Analyse

De geijkte sound van Toto blijft onweerstaanbaar

Toto brengt weer een nieuw album uit

Hun nieuwe album komt deze week uit. Hoe is het mogelijk dat de gelikte muziek van Toto zo onweerstaanbaar is, zelfs voor hipsters?

Van linksaf: Steve Porcaro, David Hungate, Steve Lukather, Bobby Kimball, David Paich and Jeff Porcaro in 1982. Beeld Getty Images

'Toto is ongeveer zo echt als een smeerkaaskleurig vrijetijdspak van polyester', kreeg Toto te verwerken bij het verschijnen van plaat IV, in 1982. Inderdaad, de plaat die al ruim dertig jaar in een baan rond de aarde trekt en in een constante puls Africa, Make Believe en Rosanna uitstraalt, en waartegen geen aluminiumhoedje helpt.

Hartstikke fake en simpelweg flutmuziek, vond het muziekblad Rolling Stone: twee uit vijf sterren. En de grote Amerikaanse muziekschrijver Robert Hilburn, die er een sport van maakte in elke muziekrecensie een mep uit te delen aan Toto ('Het is slecht, maar niet zo slecht als Toto'), schreef dat er twee soorten bands waren: bands die werden gedreven door ideeën, zoals The Clash, en bands die handelden in geluiden. Toto dus. Een toevallig in muziek dealend samenstelsel van oplichters. Niet echt - alsof in popmuziek altijd een diepe waarheid verborgen zou moeten zitten, een in akkoordenschema's gevatte authenticiteit.

Rosanna

Wie het soms zwaar te moede wordt, doet er goed aan wat clips van Toto te kijken. Geniaal is Africa, waarin we de band zien spelen op het omslag van een boek, heel toepasselijk Africa getiteld, en waarin zanger Bobby Kimball zo tropisch mogelijk met de sambaballen schudt. Zo mogelijk nog vrolijker: Rosanna, met nieuwe (en huidige) zanger Joseph Williams, die als een West Side Story-pastiche in een met de vingers knippende straatbende achter een meisje aanloopt. Dat moet haast wel Rosanna zijn.

Bezien in het licht van die loeiende kritiek is het niet vreemd dat nu net Toto een hit is in het hipstercircuit. Dat Africa wordt stukgedraaid op hun feestjes, in originele versie of in verrommelde edits, mash-ups en mixen, desnoods uren achter elkaar. Want hipsters hebben de onwaarachtigheid tot kunst verheven, het echte tot het nieuwe fake verklaard en de ironie in marmer gebeiteld, zie de machinaal gebreide truien met panterkop en de slechtzittende broeken.

In zekere zin is Africa natuurlijk ook machinaal gebreid. Luister naar die decadente gelaagdheid van de vocalen, naar die twintig, nee dértig door elkaar tingelende ritmetracks waar dan ook nog dat zonnige keyboardje doorheen moet fietsen. En dan die wereldvreemde teksten over het donkere continent, waar uiteraard geen van de heren Toto ooit een voet had gezet: ironie in hoofdletters. Nee, we gáán niet naar Afrika om daar iets onnozels als 'het verschil te maken', we mijmeren over Afrika als een tropisch dromenland, waar 'de Kilimanjaro als de Olympus oprijst boven de Serengeti'. En waar 'de drums echoën in de nacht'. Pardon? Maakt niet uit, het is niet echt.

De ironie voorbij

Africa is een archetypische hipsterhit geworden. Op zijn Facebookpagina schreef een Amerikaan genaamd The Hipster Baby: 'Jongens, misschien hebben we met z'n allen iets te vaak ironisch naar Africa geluisterd. Raad eens wat ik nu elke dag hoor op de autoradio?' Toto is opnieuw alomtegenwoordig, de ironie alweer bijna voorbij, en jengelt door de ether van Seoul tot New York en Amsterdam, net zo hardnekkig vrolijk als 33 jaar geleden. Robert Hilburn en Rolling Stone hadden het niet kunnen voorspellen.

De wraak van Toto nadert deze week een glorieuze voltooiing. De band uit Los Angeles gooit er na negen jaar stilte doodleuk nog maar eens een plaatje uit, getiteld XIV. En Toto zit momenteel opnieuw in de studio met dancejongens als Skrillex en Flume, die Africa en Rosanna de 'EDM' (electronic dance music) hebben binnengesleept, die blijde Amerikaanse trance en techno die tegenwoordig kraakt door de honkbalstadions. De hiphop had zich al eerder ontfermd over Toto: Africa dook op in het nummer New World van rapper Nas en in The Reign van Ja Rule.

Nu gaat Toto die generaties verbindende erkenning niet zelfgenoegzaam uitdragen. Eén keer heeft Toto uitgehaald. Bij de uitreiking van de Grammy Awards in Los Angeles in 1983, waar Toto vijf (!) gouden grammofoon-beeldjes in de sporttas mocht stapelen, sprak zanger en toetsenist David Paich: 'Bedankt Robert Hilburn, voor je vertrouwen en geloof in ons.'

Ook veelzeggend: de vernietigende stukken van de critici zijn allemaal nog eens na te lezen op de website van Toto-gitarist en volhardend bandlid Steve Lukather. Niet voorzien van snerend commentaar of nadere duiding en daarom wel zo effectief: in de stilte naast die stukken hoor je Toto's smalende gelijk. Zo valt er een verhandeling te lezen over het verschil tussen 'actieve' en 'passieve' bands. Bands met een artistieke hartslag, waarvoor de luisteraar zijn best moet doen (Bruce Springsteen, Talking Heads, Tom Petty) en bands die elk mysterie uit de muziek hebben verbannen (Toto, Kansas, Foreigner), zodat hun liedjes als oordruppels het gehoor in glijden en net zo makkelijk geabsorbeerd kunnen worden als glamourfoto's in een glossy.

Interview Steve Lukather

Het is jammer dat we bellen en niet skypen; dan hadden we Steve Lukather (San Fernando Valley, Los Angeles, 1957) van zijn stoel zien vallen. 'Wát? Is Africa nu ook al een hipsterhit in Nederland? O man, waar houdt het op? Wij dachten dat alleen de jeugd in Amerika gek was geworden. Eerlijk: het stemt ons nederig. Dat hadden we dus niet gedacht toen wij aan dat nummer zaten te werken in 1982. Sterker nog, toen David Paich het ons voor het eerst liet horen, riepen wij: waar gáát dit over? En laten we wel wezen: het is een raar liedje, iets wat zelfs wij nooit eerder hadden gehoord. Maar in de studio ging het een eigen leven leiden, werd het groter dan het eigenlijk was. We gingen er nogal mee aan de haal.'

Vreemd dus, dat het lied nu is opgepikt door die nieuwe generatie? 'Nogal. In de Verenigde Staten ging bijvoorbeeld Skrillex het nummer draaien in zijn sets en zongen de stadions het mee. Nu zitten we zelfs met die Skrillex in de studio. Bizar. Misschien is het de naïviteit van het liedje, dat geloof in een goede wereld, dat wij destijds ook gewoon hadden. En misschien is dat ook de aantrekkingskracht voor de nieuwe generatie, horen ze in Africa de betere tijden die ze zelf nog hopen te gaan meemaken.'

Klinkt nieuwe plaat XIV om die reden ook als een logisch vervolg op het album IV, met blijdschapsliedjes als Rosanna en Africa? 'Nee. Op onze nieuwe plaat klinken we als Toto, omdat we niet anders dan als Toto kúnnen klinken. Dit is wat er gebeurt als we na bijna tien jaar weer bij elkaar gaan zitten. We hoeven er niet eens ons best voor te doen.'

Steve Lukather. Beeld ANP

Vriendenrockbands

Toto was bij oprichting een uit sessiemuzikanten samengestelde band en dat was in het tijdperk na de solide vriendenrockbands uit de jaren zeventig verdacht.

Toto-leden als Steve Lukather, David Paich en de broers Jeff en Steve Porcaro waren bij de genese van Toto in 1976 jonge, maar gelouterde broodmuzikanten, die elkaar tegen het lijf liepen bij werkzaamheden voor Steely Dan, Boz Scaggs en Sonny & Cher.

In de vrije uurtjes prutsten de jongens aan eigen demo's en in 1976 werd op die cassettes maar eens een labeltje geplakt met een bandnaam: Toto, niet vernoemd naar het hondje uit The Wizard of Oz, maar desondanks een band die wonderen zou gaan verrichten en de eighties zou volpompen met optimisme en voorzichtig rockende zonnigheid. Maar dus ook een band zonder eigen voorgeschiedenis, waarvan de afzonderlijke leden - allen technicus en instrumentfreak - in elk nummer wat te zeggen wilden hebben.

En dat zou te horen zijn - en is nog altijd te horen - in het typerende bandgeluid van Toto: minutieus geproduceerd in een veelheid aan stijlen, volgestapeld maar luchtig, in timide hard- en jazzrock met gelikte poprefreinen en jubelende keyboardsolo's. Hoe dat klinkt? Nou zo.

XIV van Toto verschijnt 20/3 bij Frontiers Music/ Pias. Toto speelt op 30/5 in de Ziggo Dome, Amsterdam, op 31/5 in het Muziekcentrum Enschede.

Bassist Toto overleden

Mike Porcaro, oud-bassist van de band Toto, is zondag overleden. Porcaro leed aan de spierziekte ALS en was 59 jaar, meldt Rolling Stone Magazine. Porcaro kwam in de band toen David Hungate vertrok na het succes van het album Toto IV. Hij was de derde Porcaro-broer die zich meldde in Toto, naast toetsenist Steve en drummer Jeff die in 1992 overleed. Mike Porcaro kon al een aantal jaren niet meer spelen door zijn ziekte. De band zamelde tijdens een tour in 2010 geld in voor de strijd tegen ALS.

1978. Beeld .
1997. Beeld .
1981. Beeld .
1982. Beeld .
1984. Beeld .
1988. Beeld x
1999. Beeld .
2002. Beeld .
2015. Beeld .
1992. Beeld .

Typisch Toto

Op het eerste album Toto (1978) vormt zich direct het herkenbare Toto-geluid dat aan de band zou blijven kleven en dat zou worden gehaat én aanbeden. Het nummer Hold The Line is een ongekende stijlenbrij: van alles wat, van niets te veel. Hold The Line begint met een opgeruimd ritmisch pianootje, ontleend aan de pianopop van bijvoorbeeld Elton John. Dan meldt zich de funky drummer, volgens Jeff Porcaro afgekeken van de band van Sly Stone, en daarna de gitaar. Een rockgitaar die nergens over het randje gaat, die een klein beetje scheurt, maar zonder nare rafels. Bij de inkomende zang van Bobby Kimball slaat de verwarring toe: disco die in het refrein, als de gitaar toch nog wat steviger aantrekt, een paar treden klimt richting hemelse rockzang.

Daar hadden we dan Toto: jazz- en bescheiden hard- en progrockende disco-achtige funk, vanaf nu ook te kwalificeren als 'soft rock'.

Op Africa (1982) zijn het de marimba's die het hem doen. Marimba's en xylofoontjes bespeeld door Jeff Porcaro en vooral David Paich, die net voor het schrijven van Africa naar een zielige documentaire over hongerende kinderen had zitten kijken. In Africa, van Toto's vierde album IV, gaat heel Toto volkomen los in een maanden durend studiospektakel waarbij honderden tracks over elkaar worden gelegd, in een uitputtende productie die voor de een klinkt als muzikale oorsmeer en voor de ander als het summum van ambachtelijke pop. De band woonde zo ongeveer in de Sunset-studio in Los Angeles. De vocalen, verzorgd door Paich zelf, zijn van de romige soort, net wat je wilt horen in zo'n zweterige Afrikaanse drumnacht. Zelfs wanneer Paich alleen zingt, hoor je nog altijd drie keer Paich, in warme lagen over elkaar gevouwen. Dat Africa ondanks die gelaagdheid toch zo transparant klinkt, dankt het nummer aan een studiotruc: de band nam alle toegevoegde tracks, van koebellen tot conga's en sambaballerige shakers, op óver een bruut gedrumde mastertrack die daarna uit het nummer werd getrokken. Weg bruutheid. Bleef over een dichtgesmeerd maar springerig poplied met vaag tropische eeuwigheidswaarde, want voorzien van een nooit meer uit het brein verdwijnend refrein.

Een grote sprong in de muziekgeschiedenis, een klein stapje voor Toto. Op het openingsnummer van Toto's nieuwe plaat XIV is de band terug bij Stop Loving You uit 1988, gezongen met dat heerlijk afgeknepen stemmetje van Joseph Williams. Die is nu terug bij Toto en dat is goed nieuws; luister maar naar Running Out Of Time. Nog net zo ijl (of karakterloos, zo u wilt), maar in ieder geval moeiteloos door de hoogste noten joelend. Het nummer begint heavy, iets zwaarlijviger dan we gewend zijn van Toto, maar als de ritmisch rollende bas en het riffende hardrockgitaartje hun punt hebben gemaakt in het intro, mondt Running Out Of Time uit in toch weer die gemasseerde softe rock en opnieuw zo'n vocaal uitbundig refrein waarin je zomaar twintig stemmen telt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.