De eigenaardigste Rus van Rusland

Morgen gaat 'De Revisor' van Nikolaj Gogol bij De Paardenkathedaal in première. Het stuk is uit 1836, maar 'ik hoef de krant ook maar open te slaan en ik zie ze zitten, zeven van die machtsdragers in een pakkie op een rijtje....

Door Karin Veraart

'Gogol heeft mij een kus gegeven', zegt regisseur Dirk Tanghe. 'Maar ik vind hem een lastige minnaar. Een ontdekking, dat zeker; aan het einde van een vreemde, indrukwekkend vreemde zoektocht. Eén die verkeerd is begonnen eigenlijk, naar een vorm, een speelstijl. Het parcours van De Revisor is van alle parcoursen die ik heb gedaan, een van de moeilijksten gebleken. Maar sinds een paar dagen heb ik weer hoop. Ik heb de enscenering compleet omgegooid. Ik ben helemaal gek als Gogol, denk ik.'

Morgen gaat De Revisor bij Tanghes Paardenkathedraal in première. Al een paar jaar geleden bedacht de regisseur dat hij het befaamde stuk van Nikolaj Gogol uit 1836 wilde gaan doen; toen als onderdeel van een soort drieluik met werk van Tsjechov en van Cyril Tourneur. Het werd uiteindelijk (eerst) Gogol, die ongrijpbaarder bleek dan gedacht. Een week of vijf probeerde Tanghe hem te vangen in een wat hij noemt anarchistische realiteit. 'Maar dat botste met de charme van Gogol'. Inmiddels is hij terug bij zijn allereerste ingeving: 'Het wordt een poppenkaststuk'.

'De intrige van De Revisor', schrijft Vladimir Nabokov in zijn eigenzinnige biografie Gogol, 'is even onbelangrijk als de intriges van Gogols andere boeken'. Bovendien, betoogt hij, gaat het Gogol daar om waar het alle toneelschrijvers om gaat: uit een amusante misvatting alles te halen wat er in zit. En dat is gelukt op een manier die ook Gogols verwachting te boven ging: nadat de tsaar als hoogste censor het stuk voor opvoering had goedgekeurd, bracht de première een hoop ophef. De Revisor werd gehouden voor een maatschappijkritisch stuk, jawel: een satire, waarin hoogwaardigheidsbekleders te kijk werden gezet.

In het kort: in een duf provinciedorp houden plaatselijke, niet geheel corruptievrije notabelen onder leiding van de burgemeester hun hart vast voor de komst van een regeringsinspecteur. Wanneer Ivan Chlestakov, een jongeman zonder ene cent, in het dorp arriveert, houdt een ieder hem abusievelijk voor de zogenoemde revisor. Zo onstaat een uiterst vermakelijke en vaak tenenkrommende situatie, waaruit de nep-inspecteur juist voor aankomst van de echte weet te ontsnappen, de dorpelingen in opperste verschrikking achterlatend.

Geef de spiegel niet de schuld als je een scheve tronie hebt, luidt een Russisch spreekwoord; Gogol koos het als motto voor De Revisor. En de lezer tot wie het gericht was, aldus Nabokov, behoort 'tot diezelfde Gogoliaanse wereld vol ganze-achtige, varkens-achtige, koekdeeg-achtige, niets-ter-wereld-achtige gelaatstrekken.'

'We droegen latex maskers', zegt Gijs Scholten van Aschat over de enscenering van Franz Marijnen bij het Nationale Toneel in 1990. 'Het was een soort groteske optocht van lelijke mensen.' Hijzelf speelde Chlestakov. 'Ik liep gedurende de helft van het stuk in de badjas van de burgemeester, verleidde diens dochter, diens vrouw; en die luitjes slikten alles, om maar hogerop te komen, een wit voetje te halen. Het is zoals bij Molières Tartuffe: de bedriegers bedrogen.'

Het was net na de val van de muur, de corruptie werd neergezet met behulp van 'westerse' sigaretten en cognac; tussen de bedrijven door speelde een Russisch bandje. Een droevig bandje, met droevige accordeonmuziek, zegt Scholten van Aschat. Tijdens een voorstelling in het noorden van het land ging het op Gogoliaanse wijze goed mis: het decor, een benauwd kamertje op wielen, zakte met alle spelers erop door de schouwburgvloer.

Al met al werd het enthousiast ontvangen. Scholten van Aschat: 'Het was een goed concept. Tragi-komisch, expressionistisch. Een grimmig sprookje, dat was het.'

'Gogol is natuurlijk een briljant typeur, hij schildert met taal, met woorden. . .' zegt Henk van Ulsen. Van Ulsen maakte furore met zijn solovoorstelling naar Gogols novelle Dagboek van een gek, medio jaren zestig. Uiteindelijk deed hij het zo vaak - in meedere versies, tot de laatste keer eind jaren negentig, die weer dezelfde was als de eerste - dat hij haast werd vereenzelvigd met het stuk. Maar Van Ulsen speelde ook Mijn held Tsjitsjikow (solo naar Gogols Dode Zielen), en niet te vergeten, Chlestakov in De Revisor, onder regie van Han Benzt van den Berg. Ja, Gogol is een grote liefde, zegt hij - met alle nadelen die daaraan kleven. 'Hij is ook een tragische figuur en in zo'n rol geraak je van dat tragische nooit helemaal los. Tegelijkertijd blijft hij je vreemd - al heb ik wel het idee dat ik wijzer ben geworden van Nabokovs biografie. Een moederskindje, met een magistrale fantasie, zeer religieus. En het rare is, de uitvergrotingen die hij zelf maakt van al zijn karakters - die groteske figuren -, ze zijn zo absoluut het tegengestelde van hemzelf: dat lulletje de behanger, dat sterft met bloedzuigers aan zijn neus. . .'

Nabokov noemt hem de eigenaardigste Rus van Rusland, anderen betitelen hem als de Hieronymus Bosch van de Russische literatuur; in elk geval was hij een van de invloedrijkste schrijvers van zijn tijd, Nikolaj Vasiljevitsj Gogol (1809-1852). 'We komen allemaal onder Gogols Mantel vandaan', zei Fjodor Dostojevski, refererend aan het beroemde verhaal. Gogols proza was nieuw, zijn stijl anders, in het Rusland dat zich toentertijd vooral aan de poëzie had gewijd. De ielige auteur met de scherpe neus uit het modderige Oekraïense provinciestadje Sorotjintsy zou zijn stempel drukken op de ganse wereldliteratuur. Dagboek van een gek, De neus, De mantel, het zijn fameuze voorbeelden - na vingeroefeningen die nog folkloristisch en romantisch uitpakken. Zijn allereerste publicatie is zelfs een draak, die hij zelf verbrandt om snel naar het buitenland te vertrekken: een beweging die hij vaker maakt.

Als de opvoering van en met name de reacties op De Revisor hem niet bevallen, vlucht hij naar Rome - Dode Zielen schrijft hij deels in Italië. In een poging dit werk van een positief einde te voorzien slaagt hij niet - en daarom moet de vlam erin, zodat de lezer het tot de dag van vandaag doet met een fragmentarisch slot. Niet lang daarna overlijdt Gogol, na een aantal weken fanatiek vasten, en volgens de overlevering dus met bloedzuigers aan zijn arme neus. Al met al schiep hij niet alleen voor zijn romanfiguren een 'demonocratie', om met Nabokov te spreken; zijn in Rusland gevleugelde kreet 'Het is triest op deze wereld, mijne heren' (uit de bundel Mirgorod) lijkt de schrijver zelf uit het hart gegrepen.

'Als ik Gogol psychologisch zou gaan ontleden en invullen, zou ik vermoedelijk zelf in een inrichting belanden', zegt Dirk Tanghe. 'Hij moet een hyperfijngevoelig mens geweest zijn. . . die een verschrikkelijk leven heeft geleid. Ik associeer hem met films van Alex van Warmerdam, muziek van Prokovjev, Stravinsky. . . Of met, inderdaad, Sjostakovitsj, die een opera heeft geschreven op De neus.'

'Maar in mijn regie ga ik niet verder dan een pianoklankje. Met een poppenkaststuk bedoel ik niet dat ik er een drukke dijenkletser van wil maken, integendeel. Ik wil de inhoud weergeven op een manier die sensitief maakt. . . en prikkelt. Ik wil die machtshonger laten zien, de hiërarchie. Ik hoef de krant ook maar open te slaan en ik zie ze zitten, zeven van die machtsdragers in een pakkie op een rijtje. Dat is briljant zoals Gogol dat geschetst heeft! Ik zie het als schetsjes of zeg maar: sketches, misschien. Als MTV, als een stripverhaal: die gedragingen van mensen, die wil ik in stijl stileren. Het is zwaar, maar ik denk dat ik nu kan komen met een voorstelling waar ik achter sta. Ik heb Gogols streling gevoeld.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden