De film Black Panther als verbeelding van de Afrikaanse Droom

De film Black Panther is een superheldenblockbuster. Maar. Het is ook een schitterende verbeelding van de Afrikaanse Droom, een emancipatievehikel en een grensverleggende film ineen. 

Beeld RV

Elke superheldenfilm heeft een allesbepalend conflict, een finale waarin protagonist en aartsvijand hun strijd voor eens en altijd beslechten. In Black Panther, de blockbuster van het jaar – met een zwarte cast en een zwarte superheld – claimen de twee rivalen aanspraak te maken op de troon van het fictieve Afrikaanse land Wakanda. In de ene hoek staat Black Panther alias koning T’Challa: een zwaargewicht aan nobele inborst en goede bedoelingen, een man die de verworvenheden van zijn droomstaat Wakanda geheim wil houden voor de boze buitenwereld. In de andere hoek staat zijn neef, opgegroeid in de Verenigde Staten op een dieet van wrok en ellende, die Wakanda’s wetenschap juist wil aanwenden om de rest van de wereld beter te maken: Erik Killmonger.

Voordat de mannen hun ideologische Rumble in the Jungle aanvangen, legt Killmonger nog even uit aan de koning en de bioscoopbezoeker waar het gevecht en de film eigenlijk over gaan: ‘Er zijn twee miljard mensen op deze wereld die er net zo uitzien als wij, maar wier leven veel zwaarder is. Wakanda heeft de middelen om ze allemaal te bevrijden.’

Afrika als verlossing. Als Utopia. Waar het continent in Hollywoodfilms er vaak bekaaid van afkomt, als setting voor oorlog of hongersnood, is Afrika in Black Panther een hightech aards paradijs. Wakanda is de ultieme filmische expressie van het lang gekoesterde ideaal van zwart Amerika: Afrika, Het Beloofde Land.

Compleet met die veronderstelde aangeboren waardigheid die alle zwarte mensen in Afrika zouden hebben. Dus zijn in de film de stamoudsten van Wakanda opgetuigd met regalia, verzameld uit Afrikaanse landen uit het hier en nu. Je leest het in de film ook af aan de voorouderverering, de stammentradities, de kleding; de noblesse noire gutst van het filmdoek als het zweet van de lijven van koning T’Challa en zijn opponent Killmonger.

Bovendien beschikken de inwoners van Wakanda over superieure technologie, met dank aan het buitenaardse metaal ‘vibranium’. Het vrije Wakanda is in alle opzichten de beste plek op aarde met, ongetwijfeld, het hoogste bruto nationaal product, het laagste misdaadcijfer en de mooiste mensen. Take that, blanke kolonisator!

Beeld RV - Dogon Krigga (factuur gestuurd - afgekocht)

Het is een decennia oud, gedroomd beeld van Afrika. Niet verwonderlijk. Slaven (en hun nazaten) dromen altijd van (de terugkeer naar) hun geboortegrond. Lees in psalm 137 hoe het Joodse volk, geknecht in Babel, naar het beloofde land verlangt. Bedenk dat de tekst van die psalm door The Melodians, Jamaicaanse rastafari én nakomelingen van Afrikaanse slaven, in het (heim)weemoedige nummer Rivers of Babylon werd gegoten: ‘By the rivers of Babylon, there we sat down / Yea-eah we wept, when we remembered Zion.’

Vervang ‘the rivers’ door ‘de Atlantische Oceaan’, ‘Babylon’ door ‘Amerika’ en ‘Zion’ door ‘Afrika’ en klaar ben je. Een droombeeld dat zich niets aantrekt van burgeroorlogen, dictaturen of aids.

Elke achtergestelde zwarte Amerikaan kon zich troosten met het idee dat, als er geen slavernij was geweest, hij of zij daar, misschien wel als vorst of vorstin zou zijn geboren. Het is niet voor niets dat Black Panther, als eerste grote zwarte superheld uit de stal van Marvel Comics, een koning is. Dat maakt de film niets minder dan een vehikel voor emancipatoir idealisme; iets waar de zwarte Amerikaanse bevolking zich aan kan optrekken en waarmee ze zich kan verbinden.

Dat idealisme en die verbondenheid met de bakermat, werden vanaf de jaren zestig stevig uitgedragen. Malcolm X, een van de grootste zwarte leiders van de Verenigde Staten, legde na vier trips naar Afrika het verband tussen de koloniale onderdrukking van Afrika en de onderdrukking van de nakomelingen van Afrikaanse slaven in Amerika. In 1964 stichtte hij de Organisation of Afro-American Unity.

Beeld RV

Wie het zich kon veroorloven, maakte in de hoogtijdagen van de Amerikaans burgerrechtenbeweging een trip naar het moederland, voor historische verrijking en spirituele verdieping. Zangeres en pianist Nina Simone stak haar licht op in Liberia, het door teruggekeerde Amerikaanse ex-slaven gestichte land in West-Afrika. De zwarte Amerikaanse komiek en acteur ­Richard Pryor besloot na zijn bezoek aan Afrika nooit meer het woord ‘nigger’ te gebruiken. In een stand-upshow verklaarde hij dat het woord een uitdrukking is van de misère van zijn eigen bevolkingsgroep. Een misère die hij nergens terugzag bij de mensen in Afrika. En nadat bokser Muhammad Ali in 1964 Ghana, Nigeria en Egypte had bezocht, keerde hij in 1974 terug naar het toenmalige Zaïre (nu Congo) voor het legendarische wereldtitelgevecht met George Foreman. In de documentaire over dat gevecht, When We Were Kings, zegt Ali: ‘Afrika is mijn thuis. De pot op met Amerika en wat Amerika denkt. Ja, ik leef in Amerika, maar Afrika is de plek van de zwarte man. Ik ga terug om samen met mijn broeders te vechten.’

Beeld RV

Het was afrocentrisme dat naadloos kon overgaan in afrofuturisme. Een term die in 1993 werd gemunt door de Amerikaanse schrijver en cultuurcriticus Mark Dery. In zijn essay Black To The Future beschrijft Derry de esthetiek die ontstaat als je van origine Afrikaanse of zwarte cultuuruitingen voorziet van een stevig shot science ­fiction of fantasy. Sun Ra, de componist van experimentele jazz die beweerde van Saturnus te komen en optrad in faraokostuum: híj was afrofuturistisch. Hiphopaartsvader Afrika Bambaataa, die rap uit de Bronx mengde met de electro van Kraftwerk, en met zijn gevolg in uitzinnige, spacy outfits optrad: ook afrofuturistisch. Black Panther, wiens krijgers traditionele, met vibranium bewerkte dekens gebruiken als hightech schilden? Superafrofuturistisch! Alsof de film wil zeggen: dit is een ander toekomstperspectief voor Afrika, als er geen kolonisatie zou zijn geweest. Een alternatief Afrika.

Een alternatief waarop je, als zwarte Amerikaan, trots kunt zijn. Want dat is wat Afrocentrisme en -futurisme zijn: vormen van trots. Dus werden in de jaren zestig en zeventig dashiki’s populair, West-Afrikaanse overhemden met kleurige borduursels. In de jaren tachtig en negentig schaarden hiphopgroepen als De La Soul, A Tribe Called Quest en Queen Latifah die zich onder de noemer ­Native Tongues. Ze uitten hun liefde voor Afrika met kettinghangers in de vorm van het continent en met hoofddoeken in typische Afrikaanse textielprints. De vooruitstrevende, vredelievende tak van hiphop, had een voorliefde voor het rood, zwart en groen van de Pan-Afrikaanse vlag.

Beeld RV

Roept er iemand culturele toe-eigening? Dat is het misschien, maar dan wel culturele toe-eigening met een U-bocht. Want dashiki’sm gedragen door Afro-Amerikanen, zijn niet zozeer voorwerpen uit een vreemde cultuur, maar voorwerpen uit een verloren cultuur, waarmee Afro-Amerikanen zich wilde herenigen. Eigenlijk is dat niet wezenlijk anders dan de klompen waarop nakomelingen van Nederlandse boerenmigranten in ­Canada banjeren. Je kunt daar meewarig over doen. Het komt misschien overeen met een clichébeeld van het land van herkomst, net zoals het eeuwige getrommel in de soundtrack van Black Panther, maar er kleeft ook iets knulligs aan die weergave van het moederland.

In de film Black Panther, en in veel vormen van afrocentrisme, resoneert een eergevoel dat zowel geleend als naïef aandoet. Omdat het de trots betreft van zwarte Amerikanen op tradities die, goed beschouwd, niet of hoogstens ten dele de hunne zijn. Kan gebeuren als je cultureel leentjebuur speelt, ook al doe je dat met de beste bedoelingen. En in Black Panther gebeurt dat op grote schaal.

De kleding en het uiterlijk van de vijf stammen van Wakanda zijn gemodelleerd naar bevolkingsgroepen die in werkelijkheid duizenden kilometers van elkaar leven. Eén van Wakanda’s stamoudsten draagt een lipplaat van de Mursi (Ethiopië). T’Challa’s moeder ­(Angela Bassett) draagt een traditioneel Zulu hoofddeksel (Zuid-Afrika) en de bad ass, rijzige, vrouwelijke lijfwachten van T’Challa, zien er met hun kale koppen, hun kralenkettingen en rode gewaden uit als Masai (Kenia en Tanzania). Dat is realistischer dan de clichés die Hollywood hanteert. Alsof de Afrikavleugel van een volkenkundig museum boven de set is leeggeschud. De filmstylisten hebben duidelijk moeite gedaan te putten uit de tradities die in het hedendaagse Afrika nog zichtbaar zijn.

Black Panther heeft, in ieder geval wat betreft de styling, een link gelegd met de werkelijke manier van kleden. Daarmee heeft de film vooruitgang geboekt ten opzichte van een andere film over een zwarte Amerikaan en Afrika: Coming to America (John Landis, 1988), met in de hoofdrol Eddie Murphy.

De plot: Murphy, koning van het fictieve Afrikaanse land Zamunda, vertrekt naar Amerika om daar een bruid te vinden die zowel zijn schaamstreek als zijn hoofd stimuleert. Blijkbaar waren die in heel ­Zamunda niet te vinden. Murphy speelt een koning die een cheeta­huid over zijn schouders draagt en koninklijk vermaakt wordt door dames gehuld in niets meer dan verentooien, kralen en lendendoekjes. Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Coming to America een komedie is en Murphy in de film ook de draak steekt met de onwetendheid van zwarte Amerikanen over Afrikanen.

Maar Murphy’s Afrika is naast cultureel incorrect ook intrigerend. Het is een hybride van de Afro-Amerikaanse mythe van nobel Afrika en de standaardclichés die het Westen van wit Hollywood voorgeschoteld heeft gekregen: de Afrikaan die in direct contact staat met de wilde natuur, blijkens de olifanten en giraffen die struinen in de paleistuin. Het is het oude, wilde, primitieve Afrika. In Coming to America is het continent nog lichtjaren verwijderd van de superieure hightechstaat Wakanda uit Black Panther.

De komiek en filmmaker kreeg aanvankelijk nogal wat kritiek voor de stereotypering van Afrikanen in zijn film. Maar de Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie kan begrip opbrengen voor de manier waarop Amerikaanse filmmakers in hun weergave van een continent de culturele plank zo vaak missloegen. De schrijfster, die in haar bestseller Americanah (2013) op haarscherpe wijze de sociale mechanismen tussen wit en zwart Amerika blootlegt, zei in een TED-Talk van 2009: ‘Als ik niet was opgegroeid in Nigeria en alles wat ik van Afrika wist, had opgepikt van beelden uit populaire cultuur, dan zou ik ook denken dat Afrika een plek was van prachtige landschappen, prachtige dieren en onbegrijpelijke mensen die zinloze oorlogen uitvochten, die stierven aan armoede en aids, niet in staat om voor zichzelf op te komen, wachtend om gered te worden door een welwillende blanke vreemdeling.’

Black Panther verovert in ieder geval een stuk terrein. In Hollywood was begin vorige eeuw een blanke Tarzan nog de held was van Afrika. Begin deze eeuw is het een bescheiden zwarte koning. Ja, Black Panther is doordrenkt van de romantiek van Afrika als Utopia, maar dat droomland heeft tegelijk wat van de cliché’s van zich afgeschud. Het is niet meer het continent dat wacht op verlossing van buitenaf. Black Panther is bewust een toonbeeld van afrofuturisme en afrocentrisme. En Black Panther is ook een verhaal uit het Marvel Universum, een hightechsprookje. Dat is iets waarvoor je sowieso een 3D- en een roze bril moet opzetten.

Black Panther draait in 112 zalen in Nederland. 

OVER DE COLLAGES: De Amerikaanse kunstenaar Dogon Krigga maakt Afrofuturistische collages en heeft de pagina’s hieronder geïllustreerd. Hij is een autodidact die opgroeide in de Amerikaanse staat South Carolina. Aanvankelijk werkte hij voor kleine bedrijven en artiesten. Sinds 2012 noemt hij zichzelf kunstenaar. Het digitale knippen en plakken, cut and paste, is zijn medium. Zijn onderwerp: de ‘kosmische mens en zijn omni-dimensionele natuur’.

Black Panther 2? Black Panther-acteur Michael B. Jordan (Erik Killmonger in de film) heeft bekendgemaakt de productie op zich te nemen van een film over de echte Black Panthers: het 761ste Amerikaanse tankbataljon dat vocht in de Tweede Wereldoorlog. Het bataljon kreeg die bijnaam toen het zich als eerste ­Afro-Amerikaanse gevechtseenheid mengde in de strijd in Europa in 1944. 

AFRICA THE MOVIE Succesvolle Hollywoodfilms lusten wel pap van clichés over het continent Afrika. Niet alleen zijn de hoofdpersonen in block­busters bijna altijd witte outsiders, wier aanwezigheid in een niet vertrouwde omgeving leidt tot een instant dramatische spanning; de films scoren ook hoog op het uitbeelden van de wrede, woeste natuur, oorlogsgeweld, corruptie, dictaturen, armoede en de verlatenheid van de eenling in vijandige sferen. Een paar voorbeelden.

Tarzan the Apeman (1932)

De daddy van de Hollywoodfilms die begon met het succesvol exploiteren van Afrikaclichés. Met voormalig olympisch zwemkampioen Johnny Weissmuller als Tarzan. In 1932 was het vanzelfsprekend dat een blanke man Lord of the Jungle moest zijn. Een rechtschapen heerser die vrienden was met alle dieren en de meeste Afrikaanse stammen. Ook weer niet té close, want een blanke, hoe wild dan ook, kon het natuurlijk niet met zwarte meisjes doen. Tarzan moest met Jane.

Scoort op woeste natuur, blanke superioriteit, verlatenheid van de eenling

The African Queen (1951)

Charlie Allnut (Humphrey Bogart) en Rose Morley ­(Katharine Hepburn) zakken de Ulanga-­rivier af in een ‘road movie’ avant la lettre. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog raken ze geïsoleerd in een Oost-Afrikaans dorpje. Het tweetal besluit met het bevoorradingsbootje The African Queen een Duitse kanonneerboot in de buurt tot zinken te brengen. Bogart en Hepburn raken hopeloos verdwaald in de rivierdelta, maar komen, natuurlijk, nader tot elkaar.

Scoort op woeste natuur, verlatenheid van de eenling, oorlogsgeweld

Out of Africa (1985)

Schatrijke Deense ­societydame Karen Blixen (Meryl Streep) vertrekt naar Kenia voor een gelegenheidshuwelijk. Haar man houdt zich echter liever bezig met de dienstmeisjes dan met zijn koffieplantage, dus Blixen moet de zaak in haar eentje runnen. Ze wordt verliefd op ­Denys Finch Hatton (Robert Redford), natuurman en jager op groot wild. Ze leert de plaatselijke bevolking waarderen en biedt uiteindelijk de barre Afrikaanse omstandigheden het hoofd. Ze weet zelfs een groep hongerige leeuwen af te schrikken met niets meer dan een zweep.

Scoort op woeste natuur, verlatenheid van de eenling

Gorillas in the Mist (1988)

Primatenetholoog Dian Fossey (Sigourney Weaver) vertrekt naar Rwanda om daar berggorilla’s te bestuderen. Fossey bouwt een band op met de dieren en communiceert zelfs met hen door een mengeling van gebaren en keelklanken. Geobsedeerd door haar studie laat ze de kans op een romance voorbijgaan en komt ze in heftige aanvaringen met Rwandese stropers. Haar klacht over stroperij vindt geen gehoor bij de Rwandese regering, waarna ze op eigen houtje de stropers aanpakt. In 1985 wordt ze gevonden, vermoord in de slaapkamer van haar hut.

Scoort op woeste natuur, verlatenheid van de eenling, corruptie, armoede

Blood Diamond (2006)

Danny Archer (Leonardo DiCaprio) komt in 1999 midden in de verschrikkingen terecht van de burgeroorlog in Sierra Leone, wanneer hij de bergplaats van een roze diamant probeert te vinden. Met het geld van de verkoop van de diamant kan hij zijn dagen als wapensmokkelaar in Afrika vaarwel zeggen. Maar voordat hij de bloeddiamant vindt, gooien het regeringsleger, de rebellen en een privéleger van een Zuid-Afrikaans kolonel roet in het eten.

Scoort op oorlogsgeweld, corruptie, dictaturen, armoede

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden