InterviewWim en Hans Anker

De gebroeders Anker: ‘We zijn steeds meer gaan verschillen’

null Beeld Jouk Oosterhof, assistent-fotografie: Bryndis Ragna Brynjolfsdottir
Beeld Jouk Oosterhof, assistent-fotografie: Bryndis Ragna Brynjolfsdottir

De Friese eeneiige tweeling Wim en Hans Anker wordt deze zaterdag 68 jaar. Feestelijk natuurlijk, maar toch ook niet helemaal. Want het is ook het jaar waarin het succesvolle strafpleitersduo ermee gaat stoppen. ‘Met bloedend hart.’

De wachtkamer van advocatenkantoor Anker en Anker is leeg. Dat is eigenlijk altijd zo. ‘Parkeren is bij ons ook geen enkel probleem’, legt Wim Anker uit in het kantoor dat hij 20 jaar geleden met broer Hans in Leeuwarden betrok. ‘98 procent van onze cliënten zit namelijk vast. En de overige twee heeft een rijontzegging.’

Al veertig jaar verdedigen de gebroeders Anker mensen als Ferdi E., die zakenman Gerrit Jan Heijn ontvoerde en vermoordde, en Robert M., die tientallen kinderen seksueel misbruikte. Maar ook de vrouw die stiekem een Party, Story en Privé meepikte uit de supermarkt. Want – het vingertje van Wim Anker gaat maar weer eens omhoog terwijl hij de zin waarschijnlijk voor de miljardste keer in zijn loopbaan gedragen uitspreekt: ieder mens, zonder aanzien des persoons, heeft recht op juridische bijstand. En dus ook de verkrachter en de seriemoordenaar. Dat leverde hen nogal eens bedreigingen op, en ook een aantal stenen door de ruit, maar door vakbroeders wordt de identieke tweeling op handen gedragen vanwege hun onvermoeibare strijd in de rechtszaal, ook voor de cliënt die hun bijstand niet kan betalen. Ze werden er niet rijk van, integendeel, de cursussen die zij aan collega-strafpleiters geven zijn de kurk waarop het kantoor drijft, maar het zorgde wel voor een goedlopende praktijk waar inmiddels twintig al even bevlogen mensen werkzaam zijn. Of zoals de eeneiige tweeling hun succes zelf droogkomisch samenvat: ‘Wij laten zien dat het goed kan: twee in één cel.’

‘Ik denk weleens: als een van ons heel ziek wordt, of zelfs wegvalt, dan is het sprookje ten einde’, zei Wim in 2005. Is dat het gevoel dat jullie nu hebben, dat het sprookje bijna voorbij is?

Wim: ‘Ja. Het is een zeer lastige beslissing geweest om te stoppen. Wij zijn advocaten in hart en nieren. We hebben ook nooit iets anders gewild of overwogen, het is een heerlijk beroep. Maar we hebben fysiek wel klappen gehad. Hans zeker, maar ik ook. De laatste jaren heb ik daarom gezegd dat we een moment om te stoppen moesten plannen. En Hans, jij pruttelde nogal tegen, hè?’

Hans: ‘Ja, ik was het er niet helemaal mee eens. Maar we hebben altijd gezegd: samen uit, samen thuis. Ik heb in 2013 een ernstig verkeersongeluk gehad waarna ik er een jaar helemaal uit ben geweest. Al kost alles me meer energie, ik ben nu wel weer op het oude niveau. Mentaal althans, fysiek niet helemaal. En Wim heeft de laatste paar jaren wat problemen met zijn hart gehad. Dus toen zijn we op initiatief van Wim om de tafel gegaan: Wat wil jij? Wat wil ik?’

Hans, waarom pruttelde jij tegen toen je broer voorstelde om te stoppen, terwijl jij er wat betreft gezondheid misschien wel de meeste aanleiding toe gaf?

Wim, onderbreekt: ‘Nou, ik was er zelf ook wel enigszins aan toe. Ik heb een nieuwe relatie, met Jantien, met haar heb ik nog niet zo lang geleden een boerderijtje gekocht in Skingen, 20 minuten rijden vanaf Akkrum. Dat is nogal een sprong van de vloer naar de zolder als je zestig jaar met confrère en frère Hans in Akkrum hebt gewoond en geleefd. Maar ik dacht op een bepaald moment: ik ben er wel aan toe. Alleen Hans niet. Die sputterde heftig en met luide stem tegen, zoals-ie dat kan.’

Hans: ‘Met stemverheffing.’

Wim: ‘Hij zei: ik ben mentaal sterk, ik sta er weer! Ik wil niet stoppen, ik ga door. Toen heb ik tegen Hans gezegd: maar ik zie als broer dat het je meer moeite kost, dat je jezelf niet in acht neemt.’

Hans: ‘Ik heb toen voorgesteld om over vijf jaar te stoppen. Want ik wist dat Wim in het midden zou gaan zitten. Dus toen kwamen we toch nog op tweeënhalf jaar doorgaan uit.’

Waarom denk je dat het voor Hans beter is om te stoppen als hij zelf dat fysieke ongemak wel wil dragen?

Wim: ‘Omdat het ook verantwoord moet zijn. Als je Hans vraagt hoe het is, zegt hij ‘uitstekend’, dat maak ik iedere dag meermalen mee. Maar ik zie, mede doordat we uit hetzelfde ei gekropen zijn, hoeveel kracht het hem kost. Dat zie ik aan hoe zijn gezicht vertrekt. Hij zal nooit roepen ‘Ik heb pijn’, dat heeft hij nooit gedaan, de man heeft een enorm hoge pijngrens.’

Wat is er eigenlijk precies gebeurd?

Hans: ‘We hadden een kindercircus georganiseerd. Wim en ik zijn al meer dan veertig jaar lid van de activiteitencommissie in Akkrum. Na afloop zaten we nog even na met de clown. Omdat we een paar borrels op hadden, sprong ik bij een maat achter op de fiets, één been aan elke kant. Door een oneffenheid in de weg verloor hij het evenwicht waardoor we achterovervielen, hij lag met fiets en al boven op mij. Toen ik opkeek, zag ik mijn ene voet de ene kant op staan en de andere de andere kant op. De chirurg zei: ‘Dit letsel heb je normaal gesproken als je uit een vliegtuig springt en je parachute niet opengaat.’ Ik moest tien weken platliggen, ik kon helemaal niets, was volledig afhankelijk. Ik ben – net als mijn cliënten die een lange straf uitzitten – op een kalender de dagen gaan doorstrepen. Daarna volgde er een langdurig revalidatieproces, ik moest opnieuw leren lopen. In een rolstoel ging ik naar kantoor, later op krukken. Elke president van de rechtbank of het Hof zei: ‘Anker, ga alsjeblieft zitten!’ Maar ik zei: ‘Nee, een advocaat pleit altijd staande en met rechte rug. Ik had wel echt een katheder nodig, want ik moest me ergens aan vasthouden, anders viel ik om.’

Wim: ‘Je bent nooit gaan zitten.’

Hans: ‘Ik heb me tijdens de revalidatie weleens wanhopig afgevraagd of ik ooit wel weer kon werken, want het strafrecht is een zwaar vak. We moeten veel reisbewegingen maken. En kom maar eens een huis van bewaring of een tbs-kliniek binnen met een handicap. Dat is overigens nog steeds lastig, omdat er nu ijzeren pinnen in mijn enkels zitten. De chirurg zei: ‘Meneer Anker, u krijgt wel een probleem bij de detectiepoortjes op Schiphol.’ ‘Daar kom ik niet’, zei ik, ‘ik ga al zestig jaar naar hetzelfde hotel in het Limburgse Slenaken op vakantie, maar ik kom de bajes niet meer in, dat is veel erger! Deze meneer komt nooit piepvrij door de poort.’ Ik ga sindsdien altijd een half uur eerder naar mijn afspraken in de bajes om door de beveiliging te komen.’

Hans Anker in zijn kantoor. 
 Beeld Jouk Oosterhof
Hans Anker in zijn kantoor.Beeld Jouk Oosterhof

Wim: ‘Soms vergeet hij het ook. Wij zijn groot fan van voetbalclub Heerenveen en in de euforie van een doelpunt springt Hans dan juichend op. Wij pakken hem dan meteen beet. ‘Zitten!!’, zeggen we dan.’ Toen Hans uitviel, zeiden onze kantoorgenoten tegen elkaar: Hans ligt eruit, dan gaat Wim ook.’

Hans: ‘Maar dat is niet gebeurd.’

Wim: ‘Ik ben in die veertig jaar in totaal vier keer uitgevallen vanwege een burn-out, soms vier maanden, ook een keer een jaar, maar hoe druk het ook werd toen Hans uitviel, ik bleef staan.’

Hans: ‘Gek is dat, hè? We zijn er nooit tegelijkertijd tezamen uit gevlogen.’

Wim: ‘Er huppelt altijd één Anker door, dat is wel een markant verschijnsel. Samen ben je sterk, omdat je elkaar aanvult. Ik voel me ook altijd sterk als hij er is.

We hebben ook geen moment jaloezie, kinnesinne, of naijver naar elkaar gevoeld. Je gunt elkaar alles, want Hans is een beetje mij en ik ben een beetje Hans. Ik kan wel zeggen: we hebben geen rimpelingen gekend. Dus het is een afscheid met bloedend hart. We hebben het veertig jaar prachtig gehad.’

En dat terwijl jullie werden uitgelachen toen jullie samen een strafrechtpraktijk gingen beginnen.

Wim: ‘Ja. We werkten allebei bij hetzelfde advocatenkantoor in Leeuwarden en hadden helemaal geen ambitie om maat te worden. Maar we hadden daar een geweldige secretaresse, Marg, en die werd van de ene op de andere dag tegen haar en onze zin in aan twee maten van dat kantoor toegewezen, die hadden ingezien hoe goed zij was. ‘Dat gaat niet gebeuren’, hebben Hans en ik toen tegen elkaar gezegd. We zijn voor onszelf begonnen en namen Marg mee. Toen we dat aankondigden, werd dat niet serieus genomen. Ze dachten: die Ankers zijn geen ondernemers. Ze hadden er erg weinig vertrouwen in dat wij op ons 47ste zelf een kantoor gingen leiden.’

Hans: ‘We komen ook niet uit een ondernemersgeslacht. Mijn vader – dat is ook Wim zijn vader –, was burgervader van kleine gemeenten als Vlieland, Schiermonnikoog en Akkrum. Dus we hebben het allemaal in de praktijk moeten leren.’

Jullie waren als jonge jongens anders best ondernemend. Omdat er in jullie dorp weinig te beleven was organiseerden jullie zelf van alles. Jullie gingen ook altijd boodschappen doen met jullie geit, namen hem zelfs mee naar het café.

Hans: ‘Floris, ja! ‘Goedemorgen heren’, groette de kastelein dan, we waren er altijd vroeg bij, en zette meteen drie Berenburgers voor ons neer. ‘Floris, wil je hem niet?’, zeiden wij dan. ‘Oké, dan pikken we die er ook maar bij.’ Niet veel later ging steevast zijn staart omhoog en riep de kastelein: ‘Hij doet het weer!’ ‘Niet aankomen’, adviseerden wij dan, ‘gewoon laten liggen en laten drogen, en opruimen met veger en blik.’ Maar hoe ondernemend we in het dorp ook waren, zakelijk en commercieel ondernemen was, en is, zeker niet ons sterkste punt.’

Wim: ‘We hebben wel direct een splitsing aangebracht, we wilden geen twee kapiteins op één schip. Hans concentreerde zich op de organisatie van het kantoor, en ik was de man die de contacten met de media deed. Dus Hans binnen, Wim buiten. Want ik ben de knapste, beweerde ik.’

Hans: ‘Je hebt nog veel meer lelijke dingen over me gezegd. Ik zat met mijn vrouw en onze kinderen van 7 en 12 op de bank en zei: ‘Ome Wim komt zo op televisie, even kijken wat-ie over papa zegt.’ ‘Waarom is uw broer nooit op televisie?’, vroeg de interviewer. ‘Nou’, zegt-ie, ‘die oogt niet, dus wat mij betreft doet hij alleen maar radio en geheime zenders.’ Die kinderen waren zo geschokt.’

Jullie kozen er ook meteen voor om voor strafrecht te gaan, en in jullie kantoor alleen verdachten bij te staan. Geen slachtoffers en nabestaanden, vanwege het gevaar van belangenverstrengeling. Waarom past strafrecht, en dan de kant van de verdachte en levenslang gestrafte, het best bij jullie?

Hans: ‘Mijn vader en moeder hadden daar zo hun eigen verklaring voor. Onze ouders hadden het druk en als ze beiden weg moesten en geen oppas hadden, zetten ze ons in de kippenren, we hadden een heel grote.’

Wim: ‘We waren een jaar of 3.’

Hans: ‘Vervolgens deden ze dat ding op slot. ‘Wilt u het deurtje opendoen!’, riepen wij tegen iedereen die langskwam. ‘Daardoor komen jullie nu zo op voor de gedetineerde medemens’, grapten onze ouders.’

Wim: ‘Die compassie voor de underdog hebben we van jongs af aan meegekregen. Mijn moeder zette zich erg in voor zieken, zieligen en nooddruftigen. En we hebben gekozen voor een strijdbaar beroep, vechten en knokken zit in ons karakter. Wij springen het liefst op een kist en trekken alles uit de kast opdat de weegschaal van vrouwe Justitia in balans blijft. Wij moeten zorgen dat de rechtstaat overeind blijft, dat de hand van justitie niet uitschiet. En dat is in eenieders belang. Het voorkomt dat mensen onschuldig vast komen te zitten, of een onevenredige straf krijgen. En dat is geen ver-van-mijn-bed­show, zoals veel mensen denken. Veel van onze cliënten zijn advocaten, notarissen, officieren van justitie, rechters, politiemensen, raadsleden, wethouders, burgemeesters, geestelijken en directeuren van bedrijven.’

Hans: ‘En ook alcoholisten, junks en thuislozen.’

Wim en Hans in het Abe Lenstra Stadion in Heerenveen. Beeld Jouk Oosterhof
Wim en Hans in het Abe Lenstra Stadion in Heerenveen.Beeld Jouk Oosterhof

‘Dat is het schokkende van ons beroep’, zei jullie collega-strafpleiter Jan Vlug. ‘Het zijn bijna altijd vrij gewone mensen die de gruwelijkste levensdelicten plegen. Iedereen wil in monsters geloven, maar het is gewoon je broer of je buurman.’

Wim: ‘Elke keer weer probeer ik dat tijdens mijn lezingen in het land duidelijk te maken. Dat doe ik inmiddels veertig jaar, twee á drie keer per week, van Terneuzen tot Delfzijl, en van Wierden tot Schoorl. Ik wil die vooroordelen en misverstanden wegnemen. Steeds weer probeer ik uit te leggen dat we geen beesten bijstaan. Dat we wel mensen bijstaan die iets verschrikkelijks hebben gedaan, maar geen verschrikkelijke mensen. Als ik mijn cliënten heb bezocht, zie ik alleen nog de mens en niet meer het delict. Het is zelfs zo dat Hans mij zo nu en dan heeft moeten afremmen in het contact met mijn cliënten. Ferdi E. heb ik meer dan 100 keer in zijn cel bezocht. Dat kan wel een tandje minder, zei Hans tegen me, denk aan de professionele distantie. Wij doen veel zaken rond moord en doodslag en die vinden met name plaats in de relationele sfeer. Vaak hebben mensen een rimpelloos bestaan gehad totdat ze plotseling een ernstig delict pleegden. Pief-paf-poef-criminelen hebben wij nauwelijks op kantoor. Verdachten van kille afrekeningen vanaf een scooter komen hier niet.’

Hans: ‘Die gaan naar andere advocaten.’

Wim: ‘En wij nemen zelf geen enkel initiatief, de cliënt moet naar de advocaat toekomen, is onze overtuiging.’

Hans: ‘Andere advocaten denken daar anders over, steeds vaker worden cliënten van elkaar afgepakt.’

Wim: ‘Dat komt doordat het aantal karpers in de vijver afneemt – de geregistreerde criminaliteit neemt immers al jaren af –, en het aantal vissers neemt elk jaar toe.’

Ter voorbereiding op dit gesprek sprak ik een aantal rechters, strafpleiters en een officier van justitie. Iedereen had het over de verharding in de maatschappij, over de publieke roep om zwaardere straffen. De verharding neemt toe terwijl de criminaliteit afneemt, hoe verklaren jullie dat?

Hans: ‘Veel mensen denken nog steeds dat er in Nederland soft wordt gestraft.’

Wim: ‘Terwijl Nederland wat betreft de hoogte van de straffen in de bovenste regionen in Europa staat. Maar het publiek weet dat niet. En dan gebeurt er weer een vreselijk feit en is het direct: zwaarder straffen! Vergelding en repressie staan centraal, resocialisatie is een besmette term. We hebben in Nederland ook een goed werkend tbs-systeem, waardoor mensen veilig kunnen terugkeren in de maatschappij. Maar ook al laat ik die cijfers zien tijdens mijn lezingen, het wordt niet geaccepteerd. Tbs’ers blijven gevaarlijke monsters die continu weglopen uit de kliniek. Het kwartje valt niet. Daar word ik weleens moedeloos van.’

Welke cliënt gaan jullie het meest missen als het zometeen stopt?

Wim: ‘Dat zijn er velen. Ik heb tegen sommigen ook gezegd dat ik nog steeds Wim Anker ben als ik als advocaat ben gestopt, dus bereikbaar zal zijn als het nodig is. Met levenslang gestraften en met tbs’ers heb ik natuurlijk een jarenlange band opgebouwd. Ik ben deze week nog bij Gerrit geweest, een tbs-gestelde die nu 41 jaar vastzit. Na zo veel jaren gaat het plotseling goed met hem. Hij heeft een jaar of drie geleden zijn eerste verlof gekregen, en nu reist hij zelfs al met de trein. Het volgen van al die stapjes die ze maken geeft mij veel voldoening. Voor tbs’er Theo H., die 57 jaar heeft vastgezeten, ben ik drie dagen door Nederland op zoek gegaan naar een geschikte plek voor hem. Ik denk altijd mee en neem zelf initiatief. Als je uitrekent hoeveel extra tijd ik erin steek, kom je op een uurtarief van 4 à 5 euro. Maar ik doe het wel. Gerrit ga ik missen. Dat is op zich een aardige, zachte jongen, die een vreselijke start heeft gehad in het gezin waarin hij is opgegroeid. Het wiegje had, zoals bij veel van onze cliënten, beter drie huizen verderop kunnen staan.’

Hans: ‘Vanmiddag werd ik gebeld door het ziekenhuis met de mededeling dat de operatie van Dennis is geslaagd. Hij is een cliënt die ik al vaak heb bijgestaan. Hij had alleen nog zijn moeder, maar die is onlangs overleden dus hij had mij opgegeven als contactpersoon. Wij zijn vaak de enige mensen die ze nog hebben, hè? Wim heeft zó veel mensen bezocht waar geen hond meer kwam. Veel meer dan ik. En dat terwijl het hem meer belast dan mij.’

Wim: ‘Mijn broer is een dolfijn, die schudt met zijn kop en het water is weg. Ik ben een poes, die in een regenbui loopt en tot op het bot doorweekt raakt. Ik kan het leed niet goed van me afschudden.’

Wim Anker: ‘Die compassie voor de underdog hebben we van jongs af aan meegekregen’. 
 Beeld Jouk Oosterhof
Wim Anker: ‘Die compassie voor de underdog hebben we van jongs af aan meegekregen’.Beeld Jouk Oosterhof

Wat is precies het leed dat je raakt?

Wim: ‘Dat het in de regel ernstige zedendelicten, moord en doodslag zijn die we behandelen drukt zwaar. In bepaalde dossiers heb ik het ook niet aangekund om de fotomappen te bekijken. De filmbeelden die Robert M. van zijn ontucht had gemaakt heb ik niet bekeken, dat heeft mijn collega Tjalling van der Goot gedaan. Maar het is vooral de enorme verantwoordelijkheid die ik voel. Men steunt op mij. Op advies van mijn broer ben ik de laatste jaren daarom ook wat meer politierechterzaken gaan doen zodat mijn praktijk wat meer in balans kwam.’

Hans: ‘Gisteren had Wim een zaak bij de politierechter die meteen positief werd afgerond. Wim was helemaal blij. Ik kwam thuis en riep tegen mijn vrouw: ‘Hij gaat bijtekenen, hij gaat bijtekenen!’ Wim ging soms op één dag op bezoek bij drie levenslangen, die allemaal niks meer hebben. Geen perspectief, geen horizon. Daarna was hij helemaal kapot.’

Nico, Wims klusjesman en buurman in Skingen, vertelde dat hij alles met Wim bespreekt, tot de meest persoonlijke, emotionele zaken. ‘Maar over zijn werk hebben we het nooit, want dat komt toch altijd op hetzelfde neer: levenslang of gevangenisstraf met tbs.’

Wim: ‘Ja. Collega’s zeiden een keer tijdens de lunch: ‘En Wim, heb jij de laatste tijd nog succesjes behaald?’ Hans antwoordde: ‘De laatste vrijspraak van Wim was in oktober 2007.’ Toen heb ik mijn broeder gecorrigeerd, want dat was in maart 2004. ‘Maar’, zei ik, ‘ik heb wel een levenslange die wordt overgeplaatst.’ Nou, je had ze moeten horen. ‘Tjongejonge, jij bent een toppertje zeg.’ Tja, daarin zaten mijn succesjes. Een tbs’er die onbegeleid verlof kreeg of die niet twee jaar maar één jaar verlenging kreeg.’

‘Zoals Wim in zijn zaken is, zo was hij naar mij toe ook’, vertelde je vriendin Jantien, ‘een knokker. En door zijn omgang met tbs’ers heeft hij zelf iets van een psychiater gekregen. Hij verdiepte zich erg in me.’

Wim: ‘Dat was bij haar ook wel nodig, want zij was in eerste instantie niet zo onder de indruk van mij. Zij is journalist bij de Leeuwarder Courant. Ik was getrouwd, zij woonde samen. Maar toen zij mij interviewde dacht ik: sapperdeflap!’

Hans: ‘Ja, dat is het niveau van mijn broer. Wat een wonder dat dat kind erin trapte. Het is toch niet te geloven zeg!’

Ze zei: toen hij me vertelde dat hij me leuk vond, heb ik de deur niet meteen op een kettingslot gegooid, maar op een kier gezet. En ja, dan staat Wim meteen op zolder.

‘Ja, maar dat heeft toen nog wel jaren geduurd. We zagen elkaar twee keer per jaar als ik zitting had in Leeuwarden en zij die versloeg. Dan gingen we daarna koffiedrinken. Maar zij liet dan nooit iets persoonlijks los, ze concentreerde zich op haar werk. Jaren later hield ik het niet meer en ben ik geknapt. Ik zei: ‘We gaan even in het café hiertegenover een borrel drinken.’ Daar heb ik haar verteld wat ik voor haar voelde. Zo is het langzaam gegroeid. Het is gewoon prachtig, ik word er rustig van. Het is een heerlijke match.’

Had jij in die jaren door dat Wim verliefd was op haar, Hans?

Hans: ‘Had ik niet in de gaten, nee.’

Het is niet dat zo dat jullie al jullie gedachten delen?

Wim: ‘Op dit punt niet, omdat ik zijn reactie wel kon inschatten.’

Welke reactie dacht je dat hij zou geven?

Wim: ‘Dat ik tot tien moest tellen. Behoedzaamheid.’

Hans: ‘Je hebt een verstandige broer, hè?’

Wim: ‘Het is vooral geen sinecure geweest om Hans te vertellen dat ik samen met haar een boerderijtje ging kopen in Skingen en dat ik Akkrum ging verlaten. We hebben zestig jaar samen in dat dorp gewoond en van alles georganiseerd. Mensen zeiden altijd: de Ankers zijn verankerd in het dorp. Maar ik wilde het Jantien niet aandoen om een belastende start te hebben in Akkrum, dat vond ik niet fair. Ook niet in de richting van mijn ex-partner.’

Vond je het eng om dat tegen Hans te zeggen?

Wim: ‘Ja, dat vond ik spannend. Hans zei: zal het niet weer overwaaien? Is het niet een passante?’

Hans: ‘Je moet niet uit Akkrum weggaan’, zei ik.’

Wim: ‘Hij kon zich niet voorstellen dat je dat ooit doet.’

Hans: ‘Maar mijn vrouw, Janke, is dan verstandig, die zei: daar moet je je verder niet mee bemoeien. Als zij dat zo besluiten dan moet je dat accepteren.’

‘Zijn broer is het eerste jaar niet in Skingen geweest, die was boos op hem’, vertelde jullie boezemvriend uit Akkrum, Sietze.

Hans: ‘Ja, ik vond dat lastig. We hebben altijd zulke bijzondere dingen bedacht voor het dorp. Zoals sneeuwpoppen maken in mei.’

Wim: ‘Ik vond het ook verschrikkelijk moeilijk om uit Akkrum te vertrekken. Als ik Jantien niet had ontmoet, was ik nooit weggegaan.’

Heb je Wim erg zien veranderen door zijn nieuwe liefde?

Hans: ‘Ja, ik denk dat een mens, als hij een nieuwe relatie aangaat altijd wel wat verandert.’

Wim: ‘Ja, maar het gaat nou over mij. Ik ben geen mens jongen, ik ben je tweelingbroer.’

Hans: ‘Je krijgt in een nieuw dorp toch een nieuwe vriendenkring, zo werkt dat gewoon. Maar als Wim weer bij de vergaderingen of de evenementen in Akkrum is, is het weer als vanouds. Hij gaat ook nog mee naar sportclub Heerenveen. En op onze jaarlijkse vakantie naar Limburg, samen met zijn ex-vrouw en zonder Jantien. Als hij ook met dat soort dingen zou ophouden, zou ik dat wel jammer vinden. Dat weet hij ook wel.’

Wim: ‘Ik kom zo vaak mogelijk. Maar goed, je hebt ook een nieuw dorp met honderd mensen. Jantien en ik willen ons ook daar thuisvoelen.’

Wim en Hans in Hotel-Café ’t Anker in Leeuwarden. Beeld Jouk Oosterhof
Wim en Hans in Hotel-Café ’t Anker in Leeuwarden.Beeld Jouk Oosterhof

Jullie hebben het altijd een zegen genoemd dat jullie uit hetzelfde ei gekropen zijn. Is dit een kleine keerzijde aan het eeneiige tweeling-zijn, dat het geamputeerd voelt als je eigenoot 20 minuten verderop gaat wonen?

Hans: ‘Ja, dat voelt geamputeerd.’

Sietze zei: ‘Het is niet meer de twee-eenheid die ze altijd zijn geweest. Hans houdt erg vast aan het traditionele, en Wim is begonnen aan een nieuwe bladzijde in zijn leven.’

Hans: ‘Ja, ik hou het het liefst allemaal bij het oude en dat lukt mij ook vaak wel. Met de evenementencommissie loopt het als een trein.’

Het lijkt alsof jij elke keer een beetje over je emotie heen kletst, als ik zo vrij mag zijn.

Wim: ‘Ja, daar gaat Hans het liefst met een U-bocht omheen.’

Hans: ‘Ik ben wat nuchterder. Dat zegt mijn vrouw ook altijd. Ik kan alles blokken. Dan doe ik een luikje dicht, dan merkt niemand wat aan me.’

Wim: ‘Mensen zeggen vaak: Ankers, eeneiig, identiek, maar we zijn op onderdelen verschillend. En we zijn ook meer gaan verschillen in de loop der jaren.’

Hans: ‘Wim vindt mij wel eens te druk. Mijn vrouw ook. Op kantoor noemen ze me ‘Bek op Poten’. BOP. Ik kan vaak niet meer ophouden met praten. Veel vrouwen zeggen: ‘Mijn man zegt nooit wat’, nou, daar heeft mijn vrouw geen last van.’ Gierend van de lach: ‘Mijn vrouw zegt: je hebt twee oren maar je luistert niet!’

Wim: ‘Hij praat veel, maar niet over wat hem echt bezighoudt. Ik heb meer pieken en dalen gehad, waardoor ik veel thuis ben geweest. Dan word je meer op jezelf teruggeworpen en heb je ook meer tijd voor bezinning, voor reflectie. En door Jantien ben ik ook opener geworden, die vindt dat juist prettig.’

Ze vertelde me dat dat bepaald niet het enige was dat ze je moest leren.

Wim: ‘Ja, ik kon nog niet eens zelf boodschappen doen. Jantien heeft me ook een kookboek gegeven met aanwijzingen als: ‘Haal nu het vlees uit de koelkast.’ Ik moest wat dat betreft van ver komen. Ik doe nu veel in huis. Dat heb ik in vorige relaties niet hoeven doen. Jantien en ik zijn samen en we hebben een prachtig leven, dus ik zie er helemaal niet tegenop om dat te gaan leiden. Ik blijf mijn lezingen ook doen, dat moet ook wel, want ik heb enkel 800 euro AOW in de maand.’

Nico de klusjesman zei: ‘Ik denk dat Wim zijn tijd op zijn grasmaaiertje wel doorkomt.’

Hans schenkt nog een derde glaasje jenever bij zichzelf in. ‘Lekker drinken.’ Naar Wim: ‘Jij?’

Wim houdt zijn hand boven zijn glas. ’Ik moet zo terug naar de boerderie. Maar ja, ik vind dat heerlijk. Lekker anderhalf uur op de zitmaaier, en daarna de dieren verzorgen. Zoals onze hond, Klaas. Een kettinghond uit Spanje, die jarenlang heeft gezworven op een vuilnisbelt, en afval heeft gegeten. Zijn darmen zijn verrot, hij is bijna blind en helemaal doof. Het is zo’n verschrikkelijke schat. Dinsdag kwam ik thuis en kwam Klaas aanlopen. ‘Dag lieverd’, zei ik, en toen begon hij in een keer, voor het eerst...’

Ontroerd: ‘hij begon wel twintig seconden te kwispelen. ‘Hij kwispelt, hij kwispelt!’, riep ik tegen Jantien. En daarna tegen iedereen die ik tegenkwam. Maar dat is wat ik het liefst doe, net als in mijn werk: zieke en zielige dieren opvangen. En ik stofzuig drie keer in de week, ik doe van alles in huis, dat is ook een hele verandering, hè.’

En jij, Hans?

Hans: ‘Ik wil het meeste van mijn tijd aan het dorp besteden. Ik ben nu voorzitter geworden van de stichting Dierenweide, die gaan een kinderboerderij in Akkrum oprichten. Daar ga ik me met hart en ziel voor inzetten. En als ze mij op kantoor vragen of ik wil meehelpen om een reader voor de cursussen te schrijven, dan zeg ik ja.’

Wim: ‘Ik heb daar geen tijd voor, want...’

Hans: ‘Jij zit op je grasmaaier.’

CV Wim en Hans Anker

27 febr 1953 Geboren in Leeuwarden, Wim een kwartier eerder dan Hans. Ze woonden op dat moment op Schiermonnikoog. Vader was achtereenvolgens burgemeester van Vlieland, Schiermonnikoog, Utingeradeel en Workum

1965–1969 Mulo in Akkrum

1969–1972 Hbs-A in Leeuwarden

1972–1977 Studie rechten aan Rijksuniversiteit Groningen. Hans studeerde cum laude af, Wim nét niet

1977–1981 Wim beleidsmedewerker van de directie TBR en reclassering op het ministerie van Justitie

1977–1979 Hans geeft les, recht en maatschappijleer op een meao

1979 Hans wordt advocaat bij Beek advocaten in Leeuwarden

1981 Wim wordt advocaat bij Stoop advocaten in Leeuwarden, waar Hans in 1986 ook kwam te werken

Sinds 1991 Advocatenkantoor Anker en Anker Strafrechtadvocaten in Leeuwarden

Ze waren onder meer advocaat van Ferdi E. (moordenaar Gerrit-Jan Heijn), Richard Klinkhamer (de schrijver die zijn vrouw heeft omgebracht), Martha U. (vermoordde vier bejaarden in verpleeghuis), Jan Veerman (eigenaar van cafe Het Hemeltje in Volendam)

In 2016 ontvingen ze elk de onderscheiding officier in de Orde van Oranje-Nassau

Wim is twee keer gescheiden en woont nu samen in Skingen. Hij heeft een dochter, Marlies. Hans is getrouwd en woont in Akkrum. Hij en zijn vrouw hebben twee zoons, Johan en Friso

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden