De felbegeerde ‘zwarte doos’ is af

520 publieksvriendelijke stoelen in nieuwe schouwburgzaal bieden uitzicht op een stevige speelvloer.

‘Een historisch moment.’ Zo noemde Ivo van Hove, directeur van Toneelgroep Amsterdam, dinsdagavond de allereerste voorstelling in de nieuwe zaal van de Stadsschouwburg Amsterdam. Tien jaar geleden werden daarvoor de eerste plannen ontwikkeld en nu is hij dan eindelijk klaar: de Rabozaal, genoemd naar een gulle geldschieter. Gelegen tussen het hoofdgebouw van de schouwburg aan het Leidseplein en popcentrum De Melkweg. Een zaal waar grote stukken kunnen worden gespeeld, waar in de toekomst vaker internationaal zal worden geprogrammeerd en waarover muziekcentrum de Melkweg vijf avonden per maand zal beschikken.

Van Hoves nieuwe voorstelling Kreten en Gefluister had de eer de Rabozaal – en daarmee het nieuwe huistheater van Toneelgroep Amsterdam – in gebruik te mogen nemen. Het werd niet echt een feestelijke opening, want Kreten en Gefluister (naar de film van Ingmar Bergman) bestaat uit één lange sterfscène en wat daar zoal bij komt kijken, aangrijpend gespeeld door Chris Nietvelt. Met veel theatertechniek, licht- en geluidseffecten, videoschermen en neerdalende decorstukken, zoals het een echte Van Hove betaamt. Dat alles functioneerde allemaal prima, hooguit vertoonde de geluidsversterking hier en daar wat knarsende kuren.

Wat als eerste opviel: de enorme breedte van de zaal. Dit is geen leuk, gezellig, intiem zaaltje voor kleine producties (Van Hove: ‘Wij maken geen toneel voor een klein publiek’), maar een grote toneelzaal, waarvan de opening net zo breed is als die van het Muziektheater (19 meter).

Zwart en antracietgrijs zijn de kleuren die domineren, van vloer via wanden tot plafond. Alleen de speelvloer is van warm hout. Met recht dus de felbegeerde ‘zwarte doos’, een vlakkevloertheater van formaat, met 520 publieksvriendelijke stoelen die op een stevige tribune staan en overal goed zicht bieden op het podium. Uitermate geschikt ook voor het hightechtheater van Van Hove’s Toneelgroep Amsterdam. Na afloop vertelde de regisseur ook dat dit de ideale zaal is voor zijn Hedda Gabler, zijn Othello en zijn Romeinse Tragedies.

Vanuit de oude schouwburg (met kroonluchters) is de Rabozaal te bereiken via een lange gang (met witglazen, bolvormige schoollampen) die uiteindelijk uitkomt in een uit hout en staal opgetrokken foyer met op de bovenverdieping een bar (moderne sfeerverlichting). De enorme glazen wand aan de achterkant biedt een magnifiek uitzicht over de stad.

Van Hove en schouwburgdirecteur Melle Daamen waren dinsdag na afloop van de voorstelling zo opgewonden over de kwaliteiten van de nieuwe zaal dat ze elkaar spontaan een zoen gaven.

Op de voorgevel van de schouwburg hangt intussen een groot bord met daarop twee titels: Geslacht en Kreten en Gefluister. Het Toneel Speelt speelt deze week in de ‘oude’ zaal, TA in de nieuwe. Dat betekent dat op één avond meer dan elfhonderd mensen in de Amsterdamse Stadsschouwburg naar twee uiteenlopende vormen van modern theater kijken. Waarmee Amsterdam weer een beetje meer grootsteeds is geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden