De farce met Hitlers dagboeken

Zelden waren de internationale media zo nerveus als eind april 1983, nu vijftien jaar geleden. Het Duitse geïllustreerde weekblad Stern beweerde de dagboeken van Hitler te hebben ontdekt, terwijl niemand ooit had vermoed dat de Führer aller Germanen zijn gedachten persoonlijk aan papier toevertrouwde....

HET MOEST de scoop van de eeuw zijn, maar het werd de grootste fake van dit tijdsgewricht. Drie jaar lang had Stern-journalist Gerd Heidemann als een bezetene gejaagd op de dagboeken van Hitler. 'Het zijn er minstens zesentwintig', had de doorgewinterde speurneus zijn verlekkerde superieuren voorgehouden. Maar het werden er zestig. Vervalser Konrad Kujau kon er in dik vier uur eentje volschrijven. Hij had er steeds minder moeite mee. 'Conny' kreeg de smaak te pakken, ook door het vele geld dat Heidemann hem bracht.

'Das ist ja ein Ding,' fluisterde bondskanselier Helmut Kohl opgewonden terug naar zijn minister van Binnenlandse Zaken Fritz Zimmermann, toen die tijdens een kabinetszitting het bericht kreeg dat de dagboeken vals waren. Directeur Hans Booms van het Bundesarchiv noemde ze zelfs een 'plumpe Falschung'. Het schrift deugde van geen kant, de labels van 1932-1945 bleken kort achter elkaar getikt, het papier was te nieuw, de boekbinderslijm was van na de oorlog. En de letters 'A.H' op de kunstleren kaften bleken 'F.H' te zijn; een domoor had in de foute bak met gotische letters gegrepen, want die A en die F leken nogal op elkaar. Bovendien had 'Hitler' precies het bekende historische werk van Max Domarus overgeschreven. Wanneer Domarus zweeg, hulde ook de dagboekschrijver zich in stilzwijgen. En waar hij wél schreef, noteerde hij dezelfde fouten die latere historici allang bij Domarus hadden ontdekt.

Booms had bovendien 'nog nooit zoiets vervelends gelezen'. Dat had eerder ook Henri Nannen al, de grote oude man achter Stern, maar zijn conclusie ging een andere kant op: 'Ze moeten wel echt zijn, want niemand zou zoiets vervelends kunnen verzinnen'.

Twee weken lang hielden de zestig Hitlerdagboeken de wereld volkomen in hun ban. De Britse Hitlerkenner Hugh Trevor-Roper (inmiddels Lord Dacre of Glanton) had het immers zelf gezegd: 'De vondst is zo sensationeel dat delen van de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog herschreven zullen moeten worden.' Maar daar kwam de Britse professor al snel van terug.

De Volkskrantcorrespondent in Bonn noteerde al een dag na de aankondiging uit Hitlers (toenmalige) naaste omgeving dat het niet waar kón zijn. Adjudant Nicolaus von Below (dan 76): 'We hebben vaak 's avonds tot drie, vier uur bij elkaar gezeten. Pas dan ging Hitler naar bed. Dan had hij geen tijd meer om iets te schrijven. Het is allemaal gelogen'.

Het verhaal rond de dagboeken klonk overigens plausibel genoeg. De dagboeken (van juli 1932 tot april 1945) moesten op des Führers bevel vanuit het reddeloos verloren Berlijn naar Berchtesgaden worden gevlogen. Het vliegtuig stortte neer bij Börnersdorf in de latere DDR. Een officier van de Wehrmacht vond de dagboeken en hield ze jarenlang verborgen in een hooiberg. Pas in 1980 zou deze man, die inmiddels in het buitenland woonde, hebben besloten de dagboeken openbaar te maken. Stern zou het eerste exemplaar in een Zwitserse bankkluis hebben mogen inzien. Na noest onderhandelen kreeg het blad alle 60 dagboeken in handen.

De waarheid was een stuk gecompliceerder en had alles te maken met twee klassieke menselijke zwakheden: ijdelheid en hebzucht.

De handel met Hitler ontstond meteen bij diens dood. De Führer was ingegaan in het walhalla, de oorlog voorbij, de overwinnaars vastbesloten alles wat aan het nazi-dom herinnerde met wortel en tak uit te roeien. Souvenirs uit de Hitlertijd kregen daardoor een zweem van illegaliteit en dat wekte bij veel mensen appetijt. Amerikaanse militairen togen na de zege naar huis met nazi-souvenirs. Nu nog duiken overal in de wereld rariteiten op, even vaak nagemaakt als echt.

Maar tijdens de 'Stunde Null' verdwenen ook veel documenten, zelfs hele archieven die voor historici interessant konden zijn om bepaalde schakeltjes in de keten der gebeurtenissen tussen 1933 en 1945 terug te vinden. Een volledige serie dagboeken van Hitler zou een prachtige vondst zijn, niet alleen voor de geschiedschrijving, maar ook voor verzamelaars. Publicatierechten, eerst dagbladen en tijdschriften en dan boeken. Hoe dan ook: een miljoenenproject. Hitler blijft onuitroeibaar; slechts over Jezus Christus is méér geschreven. Stern zou het merken. Het blad betaalde bijna 10 miljoen mark en verspeelde zijn reputatie totaal.

Gerd Heidemann had een voor een journalist niet onbelangrijk nadeel: hij kon niet schrijven. Heidemann kon knap rechercheren, wist alles uit geïnterviewden te peuren, verzamelde stapels hoogst interessante gegevens over een onderwerp, maar vervolgens wist hij er absoluut geen weg meer mee. Bij Stern was dat geen probleem. De ordeloze stapels van Heidemann werden steevast door een handige bureauredacteur tot leesbare stukken gearrangeerd.

Heidemanns interesse in het nazidom had aanvankelijk weinig met journalistiek te maken. Hij had in 1973 het oude jacht van Hermann Goering 'Carin II' op de kop getikt, wilde dat opknappen en aan een rijke verzamelaar van 'hitleralia' verkopen, liefst zo'n rijke Amerikaanse excentriekeling als de man die enkele jaren eerder drie miljoen dollar had geboden voor een particulier museumpje in Hitlers geboorteplaats Braunau.

Maar de 'Carin II'-restauratie groeide de journalist allengs boven het hoofd. Hij was handig genoeg, maakte zelfs Goerings dochter Edda het hof en kreeg van haar het oorspronkelijke gouden ontbijtservies dat ooit aan boord was geweest. Maar Heidemann had constant geldgebrek. Zo groeide het plan oude nazi-bonzen aan boord uit te nodigen en van hun 'Bordgespräche' een boek te maken. Stern-uitgever Nannen zag er wel wat in. Via die oude nazi's kwam Heidemann in contact met hitleralia-handelaren in het zuiden van Duitsland.

Wat daarna gebeurde is ook tijdens langdurige rechtbankzittingen nooit exact opgehelderd. Hebben Heidemann en Kujau van meet af aan onder één hoedje gespeeld? Of kwam het later tot afspraken tussen de twee? Onduidelijk.

Mogelijk bestond het hele dagboekendrama uit drie delen: 1) Heidemann bedroog Kujau, 2) Kujau belazerde Heidemann 3) de directie van Gruner & Jahr, eigenaars van Stern, verloochende haar eigen hoofdredactie.

Vooral dat laatste was pikant. Want Heidemann had met zijn 'vondst' zijn eigen chefs gepasseerd. De nieuwe hoofdredacteur Peter Koch had Heidemann bezworen nu toch eindelijk eens met zijn 'Nazi-scheisse' op te houden (Heidemann speurde en passant ook nog naar Bormann en Mengele en 'was al héél ver'). Maar de ook al kersverse bestuursvoorzitter van Gruner & Jahr, Gerd Schulte-Hillen, was zo onder de indruk van Heidemanns verhaal dat hij probleemloos de knip trok. Pas toen er al tientallen dagboeken in een Zwitserse kluis lagen en er al miljoenen waren uitgegeven, werden Koch en uitgever Nannen ingelicht. Toen was het al te laat. Er ontstond bij de ingewijden een 'groepspsychose', zoals Manfred Bissinger, adjunct-hoofdredacteur van Stern, het later zou omschrijven.

Toen de overdonderde Trevor-Roper eenmaal zijn 'echtheidsverklaring' had afgegeven, ging de bal ook zakelijk onstuitbaar aan het rollen. Rupert Murdoch en Newsweek kochten, na veel bakkeleien, de Britse en Amerikaanse rechten. In Nederland stonk Nieuwe Revu erin. Stern en Sunday Times publiceerden de eerste aflevering, inclusief het verhaal hoe de dagboeken waren gevonden. De tweede aflevering heette 'Der Fall Hess' en 'bewees' dat Hitler volledig op de hoogte was geweest van de roemruchte vredesvlucht van zijn plaatsvervanger naar Schotland.

De deskundigen waren verdeeld. Trevor-Roper veranderde van mening, maar Loe de Jong leek er aanvankelijk in te geloven. 'Als je vervalst, dan schrijf je geen zestig delen', aldus onze nationale oorlogskenner. De extreem rechtse David Irving vroeg zich af waarom er geen inkt was onderzocht, maar een week later draaide ook hij om: hij geloofde er ineens wél in. Totdat Booms met zijn conclusies kwam en de hele zeepbel uit elkaar spatte.

Waarom had Stern niet op het definitieve onderzoek van het Bundesarchiv gewacht? Bang dat de exclusiviteit weg zou zijn; te veel mensen wisten, door de onderhandelingen over de rechten, van het bestaan van de dagboeken. En misschien was er van enige zelf-censuur sprake geweest, wanneer er alleen journalisten bij betrokken waren . Nu stuurde een geldgeile directie de zaken, een directie die gevoelig was voor de fantasiewereld die haar werd voorgetoverd.

Er kwam, natuurlijk, een proces. Nannen liet Heidemann, wiens carrière hij jaren gepusht had, vallen als een hete aardappel. Stern ontsloeg de dagboekleverancier en diende vervolgens een aanklacht tegen hem in wegens verduistering. Het proces duurde maanden. De officier van justitie leek Kujau, hoewel aantoonbaar een pathologische leugenaar, meer te geloven dan Heidemann, de doorgeslagen fantast. Er bleek ruim vier miljoen mark zoek die Stern dolgraag zou terugvinden. Het werd nooit duidelijk wie ze opstreek.

Peter Koch, de hoofdredacteur die zijns ondanks in de affaire betrokken raakte, en zijn adjunct Felix Schmidt moesten ontslag nemen. Bestuursvoorzitter Schulte-Hillen mocht blijven zitten, hoewel hij ontegenzeggelijk meer boter op zijn hoofd had dan de redactiechefs. De complete Sternredactie kwam in opstand toen de uiterst rechtse Johannes Gross en Peter Scholl-Latour als nieuwe hoofdredacteuren werden geparachuteerd. Gross kwam maar niet eens en Scholl-Latour verdween weer snel.

Henri Nannen ging vrij snel met pensioen en wijdde zich tot zijn dood aan zijn nieuwste troetelkind, een museum voor moderne kunst in zijn geboorteplaats Emden. Konrad Kujau handelt, na het uitzitten van vier jaar cel, nog steeds in hitleralia. Hij is nu zo beroemd dat hij zijn vervalsingen onder eigen naam kan aanbieden. Gerd Heidemann viel na zijn vrijlating - ook hij kreeg vier jaar - in een diep dal en kwam nooit meer journalistiek aan de slag. Bij Stern is zijn naam nog altijd taboe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden