garde, lukte evenmin. ‘Dat onderwerp lag als een soort niemandsland tussen ons in. Ik wist dat het geen zin had enthousiaste verhalen op te hangen over de vernieuwers voor wie ik warmliep, zoals Pierre Boulez en Brian Ferneyhough. Ik vond het ook niet kies. Oom Hans was gewond, hij voelde zich bij het vuil gezet.’

Welke Henkemans moeten we zeker beluisteren? ‘Het Vioolconcert met Theo Olof en het Concertgebouworkest uit de jaren vijftig blijft een klassieker. Bij mij komt het altijd meteen binnen. Een lyrisch stuk, bij vlagen geëxalteerd, helder en fraai georkestreerd. De enige excellente moderne Henkemansopname is het Altvioolconcert met Isabelle van Keulen. Neem alleen al de prachtige opening: grote sprongen met een vleugje atonaliteit.

‘Als pianist speelde hij Debussy weergaloos. Henkemans begreep die muziek als geen ander. De oude Philipsopnamen zijn een paar jaar geleden heruitgegeven. Hij was geen hamerpianist, de klankvariatie was groot. Tussen pianisten die tien keer beroemder zijn, houdt Henkemans zich makkelijk staande.’

Weggewist. De muzikale nalatenschap van Hans Henkemans. Regie: Harro Henkemans. Utrecht, Nederlands Film Festival, 24/9, 16.00 uur (tot 3/10 online). NPO 2 Extra, 26/9, 19.15 uur.

De oorlog

Tijdens de Duitse bezetting weigerde Hans Henkemans zich aan te sluiten bij de Kultuurkamer. Zijn muzikale carrière kwam tot stilstand. Vanaf 1946, als lid van de Ereraad, oordeelde hij mede over het oorlogsverleden van Nederlandse musici. In 1963 kreeg Henkemans de Prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet. Kort daarop componeerde hij Bericht aan de levenden voor gemengd koor, orkest en declamatie, op tekst van H.M. van Randwijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden