‘DE ERKENNING KOMT NOG WEL’

Met Timboektoe kozen Maria Peters en Dave Schram opnieuw voor een jeugdboek-verfilming – ditmaal naar de populaire reeks van Carry Slee....

‘Het is geen toeval dat we bekende boeken verfilmen. Ik las dat Carry al vier miljoen boeken heeft verkocht. Dat is natuurlijk mega. Nu maar hopen dat een groot deel van die lezers ook de film gaat zien.’

Toen Dave Schram en Maria Peters in een krantenberichtje lazen dat de filmrechten van De kinderkaravaan van An Rutgers van der Loeff waren verkocht aan een Amerikaanse producent, kwamen ze direct in actie. Schram: ‘Zo’n beroemd Nederlands boek. We dachten: hebben we zitten slapen of zo?’ Ze maakten een lijstje met ‘echt bekende jeugdboeken die veel werden gelezen’, stuitten op Kruimeltje, en benaderden Uitgeverij Kluitman. Het bleek een gouden greep. Na Kruimeltje (1999), goed voor 1,3 miljoen bezoekers, volgden de verfilmingen van de klassieke jeugdboeken Pietje Bell (2002) en Pietje Bell 2: De jacht op de tsarenkroon (2003) – stuk voor stuk kassuccessen.

Ook de Carry Slee-verfilming Afblijven werd een succes; de film was na Zwartboek de best bekeken Nederlandse film van 2006. Het was dan ook logisch dat de uitgeversgroep Foreign Media Group aan Peters vroeg of ze Timboektoe wilde verfilmen, naar de populaire jeugdboeken van Carry Slee over een aantal Nederlandse kinderen op een Franse camping. Maar Peters had al een ‘heksenketeljaar’ achter de rug, ze was ook al bezig met de verfilming van Annejet van der Zijls roman Sonny Boy, en de opnameperiode viel samen met het eindexamen van dochter Tessa. Dus werd besloten dat Peters wel het scenario zou schrijven, maar dat haar partner Dave Schram de film zou regisseren.

Schram studeerde in 1981 af aan de Filmacademie. Als regisseur. Hoewel hij jubelende recensies kreeg voor zijn regiedebuut, ging Schram na zijn studie aan de slag als productieleider, onder meer bij films als Flodder. Vervolgens richtte hij zijn eigen productiebedrijf Shooting Star op. Volgens Peters – al sinds de Filmacademie zijn Peters en Schram een stel – – zat het er altijd al in dat hij op zijn schreden zou terugkeren. ‘Theo van Gogh riep altijd: Dave, jij moet regisseren. Ga nou eens zelf een film maken. Die zag ook dat het een droom voor hem was.’

‘Ik vond het bloedspannend’, zegt Schram. ‘Ik heb veel commercials en bedrijfsfilms geregisseerd, maar dit is toch echt iets anders. Het was ontzettend leuk met kinderen te werken. Ze zijn zo echt. De camera was er wel, maar je voelde aan alles dat ze al heel snel zichzelf konden zijn.’

Schram bekent dat hij zich tijdens de opnamen vaak heeft afgevraagd hoe Maria het zou doen. Peters: ‘Daarom wilde ik niet op de set zijn.’ Schram: ‘Maar ’s avonds op de bank heb ik haar wel een hoop kunnen vragen. Ik heb veel praktische tips gekregen.’

Volgens Peters had Schram het ‘hartstikke zwaar’. ‘Er waren twaalf belangrijke kinderrollen. Twaalf! Ik hoefde me bij mijn speelfilmdebuut De tasjesdief alleen maar op Olivier Tuinier te concentreren. Ik weet ook niet of het mij ook zo goed gelukt was.’

Ze ziet wel dat hij anders te werk gaat dan zij. Zij kruipt tijdens de opnamen altijd achter de monitor. Schram staat altijd naast de camera. ‘Dave heeft meer verstand van cameravoering. Mijn cameraman heeft wel eens tegen mij gezegd dat ik wel wat meer van lenzen zou mogen weten. Daar hoef je Dave niets over te vertellen.’

Zo vol lof als Peters is voor Schram, zo complimenteus is Schram voor Peters. ‘Maria kan dingen heel goed in film vertalen, zonder de basis van het verhaal aan te tasten.’ Zo is in de boeken van Carry Slee de alcoholische vader van de Frans-Nederlandse Jules een Fransoos, zijn overleden moeder was Nederlandse. In de film is het omgedraaid. ‘Anders zitten we de hele tijd naar een ondertitelde film te kijken.’ Peters: ‘En in de boeken krijgt Nona, die na een jaar weer naar de camping komt, wel weer iets met Jules en gaat Isa met Justin. Dat vond ik helemaal niet passen. In film werkt het anders. Als je twee hoofdpersonen neerzet, wil je ook dat die samenkomen. Dat zijn de wetten van de film. Carry vond het geen probleem dat ik het heb veranderd. Ze begreep het helemaal.’

Wat ze beiden mooi vinden aan de boeken van Slee is dat ze zo herkenbaar zijn voor kinderen. Schram: ‘In Carry’s boeken gaat het over gescheiden ouders, ruziënde ouders, vaders met drankzucht. Over verhuizingen naar het buitenland, vakantievriendjes. Ze gaat de problemen bepaald niet uit de weg. Het is niet voor niets dat er zo veel boeken van haar worden verkocht. Ieder kind heeft wel iets in de familie dat heel erg is. En je denkt vaak dat jij de enige bent.’

Peters: ‘Toen ik net begon te schrijven, wilde ik de verhaallijn schrappen van de jongen die worstelt met zijn homoseksuele gevoelens. Toen heeft ze wel laten weten dat ze dat jammer zou vinden. Juist omdat in haar boeken niet iedereen krijgt wat ie wil hebben.’ Schram: ‘Het zijn boeken voor een breed publiek, maar het zijn zeker geen streekromannetjes. Ik vind dat er heel veel drama inzit. Wie weet komt de erkenning nog wel. Annie M.G. Schmidt is ook lange tijd verguisd.’

Voor het volgende project van zijn partner, Sonny Boy, schikt Schram zich weer in de rol van producent. Peters: ‘Dat zou ik ook niet zo gauw afstaan. Ik vind het een echte vrouwenfilm.’ Schram zit nu in een zwart gat. Regisseren is heel verslavend, zo heeft hij ervaren. ‘Maar als er niemand naar de bioscoop komt, zo heb ik me voorgenomen, dan was dit de laatste keer. Daar is film te duur voor.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden