De filosofie van het alsof

Waarom we ons baseren op ficties, en waarom we dat zo laten

Hans Vaihinger (1852-1933) - een naam die niet veel mensen nog iets zal zeggen. Dat was anders in het begin van de vorige eeuw. Hij was een van de meest vooraanstaande kantianen, en publiceerde Die Philosophie des Als ob (1911), dat vele drukken beleefde en waarvan zelfs een 'Volksausgabe' verscheen. Van dit markante werk - inmiddels bijna een cultboek -is onlangs een secure en deskundige vertaling verschenen.

Kant en Nietzsche zijn de filosofen die aan de basis liggen van Vaihingers filosofie van het alsof. Van Kant nam hij de stelling over dat we de werkelijkheid an sich niet kennen en nooit zullen kennen; van Nietzsche dat de wil tot kennis niet het primaat heeft in het menselijk bestaan, maar de wil tot macht; met andere woorden de kennis is een instrument in de strijd om het bestaan. De combinatie van die fundamentele stellingen kan alleen maar leiden tot een vorm van pragmatisme, en in het geval van Vaihinger werd dat het fictionalisme.

Willens en wetens baseren we wetenschap, religie en levenspraktijk op denkbeelden waarvan we terdege beseffen dat het ficties zijn (en dus geen waarheden). De waarde van de ficties is gelegen in hun doelmatigheid. Het resultaat rechtvaardigt het (fictieve) uitgangspunt. Voor een groot deel is De filosofie van het alsof een verzameling van allerlei ficties uit de geschiedenis van het westerse denken (die als 'waarheden' fungeren). Wat is waarheid? - Pontius Pilatus vroeg het al. Vaihinger 'bewijst' in zijn Filosofie van het alsof dat we heel goed zonder kunnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.