'De eilanden namen alles over'

Hij is gehuld in legergroen en oogt een beetje als een gepensioneerde majoor van het korps mariniers. A tough cookie. En dat is hij vast ook. Wie uit vrije wil twaalf jaar op een kaal, woest, aan weer en wind blootgesteld eiland gaat wonen, ergens aan de uiterste westrand van Europa, kan geen watje wezen. Robinsons stemgeluid is echter niet dat van een officer, maar van een gentleman, zaken die in Engeland goed samen kunnen gaan.

Tim Robinson mag dan een echte Engelsman zijn, hij heeft al ruim dertig jaar zijn hart verpand aan Ierland. Geen Ier maakte zulke gedetailleerde en informatieve kaarten over het westelijk deel van dat land. En geen Ier schreef zulke van liefde en nieuwsgierigheid getuigende werken als Robinsons twee Aran-boeken. 'Ik ging naar die eilanden toe om mijzelf terug te trekken', legt Robinson uit. 'Om geen enkele afleiding te hebben bij het schrijven van mijn roman. Maar wat bleek? Ik kwam helemaal niet aan mijn eigen verbeelding toe. De eilanden namen alles over. Ik werd er volkomen door geabsorbeerd. Wonderlijk.'

De chroniqueur, botanicus, archeoloog, historicus, ornitholoog, heemkundige, antropoloog en wat al niet van de Aran-eilanden wilde eigenlijk als kunstenaar de wereld veroveren. Dus ging hij niet naar de kunstacademie. Kunst kon je immers niet leren, die kwam uit jezelf. 'Ik was ook erg in wetenschap geïnteresseerd, dus studeerde ik wiskunde in Cambridge. De kunst kwam daarna wel.'

Maar eerst kwam er een baan als docent wiskunde in Istanbul. Drie jaar gaf Robinson er les, maakte een coup mee en zag de vliegtuigen laag over zijn huis vliegen. Toen werd het tijd om toe te geven aan zijn scheppingsdrang. 'Mijn vrouw en ik verhuisden naar Wenen. Dat was toen een echte Koude Oorlog-stad, een sinistere plek. Die sfeer was nogal van invloed op het werk dat ik toen maakte: zwaarmoedige, post-apocalyptische schilderijen.'

Na enige tijd begon Robinson zich echter te realiseren dat Wenen toch niet de juiste plek was. 'De stad lag teveel in de periferie, werd teveel in beslag genomen door zijn verleden en de schilderkunst was er veel te introspectief. Ik voelde mij meer aangetrokken tot de abstracte kunst zoals die in Londen opgeld deed. Dus verhuisden we terug naar Engeland.'

Robinson woonde zeven jaar in Londen, had er verschillende exposities, maar verkocht nauwelijks schilderijen. Hij hield zichzelf in leven door technische tekeningen te maken voor wetenschappelijke boeken. Toen vatte hij het plan op om een roman te schrijven en zocht naar een plek die hem de rust zou bieden die daarvoor nodig was.

Zo kwamen de Aran-eilanden in beeld. Robinson: 'Máiréad, mijn echtgenote, had de uit 1932 stammende film Man of Arran gezien, die een hevig geromantiseerd maar niettemin indrukwekkend beeld geeft van het leven op de eilanden. Naar aanleiding daarvan waren we in 1972 enkele dagen naar de eilanden toe geweest. In de herfst van datzelfde jaar deed onze huisbaas in Londen er alles aan om ons uit onze woning te zetten en zelf was ik ook wel toe aan een verandering van omgeving.

Dus verhuisde het paar naar Árainn (purist Robinson zal het meer courante anglicisme 'Innishmór' niet in de mond nemen), het grootste van de Aran-eilanden. Voor een paar maanden, zo was de gedachte, totdat de roman lekker op streek was.

Het liep echter anders. Robinson en zijn vrouw zouden er uiteindelijk twaalf jaar wonen. 'Ik raakte volkomen gebiologeerd door de eilanden. Een deel van die fascinatie zit hem denk ik in de relatie tussen de kleine details op het eiland - de stenen, de stenen muurtjes, de landbouwveldjes - en de geweldige partijen lucht en zee daaromheen. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in het gegeven dat het grote geheel van de natuur in feite bestaat uit talloze kleine details. In mijn schilderijen kon ik daar nooit uitdrukking aan geven. Maar in geschreven vorm zag ik mogelijkheden beide te combineren.

'Je kunt op zinsniveau allerlei details beschrijven, maar vele duizenden en duizenden van die zinnen bij elkaar - een boek dus - geven je het geheel.'

Robinson ontdekte dat het kale Árainn in feite een vrijwel ongeschonden schatkamer was. 'Het begon ermee dat ik archeologen ontmoette die onderzoek kwamen doen. Zij vertelden me over hun vondsten. Na enige tijd ontdekte ik dat er al met al slechts weinig archeologisch onderzoek was verricht op het eiland en de volgende stap was dat ik zelf archeologische ontdekkingen deed en beschreef. Datzelfde gebeurde op andere gebieden. Stel je voor: hier was een gebied in Europa waar een amateur de ene dag een nog niet eerder beschreven plant kon ontdekken, de volgende dag een onbekend graf uit de steentijd vond en op de derde dag een nieuwe observatie kon maken over het gedrag van vogels! Ik vond dat buitengewoon opwindend.'

De gewezen kunstenaar en would be romancier had zijn 'eigen' land ontdekt. Zo begon een zoektocht die niet alleen drie zeer gedetailleerde landkaarten opleverde (waar de eilandbewoners tot de dag van vandaag apetrots op zijn), maar ook twee omvangrijke en in veel opzichten unieke boeken: Stones of Aran: Pilgrimage (zojuist in vertaling verschenen als De Aran-eilanden) en Stones of Aran: Labyrinth. Het unieke van de boeken zit hem vooral in hun complete karakter: letterlijk alles dat er over de Aran-eilanden te zeggen valt, lijkt erin te staan.

In het voorwoord dat Cees Nooteboom voor de Nederlandse vertaling schreef, haalt deze een verhaal aan van Jorge Luis Borges, over een koning die opdracht geeft een kaart van zijn land te vervaardigen. Maar als hij het resultaat onder ogen krijgt is hij ontevreden: er staat niet genoeg op. Opnieuw gaan cartografen aan het werk en opnieuw keurt de koning hun werk af: er staat nog steeds te weinig op de kaart. Na vele pogingen komen de cartografen uiteindelijk met een kaart die wel de goedkeuring van de koning kan wegdragen. Maar die dan ook letterlijk net zo groot als het land zelf is. Is De Aran-eilanden te beschouwen als het equivalent van zo'n levensgrote Aran-kaart?

'Een van de onderliggende thema's van mijn boek is dat de werkelijkheid onuitputtelijk is', grinnikt Robinson. 'Maar dat is een lege uitspraak, als je niet jezelf uitput om dat ook aan te tonen. Zo gebeurt het bijvoorbeeld dat ik een plek beschrijf en vervolgens een verkeerd pad insla waardoor ik weer op dezelfde plek beland en deze dan opnieuw beschrijf, maar dan anders. Want elke plek is vanuit talloze perspectieven te beschrijven, allemaal anders.'

Robinson was in meerdere opzichten een uitzonderlijke eilander, gedurende zijn twaalf jaren op Árainn. De normale gang van zaken is immers dat men van de eilanden naar het Ierse 'vasteland' trekt, in plaats van andersom. Waar de eilanden ooit 3000 mensen huisvestten, wonen er nu minder dan de helft. Ongeveer 800 op Árainn en nog geen 300 op Inis Meáin (Innishmaan) en Inis Oírr (Inisheer), de twee andere Aran-eilanden. Daar staat het verbijsterende aantal van tweehonderdduizend jaarlijkse bezoekers - veelal dagjesmensen - tegenover.

Maar hoe uitzonderlijk Robinson ook was, hij wist zich in korte tijd zeer geliefd te maken bij de plaatselijke bevolking. Niet door in de kroeg de populaire baas uit te hangen en rondjes te geven, zoals veel Ieren en Engelsen doen die op de eilanden een tweede huis hebben, want daar kijken de eilanders juist op neer. Robinson en zijn vrouw dwongen respect af doordat ze ook gedurende de winter op het eiland bleven en - dé lakmoesproef - hun eigen aardappelveldje aanlegden. Bovendien toonde Robinson een oprechte belangstelling voor de eilanden en hun bewoners.

'Het was vooral voor de oudere eilandbewoners een openbaring dat iemand van buitenaf, waar ze nogal tegenop keken omdat hij had gestudeerd, waarde hechtte aan verhalen en herinneringen waarvan zijzelf dachten dat het onzin was die het best kon worden vergeten. Het gebeurde me herhaaldelijk dat iemand die ik al jaren kende me ineens een schitterend verhaal vertelde. Als ik dan vroeg: ''Maar waarom heb je me dat nooit eerder verteld?'', was het antwoord: ''O, ik dacht niet dat je geïnteresseerd zou zijn in die ouwe rotzooi''.'

Hoezeer hij ook van ze was gaan houden, na twaalf jaar was Robinson klaar met de Aran-eilanden. Hij moest zijn boeken weliswaar nog voltooien, maar de research was verricht. Gaandeweg verplaatste zijn blik zich richting The Burren en het zuidelijke Connemara op het Ierse vasteland. Ook daarvan wilde hij gedetailleerde kaarten maken, misschien aangevuld door een boek. Dus verhuisde hij naar het dorpje Roundstone in Connemara, pakweg 35 kilometer van de eilanden gelegen. Daar richtte hij zijn eigen uitgeverijtje op, Folding Landscapes, dat zich specialiseert in boeken en kaarten over de regio. Een melkkoe werd het niet, maar zijn vrouw en hij kunnen ervan leven.

Op de toekomst van de Aran-eilanden is hij niet helemaal gerust. Tweehonderdduizend bezoekers per jaar zijn een zware belasting. 'Ik hoop dat de UNESCO de eilanden op de lijst van werelderfgoed plaatst.' Hij zucht. Deze Robinson houdt écht van eilanden.

Tim Robinson: De Aran-eilanden.
Vertaald uit het Engels door Maxim de Winter. Met een voorwoord van Cees Nooteboom.
Atlas; 382 pagina's; euro 24,90.
ISBN 90 450 0733 9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden