De eeuwige worsteling van de migrant in snijdend proza

Voor haar historische roman Feest van het begin, die speelt in Parijs ten tijde van de revolutie, won de veelzijdige Joke van Leeuwen de AKO Literatuurprijs 2013. In haar nieuwe roman, De onervarenen, is opnieuw een historisch gegeven het uitgangspunt. Halverwege de negentiende eeuw werden arme Europeanen door propaganda verleid een nieuw leven te beginnen in Midden- en Zuid-Amerika. 'Hoe zou u, na mislukte oogsten, in verpaupering uw dagen slijtend, nog een toekomst kunnen geven aan uw kinderen en kindskinderen? Door naar een van de vruchtbaarste landen ter wereld te vertrekken, een land waar men uw aanwezigheid toejuicht!'

Miezerig leven

Het stel Odile en Koben besluit het geluk te beproeven. Odile, die hun relaas vertelt, is opgevoed door haar excentrieke moeder, die zich van niemand iets aantrekt en niet in God gelooft - in die tijd reden genoeg om in een gesticht te worden opgesloten. Odile zoekt noodgedwongen haar toevlucht bij de simpele boer Koben.

Samen leiden ze een miezerig leven op het platteland, en als de aardappeloogst mislukt komt het aanbod van de Maatschappij voor Overzeese Volksplanting als geroepen. Ze laten hun geboorteland, met dat 'aaneengesloten en laaghangende wolkendek', dat hen dwingt om 'gekromd te leven', achter zich. Met een groep streekgenoten gaan ze per schip naar een tropisch land. Volgens de Maatschappij wordt daar gesmacht naar 'goede landbouwers en nijveraars', is het er overdag 'aangenaam warm en droog' en valt er 's nachts een 'groeizame regen'.

Dat blijkt bij aankomst een eufemisme. Er is vrijwel niets voor de immigranten geregeld. Er wordt hun slechts een aantal afgelegen hutjes en rotsige akkers toegewezen. Bovendien mag niemand de volksplanting verlaten voordat de kosten voor de oversteek aan de maatschappij zijn terugbetaald - iets wat al snel onmogelijk lijkt te zijn. De gelukzoekers zijn gedesillusioneerd: 'Er loeide een hopeloos heimwee omhoog naar de oude schraalte die ons vertrouwd was geweest. Al het moois dat we in ons hoofd hadden opgebouwd verpulverde van zoveel werkelijkheid.'

Timide buitenbeentje

Koben ontpopt zich in deze misère als een benepen leidersfiguur die er bij de anderen op aandringt zich aan zijn dogmatische geloofsovertuigingen te houden. Odile's moeder, die ook is meegereisd, doet daar niet aan mee en is als enige zo slim de taal van het land te leren en nuttige contacten te leggen met de lokale bevolking.

Ondertussen veroorzaakt Odile bij hen allebei wrevel. Koben vindt haar betweterig, haar moeder vindt haar juist te volgzaam. In Odile manifesteert zich de worsteling die elke migrant zal kennen: klamp je je vast aan het veilige oude of stort je je in het risicovolle nieuwe?

Ze is een typisch Van Leeuwen-figuur: een timide buitenbeentje dat zich meer verwondert over het leven dan dat ze er aan meedoet. Ze registreert alles, in soms dromerig, dan weer snijdend proza. Niet in staat te aarden laat ze zich meevoeren door alles wat haar overkomt. Zo blijft ze voor iedereen een vreemde, iemand uit een andere wereld, de eeuwige migrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden