De fotograaf als kunstenaar

De fotografen van het persbureau Magnum zetten zestig jaar geleden de trend. Hun manier voor het vastleggen van nieuws werd gezichtsbepalend....

Het beroemde fotografenagentschap en-collectief Magnum bestaat zestig jaar. Dat viert het exclusieve gezelschap, waartoe sinds de oprichting door Robert Capa in 1947 alleen de allerbeste fotojournalisten zijn opgenomen, met een monumentaal boek.

Magnum Magnum is 7 kilo zwaar, telt 564 gebonden pagina’s en 413 foto’s, heeft het formaat van een bescheiden grafzerk en is te koop voor de pittige prijs van 150 euro. Dat is veel geld, maar omgerekend naar de prijs per foto, iets meer dan 27 cent, spotgoedkoop. Bovendien zijn de teksten, niet zo alledaags voor een boek dat het moet hebben van een grote internationale afzet, voor het Nederlandse taalgebied ook nog eens vertaald.

Bijna elke fotograaf die tot Magnum behoort (of, indien gestorven: heeft behoord) is met zes foto’s in Magnum Magnum vertegenwoordigd – de grootste namen, zoals de oorlogsfotograaf Capa, de New Yorkse straatfotograaf Leonard Freed en ‘de dichter met de camera’ (aldus zijn vrouwelijke evenknie Eve Arnold) Henri Cartier-Bresson presenteren zich broederlijk naast een jonkie als de Noor Johan Bendiksen (1977), de Franse fotograaf van het nachtleven Antoine d’Agata (1961) en de Amerikaanse nieuwkomer bij het collectief Alec Soth (geboren in 1969), die Amerika met een 8x10 inch technische camera opnieuw ontdekt.

Een weergaloze verzameling foto’s is het geworden en, gezien de respectabele leeftijd van het collectief, opmerkelijk fris. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de originele wijze waarop de selectie heeft plaatsgevonden; het werk van elke Magnum-fotograaf is door een andere Magnum-fotograaf beoordeeld. ‘Het helderste – en scherpste – oordeel van het werk van een kunstenaar komt doorgaans niet van critici of curatoren, maar van vakbroeders en -zusters’, schrijft Gerry Badger in zijn inleiding. ‘Geen groep fotografen beoordeelt zichzelf genadelozer dan de leden van Magnum.’

De selectiemethode heeft tot gevolg gehad dat niet de bekendste, en daarmee de meest voor de hand liggende Magnum-iconen zijn geselecteerd. Susan Meiselas pikte niet voor de zoveelste keer de sneuvelende Republikeinse strijder in de Spaanse burgeroorlog uit de berg iconen van Capa, maar legt de nadruk op zijn foto’s van het leed onder de burgers. De keerzijde: Alec Soth presenteert een serie portretten van jonge Amerikanen door Lise Sarfati, terwijl de Franse fotografe eerlijk gezegd, bijvoorbeeld met Acta Est (over de teloorgang van de Sovjet-Unie), indrukwekkender werk heeft gemaakt. Fris en verrassend staan met andere woorden niet altijd garant voor de beste selectie.

In tekstueel opzicht valt er nog wel wat af te dingen op Magnum Magnum. Elke selectie wordt voorafgegaan door een introductie van degene die verantwoordelijk is voor de keuze. Zij hadden een beschouwing kunnen schrijven over de aard van het werk van de collega en/of een verantwoording voor de gemaakte keuzen. Helaas ontstijgen de tekstjes echter zelden die van een liber amicorum of een hagiografie in de trant van ‘Het eerste woord dat in me opkomt als ik naar het werk van David Hurn kijk, is menselijkheid’, of: ‘Ik heb Josef voor het eerst ontmoet in 1970.‘

Overigens mag het opmerkelijk heten dat Badger in zijn inleiding parallellen trekt met het werk van kunstenaars. Magnum was toch een fotojournalistiek collectief en geen kunstenaarsclub? Dat was inderdaad zo, maar het zijn allang niet meer kranten en tijdschriften die het natuurlijke en belangrijkste podium vormen voor het werk van Magnum.

Musea en boeken zijn de plekken waar de foto-essays het licht zien, terwijl de massamedia vaker putten uit het Magnum-archief (en daarmee uit een reservoir prachtige, maar minder actuele beelden). Dat is het gevolg van de krimpende budgetten bij de media, maar evenzeer van een veranderde opvatting over de fotojournalistiek van de Magnum-fotografen.

Zij staan nog maar zelden in de vuurlinie, zoals Robert Capa dat in 1944 deed bij de invasie van de geallieerden in Normandië, hanteren een persoonlijker stijl en een aanpak van de lange adem, die meer diepgang oplevert maar wel meer productietijd vergt. Meer artistiek, minder journalistiek – dat verdraagt zich slecht met de enorme omloopsnelheid van het wereldnieuws, waar nieuwsfabrieken als Reuters en AP de dienst uitmaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden