De fotocollectie van het Rijksmuseum plukt de vruchten van het uitgestelde verlangen (***)

Fotografie

Na tien jaar achter slot en grendel, veilig voor het puin en stof van de grote verbouwing, hangt de fotocollectie van het Rijksmuseum nu op zaal.

Hurkend meisje, NYC 1980, Helen Levitt. Beeld Rijksmuseum

Wat zou het zijn met die drie oude zwart-witfoto's uit 1907? Het lijkt wel of ze je met onzichtbare touwtjes steeds naar zich toe halen. Terwijl: zo bijzonder zijn ze op het eerste gezicht niet, die toeristenkiekjes, gemaakt door de Nederlandse dominee Jan Adriani op zendingsreis in Noord-Korea. En kléín bovendien, je hebt er zowat een vergrootglas bij nodig.

Een zaal eerder liep je nog tegen de wandvullende portrettenreeks Hollandse Koppen van de Belgische fotograaf Stephan Vanfleteren aan. Allemaal gezichten die je dwingend aanstaren: kijk naar mij, naar mij, naar mij. Verderop steelt, ook al verspreid over een hele muur, het spierballenwerk van de Duitse Germaine Krull uit de eerste helft van de 20ste eeuw de show: grafische foto's van metalen kranen, bruggen, kabels, samengebracht in kloeke composities die nog altijd bewondering afdwingen.

Waarom dan toch terug naar dat zaaltje met die drie simpele foto's uit Pyongyang? Omdat die kleine daglichtcollodiumzilverdrukken, nu je er met je neus bovenop staat, aangenaam charmant, sfeervol en onpretentieus blijken. En in al hun ongedwongenheid laten ze je zien wat je nooit eerder zag: 'babyfoto's' van Pyongyang, inmiddels een miljoenenstad met hoogbouw waar je nekkramp van krijgt, maar rond 1900 nog een jeugdig en arcadisch uitziend oord. Ze komen regelrecht uit het familiealbum van Jan Adriani. Die zat destijds te wachten op zijn afspraak met de consul en doodde de tijd met het fotograferen van karakteristieke daken, kinderen die speelden met een hond en een waterdrager tussen de boerderijen.

Dat de lichte mist bijdroeg aan de verstilde sfeer en dat de kale boomtakken als ragfijn kant afstaken tegen de hemel, heeft de enthousiaste amateurfotograaf ongetwijfeld opgemerkt. Hij zal de kiekjes vast trots hebben laten zien toen hij weer in Nederland was, en met recht: het zijn puike foto's. Maar dat ze bijna honderd jaar later zouden worden aangekocht door het Amsterdamse Rijksmuseum en daar nu te bewonderen zijn in een grote tijdelijke collectieopstelling van 20ste-eeuwse fotografie - dat had hij waarschijnlijk nooit kunnen bedenken.

Nochtans, Jan Adriani, daar hangt u nu. Als onderdeel van die langverwachte overzichtstentoonstelling, die Modern Times heet en waarin amateurfotografie een belangrijke rode draad is. Vanaf zaterdag is die te zien in de spiksplinternieuwe Philipsvleugel van het museum (zie kader).

Anoniem: Kraag van gaas of tule (cyanotypie, met een stukje gaas of tule erop bevestigd), ca 1900. Beeld Rijksmuseum

Oude ruimte, nieuwe ruimte

Waar staan we nu precies? Kijken we nu naar de muur waar vroeger de Nachtwacht hing? En waar kwamen we ook alweer vandaan? Verwarring alom bij het betreden van de Philipsvleugel van het Rijksmuseum, een nieuw oud gedeelte dat vanaf morgen als volwaardig onderdeel van het museum kan worden bezocht. Nieuw omdat de Spaanse architecten Cruz en Ortiz, die ook verantwoordelijk waren voor de renovatie van het hoofdgebouw, een stuk of tien fonkelnieuwe tentoonstellingszalen en een restaurant realiseerden. En oud omdat deze ruimte er al was, maar nog niet als zodanig in gebruik.

De Philipsvleugel (die zijn naam dankt aan de founder van Het Nieuwe Rijksmuseum, Royal Philips Electronics) is de verzamelnaam voor een aantal uitbreidingen van het hoofdgebouw, dat uit 1885 stamt. Die uitbreidingen werden aan het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw geconstrueerd door architect Pierre Cuypers en zijn zoon, Jos, en behelsden onder meer het 'Fragmentengebouw'. Dat bestond uit delen van historische Nederlandse gebouwen die destijds werden verbouwd of gesloopt: de trap van de Ockingastinstoren in Franeker, de bogen uit het Constantijn Huygenshuis uit Den Haag en een muur van het stallencomplex van het Bredase kasteel van graaf Hendrik III van Nassau, een van de vroegste gebouwen in de Italiaanse renaissancestijl.

Wie nu de Philipsvleugel betreedt, komt langs die muur uit het tweede kwart van de 16de eeuw. Hij werd schoongemaakt en gerestaureerd en staat te pronken in de entreehal.

Behalve de nieuwe tentoonstellingszalen, waar jaarlijks zo'n acht grote exposities te zien zullen zijn, herbergt de Philipsvleugel restaurant RIJKS® en een toonzaal speciaal voor fotografie en een 17de-eeuwse Chinese lakkamer. En wie het trappenhuis met de 18de-eeuwse houten trap binnenloopt wordt, geheel zoals het hoort in een Philipsvleugel, vergast op de wonderschone lichtinstallatie Shylight van Studio Drift: witte lampenkappen die als feeërieke onderwaterwezens open en dicht klappen.

Nieuwe aankopen

Dat de fotografie in deze verse zalen het spits mocht afbijten, is niet meer dan terecht. Afgezien van een kleine, verlangenwekkende presentatie van nieuwe aankopen in 2011, met onder meer werk van de surrealistische schilder en fotograaf Man Ray en de constructivist László Moholy-Nagy, heeft de fotografieverzameling (zo'n 150 duizend werken) al meer dan tien jaar niet kunnen schitteren.


Bovendien is de rol die het medium kreeg toebedeeld in de nieuwe, algemene collectieopstelling, zoals die begin 2013 na de tienjarige verbouwing werd onthuld en waarin kunst, nijverheid en historische artefacten kriskras door elkaar worden getoond, eerder die van een figurant: klein en dienend. Leuk als illustratie bij de Grote Verhalen die het Rijksmuseum zo dolgraag wil vertellen.


Daar moet vanaf nu verandering in komen, zo voel je aan alles op en rond Modern Times. Het bevredigen van een verlangen, daar gaat het hier om. Het is dat foto's niet kunnen praten, anders zouden ze vast en zeker maar één woord fluisteren, al die Jacques Henri Lartigue's, de Helen Levitts, de Gerard Fierets, de Eva Besnyö's die jarenlang geen daglicht zagen: 'Eindelijk.' De fotografie van het Rijksmuseum gaat nu zelf Grote Verhalen vertellen.


Niet voor niets gaat de expositie, de opvolger van de tentoonstelling Een nieuwe kunst. Fotografie in de 19de eeuw uit 1996, vergezeld van een dik, rijk boek (plus een pocketeditie), waarin de 20ste-eeuwse schatten uit de immense verzameling van het Rijksmuseum thematisch worden uit- en toegelicht. Niet voor niets zijn ruim vierhonderd foto's royaal aan de pas gewitte muren gehangen, opnieuw aan de hand van (enigszins studieuze en ook soms wat saaie) thema's.


Niet voor niets ook hangt Peter Hujars beroemde zwart-witportret van Susan Sontag prominent in de eerste zaal van de tentoonstelling. Daar! lijkt de schrijver van de bestseller On Photography uit 1977 te denken, tevreden languit liggend, de armen onder het hoofd gevouwen. Haar boek, waarin ze wees op de toenmalige trend in musea om elke vorm van fotografie toe te laten, of het nu ging om journalistieke, documentaire-, mode- of reclamefotografie en zonder dat al die verschillende vormen elkaar in de weg zaten, heeft grote invloed gehad op het denken over fotografie. Ook de fotografieconservatoren van het Rijksmuseum, Mattie Boom en Hans Rooseboom, namen haar woorden ruim ter harte.


'Het Rijksmuseum verzamelt foto's als stilstaande beelden, als tastbare objecten, historische documenten of artistieke uitingen', vermeldt het bordje bij de foto van Sontag. Oftewel: alles. Vanaf 1994 stippelde Boom, later in samenwerking met Rooseboom, een breed aankoopbeleid uit, dat het totale spectrum van de fotografie bedient: van reclame- en modefotografie tot journalistieke en documentairefotografie, van oud tot hedendaags, van binnen- tot buitenlands en van professionele tot amateurbeelden.

Koninkrijken

Voor Document Nederland, de jaarlijkse opdracht van het Rijksmuseum en (dit jaar voor het eerst) mediapartner ­Vrij Nederland, toog fotograaf Hans van der Meer naar het grensgebied van Nederland en België. Daar bracht hij op zijn bekende, gortdroge manier in beeld hoe verschillend de bewoners van beide landen hun leefruimte inrichten. In uitgebreide bijschriften legt hij uit wat we zien op zijn foto’s van ‘typisch Nederlandse’ en ‘typisch Belgische’ straat­gezichten: planmatigheid tegenover vrijheid. In die teksten zit ’m de grootste voldoening: Van der Meer is een begenadigd schrijver. De foto’s zelf voegen eigenlijk niet veel toe aan wat we al vaker over dit onderwerp zagen voorbijkomen.
Document Nederland 2014: Nederland-België. Hans van der Meer fotografeert het grensgebied van beide koninkrijken, t/m 11/1/2015 in het Rijksmuseum

Opdrachten

Dat beleid wordt deels geschraagd en bepaald door de documentaireopdrachten die het Rijksmuseum al sinds 1975 aan fotografen uitdeelt en die nu nog steeds jaarlijks worden gegeven onder de naam Document Nederland. Maar ook door de deelcollecties die het museum door de jaren heen opnam, zoals in 2005 bijna drieduizend fotoboeken en vijfhonderd foto's van onder anderen de Amerikanen Robert Capa en Weegee en de Hongaar Imre Kertesz, aangeboden door fotograaf Willem Diepraam en zijn vrouw Shamanee Kempadoo.

Dat leverde een verdraaid rijke collectie op. Het is een genoegen om door de zalen van Modern Times te dwalen en te zien hoe de pittoreske foto's van Jan Adriani en ook het werk van andere amateurfotografen, met hun ongedwongen en verrassende historische inkijkjes, opgaan in de stroom aan beelden die zowel belangrijke historische gebeurtenissen belichten als de grote ontwikkelingen in de fotografie zelf. Maar eerlijk is eerlijk: het is ook precies die duizelingwekkende hoeveelheid en de euforie over de hernieuwde zichtbaarheid ervan, die de bezoeker van de tentoonstelling een rad voor ogen draait.

Modern Times plukt de vruchten van het uitgestelde verlangen. Je kunt je gemakkelijk laten verblinden door de fotografische schatkamer die is opengegaan, door de prachtige kinderportretten van Céline van Balen uit 1995 die nu weer te zien zijn, door de fascinerend gedetailleerde en esthetische plantenstudies van Karl Blossfeldt uit het begin van de vorige eeuw, de anonieme cyanotypie (een blauwkleurig fotogram) van de aanleg van een Frans viaduct in 1901. En ja, natuurlijk tonen die foto's op het hoogste niveau de ontwikkeling van de fotografie. En uiteraard vertellen ze verhalen over de geschiedenis en bieden ze je een gulle blik op hoe de wereld er ooit uitzag en hoe ze is veranderd. Het zou nogal bizar zijn wanneer zo'n omvangrijke collectie dat niet deed.

Maar wat is het verhaal van de fotografiecollectie van het Rijksmuseum? Hoe ziet, in al die veelzijdig- en volledigheid, het smoel van deze verzameling eruit? Hoe gaat ze zich onderscheiden van andere historische fotografieverzamelingen, zoals die van de Universiteit van Leiden? Hoe gaat ze concurreren met andere moderne/hedendaagse fotografieverzamelingen, zoals die van het Stedelijk Museum in Amsterdam?

Het zijn vragen die voor Modern Times nog niet tellen. Voor dit eerste eerste overzicht was de schatkist opendoen al genoeg. Het is het museum en vooral de fotografieconservatoren die jarenlang in de luwte schaafden aan hun collectie, van harte gegund. Maar wat hierna komt - daar gaat het eigenlijk om.

Modern Times. Fotografie in de 20ste eeuw
Tentoonstelling ***
Collectie *****
Rijksmuseum Amsterdam, 1/11 t/m 11/1/2015. Catalogus (hardcover) 40 euro, pocketeditie 15 euro. rijksmuseum.nl

Spits smoel

Zo zag de Hollandse koopman eruit, volgens de Chinese kunstenaar in de 17de eeuw: spits gezicht, lange neus, hoed en wapen bij de hand. Op het grote twaalfbladige kamerscherm dat in de Philipsvleugel is tentoongesteld, jagen de Hollanders op konijnen en tijgers, en komen ze op hun handelsschepen aangevaren. De voorstelling werd uit hout gesneden en bedekt met Indiase Coromandellak en goud, en gemaakt rond 1650-1700.

Beeld Arno Haijtema
Giallo, Viviane Sassen 2013. Beeld Rijksmuseum
Céline van Balen: Portret van Tiro Nchabeleng, 1999. Beeld Collectie Rijksmuseum
Sanne Sannes: Kussend paar, ca. 1962-1967. Beeld Rijksmuseum
Jan Adriani: Huizen in Pyongyang, 1907. Beeld Rijksmuseum
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.