De eeuwen omspannende geschiedenis van de geschreven brief

De liefhebber van de correspondentie als kunstvorm heeft de brief al meermaals doodverklaard. Dat begon al toen briefschrijvers de beschikking kregen over papier, dat het veel duurdere perkament verdrong: nu kon jan en alleman - voor zover geletterd - zich literator wanen. De lage portokosten zouden de correspondentie ontoelaatbaar democratiseren. Toen de aangekondigde dood van de brief in 1919 nog steeds niet was ingetreden, hield de Yale Review staande 'dat de kunst van het brieven schrijven verloren is gegaan'. De boosdoener: de nieuwe tijd met haar bedenkelijke verworvenheden: de telefoon, de typemachine, de telegraaf, de spoorwegen - die een brief beletten om in een postzak te rijpen - en het nieuwe verschijnsel vrije tijd, die in de regel aan plat vertier zou worden besteed.

Beeld ap

Verdwijnend fenomeen

Bijna honderd jaar later is Simon Garfield, auteur van Ode aan de brief, zich van de betrekkelijkheid van deze parmantige prognoses terdege bewust. Wat hem er niet van weerhoudt alsnog het einde van de brief aan te kondigen. Getuige de subtitel van zijn alleraardigste boek: Kroniek van een verdwijnend fenomeen. Moderne communicatiemiddelen nodigen tenslotte uit tot een vluchtigheid die de doodsvijand is van de aandachtige, liefdevolle zorgvuldig gecomponeerde brief. 'De laatste brief, wij gaan het nog meemaken', schijft hij zonder voorbehoud. 'Het verval en de veronachtzaming van de brief - als prijs van de vooruitgang - zal een ongekende nederlaag zijn.'

Aan Garfield heeft het niet gelegen. Hij heeft een prachtige, eeuwen omspannende cultuurgeschiedenis geschreven met de brief als middelpunt. Zolang het nog kan, wil hij de lezer deelgenoot maken van de aangename sensatie van de verwachtingen die worden gewekt door een exotische postzegel, 'de ijle blauwe ritseling van een luchtpostenvelop, de pronkerige zwaarte van een formele uitnodiging of het blije niesje van een bedankbriefje'. Dat doet hij met een causerie over begenadigde briefschrijvers, de ontwikkeling van het postwezen en van de conventies in het corresponderen door de eeuwen heen.

Opmerkelijk verzoek

Hij lardeert dit alles met faits divers die te aardig zijn om onvermeld te blijven. Zoals het feit dat Elvis Presley in 1970 op briefpapier van American Airlines aan de toenmalige president Richard Nixon kenbaar maakte graag een politiepenning van de narcoticabrigade te willen hebben om makkelijker wapens en verdovende middelen - voor eigen gebruik - naar buitenlandse bestemmingen te kunnen vervoeren. 'Een mooier voorbeeld van het overredend vermogen van beroemdheid is bijna niet denkbaar', commentarieert Garfield.

Elvis Presley beklaagde zich over het drugsgebruik onder de Amerikaanse jeugd, en sloot zijn brief af met de verzekering dat de ontvanger 'tot de tien voortreffelijkste mannen van Amerika behoorde'. Kort daarop ontmoetten Elvis Presley en de president elkaar in het Witte Huis. Bij die gelegenheid ontving de zanger zijn penning - 'waarna hij zijn drugsgebruik aanzienlijk verhoogde'.

De kleingeestigheid van Jane Austen

Garfield is geëngageerd. Hij laat zich duidelijk door zijn opvattingen en voorkeuren leiden - zonder die hinderlijk aan de lezer op te dringen. Hij was getroffen door de kleingeestigheid van Jane Austen. In mei 1811, toen de Napoleontische oorlogen in volle hevigheid op het Europees continent woedden, schreef ze; 'Wat een verschrikking dat er zoveel mensen sneuvelen! Maar wat een geluk dat wij om geen van hen geven!'

Garfield is merkbaar teleurgesteld in de schraalheid van Austens brieven. 'En hoe te verklaren dat ze in haar fictie zo betoverend met brieven speelt en in het echte leven niet?' De vergelijking van haar correspondentie met die van John Keats valt bepaald in haar nadeel uit. 'Zijn brieven zijn precies wat die van Jane Austen niet zijn: een stroom van creativiteit, een waterval van inzichten en ideeën, een dagelijks verslag van hoe een jonge geest tot zijn levensfilosofie komt.'

De uitweidingen en overdrijvingen in de brieven van de zeventiende-eeuwse veelschrijfster Madame de Sévigné zijn 'natuurlijk ontzettend ergerlijk', schrijft Garfield. Maar ze gaan gepaard met plastische beschrijvingen van grote gebeurtenissen - zoals een brand bij de buren - en vermakelijke ontboezemingen over een amoureus 'ongelukje' van haar zoon: 'In het zicht van de haven weigerde zijn jongeheer. (...) En het allerleukst is nog wel dat hij niet wist hoe snel hij me over zijn fiasco moest komen vertellen.'

Garfield smult er merkbaar van. 'De roddelpraat die ooit alleen achter fraai bedrukte waaiers werd uitgewisseld, was nu rechtstreeks aangesloten op een luidspreker.'

Epistolaire schatkamer

Garfield geeft de brieven waaruit hij citeert een historisch verband dat ontbreekt in Brieven van belang, samengesteld door Shaun Usher. Fraai is de bundel ontegenzeglijk, 'een epistolaire schatkamer', aldus de VPRO Gids. Veel brieven - variërend van een recept voor scones van de Britse koningin Elizabeth II voor de Amerikaanse president Dwight Eisenhower ('genoeg voor 16 mensen') tot de vermaning van Clementine Churchill aan haar man, de grote Winston Churchill, om hoffelijker te zijn in de omgang met zijn medewerkers - zijn in hun oorspronkelijk verschijningsvorm en omvang afgedrukt, zo ook voornoemde brief van Elvis Presley aan president Nixon. Maar zonder de bezielende context van een begaafd auteur als Garfield spreken ze toch minder tot de verbeelding.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden