De fascinerende horrorkinderen van het witte doek

In het onlangs verschenen boek Monstrous Children and Childish Monsters wordt het horrorkind in de film wetenschappelijk belicht. Kindmonsters op het witte doek zijn fascinerend. Hoeveel soorten zijn er?

The Bad Seed

Wie gelooft er nog in het onschuldige, goede kind? Als je dat ideaalbeeld wilt vasthouden moet je in elk geval niet naar de bioscoop gaan. In horrorfilms figureren steeds weer intens nare griezelkoters, die geen spaan heel laten van de verondersteld tere kinderziel.

Natuurlijk duikt er soms een ouderwets braaf meisje of jongetje op, zoals de 6-jarige Madison die in de nieuwe Poltergeist-film als enige de spoken in haar huis kan bezweren; ze is immers nog piepjong en dus, volgens een van de personages, op haar puurst. Maar afgezien van dergelijke cherubijntjes brengen horrorfilms voornamelijk monsterkinderen voort, of ze nu amper uit de wieg zijn geklauterd of al rekenles krijgen op school. Van een paradijselijke visie op de kindertijd blijft met zo veel minderjarige misbaksels al snel bitter weinig over.

En dat is maar goed ook, vinden de schrijvers van het nieuwe Amerikaanse boek Monstrous Children and Childish Monsters. Het onschuldige kind heeft wat hen betreft nooit bestaan. Bovendien: monsterkinderen zijn veel interessanter dan hun engelachtige tegenhangers, zo blijkt uit de vijftien wetenschappelijke essays die het boek omvat. In alle monsterlijkheid leveren de gruwelkinderen steeds weer symbolisch commentaar op de wereld waarin we leven, en anders wel op angsten die wij voelen, maar niet durven uitspreken. Een blik op de vijf fascinerendste variaties op de horrorspruit en wat ze ons willen zeggen.

Recensie Poltergeist ***

Prima griezelkost voor een nieuwe generatie die vinexwijken niet meer met succes associeert en opgroeit met schermpjes. Maar de maatschappijkritiek uit de eerste Poltergeist is in de remake helaas niet geüpdatet, schrijft Floortje Smit in haar recensie.

Monsterbaby's

De kinderhorror begint in films vaak in de baarmoeder: het borrelt boosaardig in de buik van de aanstaande mama, het kraambed verandert in een nachtmerrie en de nieuwgeborene blijkt een creatuur uit de hel. Monstrous Children-co-auteur Karen J. Renner denkt dat zulke scenario's - beroemdste voorbeeld: de satanische zwangerschap in Rosemary's Baby (Roman Polanski, 1968) - de toeschouwer vaak confronteren met de idee dat intensive mothering, waarbij moeders alle mogelijke energie in hun kind steken, misschien ook niet alles is. 'Als toegeeflijke ouders in het echte leven een verwend rotkind voortbrengen, verwekken ze in films een daadwerkelijk vleesetend beest.'

Een treffend voorbeeld vindt Renner in Paul Solets Grace (2009). De jonge Madeline blijft haar dode baby dragen tot aan de bevalling, waarna het kind wonderbaarlijk tot leven komt - zij het met een onstilbare dorst naar bloed. Als dierenbloed niet blijkt aan te slaan, zullen er toch menselijke slachtoffers moeten vallen. De perverse toewijding van een moeder, dat is volgens Renner het echte monster.

Via de metafoor van de monsterbaby kan een cineast ook een hoogstpersoonlijk ei kwijt. David Cronenberg worstelde volop met zijn scheiding toen hij The Brood (1979) maakte. Die strijd keert op nogal smerige wijze in de film terug. De woede die de gefrustreerde Nola voor ex Frank voelt, wordt via 'psychoplasmische' behandelingen omgezet in misvormd, moorddadig en door dwergen gespeeld nageslacht. In de finale pelt Nola een foetus uit haar uitwendige baarmoeder en begint deze even zorgzaam als krankzinnig te likken, een ingeving van actrice Samantha Eggar, die aan haar eigen honden moest denken.

Doordat de censuur destijds een close-up van de foetuslikkende Eggar verwijderde, zag het er volgens Cronenberg opeens uit alsof ze haar baby niet schoonmaakte, maar opat. 'Zo erg had ik het nou ook weer niet bedoeld', zegt hij op de dvd van The Brood.

Rosemary's BabyBeeld .

Enge filmkinderen

De kannibalistische babymutant die in Larry Cohens It's Alive (1974) talloze mensen de keel doorbijt, is een behoorlijk eng filmkind. Wat een gedrocht, met zijn uitpuilende voorhoofd, slagtanden en ranzige klauwvingers. Een walgelijke boreling vind je ook in David Lynch' Eraserhead (1977): is het een mismaakt mensje? Een kalfsfoetus, of toch een lam? Het griezeligst zijn de kinderen die in de Spaanse genreklassieker Who Can Kill a Child? (Narciso Ibáñez Serrador, 1976) op hun eiland alle volwassenen omleggen. Een oude man wordt ondersteboven opgetakeld en dan opengereten. Wat nou, kinderlijke onschuld? Maar de kroon spant het kind uit Danny Boyles Trainspotting (1996); een van de weinige niet-horrorfilms met een monsterkind. Het kindje, een hallucinatie van het drugsverslaafde hoofdpersonage, kruipt spinachtig over het plafond en draait à la The Exorcist zijn hoofdje 180 graden rond.

Vampiermeisjes

Klein, breekbaar en hulpeloos: dat is hoe meisjes alsmaar in films worden afgeschilderd. Volgens feministe Lisa Cunningham komt de figuur van het vampiermeisje hardhandig tegen dat beeld in opstand. Het vampiermeisje, verschijnend in Interview with the Vampire (Neil Jordan, 1994), Låt den rätte komma in (Tomas Alfredson, 2008) en Let Me In (Matt Reeves, 2010), is uitermate geschikt voor dat verzet. Het heeft immers een lichaam dat schijnbaar voldoet aan de kwetsbaremeisjesclichés, maar daar uiteindelijk toch aan ontsnapt.

Typisch bijvoorbeeld, dat Claudia (Kirsten Dunst) in Interview With a Vampire weelderige krullen krijgt nadat ze door een vampier is gebeten: precies het kapsel dat jarendertigkindster Shirley Temple ooit zo lief en tuttig maakte. Het schokeffect is door die bedrieglijke eerste indruk des te groter. Als Claudia na haar transformatie op broeierige toon 'I want some more' zegt, klinkt dat bepaald niet alsof ze om nog een snoepje vraagt.

Minstens zo symbolisch zijn de scènes uit Låt den rätte komma in en Let Me In waarin respectievelijk Eli en Abby zich voordoen als gewonde meisjes, om de mannen die hen helpen brullend de strot door te bijten. Zo gevaarlijk kan het dus zijn, als je in het gepolijste imago van jonge meisjes blijft geloven.

Here Comes The DevilBeeld .

Duivelsgebroed

Regan is de meest vertrouwde horrortelg en dat is vooral te danken aan William Friedkins The Exorcist (1973). Vaak beschouwd als de engste film aller tijden, waarin dit meisje (Linda Blair) door de duivel bezeten raakt en we voor het eerst zien wat dat betekent: verbale vuilspuiterij, rondtollende hoofden, oneigenlijk gebruik van religieuze symbolen, levitatie en zondvloeden groene kots.

In feite blijft Regan nog steeds een onschuldig kind: het kwaad is hier immers op het conto van de duivel te schrijven, of anders op dat van Regans moeder, die gescheiden is en een filmcarrière belangrijker lijkt te vinden dan haar dochtertje. Met zo'n losbandige levenshouding haal je het kwaad vanzelf binnen, suggereert de film. Dus zien de auteurs van Monstrous Children hier een metaforische waarschuwing voor iedere ouder die er de kantjes vanaf loopt.

Die les zit ook in recente duivelfilms: in het Mexicaanse Here Comes the Devil (Adrián García Bogliano, 2012) zijn de ouders zo nalatig om hun kinderen alleen de bergen in te laten trekken; geen wonder dat broer en zus nogal onrein van geest terugkeren.

In het Australische The Babadook (Jennifer Kent, 2014) zou de zeer labiele Amelia beter moeten weten wanneer ze haar zoontje uit een plots opduikend kinderboek voorleest; ongetwijfeld had ze het demonische onheil dat zich in de misselijkmakende tekeningen en versregels verschuilt, kunnen tegenhouden door het boek subiet dicht te slaan. Stom, stom, stom, dat ze toch blijft voorlezen. Horror als bloederig pleidooi voor een volkomen toegewijd ouderschap.

The Exorcist.Beeld .

Prepuberale psychopaten

Het monsterkind kan juist ook een verzet tegen zulke pedagogische devotie uitdrukken. Wat dat betreft is het tekenend dat in de jaren vijftig van de vorige eeuw de eerste monsterkinderen opdoken in Hollywoodfilms: een tijd waarin het gezin centraal stond en de Amerikaanse vrouw aan haar moederschap een dagtaak had. Waar dient zulke ijver nog toe, als je kind een seriemoordenaar is?

Kijk naar Rhoda, het huppelwicht met blonde vlechtjes dat in Mervyn LeRoy's The Bad Seed (1956) iedereen over de kling jaagt die haar haar zin niet geeft; als 8-jarige dochter van een seriemoordenares blijkt ze ongeneeslijk verdorven. IJzingwekkend is de scène waarin Rhoda haar pleegmoeder vertelt dat haar klasgenootje is verdronken en vervolgens om een boterham met pindakaas vraagt. En dan heeft ze ook nog eens dat kind eigenhandig de hersens ingeslagen met haar tapdansschoenen.

William March' roman, de toneelbewerking en de verfilming van The Bad Seed waren ontzettend succesvol in jarenvijftig-Amerika. Dat geeft te denken. 'In een periode die zo volstrekt kind- en familiegeörienteerd was, koesterde men wellicht een stille afkeer van de verwachting dat kinderen eindeloze aandacht eisen en complete vervulling brengen', zegt cultuurwetenschapper Karen J. Renner in haar essay The Evil Child, dat ook in Monstrous Children wordt aangehaald. 'Misschien dat zulke films uiting geven aan die afkeer.'

The BabadookBeeld .

Monsterklas

Eén gruwelkind is al eng zat, maar diverse films komen met een hele groep monsterkinderen. Daarmee worden wederom gevoelige zenuwen blootgelegd.

In Joseph Losey's These Are the Damned (1961) herbergt een bunker aan de Britse kust een klasje van negen 11-jarigen, die er normaal uitzien, maar de dood stroomt door hun aderen. Via hun moeders zijn ze dusdanig met radioactiviteit besmet dat hun huid bevroren aanvoelt en ze iedereen in hun buurt langzaam vergiftigen. Volgens hun militaire bewaarders zullen de kinderen als enigen overleven bij een atoomoorlog tussen Oost en West; daarmee staan ze in één lijn met andere Koude Oorlog-filmmonsters. Alleen wekken door atoomexperimenten opgewekte reuzenreptielen en monstermieren minder medelijden dan deze radioactieve engeltjes des doods.

Een griezelig kinderclubje kan ook pedagogische angsten aanboren. In The Children (2008) keren piepjonge gastjes zich vol razernij tegen hun ouders. Een soort zombiefilm is het, maar dan met kleuters in plaats van wandelende oude lijken. Er wordt niet uitgelegd wat deze kinderen scheelt; des te aanlokkelijker om het geheel symbolisch te interpreteren.

Regisseur Tom Shankland, zelf kinderloos, vond het fascinerend hoe zoiets weerloos als een kind zo veel macht over zijn ouders kan uitoefenen. Hoe ga je daar als moderne, principieel geweldloze ouder mee om? Dat wilde hij onderzoeken met The Children en daarmee het hardnekkige geloof in het onschuldige kind volledig op zijn kop zetten.

In horrorfilms mag dat althans. 'Sommige ouders halen een pervers plezier uit mijn film', zei Shankland in een interview met dreamindeamon. com. 'Uit alle dingen waarover je normaal niet wilt nadenken of praten.'

Monstrous Children and Childish Monsters: Essays on Cinema's Holy Terrors. Markus P.J. Bohlmann en Sean Moreland (red.). McFarland & Company, 2015. 41,99 euro.

Let Me InBeeld .

Hollandse monsters

Nederlandse monsterfilmkinderen zijn er nauwelijks en dat ligt alleen al aan het feit dat Nederland nauwelijks een horrorfilmtraditie kent. Rudolf van den Berg schiep een bloeddorstige zevenling in De Johnsons (1992) maar die psychopatische kids groeien in de film al snel uit tot volwassen monsters. Verder deed Elbert van Strien in 2010 een aardige worp met Zwart water, waarin Barry Atsma en Hadewych Minis met hun kind naar een onheilspellend, kasteelachtig landhuis in België verhuizen. Na stiekem mama's oude dagboek te hebben gelezen, sluit dochterlief Lisa (Isabelle Stokkel) al snel vriendschap met het spookmeisje in de kelder. Onder invloed van het griezelkind gaat Lisa steeds verontrustender gedrag vertonen. De scène waarin ze haar konijntje een strop omdoet, is griezeliger dan de niet zo overtuigend uitgevoerde meisjesgeest. Er was ooit sprake van een hollywoodremake met Charlize Theron, maar daarvan is niets meer vernomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden