De eigenzinnigheid van een speelse grensverlegger

Met een gestrekt been ging Francis Picabia in tegen de idee dat kunst blóédserieus is. Zürich eert de speelse grensverlegger met een expo die u niet mag missen.

Softpornokitsch: Femme idole, 1940-'43.Beeld 2016 ProLitteris, Zurich

Waarschuwing vooraf: het is een van de braafste tentoonstellingen ooit. Eentje zoals je ze gelukkig nog zelden ziet. Waarbij alle werken vreugdeloos chronologisch tegen de muur zijn gespijkerd: een overzichtstentoonstelling waarbij je van zaal naar zaal keurig kunt volgen hoe een kunstenaar zich heeft ontwikkeld. Een groepje schilderijen uit de jaren twintig, daarna de jaren dertig. Een plukje tekeningen uit de jaren veertig en in het volgende zaaltje, jawel, de jaren vijftig: hoe voorspelbaar. Slaapverwekkend.

En toch is de overzichtstentoonstelling van Francis Picabia (1879-1953) in Kunsthaus Zürich voor iedere oprecht geïnteresseerde een must. Weinig shows die in hun keurige, brave, voorspelbare opzet zozeer recht doen aan een grillig en onvoorspelbaar oeuvre. In Zürich komt zaal na zaal na zaal juist naar voren hoe verrassend en onverwacht Picabia's werk zich ontwikkelde. Elke keer sta je weer versteld, zodra je een volgende ruimte hebt betreden, welke gekke wending zijn oeuvre heeft genomen.

Erotische abstractie: Égoisme, 1947-'48.Beeld 2016 ProLitteris, Zurich

Kwikzilveren brein

Voor wie het werk van Picabia nooit heeft gezien, biedt het Kunsthaus met tweehonderd werken (waaronder ongeveer 150 schilderijen) een inzichtelijke introductie, plus een goede inkijk in het kwikzilveren brein van de Fransman - zoals gezegd, juist omdat het werk zo per periode wordt getoond. De expositie is een staalkaart van de moderne kunstgeschiedenis vanaf het impressionisme tot aan de abstracte kleurvlakken van na de Tweede Wereldoorlog. Opmerkelijk alleen: het is door een en dezelfde persoon gemaakt.

Picabia begon in een impressionistische stijl, zij het eerlijk gezegd niet bijster overtuigend. De landschapjes zien er nogal klungelig uit, met vlakke schaduwval, obligaat gepenseeld loof en ongeloofwaardige wolkenluchten. Het is zeer de vraag of Picabia, met zijn lakschoenen, ooit echt met een driepoot, opgespannen linnen en een doos vol verftubes tussen de koeienvlaaien in het open veld heeft gestaan.

Wat er na dat dilettantistische impressionisme volgde, kende zijn weerga niet. Picabia wisselde van stijl zoals anderen 'van hun hemd', zoals hij zelf zijn claim op verandering rechtvaardigde. Er waren jaren waarin hij in robuuste verfstreken en contouren even robuuste mannen en vrouwen schilderde, alsof ze uit het gymnastieklokaal kwamen. Daarna sloeg kennelijk de vonk van de abstractie in hem over, vol enigmatische en veelal erotische vormen. Begin jaren veertig 'bekeerde' hij zich weer tot de traditie met tweederangs-kopieën van Botticelli en Ingres, klassieke vrouwenportretten die de goede smaak tarten. Er is feitelijk geen touw aan vast te knopen. Ondertussen hield hij zich ook bezig met taalspelletjes, maakte hij schilderijen met tandenstokers en haarspelden en tekeningen met ronddraaiende slipjes.

Popart avant la lettre: La nuit Espagnole, 1922.Beeld 2016 ProLitteris, Zurich

Imago van verwend rijkeluiszoontje

In alles komt Picabia in Zürich naar voren als een kunstenaar die overal maling aan had. Het kunstenaarschap was voor hem geen wens om beroemd te worden of een eenmaal verkregen succes te continueren en uit te buiten. De Grote Kunstenaar uithangen interesseerde hem geen snars. Opgegroeid in een gefortuneerd gezin (van oorsprong Spaanse adel) was er evenmin een financiële reden in het kunstcircuit te worden erkend om tentoonstellingen te krijgen en werk te verkopen. Picabia was puissant rijk, reed in glanzende bolides en reisde stad en land af. Hij trouwde twee maal, met Gabrielle Buffet in 1909 en Olga Mohler in 1940. Bevriend was hij met (pispot)kunstenaar Marcel Duchamp en dichter en schrijver Guillaume Apollinaire.

Het imago van een verwend rijkeluiszoontje met artistieke neigingen en een recalcitrante inborst, sluit goed aan bij een grappige anekdote die vertelt hoe de jonge Picabia de collectie impressionistenschilderijen van zijn vader kopieerde, die kopieën thuis aan de muur hing en de originelen verkocht om daarmee zijn eigen verzameling postzegels te bekostigen. Zo'n type was Picabia dus, vol bravoure, zonder scrupules.

Op grond van de puur artistieke kwaliteiten zou je zijn brutale schilderijen, tekeningen en beelden niet gelijk bijschrijven in de canon van de kunstgeschiedenis. Waarom hij dat toch verdient: hij was de eerste die nadrukkelijk stelde het kunstenaarschap niet te zien als een gestage ontwikkeling. De idee dat je als kunstenaar stapje voor stapje en gradueel vooruitgang zou moeten boeken, waarbij elk stapje zichtbaar en verifieerbaar uit het vorige voortkomt, zoals je dat duidelijk ziet bij kunstenaars als Cézanne en Mondriaan.

Poging tot fotografisch realisme: Printemps, 1942-'43.Beeld 2016 ProLitteris, Zurich

Zwitserse revolte

Het neutrale Zwitserland bood tijdens de Eerste Wereldoorlog onderdak aan menig vluchteling. De Spiegelgasse in Zürich kende twee zeer bijzondere, revolutionaire bewoners. Nummer 1 huisvestte Cabaret Voltaire, waar op 2 februari 1916 antikunst-kunststroming dada werd opgericht met ontregelende lolligheid, kabaal en onbegrijpelijke voordrachten. Schuin ertegenover (op nummer 14) woonde op de tweede verdieping Vladimir Iljitsj Oeljanov, schuilnaam Lenin: politiek vluchteling die later in een verzegelde trein naar Sint-Petersburg zou worden vervoerd (met 10 miljoen dollar aan goud) en aldaar de Russische revolutie ontketende.

Tegendraads

Picabia was anders. Om hem ingewikkelder dan bedoeld te typeren: hij was een pre-postmodernist. Hij ging met een gestrekt been in tegen de opvatting dat elke kunstenaar kunst 'schept' uit innerlijke drang, als een biologische noodzaak. En juist dat tegendraadse maakt zijn werk zo grappig, amusant en verfrissend. Het blijkt uit zijn lol om (in een reliëf met speelgoedbeest) Cézanne, Rembrandt en Renoir als aap af te beelden. Het sloot aan bij de tijd dat de ernst van de kunst ter discussie werd gesteld, met name in de dadabeweging. 'Papa Dada' was zelfs Picabia's bijnaam, naar de revolutionaire antikunstrichting met z'n spontane, vervreemdende optredens, de opwindend vernieuwende collages en typografie, de Wim T. Schippers-achtige malligheid en humor.

Picabia moet het hebben herkend, als vrije geest die zich nooit aan welke regel dan ook heeft gehouden. Hoe kun je anders verklaren dat hij in de jaren veertig plots illustraties uit softpornoblaadjes begon na te schilderen, klungelig en van een deerniswekkende kwaliteit, verwant aan nazikitsch van blonde vrouwen, afgebeeld tegen een strakblauwe hemel? Dat hij het draaiboek schreef voor de 'begrafenisfilm' Entr'Acte (1924) van regisseur René Clair, met muziek van Erik Satie? Een film die gaandeweg weliswaar een ietwat langdradige vertoning wordt - een danseres krijgt een baard, een lijk in een kist blijkt toch springlevend, een koets wordt getrokken door dromedarissen: zo'n soort kunstfilm - maar ook een cinematografisch experiment waarin opnamen zijn gedraaid vanuit een hoog camerastandpunt, met rare lichteffecten, waarin beelden ondersteboven en over elkaar zijn gemonteerd.

Picabia was lid van dada, dit genootschap van Europese anti-establishmentkunstenaars, dat in 1916 in het Zürichse theater Cabaret Voltaire werd opgericht. Dezelfde stad waar Picabia nu, honderd jaar later, dit overzicht heeft. Een expositie die door zijn strikte chronologie weliswaar zouteloos aandoet, maar aldus helpt om Picabia te kunnen volgen in zijn ik-ben-geen-normaal-ontwikkelende-kunstenaar-imago. Die eigenzinnigheid is Picabia's verdienste, dat die uiteindelijk zo goed tot uiting komt, de verdienste van het Zwitserse museum.

Francis Picabia. Kunsthaus Zürich. T/m 25/9. kunsthaus.ch

Lyrisch cubisme: Espagnole et agneau d'apocalypse, 1927-'28.Beeld 2016 ProLitteris, Zurich
Constructivisme:Guillaume Apollinaire, 1918.Beeld 2016 ProLitteris, Zurich
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden