De gedaanteverwisseling van Nelson Mandela

De Britse journalist Anthony Sampson schreef de eerste geautoriseerde biografie van de voormalige Zuid-Afrikaanse president Nelson Mandela: Mandela (Het Spectrum; fl....

'IK ONTMOETTE Nelson Mandela voor het eerst in 1951 in een shebeen, een clandestiene kroeg. Eigenlijk was het een drukkerijtje, waar 's avonds sterke drank werd geschonken. Ik herinner me er niet al te veel meer van. Ik was dronken, hij nuchter. Alle ANC-leiders kwamen daar, maar Mandela ging er niet veel heen. Hij dronk zelf weinig. Later vertelde hij me dat hij het drinken afkeurde.

'Hij was in die tijd geen gemakkelijk persoon om mee te kletsen, in tegenstelling tot zijn maten. Ik vond hem nogal stijf. Knap was-ie wel, en altijd heel aanwezig. Zijn collega's vonden hem arrogant. Een van hen zei tegen me: je moet altijd oppassen met wat je tegen hem zegt. Aristocratisch, dat was wat hij uitstraalde, en hij kwam natuurlijk uit een adellijke familie. Hij wilde met respect behandeld worden. Ik was daar niet zo goed in.

'Hij kleedde zich altijd heel goed. Hij zag er formeel uit, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Walter Sisulu, zijn vriend en leermeester. Als hij ergens binnenkwam, werd hij meteen opgemerkt. Toch dacht ik toen niet dat hij de grote leider was. Ik vond hem niet erudiet, niet zo'n intellectueel. Hij had iets agressiefs over zich.

'Tijdens onze gesprekken voor de biografie vroeg ik hem waar die houding vandaan kwam. Hij zei: misschien was ik toen defensief. Hij was een trotse man, die in zijn geboortestreek als een belangrijk iemand was opgegroeid. Eenmaal in de stad werd hij vernederd door de blanken. Ik dacht indertijd dat hij mij op een afstand hield, omdat ik blank ben, maar zijn zwarte collega's hadden dezelfde ervaring.

'Ik vertrouwde hem in die tijd helemaal niet. Hij was me te militant, een Afrikaanse nationalist. Ik zag Sisulu en Oliver Tambo, Mandela's andere boezemvriend, meer als de leiders. Mandela zag dat net zo, vertelde hij me later. Hij vond dat hij weinig wist van politieke theorieën. Dat maakte hem ook defensief.

'Ik had het volkomen fout. Bovendien maakte Mandela in die jaren een verandering door. Tijdens de grote campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid in de jaren vijftig en het proces tegen ANC-leiders dat daarop volgde, hield hij indrukwekkende toespraken. Tegen de tijd dat hij voor het eerst de gevangenis inging, in 1962, was het duidelijk dat hij de grote leider was. Zijn verdediging in de rechtszaal was buitengewoon intelligent.

'In 1964 ving ik nog net een glimp van hem op, in de rechtszaal, vlak voor hij aan zijn lange jaren van gevangenschap begon. Een week na zijn vrijlating, in februari 1990, ontving hij mij in zijn huisje in Soweto. Het was een heel andere Mandela. Hij was ontspannen, bijna sereen, wonderbaarlijk warm en gastvrij voor zijn bezoekers. Hij genoot ervan zoveel mogelijk mensen te ontvangen. Zijn glimlach viel me het meest op. Vroeger had hij een showbizz-glimlach, niet erg gemeend. Nu had hij een heel intieme, persoonlijke lach.

'Hij was bovendien heel humoristisch geworden. Vroeger maakte hij nooit grapjes. Zijn toespraken waren erg formalistisch en eerlijk gezegd zaten ze vol clichés. Hij is nooit marxist geweest, maar hij fulmineerde wel tegen het imperialisme en het kolonialisme.

'Toen Mandela zijn autobiografie wilde gaan schrijven, werd ik benaderd als mede-auteur. Maar ik vond dat te moeilijk. We spraken af dat ik mijn eigen boek zou schrijven, een biografie die hij zou autoriseren. Ik had een stuk of tien gesprekken met hem van elk ongeveer een uur. Die gebruikte ik vooral om verhalen van anderen te controleren. Doordat het een geautoriseerde biografie is, kreeg ik als eerste toegang tot al zijn gevangenisbrieven en alle mensen uit zijn omgeving waren bereid om met mij te praten. Hij overtuigde ook zijn huidige echtgenote, Graça Machel, die eerst niet wilde, om me te woord te staan. Zij was heel open.

'Hij sprak zelf niet over zijn gemoedstoestand. Hij heeft altijd gezegd dat hij dat niet wil, dat hij zichzelf op die manier niet heeft geanalyseerd. Daarom waren de gevangenisbrieven zo nuttig. Hij schrijft heel open over zijn gevoelens aan Winnie. Hij laat zijn eenzaamheid en ellende blijken, maar toch verraadt hij zijn diepste emoties niet, zoals zijn verdriet toen zijn zoon en zijn moeder stierven. Zelfs zijn intiemste vrienden in de gevangenis vonden het moeilijk daarover met hem te praten.

'Met mij wilde hij dat ook niet. Ik mocht bijvoorbeeld niet over Winnie beginnen, dat was me vooraf gezegd. Richard Stengel, die hem hielp bij het schrijven van zijn autobiografie, heeft het heel wat keren geprobeerd. Zonder succes.

'Ik sprak met zijn kinderen, en met Winnie. Ik heb een goede verstandhouding met haar omdat ik al die jaren, vanaf de jaren zestig tot in de jaren tachtig, contact met haar hield. Maar zij zegt de ene keer dit en de andere keer dat. Nee, zij heeft het manuscript niet gelezen en ook nog niet op het boek gereageerd. Er staan zeer kritische dingen over haar in.

'Zijn brieven zijn soms pijnlijk intiem. Hij had een heel geïdealiseerd beeld van haar, erg buiten de werkelijkheid. Dat maakte het extra moeilijk voor hem afscheid te nemen van zijn fantasie over haar. Ik ben er zeker van dat hij het geweld, haar betrokkenheid bij de moord op Stompie, niet kon verdragen. Zijn vrienden vertelden me dat hij het in de gevangenis niet kon geloven. Hij was volkomen in zichzelf gekeerd. Zelfs Ahmed Kathrada, een van zijn beste vrienden en ook een vriend van mij, zei dat hij besefte dat Mandela ondoordringbaar was op dit punt.

'Toen hij, na zijn vrijlating, niet meer om de waarheid heen kon, was dat een schok. Hij had een korte psychische instorting, vertelden zijn vrienden. Er wordt vaak vergeten dat het proces tegen Winnie kwam op een moment dat alles tegenzat: de onderhandelingen met De Klerk waren vastgelopen en het geweld was verschrikkelijk. Iemand vertelde mij dat Mandela had gezegd: ik wou dat ik weer in de gevangenis zat. Toen hij dat in het manuscript las, zei hij: ik maakte maar een grapje.

'De enige passage die ik op zijn uitdrukkelijke verzoek heb weggelaten, ging over de zaak-Winnie. Ik mag niet zeggen waarover die passage ging.

'Wat er nog over is van de vroegere Mandela? Zijn vermaarde woedeaanvallen lijken inderdaad op die van de jonge agressieve Mandela. Maar ik geloof dat hij zijn agressie in de jaren van zijn gevangenschap volledig onder controle heeft gekregen. Dat weerhoudt hem er niet van af en toe boos te worden, maar hij kiest momenten die hem goed uitkomen. Zijn woedeaanvallen tegen De Klerk, de laatste blanke president, waren bijvoorbeeld zeer effectief. Ze hebben De Klerk met de grond gelijk gemaakt.

'Met zijn tirades maakte hij bewust mensen bang, ze waren zelden een politieke fout. Hij was boos op de Amerikanen omdat die het ongepast vonden dat hij bevriend bleef met Castro en Kadhafi. Maar hij geniet ervan de Amerikanen te plagen, zei hij me, omdat hij hun betutteling niet kan verdragen. Daarom nodige hij Milosevic vorige maand ook uit in Zuid-Afrika te komen wonen. Maar Mandela weet heel goed dat hij veel kan maken. Zijn vriendschap met Clinton heeft er niet onder geleden.

'Zijn grote teleurstelling is de houding van de blanken. Hij heeft veel risico genomen om een verzoening tot stand te brengen. Veel zwarten vonden het dubieus dat hij het rugby-team Springboks paaide. De blanke politici hebben nauwelijks meegewerkt, ze richten zich nog steeds vrijwel uitsluitend tot de eigen blanke achterban. Daar is Mandela behoorlijk boos over. De afgelopen jaren heeft hij de blanke zakenlieden, sportorganisaties en media gekapitteld.

'Het is moeilijk te zeggen of Mandela's erfenis onder Thabo Mbeki zal beklijven . Mijn indruk is dat hij hem liever niet als zijn opvolger had gehad. Vijf jaar geleden liet hij al doorschemeren dat hij een voorkeur had voor Cyril Ramaphosa, maar dat de top van het ANC anders had beslist. Hij heeft zo zijn bedenkingen, maar die houdt hij voor zich. Ook met mij wilde hij het er niet over hebben.

'Van de andere kant gelooft hij dat het nieuwe Zuid-Afrika sterk is. Terecht, denk ik, want de grondwet is erg goed. De verkiezingen van vorige maand zijn soepel verlopen, zonder de spanningen van vijf jaar geleden. Ik was aanwezig bij de inhuldiging van Mbeki, en Mandela maakte een heel tevreden indruk. Hij schamperde tegen de pessimisten, een liefhebberij van hem. Hij zei: voor de tweede keer hebben wij de onheilsprofeten voor schut gezet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.