boekrecensie

De essays van Roel Bentz van den Berg kolken van eruditie en ervaringen ★★★★☆

Met verrassende gedachtensprongen en wervelende zinnen voert Roel Bentz van den Berg de lezer langs wat hem zoal bezighoudt. Van Bob Dylan tot het volledige Niets.

Ranne Hovius
null Beeld Atlas Contact
Beeld Atlas Contact

Bob Dylan is 67 als hij, op tournee in Canada, in een opwelling besluit langs te gaan bij het huis waar zijn vriend en collega Neil Young in de jaren zestig als tiener woonde. Waar hij schildpadden hield, over een toekomst als boer fantaseerde, op een plastic ukelele gitaar leerde spelen en zijn eerste song componeerde. De verblufte bewoners – is dat echt Bob Dylan? – laten hem de met Justin Bieber-posters en roze behang opgetuigde kamer van hun dochter zien, waar uiteraard geen spoor van Young meer te bekennen is. Maar voor Dylan is het goed. Hij gaat voor het raam staan en kijkt naar buiten. ‘Ik wilde zien wat Neil zag’, geeft hij later als uitleg. Schrijver en programmamaker Roel Bentz van den Berg schrijft daarover in zijn zojuist verschenen essaybundel: ‘Een groter, bescheidener, liefdevoller eerbetoon aan een vriend is nauwelijks denkbaar.’

Wat Dylan voelde of zag en wat de kamer daaraan bijdroeg, blijft gissen. Maar Bentz van den Berg gist graag en laat Dylan daar voor het raam ook honderden kilometers verder weg kijken, naar andere kamers: naar de kamer waar hij met zijn jeugdvrienden lachte en zong in de veronderstelling dat (zong hij later in Bob Dylan’s Dream) het eeuwig zo zou blijven; naar de hotelkamer in New York waar hij gelukkig was met Joan Baez (‘we both could have died there and then’, zong Baez op haar beurt in Diamonds and Rust); naar een latere hotelkamer in Londen waar hij vooral met zichzelf bezig was en Baez honds behandelde.

Dylans kamers

En zo vormt zich een geschiedenis aan de hand van Dylans kamers van vroeger, van verlangens die uiteindelijk gefrustreerd worden en van de nostalgie die die kamers later oproepen. Het brengt Bentz van den Berg ook terug naar zijn eigen jongenskamer, hoe hij met vrienden luisterde naar Bob Dylan’s Dream en dan al een helder visioen heeft van hoe ook hij later met weemoed zal terugkijken op het moment dat ze daar zo onbevangen zaten: ‘Een déjà vu van de toekomst. Moeilijk uit te leggen maar niet moeilijk te begrijpen: iedereen heeft wel ergens zo’n kamer waar hij zijn eigen jeugd bewaart, en daar af en toe uit het raam gaat staan kijken.’

Moeilijk uit te leggen: dat is voor veel van de meer dan dertig korte en langere essays van De straatwaarde van de ziel de verbindende factor. Uitleggen is ook niet de stijl van Bentz van den Berg. Hij cirkelt, zoekt en oppert en probeert zo, met verrassende gedachtensprongen en indrukwekkend wervelende zinnen, de heen en weer schietende vinger te leggen op wat zich intuïtief aandient, maar zich verzet tegen vastpinnen. Zoals hoe je je het volledige Niets moet voorstellen (eeuwenlang vooral een abstractie maar sinds de introductie van de met één vinger te bedienen atoombom een concrete uitdaging voor het voorstellingsvermogen). Of welke mogelijke interpretaties zijn los te laten op het songtekst-zinnetje Take me down to your dancefloor. Of wat we in de moderne tijd nog met het begrip ‘ziel’ moeten.

Ode aan de stad

De ziel is bij Bentz van den Berg nooit ver weg, ook niet in eerdere essaybundels. En dan uiteraard niet de ziel van de kerk of van spirituele zwevers, maar de ziel ‘als symbool van een alle menselijke emoties samenvattende, vitale dynamiek’. Of zoiets. Want vastpinnen is bij de ziel sowieso onbegonnen werk. In deze laatste bundel is de ziel het meest expliciet aanwezig in het essay ‘Straatwaarde’, waaraan de titel van het boek ontleend is, en dat zich laat lezen als een ode aan de stad. Best fijn om er even uit te zijn, die stad, om op adem te komen, maar dan toch snel weer terug: ‘Het is juist vooral in de war- en janboel van de stad dat de ziel tot leven komt en er ook voortdurend verse ziel wordt ‘aangemaakt’.’

Bentz van den Berg groeide op in een acteursgezin in Amsterdam, studeerde filosofie, maakte vanaf 1984 talloze muziekradioprogramma’s voor de VPRO, schreef voor NRC over muziek, film en literatuur, publiceerde (onder meer) een autobiografische roman en maakte met Hans Keller een documentaire over zijn vader, de toneelspeler Han Bentz van den Berg.

Al die facetten van zijn leven – muziek, filosofie, literatuur, zijn jeugdjaren en kinderdromen, de scherpe blik van zijn moeder, de dood van een van zijn twee zussen, de stem van zijn vader – komen in zijn essays samen als een kolkende brij van eruditie en ervaringen. Dat laat je als lezer soms naar adem happen (en googlen, ‘wélke songtekst dan?’) maar is tegelijk bijzonder stimulerend.

Roel Bentz van den Berg: De straatwaarde van de ziel. Atlas Contact; 288 pagina’s; € 22,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden