Rob Hoogland en Martin Koolhoven.

De Vriendschap Rob Hoogland en Martin Koolhoven

De geëngageerde regisseur en de nestor van De Telegraaf: ‘Zal ik ter bevestiging van mijn nieuwe imago een bruin overhemd aantrekken?’

Rob Hoogland en Martin Koolhoven. Foto Ivo van der Bent

Vooral op sociale media lijkt het soms wel of niemand meer met iemand overweg kan. De Volkskrant zet daar deze zomer vrienden tegenover die grote en kleine verschillen overbruggen. Deze week: Telegraaf-columnist Rob Hoogland en cineast Martin Koolhoven.

‘Zal ik ter bevestiging van mijn nieuwe imago van extreemrechtse agitpropper een bruin overhemd aantrekken?’, reageert Telegraaf-columnist Rob Hoogland in een groepsapp als deze krant hem begin juli benadert voor een dubbelinterview met cineast Martin Koolhoven.

Hoogland, misschien wel meest gelezen columnist van Nederland, maakt zich zelden druk. Maar nu is hij boos. Hij is op Twitter namelijk uitgemaakt voor fascist. Niet door anonieme twitteraars, maar door mensen uit het vak, door journalisten met een status. Aanleiding is een tweet van zijn maatje, columnist Arthur van Amerongen. Die twitterde ‘Danke schön, frau Merkel’, als reactie op het nieuws dat een concert van André Rieu zou worden beveiligd door plaatsing van betonblokken. De tweet stuit op kritiek, Hoogland verdedigt zijn vriend, komt in het oog van de Twitterstorm – en wordt tot zijn eigen afschuw door een paar collega-journalisten naar het extreemrechtskamp geslingerd.

‘Vergeet niet dat jullie 8 augustus met een Nederfascist gaan eten.’

‘Belachelijk’, zegt de bevriende filmmaker drie weken later over de beschrijvingen van zijn vriend Hoogland op Twitter. We zitten op het terras van Zina, een Noord-Afrikaans restaurant aan de lommerrijke Bosboom Toussaintstraat in Amsterdam-West. ‘Dat laat zien dat het debat echt ontspoort.’

Beide heren zijn vanavond neergestreken in een van de lievelingsrestaurants van Koolhoven – hij komt hier al vijftien jaar, kent de eigenaar, en zweert bij de pastilla, een Marokkaanse hartige taart. De mannen zijn hier om te praten over een vriendschap die opvalt vanwege ogenschijnlijke tegenstellingen.

Regisseur Martin Koolhoven (49) brak commercieel door met Het Schnitzelparadijs (2006), een multiculturele coming-of-age-comedy met Marokkaans-Nederlandse acteurs in de cast. In 2016 schreef hij (Nederlandse) filmgeschiedenis met de internationale productie Brimstone, een visueel overweldigende horrorwestern met een vrouwelijk perspectief. Vanaf 5 oktober presenteert hij wekelijks het VPRO-filmprogramma De Kijk van Koolhoven.

Rob Hoogland (67) schrijft sinds 1989 de veelgelezen Telegraaf-column Kringen. Eerst zes dagen in de week, sinds zijn pensioen in 2016 verschijnt Kringen drie keer per week.

De van oudsher sportjournalist richt zijn pijlen op de linkse elite, en op de PvdA in het bijzonder. Hoogland steekt regelmatig de draak met wat hij ziet als overtrokken diversiteitsbeleid of doorgeschoten feminisme. Zijn stijl is onomwonden. ‘Jammeren de zwartjes een dag niet, beginnen de vrouwtjes te jeremiëren’, begint zijn column over een oproep van een PvdA-politica om meer straten naar vrouwen te vernoemen.

De geëngageerde regisseur en de nestor van De Telegraaf leerden elkaar acht jaar geleden kennen op Twitter, het sociale medium dat dezer dagen vooral teleurstelling oproept bij de mannen. Hoogland: ‘Ik vond het vroeger gezelliger. Het is tegenwoordig zoveel geschreeuw en gescheld. Als je een grap maakt, wordt je meteen afgemaakt.’

De vrienden zijn fysiek uit verhouding, zoals Aragorn en Gimli, de leden van het reisgezelschap in The Lord of the Rings. Anderzijds: iedereen lijkt op een dwerg naast de twee meter en vier centimeter lange Rob Hoogland.

De columnist noemt zijn vriend ‘Kool’, en ook in Koolhovens stem klinkt iets van vertedering als hij over Hoogland praat. Ze gaan regelmatig uit eten, met vriend Eddy Terstall, en nog vaker uit drinken. Heel veel drinken, waarbij Hoogland het naar eigen zeggen steevast aflegt tegen Koolhoven.

Maar hoe gedijt een vriendschap tussen een VPRO-minnende cineast en de nestor van De Telegraaf in tijden van polarisatie? Hebben deze mannen werkelijk een verschillend wereldbeeld, of zijn de heren door schuivende politieke scheidslijnen dichter naar elkaar toe geschoven?

En hoe slaat een online vriendschap om in een offline bromance?

Koolhoven: ‘Het begon denk ik toen je mij een boek stuurde.’

Hoogland: ‘Martin wilde toen een western maken. Ik houd ook heel erg van westerns, en ik had nog wat boeken liggen over die periode. Heb jij dat boek nog gelezen, Kool?’

Koolhoven: ‘Ik heb alles gelezen voor Brimstone. Vooral dat wapenboek, daar had ik wat aan.’

Hoogland: ‘En jij wilde afvallen. Ik heb toen voorgesteld dat je eens moest gaan praten met Sjuul Paradijs (toenmalig hoofdredacteur van de Telegraaf, red.). Die was letterlijk gehalveerd: van 185 kilo naar 92 kilo. Ik heb een afspraak voor je geregeld.’

Koolhoven: ‘En toen heb ik twee uur met Sjuul gepraat op de Telegraaf-redactie, ontzettend aardig dat hij die tijd voor mij vrijmaakte. Ik was toen gevaarlijk dik. Ik had slaapapneu en diabetes type 2, er moest iets gebeuren. Normaal val je ’s nachts het meest af, maar door die suiker- en slaapproblemen bleef ik maar aankomen. Uiteindelijk heb ik het tij kunnen keren door twee operaties: aan mijn neus en aan mijn maag. Dat had meteen effect: de dag na de ingreep was mijn bloedsuiker al niet meer op een kritiek punt. Ik ben nu nog steeds dik, maar nu is het niet meer morbide.’

Hoogland: ‘Ik kamp ook al mijn hele leven met overgewicht, er is geen dieet dat ik niet heb geprobeerd. Ik woog op een gegeven moment 140 kilo. Ik ben toen op de natuurlijke manier gaan afvallen: geen alcohol, geen brood. 34 kilo ben ik zo kwijtgeraakt, Toen kwam er weer 30 bij, en inmiddels is er weer 15 af.’

Beiden mannen komen uit een sociaal nest: Hooglands opa heeft de fractie van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij in zijn geboortestad Alkmaar opgezet. ‘En mijn moeder was fervent Drees-stemmer.’ Het gezin Koolhoven was sociaal zeer betrokken: er werd gedemonstreerd tegen kernwapens, én tegen racisme. Koolhoven: ‘Ik had een blijf-van-mijn-makkers-badge (actie tegen racisme, red.), en eentje met zo’n gebroken geweertje.’

Hoe ver sta je inmiddels af van de jongen die meeliep in antiracisme-optochten?

Koolhoven: ‘Niet zo ver. Maar ik heb wel geleerd om niet meer te denken in termen van rechts is fout en links is goed. Ik dacht vroeger echt dat rechtse mensen diep egoïstisch waren. Nu geloof ik dat de meeste mensen het beste voor hebben met de wereld. De meeste mensen vinden zichzelf ook niet slecht.’

Hoogland: ‘Ik ben wat dat betreft cynischer. We worden volgens het socialistisch gedachtegoed geacht ons ieders lot aan te trekken. Maar dat kunnen we gewoon niet aan.’

Koolhoven: ‘Ik geloof nog steeds echt in het idee dat je moet zorgen voor de zwakkeren in de samenleving. Maar ik vind dat er een sociaaldemocratisch idee moet komen over hoe we met immigratie en integratie omgaan. De enige manier waarop je bijvoorbeeld de immigratie kunt stoppen, is door te zorgen dat er in Afrika zelf een sociaal vangnet komt.’

Hoogland: ‘Ja, maar je bereikt niets door maar gewoon miljoenen over te maken.’

Koolhoven: ‘Je bereikt ook niets door asielzoekers alleen maar terug te trappen en verder niets te doen om de sociaal-economische situatie in ontwikkelingslanden te verbeteren.’

Hoogland: ‘Oké, daarin ben ik het wel met je eens.’

Koolhoven: ‘Zie je, eigenlijk is Hoogland gewoon een linkse gozer.’

Hoogland: ‘Ik ben al helemaal niet rechts.’

Rob Hoogland en Martin Koolhoven. Foto Ivo van der Bent

Maar je stemt toch al je hele leven op de VVD?

Hoogland: ‘Dan ben je toch niet meteen rechts? Ik heb trouwens ook een keer op Pim Fortuyn gestemd, uit een soort woede. Ik was gechoqueerd door die politieke moord, maar ik had het niet moeten doen.’

Koolhoven: ‘De opkomst van Fortuyn leek op die van Trump; een reactie op het gebrek aan antwoorden van het establishment, vooral aan de linkerkant. Hillary Clinton werd ook echt gehaat. En hoe haar eigen partij Bernie Sanders heeft gedwarsboomd, schandalig! Rob, als je moest kiezen, had je dan Trump of Sanders gestemd?’

Hoogland: ‘Dan had ik wel op Sanders gestemd, ja. Trump is een misbaksel.’

Een partij die ook flink van leer trekt tegen wat zij beschouwt als het politieke establishment is Forum voor Democratie. Hoe staan jullie tegenover het FvD?

Hoogland: ‘Ik verdeel het Forum onder in Theo Hiddema en Thierry Baudet. Ik mag Hiddema heel graag, die man kan geweldig relativeren. Verder ga ik niet meedoen in de hetze tegen Baudet, dat vind ik buitengewoon overdreven.’

Koolhoven: ‘Buitengewoon overdreven? Als je de geur van fascisme aan je hebt kleven, dan ga je dat toch niet nog eens opzoeken? Hij gaat met dubieuze schrijvers op de foto, heeft een ontmoeting van vijf uur met een racist, en gaat dan ook nog eens doodleuk eng-rechtse terminologie gebruiken. Jij vindt het toch verschrikkelijk om voor fascist uitgemaakt te worden?’

Hoogland: ‘Ik denk dat Thierry daar minder mee zit. Als hij maar publiciteit krijgt.’

Beiden heren maken zich zorgen over de invloed van de islam, vertellen ze als een tweede fles wijn wordt opengetrokken, een Château Roslane.

Koolhoven: ‘Links heeft moslims altijd als een minderheid gezien. Maar we leven in een Europa waarin die minderheid op bepaalde plekken de dominerende meerderheid is.’

Over welke plekken rep je nu? Want ik zie geen oververtegenwoordiging van moslims in het bedrijfsleven, in de media of politiek. In termen van machtsstructuren kun je toch wel degelijk spreken van een minderheid?

Koolhoven: ‘Daar heb je gelijk in, maar ik bedoel dat we niet zomaar bij mensen uit een andere cultuur ineens lagere verwachtingen moeten hebben op dat vlak. Betuttelracisme, noemde Eddy Terstall dat ooit mooi. Progressieve waarden als de gelijkheid van mannen en vrouwen, daar moeten we pal voor staan.’ (Hoogland knikt.)

Als je pal voor vrouwenrechten staat, moet je mijns inziens ook het feminisme onderschrijven. Doen jullie dat?

Hoogland: ‘Er is een periode geweest dat feministen het behoorlijk bij het rechte eind hadden. Maar de laatste jaren zijn feministen nogal geneigd om een bepaalde manier van leven te verdedigen die helemaal niet strookt met de hunne. Zo zijn er beroemde dames met wie je niet kunt discussiëren over de islam. Ik noem een feministisch boegbeeld als Anja Meulenbelt.’

Koolhoven; ‘Ik vind niet dat je het hele hedendaagse feminisme kunt reduceren tot Anja Meulenbelt. Er zijn veel meer stemmen.’

Hoogland: ‘Nou, tegen Stella Bergsma (columnist en schrijver, red.) kun je ook niet zeggen dat ze de islam moet aanpakken.’

Rob Hoogland en Martin Koolhoven samen op een terras in Amsterdam. Foto Ivo van der Bent

Koolhoven: ‘Zij spreekt zich wel degelijk uit tegen onderdrukking in moslimgemeenschappen, ze zegt alleen: ik maak me vooral druk over dingen in mijn eigen leefsfeer.’

Hoogland: ‘Dat is een makkelijk, risicoloos standpunt, omdat je een groot deel van de maatschappij daarmee aan haar lot over laat.’

Koolhoven: ‘Dat is helemaal geen makkelijk standpunt, zolang je maar ook erkent dat er problemen zijn binnen de islam met vrouwenrechten. En dat doet ze.’

Afgelopen jaar stond deels in het teken van #MeToo. Rob, jij hebt er columns aan gewijd, Martin, het debat ontvlamde door onthullingen in jouw industrie. Hoe hebben jullie dit ervaren?

Koolhoven: ‘Het eerste wat ik heb gedaan is achteruit kijken. Ben ik eigenlijk wel oké geweest met elke vrouw met wie ik ben omgegaan? Ik vind dat een gezonde exercitie, dat zou iedereen moeten doen.’

Hoogland: ‘Maar wat is niet oké? Wie bepaalt dat? Als je een vrouw leuk vindt, en je probeert haar te versieren, is dat dan verkeerd?’

Koolhoven: ‘Dat is een lastig speelveld. In het spel der liefde neemt iemand initiatief, of doet iets dat niet helemaal in de haak is. Als die ander dan zegt: hé, dat wil ik niet, dan is dat verder prima. Maar als er een machtsverhouding is, gelden er andere regels.’

Hoogland: ‘Maar zelfs dan is het soms lastig. Straks is die juffrouw best toeschietelijk naar je, en dan geef je haar vervolgens geen belangrijke rol. Nou, dan kun je te maken krijgen met wraakzucht.’

Tegen de journalist: ‘Ik kan jou aardig vinden, en proberen jou te versieren. Is dat dan fout?’

Koolhoven: ‘Jullie hebben geen machtsverhouding, dus dat is sowieso anders.’

Hoezo hebben we eigenlijk geen machtsverhouding? Ik moet een stuk schrijven. Als wij nu ruzie krijgen, dan heb ik een probleem, niet jullie.

Hoogland en Koolhoven tegelijk: ‘Maar jij kunt opschrijven wat je wil! De macht ligt juist bij jou vanavond!’

Hoogland: ‘Kijk, het ligt in de aard van mijn columns dat als er zo’n beweging begint, ik een beetje tegengas geef. Is het niet een heksenjacht geworden, Kool? En dan die hypocrisie… Iedereen wist van Kevin Spacey. En tik op Google Images maar eens de trefwoorden Meryl Streep en Harvey Weinstein in. Mijn hemel, wat hadden die twee een lol vroeger.’

Koolhoven: ‘Ja, maar Rob, laten we het even naar Nederland trekken. Gosschalk beheerste 80 procent van de markt, had veel meer macht dan Weinstein. Ik hoorde dertien jaar geleden al voor het eerst over de wanpraktijken van Gosschalk, via een acteur. En toen in 2008 hoorde ik weer over seksueel machtsmisbruik. Dit is een patroon, dacht ik toen. Maar wat kun je doen, behalve niet meer samenwerken met zo iemand?

‘De machtsverhoudingen in de filmindustrie zijn sowieso verschrikkelijk heftig, seksuele uitbuiting is daar maar een onderdeel van. Zo kreeg een collega van mij van zijn producenten te horen: als je de film niet maakt zoals wij hem willen, then you’re kids will die hungry. Dat soort intimidatie is schering en inslag in Hollywood.’

Hoogland: ‘Hoe verander je dat? Er zijn nou eenmaal mensen met geld, en mensen zonder geld. Die eerste groep heeft de macht.’

Misschien verander je die verstoorde machtsverhoudingen met een campagne als #MeToo?

Koolhoven: ‘Het is nog even afwachten, maar ik denk dat #MeToo onder de streep tot betere verhoudingen leidt, ja. Het moet alleen niet doorschieten, daar moeten we beducht op zijn.’

Hoogland: ‘Het heeft veel meer kanten. Wat te denken van de groupies die zich opdringen? Ik heb als tennisverslaggever vroeger gezien hoe die meiden letterlijk voor de spelers klaarzaten in de hotellobby. In de filmwereld zal het niet veel anders zijn.’

Koolhoven: ‘Geen commentaar.’

Martin, jij maakte een visueel verpletterende western met een vrouw in de hoofdrol die slachtoffer wordt van seksueel geweld. De film werd bejubeld als feministisch. Maar je kreeg ook kritiek.

Koolhoven: ‘Zeker. Tijdens een filmfestival in Polen begon een journaliste bij de aanvang van de persconferentie naar me te schreeuwen dat ik een vrouwonvriendelijke film had gemaakt. ‘Weer een film met een vrouw als slachtoffer! Wat denk je dat dat doet met jonge vrouwelijke kijkers?’’

Hoogland: ‘Jezus, je maakt toch een film over die tijd.’

Koolhoven: ‘Ze wilde niet met mij in gesprek, ze zei dat het haar recht was om niet naar mij te luisteren. Het gekke is, ik heb ook zo veel lovende reacties gehad, maar dit voorval is toch blijven hangen. Omdat ik dacht dat ik een film had gemaakt over geweld tegen vrouwen.’

Hoogland: ‘Ik vond het een prachtige film, ik heb ervan genoten. Ik zat in Tuschinski bij de première, en ik was echt trots. Mijn vrouw dacht er overigens anders over, zoals wel meer vrouwen. Misschien hadden ze toch een punt, Kool.’

We praten door over hedendaags feminisme en Koolhoven begint over De Bovengrondse, de groep die die week in elf steden straatnamen omdoopte tot vrouwelijke straatnamen. ‘Op zich een prima actie. Maar het probleem zit niet in de naambordjes, maar in het feit dat de geschiedenis is gedomineerd door mannen. En nu vervingen ze Willem de Zwijger voor Mien van Bree.’

Hoogland, verheugd: ‘Mijn column gaat daar morgen over!’

Daar heb je al eens een column over geschreven.

Hoogland: ‘O ja? Dat weet je beter dan ik. Mijn mening: je krijgt het volk niet in beweging met dit soort overtrokken acties. Ik denk ook: heb een beetje geduld. Als er een nieuwe wijk wordt gebouwd, kunnen we daar toch bordjes met vrouwennamen plaatsen?’

Koolhoven: ‘Ja, maar om dat te bereiken, om de mensen bewust te maken, heb je soms wel zo’n actie nodig. Soms kan alleen een flinke tegenbeweging verandering bewerkstelligen.’

Rob Hoogland en Martin Koolhoven proosten op een terrasje. Foto Ivo van der Bent

Zoals de beweging tegen Zwarte Piet? Ik begreep dat jij een petitie tegen Zwarte Piet hebt getekend?

Hoogland: ‘Heb je dat écht gedaan?’

Koolhoven: ‘Ja, dat was helemaal in het begin, nu teken ik geen petities meer, ik vind het een vorm van zelfoverschatting. Ik ging pas echt nadenken toen Quinsy Gario mishandeld werd door de politie. Toen dacht ik: verander die kleur gewoon, dat is empathisch. Maar ondertussen vind ik ook dat de tegenstanders de gevoelens van veel Nederlanders te weinig erkennen. Blijkbaar is Zwarte Piet voor veel mensen iets dierbaars, iets wat ze deelden met hun kinderen en wat hen terugbrengt naar hun eigen jeugd. Je moet blijven praten. Ik had hier trouwens vanavond ook met Quinsy Gario kunnen zitten. Ik ben met hem gaan eten, en hij is echt oké.’

Hoogland: ‘Jij betalen natuurlijk.’

Koolhoven: ‘Nee, hij stond er juist op dat hij betaalde. Dat zou wel eens hiermee te maken kunnen hebben.’

Hoogland: ‘Sorry, ik maak een foute grap. Heerlijk!’

Koolhoven: ‘En dat moet ook kunnen.’

Martin, lees jij eigenlijk alle columns van Rob?

Koolhoven: ‘Nee, want ze staan niet online. Natuurlijk lees ik ze wel eens, maar niet met regelmaat.’

Hoogland: ‘Ze staan wel online, maar achter een betaalmuur. Je moet ervoor dokken, Kool. En daar ben je natuurlijk te gierig voor.’

Zijn er columns waarvan je denkt: nu ga je te ver Hoogland?

Koolhoven, peinzend: ‘Nou, ik vind je soms wel populistisch. Je hebt een wat volkse manier van je uitdrukken. Als iemand iets fout doet, moeten ze hem opsluiten. Laten we het zo zeggen: jij bent soms iets te makkelijk in het veroordelen van dingen of mensen met wie je het niet eens bent.’

Noem eens een voorbeeld?

Koolhoven: ‘Neem nou Ismail Ilgun (die bekend werd als ‘treitervlogger’, red.). Jij hebt je in columns, en ook op Twitter, heel negatief over hem uitgelaten. Maar die jongen documenteerde met zijn vlogs iets dat ik nog niet eerder had gezien. De achilleshiel van de journalistiek is nou eenmaal dat het maar niet lukt om dicht bij dit soort subculturen te komen. Ismail belde mij, hij wilde me ontmoeten, wat doe je dan?’

Hoogland, schoorvoetend: ‘Ja, dan doe je dat.’

Koolhoven: ‘Het is mij toen kwalijk genomen door rechts-Nederland dat ik iemand wilde helpen die zij als fout zagen. Maar hij wilde zijn leven beteren, en ik wilde hem daarbij helpen. Volgens mij is het laatste wat je moet doen dat soort jongens de rug toekeren.’

Hoogland: ‘Het is me nogal wat, Kool, wat hij flikte. Vriendjes aanzetten tot geweld en dat dan filmen, bij die supermarkt. Dat raadslid Juliëtte Rot thuis opzoeken. Dat was zo bedreigend, man.’

Na twee flessen wijn drinkt het gezelschap nu een tweede ronde thibarine, een zoete dadellikeur. De zon is al lang onder, en de heren reflecteren nog een keer op de alchemie van hun vriendschap.

Koolhoven: ‘Ik heb mensen aan de linkerkant, en mensen aan de rechterkant als vrienden. Uiteindelijk gaat het mij daar gewoon niet om. De eerste keer dat ik Rob ontmoette, wist ik meteen, en heel intuïtief: deze man deugt.’ Hoogland: ‘Het is een ontzettend sympathieke, gezellige gozer. Hij durft groot te denken, hij evenaart Paul Verhoeven internationaal. Dat bewonder ik ontzettend.’

Rob, In hoeverre val jij samen met de columns die je schrijft? Is het af en toe ook een personage dat je neerzet? Ik vraag het omdat je vanavond eventueel op Sanders zou stemmen, en ineens ontwikkelingssamenwerking toch wel belangrijk vindt?

Hoogland: ‘Een goede vraag. Ik houd natuurlijk rekening met het publiek waarvoor ik schrijf. Maar ik denk dat je toch een aardig beeld krijgt van wie ik ben. Het zijn ook zo veel columns, meer dan zevenduizend. Man, ik weet zelf vaak niet eens meer wat ik heb geschreven.’

Hoogland gaat. Hij gaat de volgende dag naar het Friese zeilevenement Skûtsjesilen, de wekker gaat al vroeg. O ja, en hij moet nog een column schrijven. Hij neemt afscheid van zijn ‘Kool’, en verdwijnt dan al wandelend langzaam uit zicht, de nacht in naar zijn pied-à-terre in de binnenstad van Amsterdam.

Koolhoven gaat nog niet niet naar huis, hij wordt elders in de stad verwacht. Maar eerst wil hij nog van Ab Tlili, de eigenaar van het restaurant, weten wat hij nou eigenlijk vindt van de spanningen rond de multiculturele samenleving. ‘Moeten we harder optreden tegen de islam in Europa?’

Ab Tlili, een Tunesische variant op Al Pacino – zelfde vitale oogopslag, hese stem – schraapt zijn keel: ‘Ik ben heel hard voor al die jongens die zich niet willen aanpassen, of naar Syrië afreizen, fjuut, hij maakt een wuivend gebaar: ‘Wegwezen, oprotten.’ Maar is de islam de kern van alle problemen? ‘Nee, nee. De islam is een vredelievende religie gekidnapt voor politieke doeleinden.’ En over jongens van Marokkaanse afkomst die nu soms ontsporen: ‘Die worden vaak gediscrimineerd, ze krijgen geen stageplek, ze worden met de nek aangekeken.’ Terwijl hij een laatste glas thibarine inschenkt, praat hij over inlevingsvermogen. ‘Iedereen heeft een verhaal, of je nou een vluchteling, of een Telegraaf-lezer, of een migrant bent, zoals ik. Iedereen heeft bagage. Niet te snel te oordelen.’

De volgende dag staat de column van Hoogland op pagina vijf van de krant. ‘Zelfs qua straatnamen voelen ze zich namelijk achtergesteld, de vrouwtjes van nu’, schrijft Hoogland. Nee, dan Boris Johnson, die in The Daily Telegraph niqaabdragende vrouwen vergelijkt met brievenbussen. ‘Heerlijk, zo’n brutale boy die met één column meer voor de bevrijding van de vrouw doet dan alle hedendaagse feministes in een heel jaar bij elkaar.’

Koolhoven meldt zich ’s middags in de groepsapp, hij was pas om vier uur thuis. Hij heeft de column niet gelezen. Hoogland rapporteert vanuit een zeilboot in Friesland, met een selfie. Twee vrolijke ogen kijken vanonder borstelige wenkbrauwen de camera in. ‘Net een beetje nat geworden, kater weg’, schrijft hij opgeruimd.

CV Rob Hoogland

1950: geboren in Alkmaar
1972: begint als sportjournalist bij het Noord-Hollands Dagblad
1976: overstap naar de Telegraaf
1989: begint met de column Kringen
2017: publiceert met Arthur van Amerongen Het grote foute jongensboek

Hoogland is getrouwd. Hij woont in Egmond aan den Hoef.

CV Martin Koolhoven

1969: geboren in Den Haag
1996: studeert af aan de filmacademie in Amsterdam als scenarist en regisseur
1997: schrijft en regisseert zijn eerste film, Duister Licht
2005: Film Het Schnitzelparadijs komt uit, waarvoor Koolhoven de regie deed
2016: Brimstone komt uit. De film van regisseur Koolhoven krijgt een trits aan nominaties en prijzen, waaronder een Gouden Kalf voor beste regie

Koolhoven woont samen in Amsterdam en heeft twee kinderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.