De gefnuikte arend

In een zeer leesbare biografie komt vooral naar voren dat de dichter Willem Bilderdijk een onuitstaanbaar mens was

Aleid Truijens

De beroemde historicus Johan Huizinga noemde hem de Grote Ongenietbare. Jan en Annie Romein waren iets milder: de dichter Bilderdijk deed hun denken aan 'een gefnuikte arend in de hoenderhof': een mooi beeld voor de zich immer gedwarsboomd en miskend voelende dichter, die in zijn eigen verbeelding hoog opsteeg.

Bilderdijks biografen, Peter van Zonneveld en Rick Honings, ontlenen aan die metafoor de titel van hun complete, zeer leesbare en soms amusante boek. Zij tonen de mens achter de dichter, een geniaal maar onmogelijk mens. Zo'n boek was er nog niet.

Willem Bilderdijk (1756-1831) wordt, behalve door specialisten en een enkele liefhebber onder collega-schrijvers, niet meer gelezen. Voor zijn tijdgenoten was hij onbetwist de grootste, maar het proces van debunking begon al snel. De criticus Busken Huet fileerde in 1860 zijn werk, dat ijdel, grof en breedsprakig zou zijn, net als de man zelf. Multatuli vond hem een rijmelaar bij wie smart altijd op hart rijmde. Net als hijzelf was Bilderdijk een tegendraads denker, opstandig jegens autoriteiten, uit zijn ambt gezet en verbannen. Ook Bilderdijk was een narcist en beschouwde literatuur als uiting van een geprangd hart. Maar die verwantschap wilde Multatuli niet zien. Hij zou als onze enige échte romanticus worden beschouwd, Bilderdijk werd bijgezet als een dichter met een romantisch gemoed en een classicistische vormentaal.

Eind 20ste eeuw kwam Bilderdijk weer in de aandacht, omdat jongeren hem herontdekten: Peter van Zonneveld begon al in 1976, samen met Boudewijn Büch, aan zijn Bilderdijk-project, dat hij nu voltooide met Rick Honings, een jonge kenner van het Leidse culturele leven in de 18de en 19de eeuw. Büch was gefascineerd door de 'moordende melancholie' én het opiumgebruik van de dichter. Voor Gerit Komrij was Bilderdijks pijnlijke leven zijn grootste kunstwerk. Van Zonneveld en Honings begrijpen wel wat tijdgenoten zo greep in het werk van Bilderdijk. Eigenlijk, schrijven zij, 'moet men zijn werk hóren'.

De biografen doen alle mogelijke moeite om hem zo nabij mogelijk te komen. Zij leren hem kennen uit de vele brieven die hij naliet, brieven aan zijn tweede vrouw Wilhelmina, maar ook aan opdrachtgevers en vrienden. Nooit brak er een zonnetje door bij Bilderdijk. Zij beschrijven het leven van iemand die, zodra hij kon denken, verlangde naar de dood; die niet één gelukkige periode kende en nóóit ergens van genoot.

Aan talenten ontbrak het hem niet. Hij was een wonderlijk gis ventje. Hoogbegaafd, zouden we nu zeggen. Vóór zijn tweede verjaardag kon hij al lezen, kende hij de Bijbel en de gedichten van Cats en sprak hij Frans; als kleuter leerde hij zichzelf Hebreeuws en Latijn. Tenminste, dat schreef Bilderdijk zelf. Na zijn zesde zat hij met een ontstoken voet jarenlang binnen, waardoor hij nog eens flink kon bijlezen, maar niet leerde hoe hij met échte mensen moest omgaan. Hij leerde de buitenwereld al jong verachten.

Bilderdijk had een veeleisende vader en een koele moeder. Hij werd advocaat, maar altijd van de partij die het minst populair was. Toen alle toonaangevende intellectuelen patriot waren, bleef hij hardnekkig prinsgezind en verdedigde hij Kaat Mossel; hij moest daarna vluchten naar Duitsland. Toen Lodewijk Napoleon ons land bestierde, kwam hij weer hij weer in de gratie en kreeg hij een forse toelage, waarvoor hij wat werk in het culturele leven deed. Opportunistisch was hij ook.

Eerst bejubelde hij keizer Napoleon, de broer van zijn weldoener, in gezwollen verzen, maar toen die was onttroond, juichte hij dat het land was bevrijd van een wrede dictator. Hij was een fel tegenstander van echtbreuk, maar verliet zelf wel zijn eerste echtgenote, na haar jarenlang mishandeld te hebben.

Het allerliefst was hij hoogleraar geworden. Zijn leven lang solliciteerde hij naar vrijkomende leerstoelen. Maar in de academische wereld moesten ze deze ijdeltuit en gelijkhebber niet. Hij bl

oeide iets op toen hij, als zestiger, zijn kennis eindelijk kwijt kon in privécolleges, die hij, gekleed in een slaapjurk en met een natte tulband tegen de hoofdpijn op, aan huis gaf.

In zijn privéleven zat het niet mee. Hij had het geluk, na een ongelukkig eerste huwelijk, in de piepjonge Wilhelmina een vrouw te vinden die hem onvoorwaardelijk liefhad en steunde. Maar van de elf kinderen die Bilderdijk bij zijn twee vrouwen kreeg, waren er bij zijn dood nog maar twee in leven. De talloze miskramen van de constant zwangere Wilhelmina - de altijd zieke dichter had een gezond libido - zijn dan niet meegeteld. Toch had Bilderdijk, bij alle tegenslag, een ongelooflijke dichterlijke productie, naar schatting 300 duizend versregels. Bij groot verdriet barstte zijn gemoed in verzen open.

Hij werd allengs zwartgalliger, en conservatiever, religieuzer en rabiater. Hij voelde zich geminacht door de politiek en de wetenschap, door domkoppen en vijanden omringd, maar - hier begint zijn levensverhaal echt op dat van W.F. Hermans anderhalve eeuw later te lijken - jonge intellectuelen liepen met hem weg en voor zijn vrienden en dierbaren was hij aardig en zorgzaam.

Na een paar honderd pagina's begin je medelijden te krijgen met de biografen. Wat een ongeneeslijke treurwilg was die Bilderdijk. Wat een chagrijn. Na elk reisje arriveerde hij meer dood dan levend, iedere maaltijd viel verkeerd, elk huis waar hij woonde was tochtig en vochtig. Fysiek is er altijd wel wat mis: tergende hoofpijnen, bloedspuwingen, helse koortsen, reumatische knieën of jicht in een teen. Bij het zoveelste 'reikhalzen naar het gapend graf' en 'hijgen naar de verlossende dood' lijken ook de auteurs een zucht te onderdrukken. Als de dichter, op zijn 75ste, dan eindelijk écht zijn laatste adem uitblaast, denk je: ja ja, het zal wel weer het gebruikelijke geklaag zijn.

Zonder deze fascinerende figuur had de 19de eeuw er anders uitgezien, denken Honings en Van Zonneveld. 'Bilderdijk mag dan gefnuikt zijn in zijn ambities,' schrijven ze, 'een arend was hij wel.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden