tentoonstellingrecensieReinier Lucassen

De gelukkige schilder in het Kunstmuseum Den Haag laat vooral zien hoeveel humor er in Lucassens werk zit ★★★☆☆

Drie variaties op het thema van de slechte kunstcriticus (deel 1).Beeld Collectie Frans Hals Museum

Het gebeurt regelmatig dat recensenten recensies schrijven over slechte schilders. Dat schilders schilderijen maken over slechte critici gebeurt minder vaak. Reinier Lucassen (81), van wie het Kunstmuseum een overzicht toont, schilderde zo’n werk, Drie variaties op het thema van de slechte kunstcriticus, een bont, vrolijk en ook wel komisch drieluik. Daarop zie je, van links naar rechts, een ei dat verdwijnt in een eiersnijder, een huilend badeendje dat een verhaal houdt rond ‘kul’ en ‘kwak’ en een anonieme, gestropdaste figuur, onder de gordel transformerend in een worstenmachine.

Hoe moet je dit interpreteren? Dat critici een mengeling van kul en gekwak afscheiden? Dat kunstenaars per definitie zachtgekookte eieren zijn? Of is het zachtgekookte ei in kwestie niet de kunstenaar maar de recensent, veroordeeld tot de eiersnijder wanneer hij weer eens zuinigjes is met z’n waardering? Je zou kunnen denken dat iemand hier een ander probeert te waarschuwen. Je krijgt er zowaar zin van om te recenseren.

Drie variaties op het thema van de slechte kunstcriticus (deel 2).Beeld Collectie Frans Hals Museum

Lucassen was een pionier. In de jaren zestig en zeventig maakte hij deel uit van de Nieuwe figuratie, een schilderstroming waartoe ook Roger Raveel en Etienne Elias behoorden, en die men met enige goede wil kan zien als het Vlaams-Nederlandse antwoord op de Amerikaanse popart. Lucassens aandeel bestond uit grote, kleurrijke, collage-achtige schilderijen, die soms een pastiche zijn op het werk van andere makers zoals Morandi of Magritte en waarin allerhande fenomenen uit de popcultuur voorkwamen, zoals stripfiguren en pin-ups. Op een van de beroemdste werken, De eenzaamheid van Donald Duck, figureert bijvoorbeeld een doorgedraaide oom Donald – geen idee wat die eend heeft geslikt.

Later, in de jaren tachtig, werd Lucassens werk kleiner, en kregen de voorstellingen een diagramachtig karakter. Ze deden soms denken aan magneetborden of aan die voetstapkaarten die men vroeger gebruikte bij dansles. Weer later maakte Lucassen assemblages opgebouwd uit eigen en bestaande schilderijen, buttons, knopen, plastic vogeltjes. Net als in de schilderijen worden hierin allerlei schijnbaar onverenigbare zaken bijeengebracht om zo een nieuwe, vaak nogal idiosyncratische betekenis te creëren – dergelijke werken maakt Lucassen tot op de dag van vandaag.

Het eerste dat opvalt aan die recente stukken (aan alle stukken eigenlijk) is dat ze grappig zijn. Lucassens kunst maakt je aan het lachen, en daarin is ze uitzonderlijk. Niet omdat kunstenaars per definitie ernstige lui zijn, maar omdat veel beeldende kunst intrinsiek statisch is. Anders dan bij romans of films of stand-upcomedy kan men er amper spelen met verwachtingen van de toeschouwers. Lucassen heeft daar iets op gevonden. Hij heeft zijn titels tot een integraal onderdeel gemaakt van zijn schilderijen en assemblages. Vaak doen zijn benamingen dienst als punchline.

Drie variaties op het thema van de slechte kunstcriticus (deel 3).Beeld Collectie Frans Hals Museum

Een assemblage bestaat bijvoorbeeld uit een op de rommelmarkt op de kop getikt kitschlandschapje met een molen en daarvoor een boos kijkend plastic Spider-Manpopje. Titel: Herdershond vermomd als spiderman waakt over nederlands cultureel erfgoed bijvoorbeeld de molens maar zeker ook de klompen (2018). Geen idee of dit leuk is als je het contrast tussen dat lullige molentje en die waakzame Spider-Man niet ziet, maar op zaal werkt het prima als satire op valse nostalgie à la de PVV. Het typeert Lucassen als een kunstenaar die eerst en vooral talig is. Op het strikt beeldende vlak is hij minder sterk.

Zijn vroege schilderijen hebben de neiging om te ‘zwemmen’, zoals een half doordachte tekst ‘zwemt’. Doeken als Portret van Brusselmans (de schilder, niet de schrijver) ogen wat vlak en onsamenhangend, zeker in vergelijking met de stevigere en besluitvaardigere voorstellingen van een tijdgenoot als Raveel. Nee, het is meer om zijn sardonische humor dan om zijn beklijvende beelden dat men Lucassen waardeert. Dat is geen gekwak.

Lucassen – De gelukkige schilder

★★★☆☆

Kunstmuseum, Den Haag, t/m 11/10.

De presentatie

Er zijn veel manieren om een expositie in te richten: chronologisch, thematisch, formeel. Lucassen – De gelukkige schilder, samengesteld door conservator Hans Janssen en de kunstenaars, is anders ingericht: associatief. Fasen, materialen en thema’s hangen er door elkaar. De enige handreikingen naar de kijker zijn tekstbordjes met daarop thema’s als ‘stapelen’, ‘opsommen’ en ‘lezen’. Al zijn de teksten zo vaag en algemeen (‘stapelen kan behulpzaam zijn bij het vat krijgen op de werkelijkheid of kunst. Bij betekenisvorming helpt het enorm’) dat men er weinig wijzer van wordt. Dat een tentoonstelling beschikt over een begrijpelijke ordening en een verhelderende tekstuele begeleiding is niets meer dan goed gastheerschap van de kant van de organiserende instelling. Deze presentatie is daarvan geen voorbeeld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden