Review

De fascinerende denkwereld van Hugo Ball

'De vlucht uit de tijd' schetst fascinerend beeld in de denkwereld van Hugo Ball, de grondlegger van het dadaïsme. Duitse dichter verruilt in eindfase van zijn leven 'Tressli bessli nebogen leila' voor devote rijmpjes.

Wat is uw mening over kerkvader Minucius Felix en diens afwijzing van Socrates? Vindt u ook dat het Heilige Roomse Rijk stoelde op 'tien eeuwen van extase'? En waar lokaliseert u de fundamentele fout in Nietzsches filosofie?

Moeilijk voorstelbaar misschien, maar midden in de Eerste Wereldoorlog was er ten minste één Europeaan die bovenstaande vragen wezenlijker vond dan het laatste nieuws uit Passchendaele of Verdun.

Die eenzame Europeaan was de Duitse dichter Hugo Ball, wiens gebundelde overpeinzingen en dagboeken uit 1914-1920, Flucht aus der Zeit, nu door Hans Driessen zijn vertaald en onder de titel De vlucht uit de tijd door Vantilt worden uitgegeven.

De uitvinder van het dadaïsme

Hugo Ball staat te boek als de uitvinder van het dadaïsme, de baldadige artistieke revolte die juni 1916 in Cabaret Voltaire in Zürich werd ontketend. Zeg dada en je denkt aan vrolijk absurdisme, maskerades, klankgedichten - ongrijpbaarheden die doorwerkten tot ver na dada's kortstondige bloei. Zestig jaar na dato nog bewerkte David Byrne Balls klankgedicht Gadji beri bimba tot de klassieke Talking Heads-song I Zimbra.

De vlucht uit de tijd (oorspronkelijk verschenen in 1927, het jaar van Balls vroege dood) geeft een fascinerend inzicht in de denkwereld achter Balls dada-teksten, die heel wat serieuzer en ook gekwelder blijkt dan je op grond van zijn Seepferdchen und Flugfische of Karawane ('jolifanto bambla ô falli bambla') zou denken.

Na zijn afgebroken studie filosofie was Ball in 1914 voor het Duitse oorlogsgeweld naar het neutrale Zwitserland gevlucht. Hij houdt er een dagboek bij, waarin de Grote Oorlog maar sporadisch doordringt. Ball zoekt een levensfilosofie die stand houdt naast 'de grandioze slachtfeesten' en hij doet dat in een koortsachtige ontleding van de Europese ideeëngeschiedenis, waarbij hij Hegel afzet tegen Spinoza, Bakoenin tegen Augustinus, Nietzsche tegen Dionysius de Areopagiet. Tussen die intimiderend erudiete beschouwingen door ventileert hij zijn weerzin tegen de Duitse oorlogsretoriek: 'Men probeert deze geciviliseerde slachtpartij op leugenachtige wijze voor te spiegelen als een triomf van de Europese intelligentie', en even verderop: 'Men kan niet van ons verlangen dat we de onsmakelijke pastei van mensenvlees die men ons voorzet smakelijk verorberen'.

Hugo Ball

Dagboek
De vlucht uit de tijd
Uit het Duits vertaald en toegelicht door Hans Driessen
Vantilt; 352 pagina’s;€ 22,50.

Een vals vrijheidsbegrip

In scherpgeslepen zinnen analyseert Ball de oorzaak van de crisis. 'Twee erfelijke kwalen hebben het Duitse wezen te gronde gericht', schrijft hij in 1916, 'een vals vrijheidsbegrip en de piëtistische kazerne. Alle geestdrift heeft men toegeschreven aan de femelende ontrouw aan de Ene, alle beheersing aan een zich leugenachtig koest houden.'

De crux schuilt voor Ball in de door ideologie en propaganda misvormde Duitse taal: 'Het woord is handelswaar geworden; het woord heeft elke waardigheid verloren'. Bevrijd de taal van haar ideologische last, en er komt weer ruimte voor de scheppende 'alchemie van het woord'.

Die bevrijding vindt Ball ten slotte in zijn fameuze klankgedichten, die 'spotten met elke toenadering en begrijpelijkheid'.

'Tressli bessli nebogen leila' zingzegt hij bij zijn eerste optreden als dada-dichter op 23 juni 1916 in Cabaret Voltaire, waar hij ten tonele verschijnt in een priesterlijk-futuristisch gewaad, als een 'magische bisschop'. Zijn optreden eindigt in lamentatie van loze klinkers, 'zoals die door de katholieke kerk van het Morgen- en Avondland weeklaagt'.

Hugo Ball draagt in 1916 als een 'magische bisschop' een gedicht voor in Cabaret Voltaire. Beeld Suprascan AO

Een sensatie

Mede dankzij Ball wordt Cabaret Voltaire een sensatie. 'Een ondefinieerbare roes heeft zich van allen meester gemaakt', schrijft hij. 'Het kleine cabaret dreigt uit zijn voegen te barsten.' Maar terwijl de club aan de Spiegelgasse een internationale attractie wordt (Balls dagboek vermeldt bezoekers uit Nederland, die zich gedragen 'als complete gekken'), raakt de dichter ervan overtuigd dat dada toch niet het antwoord is.

Dat levert nieuwe momenten van vertwijfeling op, maar ook dan laat zijn stijlgevoel hem niet in de steek, zoals wanneer hij piekert over ratten in zijn huurkamer: 'Dat zou iets zijn, op zekere dag zelf als rat in bed liggen, een sigaret tussen de knaagtanden, lezend in de krant.'

Langs afgronden van de bevattelijkheid

Hij laat dada en Zürich achter zich en zoekt rust in bergdorpjes in Ticino, waar de grote metafysische vragen hem blijven kwellen ('Gods rechten en die van de mens') en hij scheert langs afgronden van de bevattelijkheid: 'Om het kubisme te begrijpen, moet je de kerkvaders lezen.'

De uiteindelijke verlossing komt dan niet meer als een verrassing. Ball omarmt het nederige katholicisme van zijn jeugd, in curieus contrast met zijn mateloze intellect. Hij noemt Bernadette van Lourdes een 'hemelbloesem' en verruilt de filosofische nonsens van dada voor devote rijmpjes: 'Zwarte Madonna, je bent heel mooi/ Zo zag ik je op je sokkel staan/ Jij bent heel mooi, heel zoet en heel mild.'

Dan toch liever de klare onzin van Tenderenda der Phantast, de roman in wording waarvan zijn dagboek fragmenten citeert: 'Tot slot zal onze Siciliaanse zeekoe op een mosselhoorn de druipsteengrotten der ellende voor u blazen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden