De familie Six past Geert Mak als een handschoen

Boeken

Het beroemde patriciërsgeslacht Six is door Geert Mak springlevend neergezet. In het familiehuis kon hij zich onderdompelen in vier eeuwen invloedrijk Amsterdams leven.

Jan Six, geschilderd door Rembrandt. Beeld Collectie Six

Moeders mooiste was hij niet. Een bleke man met rossig kroeshaar en een pokdalige huid. Hij kijkt dromerig de ruimte in, een beetje melancholiek, maar met een zweem van ironie. Hij draagt voorname kleren, een stijve zwarte jas waaronder de pofmouwen van een witte, met goudbrokaat afgezette bloes uitpiepen, en een cape in een schitterend rood, ook al met gouden randen. Toch ziet hij er niet uit als een machtig en rijk man. Eerder onwerelds, in zichzelf gekeerd, iemand die leeft in zijn eigen hoofd.

Toch was deze man, Jan Six (1618-1700), de stamvader van een beroemd patriciërsgeslacht. Vier eeuwen lang waren de Sixen, van wie de oudste zonen meestal Jan heetten, een van de belangrijkste families van de Amsterdamse elite. Halverwege de 19de eeuw traden zij toe tot de adel en mochten de Jannen zich jonkheer noemen. Zij brachten magistraten voort, juristen, wethouders en burgemeesters, maar ook vele kunstkenners en wetenschappers. Dat déze Jan, de 17de-eeuwer, zo'n vertrouwd hoofd heeft, komt doordat zijn vriend Rembrandt hem heeft vereeuwigd. In 1654, toen hij op een keerpunt in zijn leven stond. Hij zou een leven van schrijven en dichten - hij was ook bevriend met Vondel en ooit werd een toneelstuk van hem opgevoerd - inruilen voor een carrière als magistraat. Hij lijkt er niet blij mee.

Het beroemde schilderij hangt in het Amsterdamse familiehuis van de familie Six aan de Amstel, waar ook nu nog een Six woont en de collectie beheert. In dit veertig kamers tellende huis, bomvol gekoesterd verleden, mocht Geert Mak drie jaar lang rondkijken en werken, en het hele archief stond tot zijn beschikking. Een huis met waardevolle schilder- en beeldhouwkunst, maar ook met talloze verzamelde rariteiten, serviezen, sieraden, eierdopjes, Rembrandts verdroogde verftubes, tandenborstels, recepten, kinderbriefjes, dagboeken, speelgoed en portretjes van de vele in het kraambed of jong overleden kindertjes Six - ook vrijgestelde en rijke mensen ontkwamen niet aan dit gebruikelijke leed.

Dit huis, dat tastbaar en voelbaar getuigt van vier eeuwen intens en invloedrijk Amsterdams leven, is eigenlijk een hoofdpersonage in de familiegeschiedenis die Mak schreef, onder de passende titel De levens van Jan Six. De levens van een opeenvolgende reeks Jannen, met telkens weer min of meer dezelfde rol, de Jan Six van zijn tijd te zijn.

De huidige 'heer des huizes' ontvangt de schrijver in het huis aan de Amstel met koffie en met vele verhalen over het voorgeslacht. Mak merkt dat in een familie als deze, waar de ogen van vele voorouders via de schilderijen aan de wand op de bewoners rusten, de voorvaderen nog echt als intieme familie worden ervaren. Ook Mak raakt vertrouwd met hun stemmen: 'Ik hoor ze vanaf de muren en vanuit de bibliotheek, fluisterend vaak, en ook scherp, eentje slist, met zijn gouden kunstgebit uit zeventienhonderd zoveel.'

De familie Six, het is een onderwerp dat Mak past als een handschoen. Het is hem wel toevertrouwd om, aangeraakt door de 'historische sensatie' en met zijn talent om goed te kijken en vindingrijk te interpreteren, uit deze relicten van het verleden springlevende verhalen te smeden. Hij is terug bij een van zijn oudste onderwerpen, Amsterdam, en bij een genre waarin hij excelleert, het familieverhaal waarin zich de 'grote' geschiedenis weerspiegelt.

Non fictie

Geert Mak
De levens van Jan Six- Een familiegeschiedenis,
Atlas Contact 448 pagina's, €24,95

Beeld RV

Eigenlijk waren het immigranten, de familie Six, en heel voornaam waren ze ook niet altijd. Eind 16de eeuw kwam een Charles Six, lakenverver van beroep, uit het Frans-Vlaamse Saint-Omer naar Amsterdam; als aanhanger van Calvijn moest hij vluchten. In Amsterdam zette hij met zijn zonen het bedrijf voort, maar het kwam vooral tot bloei door de doortastendheid van zijn schoondochter Anna Wijmer, de moeder van de Jan op Rembrandts schilderij. Zij verwerft met hard werken een fortuin en koopt grote stukken land, die later statige landgoederen zullen worden. Het is het begin van een weelde en welstand die eeuwenlang zou voortduren, ook doordat de Sixen telkens weer rijke en invloedrijke huwelijkspartners wisten te kiezen. Pas in de 20ste eeuw moeten zij weer werken voor de kost. Niet dat de eerdere Jannen flierefluiters waren, maar grachtenhuizen, landgoederen, personeel en geld waren er altijd.

Een groot deel van Maks boek is gewijd aan de eerste Jan, de dromerige dichter die burgemeester zou worden van een stad die in de Gouden Eeuw steeds rijker en machtiger werd. Misschien voelde deze dichter zich gedwongen tot het stadsbestuur. Toen hij al bijna 50 was moest hij er, na een leven lang gewijd mijmeren achter zijn bureau en in de natuur, alsnog aan geloven. Hij was getrouwd met een dochter van de beroemde en invloedrijke arts Nicolaes Tulp - de arts van 'de anatomische les' -, een steile calvinist die ook burgemeester zou worden. Ook Jan I zou dit ambt bekleden.

Beeld Fjodor Buis
verdroogde verf van Rembrandt Beeld Collectie Six

Zijn zoon, laten we hem Jan II noemen, was pas echt een geboren bestuurder: een halve eeuw lang regeerde hij in de Amsterdamse vroedschap, gedurende dertig jaar was hij af en aan burgemeester. 'Hoog voorhoofd, dikkige kop, norse neus', beschrijft Mak hem. Hij was de man met het gouden kunstgebit die moet hebben geslist. Hij droeg een pruik. Dat goud in de mond en die stijve pruik waren tekenend voor een ijdele, verwende, deftige bestuurder uit deze pruikentijd. De familie zetelt nu onwrikbaar in de elite. Vóór alles beschermen zij de eigen clan: erebaantjes en aantrekkelijke ambten worden vergeven aan familieleden, ongeacht hun capaciteiten. Later in deze eeuw zouden de koloniën in Oost en West - de suikerrietplantages in Suriname - flink geld opleveren, de slavenarbeid.

Het is in deze hoofdstukken dat het verhaal voor mijn gevoel een beetje inzakt. Misschien komt dat door de wat saaiere Jannen, of door de geschiedenislesjes die Mak niet kan nalaten te geven: over de Oranjes, de patriotten, de godsdiensttwisten, de opkomst van Amerika, de Franse tijd. Leerzaam en opfrissend, en ook passend in het verhaal, maar ik lees liever over Maks gevonden personages.

Interessant worden die weer in de 19de eeuw, net als de 17de een eeuw van onthutsende veranderingen, de eeuw van 'Electriciteit, Nijverheid en Stroom', de eeuw waarin de patriciërs en de adel hun macht en privileges kwijt zijn, de parvenu met zijn nieuwe geld en goed protst, en de burger oppermachtig wordt. Toch slaagt de familie erin 'in een zeepbel' te overleven.

Compassie

Van enkelen beschrijft Mak het leven met veel compassie. Van Lucretia bijvoorbeeld, de vrouw van Hendrik Six, een rusteloze artistieke vrouw, die Het melkmeisje van Vermeer in de familie bracht - helaas zou het, zoals vele waardevolle schilderijen, ook weer uit de familie verdwijnen; in armere tijden werd veel kunst verkocht. Lucretia kwijnde weg in een ongelukkig huwelijk. Haar doodgeboren kinderen zette ze op sterk water; ze kon geen afstand van hen doen. Rond 1900 zou een mevrouw Six over Lucretia's kinderen hebben gezegd: 'Zeg vader, zullen we oom en tante maar niet eens opruimen?'

Mak gebruikt sterke stijlmiddelen om zijn snel afgeleide 21ste-eeuwse lezer bij de les te houden. Steeds weer keert hij terug naar het heden, zijn fascinerende zoektocht in dat grote, volle huis, zijn innerlijke dialogen met al die voormalige bewoners. Steeds weer lopen we door de Amsterdamse binnenstad, een grachten-en stratenplan waarin nog weinig is veranderd. We zijn erbij.

Lucretia, de vrouw van Hendrik Six. Beeld Collectie Six

In wezen gaat dit boek, een boek over de Amsterdamse elite, 'over ongelijkheid en ongelijkwaardigheid', schrijft Mak in zijn epiloog.

Gelukkig gaat dat boek over veel meer, over individuen, over hun verlangens, ambities en teleurstellingen, maar het is waar: gelijkheid van alle mensen onder de zon was in de vier eeuwen die hij beschrijft geen vanzelfsprekendheid. Maar hij laat ook zien dat leden van vooraanstaande families evenmin vrij waren in hun handelen; zij zaten gevangen in de eisen van hun kaste. Ze zouden blij zijn geweest met dit empathische verhaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.