De eigen zuil van Abraham Kuyper

Het is in de hagiografische literatuur over Abraham Kuyper een standaard-anekdote: het verhaal over zijn ontmoeting met Pietje Baltus. Toen Kuyper als degelijk opgeleid theoloog, maar toch ook al als doorleefd gelovige, predikant was in het dorpje Beesd, ontmoette hij een vrouw die hem liet delen in de wijze waarop...

MICHAEL ZEEMAN

Het is een voor de theoloog-politicus-journalist en vooral volksmenner Kuyper een karakteristiek verhaal en misschien dat het daarom ook zo vaak is herverteld. Onder meer door Kuyper zelf: bij Pietje Baltus' dood schrijft Kuyper in zijn eigen krant, De Standaard, een necrologie waarin hij nogmaals oprakelt wat zijn ontmoeting met haar bij hem heeft teweeggebracht. Hij vatte, schrijft hij daar, in een keer 'de kracht van het absolute' en brak met alle halfslachtigheid.

Het verhaal is karakteristiek, maar misschien is het meest kenmerkende wel de toonsoort waarin het is geschreven. Die is even dwingend en absolutistisch als de gebeurtenis die ermee geduid wordt. Beide horen bij Kuyper: een gebeurtenis, een anekdote die de kracht van een nieuwtestamentische gelijkenis krijgt, en een manier van schrijven die geen enkele tegenspraak duldt. De theoloog en kerkhistoricus Jasper Vree, vanzelfsprekend verbonden aan de door Kuyper zelf opgerichte Vrije Universiteit, haalt het verhaal en Kuypers verwoording ervan aan in zijn opstel 'Kuypers zelfportret' en noemt het een 'magnifieke samenvatting van Kuypers persoon en werk'.

Vree's opstel is het eerste van negen in de bundel Abraham Kuyper: vast en veranderlijk (Meinema; * 37,50). Daarin hebben Vree en zijn collega Cornelis Augustijn, emeritus-hoogleraar kerkgeschiedenis van diezelfde universiteit, de artikelen bijeengebracht die zij ieder in de loop der jaren over Kuyper hebben geschreven. Samen vormen die artikelen de bouwstenen voor een biografie van Kuyper, een intellectuele, politieke, historische en niet in de laatste plaats ook cultuurhistorische en persoonlijke biografie.

Het zou wel geweldig zijn als zo'n boek er ooit zou komen, en waarom niet geschreven door deze twee in de geschiedenis der kleine luiden doorknede kerkhistorici? Want bij alle beeldvorming - de hagiografische uit zijn eigen, gereformeerde, kring en de veelal driftig polemische uit de kring van zijn tegenstanders - die er de afgelopen eeuw rond de historische figuur van Kuyper heeft plaatsgevonden, ontbreekt een eigentijdse, kritische duiding van zijn niet geringe verdiensten en veelzijdigheid. Er bestaat immers in de Nederlandse geschiedenis geen tweede figuur die, op de golven van de tijd en de dramatische veranderingen die daarin zichtbaar werden, zich op zoveel maatschappelijke en culturele terreinen heeft gemanifesteerd als 'Abraham de Geweldige'. Toen hij eenmaal die 'halfslachtigheid' had afgeschud, werd hij de man die verwoordde wat er aan maatschappelijke en geestelijke onrust leefde bij wat uiteindelijk een hele klasse in de Nederlandse samenleving zou blijken.

Hij was, wat je noemt, een geboren leider, die in staat bleek een grote groep van de bevolking te mobiliseren en te organiseren - in een nieuw of althans van nieuw elan voorzien kerkgenootschap (de gereformeerden van de doleantie), in een politieke partij (de ARP), in een reeks 'scholen met de bijbel' en zelfs een eigen, 'vrije' universiteit. Hij voorzag een emanciperende en mondig wordende groep mensen van organisatiestructuren die inbedden en uitdrukten wat zij zelf beleefden en vonden, en hij bleef hen aanhoudend van argumenten en overwegingen voorzien. Hij deed dat in zijn krant en in een niet aflatende reeks boeken en brochures.

Hij vond, kortom, een zuil uit. Het materiaal daarvoor was er al, maar hij liet het stollen tot een structuur: dat is precies wat de Pietje Baltus-geschiedenis duidelijk maakt.

Iets van die onderneming wordt zichtbaar in de veelsoortigheid van onderwerpen die Augustijn en Vree aan de orde stellen. Uit het fijnzinnige stuk van Augustijn, 'De spiritualiteit van de dolerenden', bijvoorbeeld, wordt duidelijk hoezeer zo'n Kuyper-biografie ook aandacht zou moeten besteden en daarmee licht zou moeten werpen op het geestelijk klimaat in Nederland in de tweede helft van de negentiende eeuw. Want in al zijn hang naar het absolutisme en het onwrikbare was Kuyper natuurlijk vooral het kind van zijn tijd - inderdaad, zo 'vast en veranderlijk' als Augustijn en Vree hem maken.

Michaël Zeeman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden