Recensie Het Oranjehotel

De geschiedenis van het Oranjehotel is niet alléén een heldenverhaal ★★★★★

Historicus Bas von Benda-Beckmann moest de definitieve geschiedenis schrijven van het Oranjehotel in Scheveningen. Daar is hij glansrijk in geslaagd, met aandacht voor álle betrokkenen.

Dodencel nummer 601 in het Oranjehotel in Scheveningen. Datum onbekend. Beeld Foto Nationaal Archief / Collectie Spaarnestad

Kleermaker Mozes Brandon-Bravo werd opgepakt tijdens een poging drie andere Joodse mannen te laten ontsnappen naar Engeland. Na zijn arrestatie kwam hij in de Polizeigefängnis in Scheveningen terecht, beter bekend als het Oranjehotel. Van de 25 duizend gevangenen die daar tussen 1940 en 1945 voor kortere of langere tijd verbleven, werden de Joden het slechtst behandeld. In afwachting van hun transport naar de vernietigingskampen werden ze geslagen en vernederd. Maar Brandon-Bravo wist aan dit noodlot te ontsnappen. Hij mocht roken, kon vrij zijn cel uitlopen, kreeg veel bezoek en mocht pakketjes van buiten ontvangen. Deze privileges wekten argwaan bij zijn medegevangenen. Dat was niet zonder reden.

Brandon-Bravo werd namelijk door Sachbearbeiter Walter Bartels van de Sicherheitspolizei (Sipo) en Abwehrchef Joseph Schreierder gerekruteerd als ‘Vertrauensperson’, dat wil zeggen als infiltrant. Op 18 april 1942 zette de Sipo zijn ontsnapping uit het Oranjehotel in scène. Brandon-Bravo nestelde zich in netwerken van de illegale Ordedienst (OD) en van Vrij Nederland. Zo wist de Sicherheitsdienst (SD) sleutelfiguren uit het verzet op te pakken. Brandon-Bravo verried ook een aantal Joodse onderduikers aan de Duitse politie. Voor zijn oorlogsmisdaden, die acht mensen het leven hadden gekost, werd hij in 1949 veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf.

Over het Oranjehotel zijn al veel aangrijpende verhalen verteld. Denk aan soldaat van Oranje Erik Hazelhoff Roelfzema. Of aan Jan Campert en zijn beroemde Lied der achttien dooden, geschreven aan de vooravond van de executie van hem en zeventien strijdmakkers. Camperts gedicht vestigde al in 1941 de reputatie van het Oranjehotel als bolwerk van verzet. Maar denk ook aan Pastorale 1943, de roman van Simon Vestdijk, gepubliceerd in 1948. Vestdijk relativeerde juist de heldenverhalen door te wijzen op de zwarthandelaren, de clandestiene slachters, de kruimeldieven en luisteraars naar de Engelse radiozender. Dit soort mannen en vrouwen vormden de grote meerderheid van de gevangenisbevolking van het Oranjehotel – niet de verzetsmensen.

Het definitieve verhaal 

Pastorale 1943 was een bron van inspiratie voor historicus Bas von Benda-Beckmann (Duitse vader, Nederlandse moeder). Von Benda-Beckmann (1976) maakte naam met zijn reconstructie van de Velser affaire (over de geruchten dat linkse verzetsstrijders in Kennemerland door Nederlandse en geallieerde autoriteiten zouden zijn verraden). Hij kreeg van de Stichting Oranjehotel de opdracht de definitieve geschiedenis van de gevangenis te schrijven en is daar glansrijk in geslaagd. In de eerste plaats door, in navolging van Vestdijk, recht te doen aan de diversiteit van de gevangenisbevolking. In de tweede plaats door de ruim 1.200 mondelinge en schriftelijke getuigenissen van oud-gevangenen op betrouwbaarheid te toetsen en de treffendste observaties op te nemen in zijn verhaal. En in de derde plaats door het werk van eerdere generaties historici waar nodig te corrigeren.

Bas von Benda-Beckmann: Het Oranjehotel. Beeld Querido

Maar daar blijft het niet bij. Von Benda-Beckmann verplaatst zich in de omstandigheden waaronder de Duitse leiding en de bewakers hun werk moesten doen. Naarmate de oorlog vorderde, werd de druk op hen steeds groter door overbevolking en personeelsgebrek. De bewakers stonden onder toezicht van officieren van de Sipo, de SD en de SS. Die officieren werden op hun beurt opgejaagd door de nazitop in Berlijn om de opsporing, berechting, deportatie en executie van de gevangenen zo efficiënt mogelijk te laten verlopen.

Verschuilen achter het bevel

Tijdens hun proces na de oorlog verscholen de Duitse officieren en de bewakers zich achter de bevelsstructuren van nazi-Duitsland. Ze weigerden bovendien het leed van hun slachtoffers te erkennen. Dit afschuiven van de eigen verantwoordelijkheid deed Von Benda-Beckmann sterk denken aan de psychologische experimenten die in de jaren zeventig werden gedaan door Amerikaanse psychologen als Philip Zimbardo en Stanley Milgram. Zij constateerden dat een op de drie proefpersonen zich als ‘bewaker’ overgaf aan sadistisch gedrag tegenover ‘gevangenen’. Een meerderheid van de proefpersonen volgde gedwee de steeds extremere instructies op. Zij verscholen zich, net als het personeel van het Oranjehotel, achter de autoriteiten. Slechts een kleine minderheid van de deelnemers aan het experiment weigerde mee te doen aan geweldpleging en vernedering van de nepgevangenen.

In ongelijke machtsverhoudingen ligt normoverschrijdend gedrag van de bovenliggende partij altijd op de loer, concludeert Von Benda-Beckmann. Een vergelijkbare les trekt hij voor de onderliggende partij, de gevangenen: ‘Door een vergrootglas te leggen op de microsamenleving van de Scheveningse gevangenis wordt zichtbaar hoe mensen omgaan met geweld, eenzaamheid en onzekerheid.’ Zeker voor generaties die de verhalen van de oorlog thuis niet meer hebben meegekregen, is Het Oranjehotel van Bas von Benda-Beckmann een openbaring.

Bas von Benda-Beckmann: Het Oranjehotel – Een Duitse gevangenis in Scheveningen. Querido; 640 pagina’s; € 24,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden