De ene dronkeman is de andere niet

Oog voor detail

Van dichtbij zie je het beter. Wieteke van Zeil over opmerkelijke en veelbetekenende bijzaken in de beeldende kunst. Deze week: dronkemannen.

Jan Baptist Weenix: Italiaanse haven. 1651; olieverf op doek; 136 x 188 cm Hermitage Sint-Petersburg Te zien t/m 27 mei op de tentoonstelling Hollandse meesters uit de Hermitage in de Hermitage Amsterdam. Beeld RV - State Hermitage Musuem, St. Petersburg

Kunstenaars en dronkenschap gaan prima samen. Wie een beetje in de levens van schilders duikt, komt de ene na de andere anekdote tegen. Zo moest Frans Hals meestal door zijn leerlingen uit de kroeg worden gesleept, die hem dan omkleedden en in bed stopten. Ze haalden natuurlijk geintjes uit; Hals had de gewoonte in zijn dronkenschap te bidden tot de Heer, met de vraag of hij vroeg naar de hoge hemel gehaald kon worden. Op een dag boorden de leerlingen vier gaatjes in het plafond, waaruit ze touwen aan het bed vastbonden. Na zijn dagelijkse dronkemansgebed steeg de schilder met bed en al ten hemel. Hals zag zijn gebed verhoord en riep: ‘Zo haastig niet, lieve Heer, zo haastig niet!’

Deze anekdote is van biograaf Arnold Houbraken en staat in het heerlijke boek De aap van Rembrandt, vol kunstenaarsanekdotes, van Antoon Erftemeijer. Bij Jan Steen wordt het nog sterker. Die had zelf een brouwerij, die voor geen meter liep ‘omdat hij de beste klant aan zichzelf had’. Zijn vrouw was het zat en riep dat hij moest zorgen dat de brouwerij levendig werd. Jan Steen besloot daarop een brouwketel te vullen met water en mout en kocht een boel eenden die hij erin liet rondzwemmen. Er volgde een chaos en mevrouw Steen had haar gewenste leven in de brouwerij.

Dat er flink wat dronken mensen op schilderijen staan (vooral op Hollandse), is dus geregeld een licht autobiografische thematiek. In de genreschilderkunst was dronkenschap de manier om de domme, onwetende en moreel vervallen mens weer te geven en zo ‘waarschuwende boodschappen’ te schilderen – die in de praktijk meer als amusant dan als terechtwijzing werden beschouwd.

Detail uit Jan Baptist Weenix: Italiaanse haven, 1651. Beeld RV

Maar de ene dronkeman is de andere niet en als je goed kijkt, is het nog niet eenvoudig om écht te overtuigen. Een kotsende zuiplap laat geen twijfel over zijn of haar kennelijke staat, zie ook onze kotsende zeevaarder hier links. Maar mooier, vind ik, zijn de wiebelaars. De nét dronken mensen, die het zelf misschien nog niet goed doorhebben tot ze ineens opstaan of iemand tegenkomen. Die de man met de hamer nog niet hebben gehad.

De twee goedgeklede mannen hier, balancerend op de rand van hun bootje, verkeren in dat soort dronkenschap. Die zorgt ervoor dat ze makkelijk aan elkaar zitten, tegen elkaar leunend met een arm om de schouder, een gesprek voeren dat boeiender was in je hoofd dan het er uitkwam. Alles klopt aan deze ongeremde broederliefde, van de hand die net iets te hard de hoed van de vriend vastgrijpt – ‘luister jongen, ik zeg het je’  tot het glas wijn dat wankelt op de knie en de leunende hand waarmee de man links in deze risicovolle positie probeert enige stabiliteit te creëren.

Kort nadat ik dit detail van Jan Weenix had gezien, was ik in het Wallraf-Richartz-Museum in Keulen, waar op een 19de-eeuws schilderij van Henry Ritter drie dronken zeemannen staan te zingen. De mannen op het schilderij staan uiteraard stil, en toch zie je ze wiebelen. Hun aangeschoten instabiliteit is geweldig gevangen in de verf, door een knietje dat net te veel knikt, of een torso die net iets achteroverhelt. Het leverde hetzelfde kijkplezier op als bij het groepje mannen hier links. Ze zijn zichzelf, maar net niet meer beheerst; de leukste fase van dronkenschap.

Volg Wieteke op Instagram: @artpophistory

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.