Boekrecensie Roger Daltrey

De enige min of meer normale Who-man (vier sterren)

Na leadgitarist en songwriter Pete Townshend heeft nu ook leadzanger Roger Daltrey van The Who zijn autobiografie. Een jongen van de gestampte pot.

leadzanger Roger Daltrey . Beeld rv

In september 1965 speelde The Who in Aarhus, in Denemarken, en meteen ging alles fout. ‘Pete en Keith waren knetterstoned van de speed’, schrijft Roger Daltrey, ‘en dit op onze eerste grote Europese tournee.’ Hier had de band jarenlang naartoe gewerkt, ‘en het werd allemaal door de plee gespoeld. Dus besloot ik iets anders door de plee te spoelen.’

Terug in de kleedkamer kostte het Roger vijf seconden om de voorraad pillen van Keith Moon te vinden, dus weg ermee. De drummer werd meteen uitzinnig van woede, waarna een korte vechtpartij volgde die Roger als ervaren straatvechter overtuigend won. Twee dagen later kreeg hij te horen dat hij niet langer deel uitmaakte van The Who.

Al gauw kregen de anderen spijt, en mocht hun leadzanger terugkomen. Wat maar goed was ook, want anders had hij 53 jaar later vast niet deze autobiografie geschreven. Met daarin het incident in Aarhus als aansprekend voorbeeld van wie Roger Daltrey nou eigenlijk ís.

Al in 2012 verscheen een openhartige autobiografie van Pete Townshend, met daarin ook veel over Roger. Het beeld dat Daltrey, 74 intussen, nu van zichzelf schildert, sluit hier in grote lijnen op aan: dat van een onvervalste arbeidersjongen uit West-Londen, die in zijn door hemzelf opgerichte band de enige min of meer normale persoon was. Met losse vuisten weliswaar, maar ongevoelig voor de verleiding van drugs en sinds 1971 samen met zijn vrouw Heather.

Heel anders dus dan de artistiek geniale maar altijd ‘moeilijke’ en onvoorspelbare Pete Townshend, de leadgitarist en songwriter van The Who. Heel anders dan het bipolaire eeuwig-kind Keith Moon, altijd goed voor een nóg extremer daad van (zelf)destructie. En heel anders dan de op het podium zo onverstoorbare John Entwistle, een briljant basgitarist maar privé bijna net zo’n ongeleid projectiel als Moon.

Beeld Leonie Bos

Veel sleutelgebeurtenissen uit de geschiedenis van The Who waren natuurlijk al bekend. Zoals die keer dat Pete voor het eerst zijn gitaar stuksloeg, per ongeluk vanwege een onverwacht laag zaalplafond. Die rampzalige keer toen Keith, ook per ongeluk, zijn eigen chauffeur doodreed. En die keer, in juni 2002, aan de vooravond van een nieuwe tournee, dat John in het Hard Rock Hotel in Las Vegas niet meer wakker werd naast een vrouw die niet zijn eigen vrouw was. (Keith Moon was er al sinds 1978 niet meer.)

Maar Roger Daltrey voegt voldoende details en eigen perspectief toe om zijn eigen boek te rechtvaardigen. Wel had de vorm hier en daar wat beter gekund. In zijn manier van schrijven is Roger wel érg een jongen van de gestampte pot, en ook wel érg geforceerd-joviaal in de manier waarop hij de lezer direct toespreekt (‘Ik vertelde je al dat…’). Ook het blijven hameren op hoe recht-door-zee hij zelf is, en het pronken met zijn jeugdige rebelsheid, gaat na verloop van tijd vermoeien. De (‘Veel dank’) meneer Kibblewhite naar wie hij zijn verhaal heeft vernoemd, was de rector van Acton County Grammar, die hem op zijn 15de voorgoed van school stuurde.

Maar Roger Daltrey blijkt ook eerlijk genoeg om de beperkingen onder ogen te zien van zijn status als rockster. Natuurlijk had hij graag meer erkenning willen krijgen voor zijn bijdragen, in de studio, aan wat uiteindelijk op de platen van The Who terechtkwam. Voor de manier, schrijft hij, waarop hij de ‘ongelooflijke muziek’ van Pete Townshend vertaalde. Maar op het podium, waar de op twee na grootste rockband ooit nu als tweemanschap-plus-begeleiders nog steeds triomfen viert, heeft hij maar één taak die ertoe doet: ‘Petes muziek ten gehore brengen zoals die ten gehore gebracht moet worden.’

Roger Daltrey: Mijn verhaal - Veel dank, meneer Kibblewhite
Non-fictie 
VIP uitgevers; 240 pagina’s; € 25,00.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.