Recensie Frankusstein

De Frankenstein van Jeanette Winterson is helemaal thuis in de 21ste eeuw ★★★★☆

Wat hebben Frankenstein, genderfluïditeit en kunstmatige intelligentie met elkaar te maken? Genoeg voor een sterke roman van Jeanette Winterson, met twee fraai vervlochten verhaallijnen.

Beeld Martyn F. Overweel

In haar nieuwe roman Frankusstein (Frankissstein) snijdt Jeanette Winterson twee actuele thema’s aan, die ook in de recente literatuur met regelmaat opduiken. Net als in John Boynes pas verschenen Mijn broer heet Jessica speelt genderfluïditeit een belangrijke rol. Een tweede rode draad vormen de beloften en bedreigingen rond het fenomeen kunstmatige intelligentie. Auteurs als Ian McEwan (Machines zoals ik), James Smythe (I Still Dream) en Will Eaves (Murmur) lieten zich hierdoor eveneens inspireren en naar verluidt werkt ook Nobelprijswinnaar Kazuo Ishiguro aan een roman over dit voorlopig onuitputtelijke onderwerp.

Winterson slaagt erin beide thema’s op een interessante manier te integreren in een roman met twee verhaallijnen, die ze met verve tot een geheel vervlecht.

Frankusstein opent in 1816, als dichters Alfred Lord Byron en Percy Shelley, Shelleys vrouw Mary, haar halfzuster (en Byrons minnares) Claire en Byrons lijfarts Polidori voor een vakantie neerstrijken aan het Meer van Genève. Vervolgens begint het zonder ophouden te regenen. Aan deze regen danken we een van de beroemdste en invloedrijkste gothic novels uit de literatuurgeschiedenis. Om de verveling van het verplicht binnenblijven te bestrijden, vertellen de vakantiegangers elkaar horrorverhalen. Het is geen toevallig gekozen genre. Allemaal zijn ze op hun manier gefascineerd door zaken als (on)sterfelijkheid, doodsdrift, leven na de dood, het bestaan van geesten en dat van de ziel.

Bij Mary Shelley, de hoofdpersoon van de 19de-eeuwse verhaallijn, spelen het recente overlijden van haar eerste kind tijdens de bevalling en de kraamdood van haar moeder bij haar eigen geboorte een belangrijke rol in haar obsessie met de dood en de droom deze ongedaan te maken. Het inspireert haar tot de roman Frankenstein (1818).

Jeannette Winterson: Frankusstein. Beeld Atlas Contact

Bevrijd van het lichaam

Voor de tweede verhaallijn voert Winterson ons naar het heden, waar we tijdens een conferentie over robotica in Memphis kennismaken met de andere hoofdpersoon: de arts Ry Shelley. Ry is een transgender, geboren in een vrouwenlichaam en na een reeks ingrepen, in eigen woorden, een ‘hybride’: man van boven, vrouw van onderen. Ry wordt verliefd op Victor Stein, een expert op het gebied van kunstmatige intelligentie. Deze droomt ervan alle informatie die zich in het menselijk brein bevindt te kunnen digitaliseren en uploaden, zodat de menselijke geest eindelijk wordt bevrijd van zijn lichaam. Stein raakt gefascineerd door de hybride Ry: die heeft lichaam en geest met elkaar in overeenstemming gebracht, iets dat iedereen zou moeten kunnen doen, zo meent hij. De twee krijgen een seksuele relatie.

Gaandeweg het boek wordt duidelijk dat Stein zich niet beperkt tot het filosoferen over kunstmatige intelligentie. Op die momenten krijgt ook het 21ste-eeuwse Frankensteinverhaal gothic trekken. In een nucleaire schuilkelder onder de straten van Manchester houdt Stein zich bezig met praktijken die huiveringwekkende overeenkomsten vertonen met die van zijn bijna-naamgenoot. Op een gegeven moment probeert hij zelfs het geconserveerde hoofd te pakken te krijgen van de briljante wiskundige Jack Good – een medewerker van Alan Turing in Bletchley Park, die zijn hersens na zijn dood in 2009 heeft laten invriezen.

Natuurlijk zijn Ry en Stein de contemporaine equivalenten van Mary Shelley, schepper van dr. Victor Frankenstein, en dr. Victor Frankenstein, schepper van het monster. Ook de seksueel uitbundige male chauvinist Lord Byron heeft in deze roman een hedendaagse evenknie. Hij heet John Lord, is afkomstig uit het Welshe dorp Three Cocks en is na zijn scheiding geïnteresseerd geraakt in seksrobots. Hij is producent van de XX-BOT, die louter voordelen biedt boven het menselijk alternatief: ‘Geen ziektes, geen wraakporno, niet het gevaar dat je om twee uur ’s nachts van je Rolex wordt beroofd.’ Lord is het personage dat – afhankelijk van je stemming en je gevoel voor humor – de meest hilarische dan wel de meligste episodes van het boek oplevert, maar in het discours van deze roman is hij een waardevolle stem.

Stein en Lord staan voor twee diametraal verschillende opvattingen over de manier waarop de technologie van de toekomst dient te worden toegepast. Stein wil de menselijke geest bevrijden van zijn lichaam, dat louter beperkingen oplegt. Met de komst van kunstmatige intelligentie kunnen we eindelijk afscheid nemen van het traditionele onderscheid tussen mannen en vrouwen. Sterker: ook het onderscheid tussen echt en kunstmatig, tussen leven en dood, zal verdwijnen. De minder filosofisch ingestelde Lord ziet in de komst van superieure robots juist een mogelijkheid om eindelijk eens af te zijn van alle morele implicaties van seksualiteit. Zijn meisjes willen altijd wat jij wilt en als je een beetje te ruw met ze bent omgegaan, kun je beschadigde onderdelen in een handomdraai vervangen.

Zorgen over technologie

Door het opvoeren van verhaallijnen die in de 19de en 21ste eeuw zijn gesitueerd, benadrukt Winterson dat onrust, consternatie en discussie naar aanleiding van technologische ontwikkelingen van alle tijden zijn. In het regenachtige Genève debatteren de vijf vakantiegangers over de zogeheten Luddieten: de beweging die in opstand kwam tegen de opkomst van de weefmachine en andere voortbrengselen van de industriële revolutie. Duizenden ambachtslieden en boeren werden brodeloos door de nieuwe technologie. Hoe verhouden de zorgen over de opkomst van kunstmatige intelligentie zich tot het uit pure wanhoop kapotslaan van weefmachines?

Jeanette Wintersons literaire loopbaan kenmerkt zich door een compromisloze verbeeldingskracht en door boeken waarin plaats is voor elementen uit alle mogelijke genres, die uiteindelijk altijd hetzelfde doel dienen: het bezweren van de chaotische werkelijkheid door deze in verhalen te vangen. Daar is ze in Frankusstein opnieuw glorieus in geslaagd.

Jeanette Winterson: Frankusstein. Uit het Engels vertaald door Arthur Wevers. Atlas Contact; 374 pagina’s; € 24,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden