Onze gids deze week Piet Paris

De favorieten van modemens en tekenaar Piet Paris

Hij illustreert, pardon tekent, voor bladen en winkels, richt exposities in en bemoeit zich met winkelinrichting. Piet Paris is een veelzijdig modemens en hij laat ons graag zijn voorkeuren zien.

Piet Paris. Beeld Oof Verschuren

Piet Paris, die geboren werd als Pieter ’t Hoen, zal zelf de laatste zijn om zich illustrator te noemen. Hij zegt liever tekenaar. Komt nog bij dat Paris niet in één titel te vangen is, zo divers zijn z’n werkzaamheden. Hij werd opgeleid tot modeontwerper, maar bleek beter te kunnen schetsen dan naaien. Zijn tekeningen zijn minimalistisch en gestileerd, totaal eigen en uniek: in een paar klare lijnen vat hij silhouetten en stoffen, vrijwel altijd gedragen door lange, ranke vrouwfiguren – mannen tekenen is niet echt zijn ding. 

In de jaren negentig vergezelde Paris modejournalist Fiona Hering van De Telegraaf naar de internationale modeshows om haar recensies van illustraties te voorzien. Er volgden boeken, tentoonstellingen, etalages van wereldberoemde warenhuizen, een servieslijn zelfs. Daarnaast werd hij docent aan verschillende kunstacademies en creatief directeur van de Nederlandse Harper’s Bazaar. Maar de klus waar hij de meeste tijd, creativiteit en zaligheid in stopte was de Arnhem Mode Biënnale die hij drie keer leidde. Daar bleek eens te meer ’t Hoens talent om mode aantrekkelijk te maken voor een brede en jonge doelgroep, die zich graag wil laten verwonderen door Piets bizarre bedenksels die de kleding omlijsten: een vloer bedekt met waspoeder, levensechte etalagepoppen, regen in een fabriekshal. ‘Dat vinden kinderen toch leuker dan jurken van een of andere ontwerper’. Zelf houdt de tekenaar van orde en netheid. Deze zomer reist hij eindelijk af naar Versailles om daar het paleis en de tuinen te bewonderen. Hij heeft niks met wilde, natuurlijke landschapstuinen, Paris houdt van geregisseerde natuur, van strakke hagen en paden. ‘En dan graag met de hele rambam erbij: etages met spuitende fonteinen, toeters, bellen, siergesnoeide heggen en cascades.’ Dat zijn vele tekeningen op dit moment door het Gelders Archief nauwgezet gedocumenteerd en gerubriceerd worden om luchtdicht, stof- en vochtvrij opgeslagen te worden in mappen en dozen met nummers en strikken vindt hij niet alleen een grote eer als kunstenaar, maar als opgeruimd persoon vooral een heerlijk idee. In zijn eigen woorden: ‘Dat is knetter kicken!’ 

Piet Paris. Beeld Oof Verschuren

Stad: Wenen

‘Het is niet heel cool om Wenen als favoriete stad te noemen, maar ik doe het toch. Ik ging er ooit heen voor de schilderijen van mijn jeugdliefde, de schilder Egon Schiele, het is zijn stad. Sindsdien ben ik er drie keer geweest. Een sexy plek is het niet, maar het heeft alles waar ik van houd. Hoe fijn is het wel niet als je na het inchecken in je hotel in de stad gaat lunchen en een schnitzel krijgt die zo groot is dat-ie over de randen van je bord hangt? Dan zijn er ook nog twee kastelen, het obere en untere Belvedere – en Sisi’s paleis Schönbrunn in de buurt. Ik voel mezelf heel oud als ik dit zeg, al hield ik toen ik jong was al van dit soort tuttige dingen. Sachertortes en Konditoreien? Nee, dat gaat zelfs mij te ver, en op een Weense wals zul je me niet betrappen. Met een concert van Mozart doe je me wel weer een plezier mee. Ik ben ook gek op bloemschikken en tafeldekken. Misschien ben ik gewoon een oude ziel wat dat betreft. Tuttigheid en barok geven me een geruststellend en veilig gevoel, waardoor ik op een plek kan landen en thuiskomen. Niet alles is natuurlijk zo barok in Wenen. Er is een geweldig museum gewijd aan de Wiener Werkstätte, waar Klimt en Schiele ook aan verbonden waren. Dan is er nog het geboortehuis van Freud, mijn man Marc is Freud-fan en was dolblij dat-ie daar rond kon kijken.’

De Stephansdom in Wenen. Beeld AFP

Schilder: David Hockney

‘Van alle kunsten ben ik het meest verliefd op de schilderkunst. Welke schilder favoriet is, heeft te maken met de fase waarin ik me beroepsmatig bevind. De Amerikaanse schilder Cy Twombly heeft veel indruk gemaakt. Hij is beroemd geworden door handgeschreven teksten uit te smeren en er weer nieuwe teksten overheen te krabbelen, in combinatie met kleurvlakken. Heel poëtische doeken zijn het, ik heb er een tijd mee gedweept. Ik dweep ook al een leven lang met David Hockney, al schaam ik me daar een beetje voor. Het is net zo simpel als zeggen dat je Vermeer goed vindt. Het zijn open deuren, bekende namen. En toch denk ik, zonder arrogant over te willen komen, dat ik schatplichtig ben aan Hockney en Vermeer.’

David Hockney tijdens de privé-opening van Something New in Painting (and even Photography) [and even Printing]… Continued in Los Angeles. Beeld Eva Roefs

Museum: het Rijksmuseum

‘Toen ik net verhuisd was van Arnhem naar Amsterdam ging ik elke dag naar het Rijksmuseum. Het eerste wat ik deed, en nog steeds doe, als ik er ben, is Vermeer even gedag zeggen – in gedachten dan, want het is er te druk om pal voor het schilderij hallo te gaan zeggen. Ik heb me daar zo vaak zó gelukkig gevoeld. Alleen al in het cafetaria zitten vind ik fijn. Vroeger kon je er een zacht wit bolletje met garnalen en cocktailsaus bestellen, maar die is na de verbouwing al vrij snel van de kaart gehaald, helaas. Goddelijk met een glaasje witte wijn erbij. Dit soort bezoekjes aan het Rijks, of het Stedelijk Mueum, maak ik om stress kwijt te raken.’ Na een korte, stilte, met tranen in de ogen: ‘Ik vind Vermeer van een verbluffende schoonheid. Van Gogh trouwens ook, en Rembrandt begin ik steeds beter te begrijpen – al word je er wel mee doodgegooid de laatste tijd. Jammer is ook dat Rembrandt niet zo goed was in het schilderen van handen. Ook zijn duimen zijn lelijk. Vermeer kon dat wel, de handen die hij maakte zijn prachtig. Mijn favoriete schilderij van Vermeer is de brieflezende vrouw, daar zit modernisme in, eenvoud. Dat mens met die oorbel kan ik bijna niet meer zien, zo zeer is dat beeld uitgemolken en verkwanseld. Net als veel werk van Van Gogh. Ik vind het zó goedkoop dat je in het Van Gogh-museum als eerste in de museumwinkel terechtkomt.’

Brieflezende vrouw, Johannes Vermeer, ca. 1663. Beeld Collectie Rijksmuseum

‘Niet alleen de keuze van het onderwerp is van belang in een museum, ook de manier van cureren. Bij De Pont in Tilburg hebben ze dat goed begrepen. Een goed samengestelde tentoonstelling kan je echt verder brengen. Bij Tate Modern in Londen zag ik ooit een tentoonstelling over het werk van fotograaf Wolfgang Tillmans. Dat is helemaal niet mijn soort fotografie, ik vind het zelfs een beetje ranzig. Maar de manier waarop zijn werk gepresenteerd werd, de keuzes die ze gemaakt hadden en de hoeveelheid – niet te veel, niet te weinig – waren geweldig. Alsof ik een inkijk in zijn agenda kreeg en zijn manier van werken aan me werd geopenbaard. Ik werd verrast: het voelde of ik echt begreep wat zijn leidraad was. Zo’n tentoonstelling ervaar ik als heel prettig. Het vereist wel een stevig onderwerp, of een kunstenaar met een sterke identiteit.’

Tijdschrift: Harper’s Bazaar

‘Mijn gevoel voor esthetiek is voor een groot deel bepaald door de Amerikaanse Harper’s Bazaar. Het vrouwbeeld, de vormgeving: ik heb daar eindeloos naar gekeken en veel van geleerd. Van artdirector Alexey Brodovitch uit de jaren dertig, veertig en vijftig bijvoorbeeld, die zijn inspiratie weer haalde uit modernisme en Bauhaus. En van hoe Brodovitch’ erfgoed in de jaren negentig werd uitgewerkt door Fabien Baron. Ik hou van de rust die het uitstraalt, de sterke keuzes. Weten wat je weg kan laten. Gelukkig heb ik zelf altijd het talent gehad om te zeggen: deze tekening of foto is beter dan die, dus deze kiezen we, en die andere laten we weg. Ik vind een vaas met drie goedgekozen bloemen ook leuker dan een volle bos van 50 euro. Ik zou graag Ikebana, Japans bloemschikken, als hobby willen. Leren wat bij bloemen de essentie is.’

Film: The Draughtsman’s Contract

‘Je kunt me wakker maken voor een goeie kostuumfilm. Dangerous Liaisons, Marie-Antoinette van Sofia Coppola, The Duchess met Keira Knightley, dat soort verhalen. Of Barry Lyndon van Stanley Kubrick, met Marisa Berenson. Die pruiken! Om in te wonen! Downton Abbey heb ik ook al honderd keer gezien. Maar de mooiste kostuumfilm is misschien wel The Draughtsman’s Contract van Peter Greenaway, over een illustrator die in 1694 wordt ingehuurd om schetsen te maken van een Engels landhuis en de omliggende tuinen. De film is hysterisch vormgegeven op z’n Greenaways. De plot is wat vaag, maar de muziek van Michael Nyman is geweldig, net als de kostuums.’

Modeshow: Galliano voorjaar 1995 

‘De eerste modeshow die je ziet is zoiets als je eerste liefde: het slaat in als een bom en maakt een onuitwisbare indruk. Mijn eerste show was een haute-coutureshow van Chanel, die zag ik zo ongeveer hangend aan een paal. De modellen hadden allemaal pruiken op in felle kleuren, Claudia Schiffer droeg een knalblauwe Marie-Antoinette-pruik. Ik heb zo ontzettend geboft, zo veel mooie momenten beleefd waarna ik dacht: nu kan ik dood. De show van Alexander McQueen met Kate Moss als hologram heb ik met eigen ogen gezien, de Russian Doll-show van Viktor & Rolf, waarbij je vóélde: hier gebeurt iets groots. De Christian Lacroix-shows waarbij ik elke keer ontroerd raakte. Ik zag een show van Versace op het afgedekte zwembad van de Parijse Ritz, waar ik zo dicht achter Prince zat dat ik het zweet in zijn nek zag druppelen. Het is die ervaring die je met z’n allen meemaakt, misschien is het vergelijkbaar met het gemeenschapsgevoel in voetbalstadions. Maar de allerleukste show was die van John Galliano in de Pin-Up Studio’s in Parijs met de collectie voor zomer 1995. Ik was via een achterdeurtje naar binnen gesneakt en had me verschanst achter een pilaar, ervan uitgaande dat ik daar niet opviel. Bleek ik pal naast de lift te staan waarmee de modellen naar beneden kwamen. Ik sta op zo’n beetje elke catwalkfoto in de achtergrond. En al vergeet ik zelfs de verjaardag van mijn moeder, ik zal me altijd blijven herinneren hoe op een meter van mij vandaan Linda Evangelista in een te grote gele jurk uit de te krappe lift stapte. Ze keek me stralend aan, alsof ze voor mij alleen uit de hemel was neergedaald. Je kon me wegdragen. Ik heb maar gedaan alsof ik iets noteerde, want ik stond als aan de grond genageld. Wat ik zag was ultieme schoonheid.’ 

Model Linda Evangelista, 1994. Beeld Guy Marineau / Getty

Mode-ontwerper: J.W. Anderson

‘Jonathan Anderson, die zijn eigen label heeft en daarnaast hoofdontwerper is van het huis Loewe, vind ik de meest vernieuwende van de huidige generatie ontwerpers. Wat hij maakt is heel vrouwvriendelijk, en verre van stereotype. Hij is werkelijk origineel in zijn zoektocht naar nieuwe materialen, proporties en silhouetten. Hij heeft zich al behoorlijk bewezen en lijkt zich niet te laten kisten door de grote druk en hoge eisen van de hedendaagse luxemarkt. Ik ben benieuwd wat hij nog meer gaat doen.’

De J.W. Anderson-show tijdens London Fashion Week A/W 2016-17. Beeld Getty Images

Schoenen: Church’s

‘Je eigen schoenen zie je zonder spiegel alleen van boven, dus wat je vanuit die hoek ziet moet heel goed zijn. Ik zoek altijd naar schoenen die mijn voeten optisch kleiner maken. Church’s-schoenen doen dat. Wat ook mooi is: als de zool versleten is mag je ze terugbrengen naar de boetiek, daar sturen ze ze naar Engeland om ze te lappen. Je bent ze dan wel een week of tien kwijt. Maar dan kan ik mijn Acne-sneakers aan, die doen mijn voeten ook kleiner ogen. Ik heb schoenmaat 41, bepaald geen schuiten, maar ik heb de neiging om er zo infantiel mogelijk bij te lopen, met te korte broeken – een beetje naar de smaak van modeontwerper Thom Browne, zeg maar de padvinderslook. Ik heb wel andere stijlperioden gekend. Toen Tom Ford bij Gucci hele geile dingen voor mannen ontwierp, ben ik ook te krappe witte broeken gaan dragen, en John Travolta-pakken. Daar had ik groot succes mee bij de mannen in Parijs.’

Restaurant: Bouchon du Centre in Amsterdam

‘Ik kwam er ooit terecht via een vriend die stage liep bij interieurontwerper Ulf Moritz, die er om de hoek woont. Moritz ging elke dag eten bij Hanneke, de uitbaatster van Bouchon du Centre. Je vindt er de echte Lyon-keuken, op kleine schaal. Ik begin er steevast met een bordje charcuterie voor twee personen en een glas crémant als aperitief. Hanneke maakt zalige quenelles met vismousse, en fantastische patés. Kom er maar eens om! Als ik daar geluncht heb kan ik mezelf daarna beter uitboeken, mede door de hoeveelheden knoflook die ze gebruikt. Ik moet na het eten daar sowieso even gaan liggen.’

Bouchon du Centre Amsterdam.

CV Piet Paris

1962 Geboren in Den Haag als Pieter ’t Hoen

1988 Studeert af aan de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem

1988 - nu Illustreert voor onder meer De Telegraaf, Vogue Japan, de Bijenkorf, Galeries Lafayette, Architectural Digest

2005 - 2009 Artistiek leider Arnhem Mode Biënnale

2008 Maakt etalages en artwork voor 54 wereldwijde filialen van warenhuis Saks Fifth Avenue

2008 Wint Nederlands grootste modeprijs Grand Seigneur

2009 Maakt het decor voor de Parijse catwalkshow van Viktor & Rolf

2010 Boek Piet Paris Fashion Illustrations

2012 Medewerker Vogue Nederland

2012 Ontwerpt servies ‘Girl Talk Tableware’

2013 Expo de Kamers van Piet Paris in Museum voor Moderne Kunst Arnhem

2014 - 2019 Creative director van de Nederlandse Harper’s Bazaar

2014 Cureert de expositie Mode, de musical in het Centraal Museum in Utrecht

2018 Solo-expositie in Naarden

2018 Tekendocent KABK in Den Haag

2019 Archief te bekijken via het Gelders Archief

Piet Paris woont in Amsterdam met zijn man Marc.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden