AchtergrondContact Film

De eigenzinnige filmdistributeur Gerard Huisman van Contact Film diende 29 jaar de cinema: ‘De mening van anderen interesseert me aanvankelijk niet’

Gerard Huisman van Contact Film. Beeld Sanne Zurné
Gerard Huisman van Contact Film.Beeld Sanne Zurné

Na 29 jaar houdt Gerard Huisman van Contact Film ermee op. En daarmee komt voorgoed een eind aan zijn filmdistributiebedrijf, dat veel bijzondere en eigenzinnige films naar Nederland bracht, van Être et avoir en Paris Is Burning tot Honeyland en Just 6.5. Huisman: ‘Ik deed mijn aankopen op basis van mijn eigen geloof in een film.’

Een constante balanceeract op de rand van het ravijn. Dat was het beeld dat Gerard Huisman (69) in 2016 gebruikte, toen hij aan de Volkskrant uitlegde hoe het was om de eigenzinnigste filmdistributeur van Nederland te zijn. Contact Film stond garant voor bijzondere films uit alle windstreken, films die in visueel en narratief opzicht de nek uitstaken, die je als toeschouwer vaak een nieuw besef gaven van de mogelijkheden van de filmkunst (‘cinema’, zegt Huisman liever). Films die zonder Contact misschien nooit de Nederlandse bioscoopganger bereikt zouden hebben. 

Maar geen films waar je als distributeur rijk van wordt. In de 29 jaar dat Contact Film bestond, zag Huisman de ruimte voor ‘zijn’ films alsmaar verder slinken. En nu is de koek op. Per 31 december 2020 hield het in Arnhem gevestigde Contact Film op te bestaan. De distributeur die als eerste het werk van (latere) grootheden als Bruno Dumont, Nuri Bilge Ceylan, Andrej Zvjagintsev en de gebroeders Dardenne naar Nederland haalde, brengt geen nieuwe titels meer uit. Een enorm gemis, al zal de gemiddelde filmhuisliefhebber zich daar niet direct bewust van zijn. Een distributeur blijft immers gedienstig aan de films die hij uitbrengt; hij opereert op de achtergrond. Huisman: ‘Ik zie ons als een doorgeefluik, vergelijk het met een uitgeverij.’

De vorige keer ontving Huisman de Volkskrant in het kantoor annex archief van Contact Film (voluit Contact Film Cinematheek), gehuisvest in een oud schoolgebouw aan de rand van het Arnhemse Spijkerkwartier. Dit keer serveert hij zelfgemaakte appeltaart in zijn aangrenzende woning. Destijds voegden medewerkers Flavieke de Coninck en Nick Muijs zich bij het gesprek, die Huisman Contact Film jarenlang terzijde stonden; nu voert hij alleen het woord. De Coninck en Muijs vertrokken in december, Huisman bleef achter om de laatste zaken af te ronden. ‘Onze filmkopieën en bibliotheek gaan naar filmmuseum Eye in Amsterdam, dat is al geregeld. Op dit moment moet ik er vooral voor zorgen dat de resterende Contact-titels bij andere distributeurs worden ondergebracht. Verder heb ik nog films die op dvd en als video on demand gaan verschijnen, maar ook dat zal langzaam opdrogen.’

Huisman, kunstschilder van opleiding, begon in 1991 als filmdistributeur. De eerste films die hij uitbracht waren Jan Schüttes tragikomedie Winckelmanns Reisen (1990) en de klassieke lhbti-documentaire Paris Is Burning (Jennie Livingston, 1990). 

Dat Contact Film de dertig niet heeft gehaald, is volgens Huisman voornamelijk te wijten aan de verregaande commercialisering van de filmtheaters. ‘Begin jaren negentig had ik een veel beter afzetgebied. Destijds werden rond de 175 films per jaar uitgebracht, tegenwoordig zijn dat er 450 tot 500! Een gigantisch aanbod, en zie dan maar eens op te vallen. Een productie als Martti Heldes In the Crosswind, een van de recentere titels waar ik het meest trots op ben, raakt meteen ondergesneeuwd. Zo’n film, die de deportatie van duizenden Esten tijdens WO II toont in fraaie zwart-wit-tableaux vivants, heeft een lange adem nodig en niet wat sporadische voorstellingen.’ 

En waarom, vraagt Huisman zich af, maken de filmtheaters zo veel ruimte vrij voor films die je ook in Pathé kunt zien? ‘Neem Tenet van Christopher Nolan. Ik snap dat je die als filmtheater wilt draaien om je publiek te bedienen, maar moet dat dan, zoals ik in veel theaters zag, drie keer per dag? Heb je als filmtheater niet de taak om je juist ook  hard te maken voor de kleinere, kwetsbare film?’

In de praktijk zag Huisman zijn films steeds verder naar de marge van het filmhuisaanbod opschuiven. ‘Ze werden vaak vertoond in de middag in plaats van in de avond, als er sowieso beduidend minder bezoekers op afkomen. Sommige titels, zoals Bruno Dumonts laatste Jeanne d’Arc-film, werden door veel theaters zelfs helemaal overgeslagen. Dan heb je als distributeur toch echt een probleem.’

In september 2019 besloot Huisman er zelf mee te gaan stoppen, nadat hij van het bestuur van Contact had gehoord dat de reserves vrijwel op waren. Vervolgens werd gekeken of De Coninck en Muijs de boel van hem konden overnemen. Toen dat op niets uitliep, zag Huisman geen toekomst meer voor Contact Film. ‘Dat was in januari 2020. We hadden toen nog een stuk of twaalf aangekochte titels liggen, die wilden we in de loop van het jaar uitbrengen om zo een mooi slotakkoord te geven. Maar dat plan viel dankzij corona en de sluiting van de filmtheaters in het water.’

Contact scoorde nog één hit met de fraaie documentaire Honeyland (Tamara Kotevska en Ljubomir Stefanov, 2019), die 40 duizend bezoekers trok en ervoor zorgde dat de salarissen van De Coninck en Muijs konden worden doorbetaald. De laatste release van Contact, de fantastische Iraanse politiethriller Just 6.5, is vanwege de lockdown vooralsnog vrijwel alleen maar online te zien geweest. ‘Niet bepaald het afscheid dat ik me had voorgesteld’, zegt Huisman, een cinefiel die zweert bij het grote doek. ‘Als je een film op je laptop kijkt, springt er toch minder snel iets over. Maar goed, ik probeer me daar nu niet meer zo mee bezig te houden, die tijd is voorbij. Ik moet nu afstand scheppen tot mijn werk.’

Vooralsnog praat Huisman over het distributeursvak alsof het voor hem nog steeds dagelijkse kost is. Bijzondere pareltjes ontdekken op filmfestivals, vanuit puur enthousiasme een bod uitbrengen, een persoonlijke band scheppen met de filmmaker: Huisman was duidelijk verknocht aan alle aspecten van zijn werk. ‘Ik doe mijn aankopen op basis van mijn eigen geloof in een film. De mening van anderen interesseert me aanvankelijk niet. Natuurlijk komt later alsnog de twijfel: had ik dat wel moeten doen? Wat als er straks niemand op afkomt? Daarom vind ik het belangrijk filmmakers persoonlijk te leren kennen. Als ik weet wat iemand drijft, dan kan ik zo’n impulsieve actie makkelijker voor mezelf verantwoorden.’

Graag vertelt hij over zijn aankoop van Touch Me Not (2018), waarmee de Roemeense regisseur Adina Pintilie destijds de Gouden Beer won op het filmfestival van Berlijn: een gewaagde, experimentele mix van drama, documentaire en expliciete seks, die gangbare ideeën over wat normaal en toelaatbaar is op losse schroeven zet. ‘Toen ik na de première in Berlijn de zaal uitliep, wist ik al dat ik hem wilde hebben. Dat gevoel werd vervolgens alleen maar versterkt. Buiten op de stoep stond een stel journalisten flink af te geven op de film. ‘Een gehandicapte die wil neuken, wie denken ze daar nou een plezier mee te doen?’ zei iemand in het Nederlands – het kan ook een Belg zijn geweest. Toen ik dat hoorde, kon ik alleen nog maar denken: hoogste tijd dat die film in Nederland wordt uitgebracht.’

Nu zijn missie als filmdistributeur erop zit, is van een rouwproces absoluut geen sprake, verzekert Huisman. Hij ziet ernaar uit om eindelijk weer lange wandelreizen te maken, veel boeken te lezen (liefst twee per week) en zijn schildermetier te hervatten. Seizoen 2 en 3 van The Handmaid’s Tale, ook dat staat op het programma. 

Voltijd rentenieren is evenwel niet aan de orde. Pensioen heeft Huisman nooit kunnen opbouwen. ‘Maar ik maak me geen zorgen over mijn toekomst. Er komen ongetwijfeld projecten op me af als de tijd rijp is.’ Misschien blijft hij ook nog met film bezig. ‘Een van de grootste successen had ik in 1998, met Die Salzmänner von Tibet van Ulrike Koch. Toen ze hoorde dat ik ermee stopte, belde Ulrike me direct op. Ze wil Die Salzmänner dolgraag laten restaureren en digitaliseren, en vroeg of ik haar wilde helpen de financiering van die restauratie rond te krijgen.’

Huisman is daar al voorzichtig mee bezig. ‘Zo vind ik vanzelf wel weer manieren om me dienstbaar te maken.’

Être et avoir 

In de 29 jaar dat Contact Film Cinematheek bestond, was Être et avoir (2002) het grootste commerciële succes van de distributeur, de schooldocumentaire van Nicolas Philibert. In het Amsterdamse filmtheater Rialto draaide de film twee jaar lang aan één stuk. ‘Iets wat nu, met het overstelpende bioscoopaanbod, echt onmogelijk is’, zei Contact-roerganger Gerard Huisman in 2016 tegen de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden