recensie The Lion King

De epiek van The Lion King blijft in de reallifeversie overeind: de film haalt alles uit de grootste spektakelscènes ★★★☆☆

Maar gesproken dialoog tussen dieren die zó echt lijken, dat loopt niet altijd vlotjes. De leeuwinnen komen maar niet tot leven. Toch blijft de nieuwe The Lion King een echte bezienswaardigheid. Helaas dat té echt soms ook weer onecht voelt.

De presentatie van Simba in The Lion King

Náááááánts ingonyama bagithi baba. O ja hoor. Die eerste, langgerekte zoeloe-zangstrofe (híér komt een leeuw, vader) van The Circle of Life brengt je zo weer naar de Afrikaanse savanne. De ouverture van The Lion King, sinds het verschijnen van het animatieorigineel uit 1994 non-stop opgevoerd in musicals, zal wel nooit aan kracht inboeten. Zie dat magnifiek krioelende, stampende en fladderende dierenrijk bij het ochtendgloren. Giraf, olifant, antilope en wat dies meer zij spoeden zich naar de uitstekende rots, waar een mandril het pasgeboren leeuwenwelpje Simba omhoog houdt voor het dierenvolk. De toekomstige koning! Het vertrekpunt van de Disney-klassieker vol bijbelse lotsbestemming, shakespeariaans familieverraad (die gemene oom Scar) en vrolijke liedjes over jeugdige hakuna matata-onbezonnenheid.

Maar nu dus met écht lijkende animatiedieren. Een truc die regisseur Jon Favreau (AvengersIron Man) eerder al uithaalde met zijn succesvolle remake van The Jungle Book. Voor The Lion King schoof de kwaliteit van het fotorealistische fauna wéér verder op: alsof je inschakelt op BBC Wildlife of National Geographic, waar al die in het wild gefilmde dieren ineens beginnen te praten.

Anders dan bij eerdere getekende en vermenselijkte dieren, houdt Disney de mimiek hier bewust sober: minimale beweging van wenkbrauwen, lippen en bekken. In actie zien de dieren er verbluffend goed uit, en deze The Liong King haalt alles uit de grootse spektakelscènes, met jagende hyena’s en dravende gnoes. Maar zodra er wordt gesproken, ontstaat een kloof tussen fotorealisme en dierendialoog. Sommige dieren zijn gezegend met een uiterlijk waarop emoties zich makkelijk laten projecteren: over die enge en heerlijk laffe hyena’s geen klachten. Andere soorten lijken niet te praten, maar te worden gesouffleerd. Vooral de onbewogen leeuwinnen, met haperende bek, komen maar niet tot leven.

De epiek in de film blijft overeind: Simba’s tocht en transformatie van welp tot volwassen leeuw is krachtig genoeg om wat defecten met de dialoog te overbruggen. En die onderweg opgepikte vrienden, stokstaartje Timon en knobbelzwijn Pumba, zijn ook reallife nog voldoende komisch. Onverwachte details bekoren: een opspringend nachtdier dat een vlinder uit de lucht plukt en onderweg even recht in de camera blikt.

De nieuwe The Lion King blijft een bezienswaardigheid, ook met dat ene voorbehoud. Té echt voelt soms ook weer onecht.

★★★☆☆

The Lion King

Regie Jon Favreau

118 min. In 128 zalen (Ned. versie). In 152 zalen (originele versie).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden